illustratie Ratatouille v2 Beeld humo
illustratie Ratatouille v2Beeld humo

ColumnDelphine Lecompte

‘Op seksueel vlak scheer ik geen hoge toppen, ik ben te onrustig om te kunnen genieten’

Delphine Lecompte

Dichteres Delphine Lecompte bericht enthousiast over drankmisbruik, baldadigheden en amoureuze perikelen.

Ik word vandaag geïnterviewd door de Nederlandse krant Trouw, zogezegd over mijn nieuwe verhalenbundel ‘Beschermvrouwe van de verschoppelingen II’. Maar de eerste vraag gaat meteen over mijn psychiatrische opnames. Dat vind ik niet erg, ik praat makkelijker over mijn verrijkende vriendschappen met de zogeheten gekken die ik heb leren kennen in diverse psychiatrische instellingen, dan over mijn stilistische vondsten die het resultaat zijn van dagelijks hard ploeteren en een aangeboren talent. Welja. Ik begrijp de fascinatie met mijn psychiatrische verleden: de meeste mensen zijn te braaf en te kleurloos om ooit in een gekkenhuis terecht te komen en ze beelden zich in dat gekken constant krijsen, met een trechter op hun kop rondlopen, bang zijn van rijstwafels en badwater, naakt op richels staan en denken dat ze Pessarium heten en kunnen vliegen, het Russische woord voor ‘gootsteen’ een te grote mystieke betekenis toekennen, hun haren uittrekken, zichzelf verminken met linomesjes uit het ergotherapielokaal en koortsachtig masturberen met pakketten bestaande uit gloedvolle kralen en lappen zwarte en witte en oranje stof om rudimentaire pluchen pinguïns in elkaar te flansen. Het klopt, zo gaat het eraan toe in het gemiddelde gekkenhuis en ik mis mijn status van psychiatrische patiënt hartstochtelijk. Status of stigma.

Ik las onlangs een interview met Sinéad O’Connor, de getalenteerde Ierse muzikante die niet altijd uitblinkt in rationeel gedrag, en die soms woest en kinderlijk opstandig uit de hoek komt en foto’s van verwerpelijke pausen verscheurt. Op een bepaald moment tikte ze de interviewer op de vingers omdat hij het woord nuthouse gebruikte. ‘Maar jij gebruikt het toch ook?!’ Dat klopt, legde Sinéad uit, maar ik mag het gebruiken omdat ik vertrouwd ben met de binnenkant van gekkenhuizen en omdat mijn liefde voor mijn medegekken buiten kijf staat (‘We alone get to call it the nuthouse’). En zo is het maar net.

Als ik word geïnterviewd door Nederlandse journalisten, gaat het godzijdank nooit over mijn opiniestukken over Bart De Pauw (de meeste Nederlanders weten niet wie hij is), noch over mijn deelname aan ‘De slimste mens’ (Nederland heeft zijn eigen versie van ‘De slimste mens’, een minder schreeuwerige versie met maar één jurylid en met een stoïcijnse sardonische quizmaster die ervan durft uit te gaan dat de kandidaten het niet horen donderen in Keulen wanneer ze vragen krijgen voorgeschoteld over het Concilie van Trente, Vaclav Havel, Thomas Mann, Camille Claudel, Bathseba en Robespierre). De interviewer wil weten of er Vlaamse schrijvers rondlopen met wie ik me verwant voel. Ik zeg mopperend en waarheidsgetrouw: ‘Het incestueuze literaire Vlaamse wereldje staat bol van afgunstige pezewevers die excelleren in achterklap, bitsigheid, ijdeltuiterij en mediocriteit. Er zijn maar twee strategieën om te slagen als Vlaamse schrijver: ofwel raak je bevriend met zoveel mogelijk antipathieke middelmatige ambitieuze ‘invloedrijke’ Vlaamse schrijvers, die je dan bedanken voor je kruiperigheid met lauwe boekrecensies en literaire prijzen waar astronomische bedragen aan vasthangen, ofwel blijf je fier en autonoom en word je geniaal. Ik heb ervoor gekozen om fier en autonoom te blijven en geniaal te worden. Er is nog wat werk aan de winkel.’

Na het interview ga ik moederziel alleen naar ‘The Power of the Dog’, een interessante film waarin de pestkop (Benedict Cumberbatch) slechts een gewonde gekwelde intellectuele homoseksueel is die doet alsof hij een harde toxische seksistische cowboy is, en waarin de tere frêle weerloze prooi (Kodi Smit-McPhee) eigenlijk een arrogant manipulatief narcistisch kereltje is dat onschuldige dieren vermoordt en de diensters op de ranch kil en laatdunkend behandelt.

Op seksueel vlak scheer ik geen hoge toppen: ik ben te onrustig om te kunnen genieten van de alveolaire acrobatieën van de voormalige vrachtwagenchauffeur en ik ben te lui om mijn tonsillaire talenten te botvieren op zijn allesbehalve sprookjesachtige staf. En dus groeien we uit elkaar. Toch doen we nog steeds samen boodschappen. Vandaag wandelen we naar de Lidl, de voormalige vrachtwagenchauffeur is nors en ik word in beslag genomen door het Russische woord voor ‘gootsteen’, dat ik een te grote mystieke betekenis toeken. ‘We groeien uit elkaar sinds ik er niet meer in slaag om te genieten van je alveolaire acrobatieën in mijn vulvagebied, norse grizzlybeer!’ roep ik theatraal in de schorsenerenafdeling van de Lidl. De voormalige vrachtwagenchauffeur zegt gelaten: ‘Ik vind het gênant wanneer je me in de schorsenerenafdeling van de Lidl een norse grizzlybeer noemt.’ We kopen tien prozaïsche zeemvellen en 24 zielloze kuipjes smeerkaas met ranzige baconsmaak. De kassierster lijkt helaas niet als twee druppels water op Mädchen Amick.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234