Tom LanoyeBeeld Tom Lanoye

ColumnTom Lanoye

‘Van Gaal zegt dat het vaak de creatieve spelers zijn die homo zijn. Het verleent een extra lading aan het woord ‘balvirtuoos’’

Wat is het verschil tussen het Vaticaan en het professioneel mannenvoetbal? Van het eerste instituut wordt verondersteld dat er uitsluitend homo’s werken, van het tweede dat er geen énkele homo zijn brood verdient. Beide stellingen zijn waarschijnlijk fout.

Toch zal de goegemeente haar mening eerder herzien over de Heilige Stoel dan over de Jupiler Pro League. Zoals ze ook sneller bereid is om priesters met een dubbelleven – dankzij hun inwonende meid of misdienaar – te betichten van stuitende hypocrisie dan dat ze zich kan of zelfs wíl inbeelden dat voetballende duikelnichten bestaan. Toch niet op topniveau! En indien ze bestaan, is het begrip overdonderend groot voor de arme stakkers die daar in het openbaar angstvallig hun bek over houden. Zelfs als ze zodoende de illusie helpen bestendigen dat onze voetbalcatacomben homovrije zones zijn, naar Pools en Hongaars model.

Ginderachter moet dat per grondwet worden geregeld. In de voetballerij, ook die van ons, gebeurt de machistische zuivering al vele decennia lekker spontaan vanzelf. Zonder protest of vraagtekens. Ook niet vanwege al onze kloeke sportjournalisten die zich niettemin beschouwen als de fine fleur van hun vak, dat op zichzelf reeds het vierde filiaal heet te zijn van ‘de macht’.

Zien, vermoeden, zwijgen en nooit eens doorvragen… Het bewuste thema zelfs nooit eens agenderen op een redactievergadering… Ook dat is averechts voorbeeldgedrag. En zodoende een onderdeel van de roestvrije omerta binnen een industrie die topsport heet.

TE KOOP LOPEN

Vroeger vielen patriarchaat en machismo naadloos samen. Nu? God en zijn vaak bebaarde paladijnen zijn mietjes geworden, vergeleken met de echte godenzonen – die van het voetbal. Zij gelden als de enige resterende echte venten. Je vraagt je af waarom, indachtig het voorkomen van de modale sjotter. Gouden kettinkjes, in alle maten en formaten. Dure, kekke kapsels – elke maand een andere kleur of coupe. Een zorgvuldig uitgekiend masculien opzicht – half getrimd stoppelbaardje, perfect getaand koppie, bijdehante maniertjes, gedurfde tattoos op gedurfde plekken, modieuze merkkledij van pantalon tot pet en koptelefoon… Een buitenstaander zou denken dat het allemáál strandjanetten zijn.

En wacht maar af tot de clubspits zijn goaltje maakt! Hoe ze dán in elkaars armen stuiken om, liefst met z’n tweetjes, een ingestudeerd straatballetdansje uit te voeren, of elkaar speels in de bips te knijpen, of nog net niet beginnen te muilen… Het is een wonder dat er in hun rangen niet nóg meer coronagevallen zijn. Nog gezwegen van besmettingen met andere virussen.

Het wordt er niet beter op als je vervolgens ook een blik werpt op het fenomeen genaamd ‘de voetbalvrouw’. In de meeste gevallen gaat het om fabeldieren die geheel zijn opgetrokken uit schmink, siliconentieten en stiletto’s, met voorts een kapsel van sierbeton, de woordenschat van een 10-jarige debiel en een split tot hoog voorbij hun voor- en achterpoep. Als ze met hun valse wimpers knipperen, waaien er schilderijen van de muur. Ze lijken geboren met maar één doel: glitterceremonies bezoeken waar Gouden Schoenen worden uitgereikt. Ook daarbuiten getuigen Famous Soccer Wives van een geënsceneerde vrouwelijkheid die zodanig, nou ja, verwijfd is, en zozeer larger than life, dat je – alweer als buitenstaander – zou zweren dat het om niets dan sublieme travestieten gaat.

Travestiet of niet, hun voornaamste raison d’être lijkt te zijn: als trofeewijfje de potige potentie van hun wederhelft andermaal dik in de verf zetten. Waarom toch? Als je zó opzichtig te koop moet lopen met je heteroseksualiteit, is er vast stront aan de knikker.

FOOT FOR ALL

Vergeef me het bovenstaande, het zijn vooroordelen en opgeschroefde kolder waar uiteraard geen zier van klopt. Zulke onzin op deze plek neerschrijven – dat mag wel nog. Als ik het vanaf een tribune zou roepen naar één van onze overbetaalde goudhaantjes op het veld, is de kans groot dat ik een berisping krijg van een voetbalsteward. Bij herhaling kreeg ik een stadionverbod van de club die de eigenaar is van zowel de tribune als het goudhaantje. Op zich is dat zelfs een lovenswaardige evolutie. Dat ik zo’n berisping zou krijgen, bedoel ik.

Football for All is een internationale actie die zich vertakt naar vele lokale voetbalbonden. In België is ze keurig federaal vertegenwoordigd door de Koninklijke Belgische Voetbalbond, Voetbal Vlaanderen, l’Association des Clubs Francophones de Foot en, alweer, de Jupiler ‘Mannen weten waarom’ Pro League.

