Guido Van MeirBeeld Digital images

Humo's Krasse KnarrenGuido Van Meir (72)

Waar is Corneel gebleven?

‘Schrijf je nog?’ De vraag wordt mij regelmatig gesteld de laatste tijd, een beetje verontrust, zoals men voorzichtig op de badkamerdeur komt kloppen als men vindt dat het daarbinnen wat te lang stil is geweest. Laat me dus langs deze weg iedereen geruststellen: jazeker, ik schrijf nog.

‘Jaja, maar waar is Corneel gebleven?’ blijken ze dan eigenlijk te bedoelen, op een licht verwijtende toon, alsof ik persoonlijk verantwoordelijk zal worden gesteld mocht blijken dat hij ziek, dood of dement is. Het is dan ook vanuit een zekere urgentie dat ik mij aan het schrijven heb gezet van het toneelstuk ‘Cornelius en de Aliens’, een komedie godzijdank, en wat meer is: het schetst hoe het tegenwoordig gesteld en gelegen is met denzelfden Cornelius Bracke van ‘Het wordt te veel voor Corneel’, mijn column die 27 jaar lang in Humo is verschenen. Ondertussen is de wereld zijn gangetje gegaan. Irma van de Kroon geniet dankzij de historische drankzucht van haar klandizie voortaan van een comfortabele oude dag aan de Spaanse Costa’s. Haar zoon Urbain heeft van het café een Urban Coffee Bar gemaakt, een werkplek voor young potentials waar oude stamgasten als Corneel en Lange Rottiers niet meer welkom zijn. Zeker die laatste niet, sinds hij daar in een dronken bui is binnen- gewaaid en vier laptops naar de vaantjes heeft geholpen.

Oké boomer

Uiteraard is Corneel inmiddels ook een decennium ouder en nog een flink stuk grumpier geworden dan hij al was, de ideale tachtiger dus om millennials op stang te jagen. En laat zijn jeugdige opponente in het stuk nu net zijn eigen kleindochter Maori zijn, het kleine meisje uit de columns dat hij al lang niet meer gezien heeft en dat inmiddels is uitgegroeid tot een avant-garde performance-artieste. Kan een weerzien nog meer confronterend zijn? Jawel. Maori mag van het Theaterhuis namelijk een voorstelling maken op voorwaarde dat haar oude opa met haar op het podium staat – want het theater heeft een slecht diversiteitsrapport gekregen omdat er te weinig grijs in hun producties te zien is. Het spreekt vanzelf dat Corneel van deze situatie misbruik maakt om de touwtjes in handen te nemen en nog een laatste keer in het middelpunt van de belangstelling te staan. Een generatieconflict over zowat alles kan niet uitblijven en dat is ook de onderliggende bedoeling van ‘Cornelius en de Aliens’: het botsende onbegrip tussen de generaties (zie de recente ‘Oké boomer’- rage) onverbloemd aan de oppervlakte te brengen in een satirische lachspiegel. Ziedaar mijn antwoord op de vraag of ik nog schrijf. 

CorneelBeeld Humo

Op de vraag die dan volgt, wanneer mijn stuk opgevoerd zal worden, is het antwoord niet zo eenvoudig. De bekende acteur die aanvankelijk Corneel zou spelen en die heel enthousiast met de tekst naar het theater is gestapt waarvan hij veertig jaar lang een trouwe steunpilaar is geweest, heeft maandenlang vruchteloos op een reactie gewacht. Tot hij uiteindelijk, ontmoedigd door zoveel stilzwijgend misprijzen, de handdoek in de ring heeft gegooid. Een blamage voor het theater, maar helaas ook daarbuiten herkenbaar voor veel voortijdig afgeschreven ouderen die bij wijze van spreken nog bij daglicht naar bed worden gestuurd. 

 Een van mijn eerste stukjes die ooit in druk zijn verschenen, was een vlammende lezersbrief in 1963 naar het weekblad De Polder, waarin ik aan de kaak stelde - wie mij kent zal het nauwelijks geloven - dat wij als 16-jarigen wel entree moesten betalen maar niet op de dansvloer mochten tijdens de parochiefeesten op de koer van de Broedersschool. Wat ik wil zeggen is dit: ik heb mij als 16-jarige verzet tegen discriminatie op basis van leeftijd, ik zie geen enkele reden om dat nu als zeventiger wél te aanvaarden. En dan bedoel ik niet het restrictieve deurbeleid van onze plaatselijke dancing.

Oude ziel

Laatst attendeerde iemand mij op het feit dat ik al heel mijn leven over oude mensen heb geschreven. Als twintiger en dertiger bracht ik in Humo Pietje de Leugenaar en Cornelius Bracke tot leven, twee fenomenen van in de zeventig die ik blijkbaar zo boeiend vond dat ik ze later verder ontwikkeld heb voor toneel, roman en tv-serie. Ook Rozeke, de astrante Antwerpse volksvrouw uit mijn monoloog ‘Het schoonste van al’ was zeventig. En de Eerstewereldoorlogveteraan uit ‘Petrus en de dodendraad’ waar Jo De Meyere mee door Vlaanderen toerde, was zelfs een gevorderde tachtiger. Dat kan allemaal geen toeval zijn. Ben ik begiftigd met een oude ziel? Of is het omdat ik van kleins af ben opgegroeid met inwonende grootouders, met een oma die liefdevol onze paaseieren heeft beschilderd? (Uitgerekend vandaag zou ze 122 geworden zijn). Of zit er toch enige waarheid in de slagzin waarmee Corneel zijn kleindochter Maori om de oren slaat: ‘Jonge mensen lijken allemaal op elkaar, oude mensen zijn oud op hun eigen manier’, een citaat waarvan hij het vaderschap opeist maar dat me verdacht vertrouwd in de oren klinkt? Zou het kunnen dat bij de ouderen met hun vele jaarringen vol ervaringen de neerslag van het leven zit opgeslagen zoals de jarenlange energie van de zon zit opgeslagen in de stam van de bomen? Of volstaat het om, Corneel achterna, de cognitieve psychologe Bonnie St. Claire te citeren: ‘Het verstand komt met de jaren’? Of helemaal niét natuurlijk.

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met de VDAB. Kijk nu op https://www.vdab.be/blijf-actief

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234