brusselmans column web Beeld Humo
brusselmans column webBeeld Humo

ColumnHerman Brusselmans

‘We geven ongeveer driehonderd euro per maand uit aan onze hond Aquí, maar hij is het waard’

Herman Brusselmans

Herman Brusselmans gaat iedere week op zoek naar het verhaal achter een opvallende kop in de krant of op een nieuwssite.

Ik vind dieren eigenlijk leuker dan mensen. We hadden thuis ooit een koe, Rosanna, en die had ik liever dan m’n grootmoeder Maria. Eén van de twee scheet geregeld in de keuken, en je mag drie keer raden wie, er rekening mee houdend dat Rosanna nooit in de keuken kwam. Welnee, die stond in de stal, waar ik haar geregeld opzocht, haar aaide, en een gesprek met haar begon, als was ze een heraut van de Heere Gods. ‘Rosanna,’ zei ik dan, ‘geef mij ooit toegang tot de Hemel, waar de Engelen liedjes fluiten van Engelbert Humperdinck, waar Jezus een kruiswoordraadsel zit op te lossen en niet op een synoniem van ‘kalebas’ kan komen, en waar de Heilige Petrus ontdekt dat hij wratten tussen de kaken van z’n gat heeft, op zoek gaat naar een dermatoloog, en er geen vindt, want om de één of andere rare reden zitten alle dermatologen in de hel, samen met stoephoeren, lanterfanters, krokodillentemmers, en premier Vanden Boeynants.’ Rosanna keek mij dan aan alsof ik ze niet alle vijf op een rijtje had, en het lieve beest had nog gelijk ook. Honden vond ik eveneens leuk. We hadden er drie: Donna, Dixie, en Sjoe Sjoe. Die laatste was als homoseksueel geboren en zou het z’n leven lang blijven, en zelfs op de dag voor z’n schielijke overlijden dekte hij de reu van de buren achterwaarts in de reet. De reu, Alfons, vond het nog prettig ook. Ik zei tegen m’n moeder: ‘Onder de honden in de buurt wemelt het van de jeanetten,’ maar m’n moeder zei: ‘Ga jij maar gauw je huiswerk maken.’ De slimste van de drie was Dixie. Als je tegen ’m zei: ‘Dixie, tel tot vijf,’ dan krabde hij vijf keer achter z’n oren. Hij kon vooral tot vijf tellen als hij jeuk had. Soms mistelde hij zich en krabde hij geen vijf maar zesentwintig keer achter z’n oren, maar dat kwam omdat hij dan wel héél veel jeuk had. Donna was een lamme goedzak. Zij lag praktisch de hele dag naast de kachel, trok zich geen bal aan van wat er gebeurde, ging twee keer per etmaal naar buiten om haar behoefte te doen, likte of at die behoefte op, en kwam weer naar binnen. Ze rook een beetje uit haar bekkie, dat wel. Al bijna even leuk als koeien en honden zijn paarden. We hadden een merrie, Clothilde, en die zadelde ik, en ik steeg op, en ik holde met haar door de bossen en over de heide. We haalden soms een snelheid van dertig kilometer per uur, en net voor de afgrond remden we af, en vanop de rug van Clothilde richtte ik m’n buks en schoot ik vier indianen dood die in de vallei rond een kampvuur zaten te manillen. Je zou het hun niet aangeven, maar indianen kaarten graag, terwijl ze zich volgieten met vuurwater. Clothilde is smartelijk omgekomen toen ze stikte in een halve suikerbiet. De andere helft heb ik behouden als aandenken, nog steeds hangt die ingekaderde halve suikerbiet boven m’n schrijftafel, ooit ingesmeerd met chloroform, om bederf tegen te gaan. Ik bedoel, ik ben gek op dieren. Ik heb in m’n volwassen leven schitterende hondjes gehad als Woody en Eddie, en thans resideert bij mij en m’n vriendin Lena het ex-straathondje van Spaanse afkomst Aquí. Die is erg bijdehand, en kan verschillende trucjes, zoals een kikker imiteren, de krant bij het baasje brengen, en alvorens hij dat doet de hele krant aan stukken scheuren. Hij wordt door ons erg verwend, mag gaan en staan waar hij wil, en vijf keer daags ga ik of m’n vriendin met hem wandelen, vaak door het Patershol, en iedere bewoner kent Aquí ondertussen, en roept: ‘Aha, daar heb je Aquí weer!’, en Aquí reageert daar niet op, want volgens mij vindt hij alle bewoners van het Patershol onnozelaars, halvegaren, en gepatenteerde sukkels, hoewel er ook een paar toffe mensen wonen. Aquí kost ons ook redelijk wat geld. Hij heeft een eigen bench, een eigen mand, een eigen tandenborstel en tandpasta, zes tuigjes en drie riemen, eigen speelgoed, eigen hapjes en eigen droog- en natvoer. Dat loopt in de papieren, ik denk dat we ongeveer driehonderd euro per maand uitgeven aan Aquí. Maar hij is het waard. Hij is verstandig, lief, waaks, prachtig, en een kameraad voor het leven. Hopelijk schiet hij op met onze baby Roman, als dat hummeltje begin maart zal geboren worden. Ik zie het zo voor mij: Roman die aan het spelen is met Aquí, en Roman trekt aan een oor van Aquí, en Aquí bijt Roman z’n neus eraf. Want ja, geregeld verloopt de omgang tussen mens en dier niet zomaar perfect.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234