brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘Na mijn jaren van 15 Jupilers per dag begon het zuipen pas echt’

Herman Brusselmans

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

Securex vogelde uit dat vijftien procent van de Belgische werknemers meer dan tien glazen alcohol per week drinkt. Dat wordt ‘overmatig drankgebruik’ genoemd. Laat me niet lachen. Weet je wat overmatig drankgebruik is? Vijftien Jupilers per dág. Dat is althans wat ik dronk toen ik werknemer was, met name bibliothecaris bij de RVA in Brussel. Ik bestierde daar de ontspanningsbibliotheek, waar de tweeduizend mensen die bij het moederhuis van de RVA in het centrum van de hoofdstad werkten, romans en dichtbundels en non-fictie konden uitlenen, een mogelijkheid die hun werd aangeboden door de Sociale Dienst, die instond voor onder meer het geestelijk welzijn van bedienden en arbeiders. Het was een kleine bibliotheek met evenveel boeken in het Nederlands als in het Frans. Ik leidde dit boekenpaleisje in m’n eentje, in een beperkte ruimte op verdieping min één. Het was eigenlijk een donker, mistroostig kot, en ik was toch al zwaarmoedig, depressief en nihilistisch ingesteld. Bovendien waren het de jaren 80, één van de treurigste decennia van de vorige eeuw, waarin de meerderheid van de Belgen rondliep met een zuur bakkes, lelijke kleren, verschrikkelijke kapsels, en de neiging om de anderen te negeren, af te snauwen, of achterwaarts in de poes te naaien zonder dat er enige vorm van verliefdheid of erotiek aan te pas kwam. En daar zat ik dan, te wachten op klanten die een boek wilden, en meestal zat ik te wachten tot ik een punthoofd had, want ook in die tijden was de interesse voor een boek al zo goed als nihil. Op de koop toe leed ik aan angstaanvallen, was m’n huwelijk op de klippen aan het lopen, en dacht ik er ernstig aan om te emigreren naar Nieuw-Zeeland en me daar op te hangen aan een kokosnotenboom. In zulke omstandigheden zoek je troost. Die vond ik in sigaretten en drank. Je mocht toen nog overal roken en ik zat in m’n bibliotheek de ene Belga na de andere te paffen, tot er een blauwe walm hing waar je nauwelijks doorheen kon kijken. Van thuis nam ik ’s ochtends twee pakjes sigaretten mee, alsmede een stelletje blikken Jupiler. De eerste daarvan goot ik door m’n keelgat om halfnegen in de morgenstond. Voor tien uur had ik er al drie soldaat gemaakt. En van tien uur tot de middag nog drie. Dan was er pauze, en liep ik de stad in, waar ik in de eerste de beste winkel nog vijf blikken Jupiler aanschafte. Daar dronk ik er drie van ledig tussen één en vijf uur, waarop het werk van die dag er weer ’ns opzat. In de trein en de bus naar m ’n toenmalige woonplaats dronk ik twee blikken. Dus had ik er tot dan toe elf gedegusteerd. Ik kwam driekwart bezopen thuis, waar m’n vrouw me vroeg of ik alweer te veel bier gedronken had. ‘Welnee,’ zei ik, ‘een stuk of twee in de middagpauze, en verder veel water en fruitsap. Ik denk dat ik nu nog een glaasje drink.’ Dat werden er een stuk of vier, zodat ik m’n rantsoen van vijftien Jupilers voor die dag bereikt had. Stomdronken ging ik naar bed, en ik was te kachel om m’n vrouw seksueel te plijzieren. Wel moest ik ’s nachts een keer of drie opstaan om te pissen. Ik wilde m’n vrouw niet wekken en stak derhalve geen licht aan, en op de weg van het bed naar het toilet stootte ik meer dan eens m’n teen aan de poot van een kast die in de weg stond, en dan uitte ik een kreet van pijn, en werd m’n vrouw alsnog wakker, en vroeg ze waarom ik in godsnaam alwéér moest gaan pissen. ‘Omdat ik te veel water en fruitsap gedronken heb,’ lalde ik dan, en m’n vrouw zei: ‘Te veel bier zul je bedoelen, zatlap.’ De dag nadien verliep volgens hetzelfde stramien, en de dag daarna eveneens, en zo verliepen de weken en de maanden en zelfs de jaren, en ik was een fulltime alcoholist geworden. De bibliotheek draaide vierkant, m’n huwelijk draaide vierkant, m’n hele amechtige leven draaide vierkant, en er moest iets gebeuren, of ik zou me ofwel doodzuipen, ofwel toch maar een kokosnotenboom in Nieuw-Zeeland opzoeken. Op den duur stopte ik met werken voor de RVA, scheidde ik van m’n vrouw, werd ik professioneel schrijver, en begon het zuipen pas echt. In café Caruso in m’n nieuwe woonplaats Gent dronk ik in de nacht minstens een fles whisky leeg, en ook een Jupiler of tien, voor de dorst. Er is geen mens die dat volhoudt, en op 17 december 1993 zwoer ik voor eeuwig de drank af. Dat werd weleens tijd. Vanaf die dag tot en met vandaag: geen druppel meer. Tot degenen die wel nog drinken, wil ik zeggen: tien glazen alcohol per week is een lachertje, en trek je geen reet aan van wat Securex en andere zedenmeesters je wijsmaken. Zuip gerust goed door, tot je er van lieverlede willens nillens mee ophoudt.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234