BataclanBeeld Humo

columnRudy Vandendaele

‘Wie gericht zoekt, vindt altijd iets wat hij niet zocht, fluogroene haarverf bijvoorbeeld’

Rudy Vandendaele, Humo-sterkhouder voor het leven, zorgt wekelijks voor geletterd variété.

'Liever tussen vier muren dan tussen zes planken,' zei iemand die het citatenboek niet heeft gehaald. De bevrijding is tot een later tijdstip uitgesteld en de quarantaine zeurt dus door. Inmiddels voelt zowat de hele lodderige dag als bedtijd aan, en bij nacht spook ik dan weer slapeloos rond. Drones kunnen mij in de kleine uurtjes in mijn stadstuintje aantreffen, een plek waar al geruime tijd een ongehoorde stilte te beluisteren valt: het huidige geluid van de vierentwintiguurseconomie. Een andere keer rommel ik 's nachts in een badkamerkast, in de hoop dat ik er op een aangebroken strip slaaptabletten van lang geleden - oud verdriet - zal stuiten.

Wie gericht zoekt, vindt altijd iets wat hij niet zocht, bijvoorbeeld fluogroene haarverf: een spuitbus uit de feestwinkel waar één van mijn dochters, toen ze naar een verkleedpartij moest, of naar een mondeling examen, ooit nog gebruik van heeft gemaakt. Op het etiket las ik dat de haarverf geheel en al uitwasbaar was. Aangezien ik de laatste tijd in een melige stemming verkeer, besloot ik in een ondeelbaar ogenblik mijn haar fluogroen te spuiten - er zijn mensen die in een vergelijkbare fractie van een seconde, plots verlokt door de diepte, uit een raam op de tiende verdieping springen: ze willen in hun val 'Kijk, mama, zonder vleugels!' roepen, maar ze halen het uitroepteken niet. De badkamerspiegel onthulde gaandeweg mijn 'Zelfportret met fluogroen haar' en het eerste wat na de finishing touch in me opkwam, was: 'Humor: je moet ervan houden'. Die fluogroene verf uit mijn haar spoelen, bleek nadien knap tegen te vallen, zodat ik me moest neerleggen bij een fluogroene naglans, die een figurant in een B-film over een kernramp niet zou misstaan.

Op een dag met 253 Belgische coronadoden meldde een autoriteit in het eenuurjournaal dat het virus tekentjes van vermoeidheid begon te vertonen, maar dat was naar verluidt nog lang geen reden om juichend de straat op te hollen en willekeurige voorbijgangers te tongzoenen, alsof het weer september 1944 was. Ik geef toe dat ik die autoriteit ten dele parafraseer. Amusementswaarde gaat te allen tijde voor in mijn tak van de showbizz. Goedele Wachters wees ons in datzelfde eenuurjournaal enthousiast op 'Dichters van wacht', een initiatief dat tijdens de pandemie tot geestelijke leniging moest strekken: dichters die telefonisch en speciaal voor jou uit eigen werk voorlezen, als je ze tenminste aan de lijn krijgt. Eén van hen sprak met de diepgang hem eigen: 'De mensen hongeren naar stilte.' Poëzie zal in wezen wel geruisloos zijn, al hoor ik, als ze wordt voorgelezen, nu eens een zalvende en dan weer een ronkende toon met een ijdel galmpje, die de bijzondere gevoeligheid van de dichter ten overvloede onderstreept. Geen wonder dat ik dan spontaan naar stilte begin te hongeren. Poëzie lijkt me, hoe hartstochtelijk ze je in druk ook tegemoet mag laaien, altijd meer van een nuchtere, zelfs koele voorlezing gediend dan van voordrachtkunst. Ze zelf lezen in stilte kan me dunkt moeilijk overtroffen worden. Maar waar bemoei ik me eigenlijk mee? 'Dichters van wacht' zal wel een mooi initiatief voor troostzoekers zijn, die naar omstandigheden vooral niet te klagen hebben. Het zal vermoedelijk ook bosjes bevoorrechte, obligaat smachtende culturele zwijmelkonten bekoren, die meteen emotionele lekkage vertonen als ze het woord 'poëzie' horen. De dichters die van de wacht zijn, zullen ook wel opgebeld worden door deze of gene snuiter die hun vraagt of ze hem in de gauwigheid een stuk of twintig rijmwoorden op 'venusheuvel' aan de hand kunnen doen, als ze dan toch dichter zijn. Mogelijk heeft die persoon een fluogroene schijn in z'n haar, en een verdachtenbalkje voor z'n ogen, maar dat kunnen die dichters, ook al zijn ze volgens Arthur Rimbaud zieners, gelukkig niet waarnemen.

Vóór culturele zwijmelkonten gaan rondstrooien dat ik te bot voor woorden ben, wil ik de lezer, altijd een eenling, met gepaste schroom en op minstens anderhalve meter afstand 'Verzamelde gedichten' van Menno Wigman (1966-2018) aanbevelen, een boek dat mij dierbaar is. Bij de onafhankelijke boekhandel die, om niet op de fles te gaan, zijn waren nu ook aan huis aflevert, kost het in de provinciehoofdplaats waar ik woon 20 euro. Geen idee hoeveel wc-rollen je voor dat bedrag kunt kopen, en zo wil ik het houden.

Rudy Vandendaele

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234