Cornelius Bracke Beeld Humo
Cornelius BrackeBeeld Humo

columnhet wordt te veel voor corneel

‘U pitst toch ook in de poep’

Reeds jaren wijd ik mij als niet onverdienstelijk amateur aan de heimatkunde, en toch was een voor de hand liggende vraag nooit eerder bij me opgekomen. Mijn hele leven heb ik voetstoots aangenomen dat het olijk in de poep pitsen van een jarig gezinslid een gangbaar volksgebruik was in Vlaanderen – of alleszins in het dorp waar ik opgroeide – maar sinds kort moet ik de beangstigende mogelijkheid onder ogen zien dat dit jolige ritueel alleen bij ons thuis in zwang was. Sterker nog: het antwoord op deze vraag heeft voor mij een urgentie gekregen die het academische belang sterk overstijgt!

Ik had er nooit eerder bij stilgestaan. Toen ik trouwde en het ouderlijk huis verliet, zette ik het gebruik gewoon voort alsof het de natuurlijkste zaak van de wereld was; er is geen verjaardag van Betty of David voorbijgegaan zonder dat de jarige op een onverhoedse pits in de poep en een jolig ‘Gelukkige verjaardag!’ getrakteerd werd, en aangezien beiden zich ook niet onbetuigd lieten als het erop aankwam MIJ in de poep te pitsen op mijn verjaardag, kende ik aan dit gebruik een universaliteit toe die vanzelfsprekend leek.

Tot vorige week, toen mijn echtgenote Betty mij naar de stad meetroonde voor de zomerkoopjes, uitgerekend op haar verjaardag, maar die was ik – tegen mijn gewoonte in, want ik ben een rabiate pitser – rats vergeten. Toen Betty met medeneming van de halve boetiek haar kwartier had gemaakt in een van de pashokjes, en ik zoals gebruikelijk mijn geest in vrijloop had gezet om het tergend lange wachten het hoofd te kunnen bieden, dreven mijn gedachten achtereenvolgens naar ellendige naaiateliers in de Derde Wereld waar arme dutsen van kinderen hun 12-urige werkdag kloppen, de wenselijkheid van een algeheel muzakverbod in winkelruimten, de landerige vergadering waarop over de binneninrichting van deze boetiek gebrainstormd werd (ik nam alle rollen voor mijn rekening), etymologische uitstappen omtrent de woorden ‘fineer’ en ‘planchetten’, de vraag waarom je in geen enkele boetiek een openbaar toilet vindt, laat staan een café, het dwangmatig neuriën van de tekstregel ‘Vinde gij m’n gat niet te dik in deze rok?’, gevolgd door melancholische overpeinzingen omtrent het schijnbaar stoïcisme waarmee gezette dames van zekere leeftijd hier de confrontatie met hun eigen spiegelbeeld trotseren zonder huilend op de knieën te vallen, en warempel, plotseling, het besef dat Betty vandaag jarig was en dat ik haar nog niet in de poep gepitst had.

Nu is de hoofdregel van het poeppitsen op verjaardagen precies het schielijke ervan – het moet gebeuren op een ogenblik dat de jarige het allerminst verwacht – dus de gelegenheid die zich thans voordeed was uitermate geschikt. Ik wandelde rustig naar het pashokje waarin mijn echtgenote zich verschanst had, stak gedecideerd mijn hand op poephoogte langs het gordijn naar binnen, voelde blote poep en pitste stevig door – want de tweede regel is dat het een beetje pijn moet doen – onderwijl ‘Gelukkige verjaardag!’ roepend.

De gil die volgde, was niet die van Betty.

Laat het niet wáár zijn, Heer, flitste nog door mijn hoofd, maar het was al te laat. Graag had ik hier neergeschreven dat ik in de blote poep heb gepitst van een wildvreemde vrouw, maar helaas. Het was de blote poep van Brigitte van De Fruitkorf, die van haar sluitingsdag gebruik had gemaakt om in de stad op koopjesjacht te gaan. Ondanks haar verregaande staat van ontkleding sloeg zij furieus het gordijn open en toen ze zag dat ik het was, begon ze met een klerenhanger op me in te hakken. ‘Betty! Betty! ’ riep ik nog vertwijfeld, maar Betty had left the building, ongetwijfeld onze oude afspraak indachtig dat ze mij altijd in de Fnac tussen de boeken kan treffen als het wachten mij te veel wordt.

Zodra de politie erbij was gekomen, stelde zich de vraag naar het verjaardagspoeppitsen als officieel erkend en legitiem volksgebruik. De gnuivende dienders hadden er zogezegd nog nooit van gehoord. De verkoopster evenmin. Enige klanten, bij wie ik inderhaast een kleine enquête hield, vielen al helemaal uit de lucht. Zelfs mijn advocaat schudde meewarig het hoofd toen ik hem de hoeksteen van mijn verdediging onthulde.

‘Dat kan ik niet pleiten, Corneel,’ zuchtte hij. ‘Een volksgebruik! Ik ga me niet belachelijk maken.’ Aangezien een gelijkaardige klacht van Brigitte van De Fruitkorf in de sfeer van ongewenste intimiteiten mij vroeger al eens – volledig onverdiend! – een voorwaardelijke veroordeling heeft opgeleverd, kreeg ik de raad in afwachting van het proces alvast vrijwillig in behandeling te gaan voor mijn perversie ‘want sinds de affaire Dutroux lachen ze niet meer met billenknijpers’.

Vandaar, beste lezers, deze noodkreet: wordt er in uw familie ook in de poep gepitst bij verjaardagen? Of herinnert u zich dat dit vroeger gebeurde? Of kent u andere families waar dit gebruik in zwang is of ooit was? Beter nog: bezit u heimatkundige boeken of tijdschriftartikels waarin – al was het maar in een voetnoot – gewag wordt gemaakt van dit volksgebruik? Kwam u dit ooit ergens tegen op Internet? Ik bid u: laat het mij weten!

'De ultieme Corneel collectie' van Guido Van Meir verschijnt op 15 september bij Houtekiet. Beeld Houtekiet
'De ultieme Corneel collectie' van Guido Van Meir verschijnt op 15 september bij Houtekiet.Beeld Houtekiet
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234