columntom lanoye

‘Telkens als iemand op tv toont hoe je je tengels wast, denk ik terug aan de uitbraak van dat andere moordende virus: aids’

Geen paniek! Dit wordt niet weer een stuk over Covid-19, de Spaanse griep of de Zwarte Dood in de 'Decamerone' van Boccaccio. Toch wil ik het hebben over een moordend virus. Omdat ik de afgelopen dagen werd besprongen door flitsen van herinnering en spijt. Waarom zijn er in onze literatuur - of nee: in het hele collectieve geheugen van de Lage Landen - zo weinig sporen terug te vinden van de angstpsychose, de apocalyptische debatten en de zondebokverwijten die de pers en het publieke leven beheersten bij de uitbraak van aids? Op een tweetal vergeten columns na heb ik er ook zelf nooit veel over geschreven. Dat zit me niet lekker. Komaan, geheugen! Doe je chaotische en onbetrouwbare werk.

Telkens als iemand nu op tv voordoet hoe je je tengels moet wassen als wondermiddel tegen de naderende pandemie, moet ik denken aan de piepjonge journalist Stefan Blommaert. We schrijven de tweede helft van de jaren 80. Hij en een collega smokkelden in de studio van 'Het journaal' een bezemsteel en een ongebruikt condoom binnen. Met behulp van die rekwisieten toonden ze tijdens hun duidingspraatje hoe men zich het best beveiligt tegen een hiv-besmetting. Een primeur voor de meeste Vlaamse huiskamers, die in die tijd nog vrij waren van streamingdiensten en internetporno. Ik herinner me dat ik, toen al niet vies van bagatelliserende witzen, voorspelde dat menige huismoeder 's anderendaags over ál haar bezemstelen een condoom zou afrollen. 'Voor de zekerheid, meneer!' Voor de rest echter, zo schatte ik ook in, zou het mens haar schouders ophalen. In de volksmond stond de nieuwe ziekte aanvankelijk bekend als langzame builenpest voor alleen maar janetten. 'The Gay Cancer.'

In die sinistere troetelnaam klonk vaak een grijns van voldoening: de dood als verdiende loon voor vuiligheid. Dat verdict werd wereldwijd aangewakkerd door wraakzuchtige godsdienstfanatici en patriarchen die hun geliefde seksbanvloeken eindelijk weer van stal konden halen. Dat waren niet eens altijd mannen met baarden. In 1987 kondigde de Britse premier Margaret Thatcher Section 28 af. Een wet tegen alle zogeheten propaganda 'die homoseksualiteit opzettelijk wil bevorderen of aanmoedigen'. Of 'die de toelaatbaarheid van homoseksualiteit als een zogenaamde familierelatie onderwijst'. Ja, dat zijn echte citaten uit echte wetteksten, van iemand die door rechts Europa nog altijd kritiekloos wordt vereerd als was ze Moeder Teresa en Greta Thunberg in één persoon. Met dit verschil: Maggies woorden hadden wél gevolgen. Scholen en bibliotheken zuiverden hun boekenrekken om geen overheidssteun te verliezen. Belangengroepen, zelfs aan universiteiten, hieven zich op uit angst voor represailles, ook van hardhandige tegenbetogers. Section 28 zou pas in 2003 worden afgeschaft. Wie vandaag de Russische president Poetin wil aanwrijven dat hij homohaat tot wet verheft om zijn macht te verstevigen, moet beseffen waar de man zijn mosterd vandaan haalt. Bij ons was er destijds vooral lof voor het lef van de twee tv-journalisten. Al werd er uiteraard ook schande gesproken van onze linkse, bemoeizieke en verdorven staatszender. 'Het journaal' werd ook bekeken door kinderen, beseften ze dat niet aan de Reyerslaan?

VERBEELDING OP HOL

Zelf liet ik me een heel andere les spellen in wat toen mijn stamcafé was. Weer een flits van trivialiteit: zo'n tent kon 's nachts letterlijk blauw zien van de sigarettenrook, zonder dat iemand daar aanstoot aan nam. Ook niet de microbioloog en stamgast Peter Piot. Hij zou later het eerste hoofd worden van Unaids, een organisatie die pas in 1994 werd opgericht onder de vleugels van de VN om de acties tegen hiv globaal te coördineren. Ik betwijfel of hij het zich nog herinnert, maar hij gaf mij tussen pot en pint in café De Fiets een bolwassing. Terecht. Ik had me in het blad De Zwijger van wijlen Johan Anthierens cynisch vrolijk gemaakt over de eerste gemediatiseerde slachtoffers van aids, in San Francisco.

Eén van de populaire misverstanden in die dagen was dat aids zich pas kon voordoen als direct gevolg van honderden, zo niet duizenden seksuele contacten. De goorste broodjeaapverhalen deden de ronde, nooit vrij van een zekere morbide jaloezie. Overal waar dood, seks en bloed zich mengen, slaat de verbeelding op hol. Ik heb zelfs ooit gediscussieerd met een kunstvriend die bij hoog en laag beweerde dat het hiv-virus uit zichzelf ontstond door de wrijving bij langdurig anaal contact, zoals een vlam die opstijgt als je twee droge houtjes tegen elkaar schuurt. Ja, daar heb ik ooit echt over gediscussieerd.