De site van Voetbal Vlaanderen noemt Football for All ‘een campagne tegen homofobie, racisme en andere vormen van ongelijkheid – voetbal is er immers voor iedereen!’ Spreekkoren vol oerwoudgeluiden worden geweerd, racistische uitlatingen op het veld bestraft. Daarnaast spelen de Rode Duivels ook één keer per jaar met regenboogveters in hun gesponsorde schoenen. Amateurclubs kunnen bovendien jaarlijks vier gratis regenboogcornervlaggen aanvragen en één regenboogkapiteinsband. ‘Dat levert prachtige beelden op van Vlaamse voetbalvelden met wapperende regenboogcornervlaggen en stoere kapiteins met een regenboogband. Wij roepen onze clubs massaal op om beelden op hashtag ‘#daarisem’ te delen!’

Mij lijkt een andere hashtag meer aangewezen: #wáárisem? Je moet voor de lol eens googelen naar ‘gay soccer players’. Veel tijd ben je er niet mee kwijt, zo schamel is de oogst. Je leert wel allerlei gasten kennen wier naam je nog nooit hebt gehoord. John de Bever, bijvoorbeeld. Hij was lang de enige Nederlandse prof die úít de kast voetbalde, zij het zelden ín een basisploeg. Een dikke week geleden outte ook de 26-jarige Mike Gerritsen zich. Hij is sterkhouder bij SV Helios te Deventer, een amateurploeg die het niet snel tot de Champions League zal schoppen. Niettemin werd Gerritsen, zelfs in het ruimdenkende Nederland, geprezen en gefêteerd als had hij een langverwachte Nobelprijs gewonnen. Navolging kreeg hij tot op heden niet.

Ook in Duitsland, dat andere ruimdenkende nest, komen voetballende gays ofwel niet, ofwel pas na hun carrière met de waarheid op de proppen. Zoals Thomas Hitzlsperger, die nochtans 52 keer geselecteerd werd voor Die Mannschaft. Alleen Heinz Bonn maakte het bonter. Hij deed zijn coming-out pas na zijn dood. Weliswaar als één van de allereerste profs ter wereld.

Wachten tot je dood bent om te onthullen wát je bent… Mag dat gelden als een omschrijving van de werksfeer in het topvoetbal? Van kleedkamer tot sponsorgala?

HELD VAN GAAL

Al het bovenstaande kun je, mutatis mutandis, ook zeggen over dat andere reservaat vol plaatsvervangende goden – de professionele wielrennerij. Met dit verschil: daar nemen ze niet eens de moeite om aan te komen kakken met regenboogveters of dito cornervlaggen. Het is lang een droom van me geweest om een Belgische ‘Brokeback Mountain’ te schrijven. Niet over twee Amerikaanse cowboys, zoals in het verfilmde topverhaal van Annie Proulx: ik zou kiezen voor een lokaal equivalent. Twee verliefde flandriens die elkaar in het geheim treffen. Eerst op rollen, dan op de massagetafel. Als toppunt van voorspel scheren ze elkaars benen. Daarna dienen ze elkaar Italiaanse bloedtransfusies toe om hun beider prestaties op te drijven. Benieuwd of zoiets hier evenveel deining zou verwekken als bij die twee cowboys in de States.

Terug naar het voetbal. Ondanks al het gepoch over de noodzaak van grinta en de erezaak om ‘overal te durven zeggen waar het op staat!’ vind je in dat vak zelden iemand die ook hieromtrent durft te zeggen waar het op staat. De uitzondering heet Louis van Gaal, voormalig bondscoach van Oranje. Ik vind hem een held, ook al moet ik vaak lachen om zijn onbeholpen geschreeuw, zeker als hij weer eens journalisten uitscheldt. (‘Als jíj dat zo ziet, dan schrijf je dat toch lekker op in dat krantje van jou, joh!’)

In De Gaykrant gaf hij afgelopen zomer zowaar een ingetogen en openhartig interview. Over zijn stiel en haar soms onhebbelijke gewoontes. ‘Doodjammer, maar het zal nog langer duren dan iedereen denkt vóór een profvoetballer bij de mannen zich out.’ Het fenomeen komt volgens hem ‘wel degelijk voor, maar niet één speler in mijn carrière heeft ooit gezegd: ik ben homo. Ik heb het wel vaak vermoed. Maar als je daar niet zelf mee komt, wil ik je niet belasten. De meesten zijn getrouwd en hebben kinderen. Dat kun je ze echt niet aandoen.’ Helemaal pessimistisch betoonde Van Gaal zich evenwel niet. ‘Ik denk echt dat zo’n speler niets in de weg wordt gelegd. Als ze maar gek zijn van het spelletje. Ook omdat ik altijd heb gemerkt dat het vaak de meer creatieve spelers zijn die homo zijn. En die zijn het waardevolst voor iedereen.’

Dat laatste verleent een extra lading aan het woord ‘balvirtuoos’. Het zet je ook slinks aan tot gissen. Wie is, alleen al bij de Rode Duivels, ‘creatief’ in alle betekenissen van dat woord? Maar hoe lekker zulk giswerk ook is, het brengt ons geen stap verder dan pathetische cornervlaggen in zeven kleuren. De echte vragen dienen niet aan profs, trainers, makelaars, eigenaren of journalisten te worden gesteld, maar aan de supporters.

Blijf jíj fan van je held als hij opeens hand in hand over de rode loper wandelt met een vent? Koop jij, als vader, toch nog dat dure truitje voor je zoontje, dat dol is op de kunstjes van een zelfverklaarde rugridder? En snel jij, grootvader of -moeder, tijdens een wedstrijd van de pupillen naar de belagers van je kleinkind, of van desnoods hun eigen koter? Om te melden dat ze een hengst voor hun kop kunnen krijgen, én een trap in hun schaamstreek, als ze dat kind nog één keer durven uitschelden voor flikker, omdat het niet speelt zoals zij willen?

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234