De grap in De Zwijger, waar ik nu allesbehalve trots op ben, ging als volgt. De dood van een 10-jarig kerstkind met kanker is nog altijd tragischer dan die van een bon vivant die in zijn leven duizend keer van bil is mogen gaan, langs voren óf langs achteren. Piot waste mij de oren. Pas dankzij hem kreeg ik voor het eerst een scherp beeld. Niet het minst van de aanstormende toekomst. We leven daar nog altijd in. Ook drugsverslaafden en lijders aan diabetes of bloederziekte zouden risicogroepen worden. En zwarten, niet omdat ze zwart waren, maar omdat ze overwegend in armoede en navenante onwetendheid leefden, zowel in Afrika als in de VS. Zonder adequate ziekenzorg. Die sociale component zou alle vooroordelen alleen maar versterken en zelfs almaar meer gaan doorwegen. Hoeveel havenots zouden straks de nodige hygiëne en verpleging kunnen bekostigen? De eerste medicijnen waren peperdure experimentele pillencocktails.

UITZINNIGE FEESTEN

De tik om mijn oren kwam aan. Tevoren was ik onder de berichtgeving vooral onverschillig gebleven, zelfs wat lacherig. Misschien uit zelfbescherming. Dat weet ik niet meer. Ik herinner me wél - behalve veel verwarring - veel uitzinnige feesten. Dat kan komen door de jeugdige leeftijd waarvan ik nog mocht genieten. Of door de eeuwige reden van overdreven feesten. Verdringing.

De werkelijkheid opende zich al snel als een poort naar de hel. Ik zal nooit de foto's vergeten van patiënten die in klinieken aan hun lot waren overgelaten omdat niemand ze durfde aan te raken. De tandartsen die het werk neerlegden uit vrees voor het mogelijke waas van bloeddruppels bij het boren in andermans tandvlees. Huilende ouders die naar de radio belden om te vragen of hun kind op sportkamp niet besmet kon worden door een gulzige mug die van een geniepige patiënt direct naar hun oogappel zou zoemen. 'Malaria wordt toch ook door mosquito's overgedragen?'

Antwoorden waren er vaak nog niet, of ze werden maar half geloofd, of helemaal weggelachen. En overal, heel anders dan nu met Covid-19, loerden schaamte en ontkenning, met onnodige drama's erbovenop. Onterving. Verstoting. Geliefden die de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd door de fatsoensgekke familie van hun niet-wettelijke wederhelft, die zelf al te verzwakt was om zijn verwanten weg te jagen. Hoezo, bloed kruipt waar het niet gaan kan? Bloed spuwde in die dagen naar alles wat de naam en faam van de eigen clan kon besmeuren.

Die arme Rock Hudson, het eerste beroemde slachtoffer van de Nieuwe Pest, kende blijkens zijn biografie de diagnose van zijn ziekte wel, maar nog niet de ware toedracht van de overdracht. Hij moest contractueel verplicht Doris Day op de mond kussen voor een feelgoodcomedy. Urenlang poetste de stakker zijn tanden, tussendoor gorgelend met ontsmettingsmiddelen, nog net geen bleekwater. En dan toch, één take lang, zo kort als mogelijk: een kus wisselen met de Koningin van de Onschuld. Direct daarna: een kater van schuld en zelfverwijt. En nog later: de vernedering van zijn gedwongen coming-out. De droevige visitekaart van zijn veel te vroege dood.

Het is onrechtvaardig tegenover de ontelbare aidsdoden zonder naam, maar de omvang van de catastrofe wordt ijzingwekkend tastbaar als je lijstjes van bekende slachtoffers leest, velen weggerukt in de fleur van hun bestaan. Uiteraard Freddie Mercury, maar ook - ik noem er maar een handvol - Keith Haring, Tom Fogerty, Michel Foucault, Isaac Asimov, Arthur Ashe, Liberace, Brad Davis, Anthony Perkins, Rudolf Nurejev, Bruce Chatwin, Klaus Nomi... Zowaar ook komiek Kenny Everett en Cookie Mueller, de heerlijk absurdistische schrijfster uit de entourage van John Waters. En Frans Kellendonk natuurlijk, nog geen 40, auteur van 'Mystiek lichaam'. Welke meesterwerken had hij nog kunnen schrijven?

In mijn directe vrienden- en verre kennissenkring kom ik aan een tiental doden. Van de meesten, besef ik thans, heb ik niet gepast afscheid genomen. Door mijn eigen knulligheid en mijn obsessieve ikkigheid. Ook toen al 'druk, druk, druk'. Was het alleen maar dat? Verdringing van angst kent vele gezichten. De wroeging niet. Die knaagt, maar ze is onherstelbaar.

Het virus zelf? Niemand spreekt nog van een epidemie. Wie de cijfers opduikelt, vraagt zich af waarom. Aids eiste in het laatste onderzochte jaar, 2018, wereldwijd nog altijd 770.000 levens. Het totaal komt daarmee op 32 miljoen. Er lopen op aarde 40 miljoen besmette stervelingen rond en per jaar komen er meer dan anderhalf miljoen bij. Weliswaar in uithoeken die ons maar matig interesseren: Noord-Afrika, voormalig Oost-Europa, de binnenlanden van China.

En bij ons? We bekijken journaals waarin we leren om fanatiek onze handen te wassen. Niemand komt in 'De afspraak' nog langs met bezemstelen en condooms. We zijn ervan overtuigd dat aids al overwonnen ís. Omdat wij, in onze contreien, de facturen van onze onbezonnenheid kunnen betalen, voor afremmende middelen die hier wél ruim voorradig zijn. De rest kan blijkbaar de pot op. Als ik met name sommige jonge homo's luchtig en kortzichtig hoor keuvelen over onbeschermde partijtjes rampetampen, krijg ik zin om zelf de bezemsteel alsnog boven te halen. Van een goed pak billenkoek is nog nooit iemand doodgegaan. Van te veel andere dingen wel.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234