Jan Mulder teaser columnBeeld Humo

columnjan mulder

‘Wij Hollanders gingen nauwelijks met de zwarte collega om. Een luie vorm van racisme die aan mijn geweten knaagt’

Winschoten, 1963. De klanten van slager Roege tegenover het huis van mijn ouders kwamen de winkel uit, toen een auto met een Belgische nummerplaat de straat indraaide. De inzittenden van de vreemde wagen: Albert Roosens, voorzitter van RSC Anderlecht, en bestuurslid Pierre Buyle, die ondergetekende graag een contract aanboden en daarover met mijn vader wilden praten. Moeders hadden, behalve over de strijkplank, niets te zeggen. In Winschoten woonden in die tijd geen zwarte mensen en homoseksuelen bestonden nog niet, dus dat probleem was ook opgelost.

De heren groetten moeder met alle bijbehorende beleefdheidsvormen en gingen daarna met mijn vader over tot de zaak. De Belgen spraken een bijzonder soort Nederlands. Ik vond het prachtig, de vader van het talent moest er zichtbaar aan wennen. Hij kreeg hulp van een jeugdleider bij WVV, meneer Wubs, die onaangekondigd kwam aanfietsen, zich onmiddellijk in de onderhandelingen stortte en de familie aanraadde notaris Denijs te consulteren voordat Roosens en Buyle ons in de luren legden met allerlei verraderlijke foefjes in het contract. Belgen waren natuurlijk geen Groningers met het hart op de juiste plaats. Belediging op belediging, voortgekomen uit angst voor het vreemde, moesten Roosens en Buyle incasseren. Dat ik het contract uiteindelijk tekende, was te danken aan mijn onwrikbaar verlangen het volgende jaar te voetballen in het paarse shirt, met Jef Jurion en Paul Van Himst.

Na aankomst in Anderlecht werd mij door secretaris Eugène Steppé een pleeggezin voorgesteld: de familie Menschaert aan de Charles De Tollenaerelaan, niet ver van het stadion dat toen nog Emile Verséstadion heette. Gerard Bergholtz, de dure aankoop van Feyenoord, werd er ook gehuisvest. We werden hartelijk ontvangen door het gezin en gingen twee trappen op voor de bezichtiging van onze kamers. Ik lootte de zonnige voorkant en Gerard betrok licht mokkend de achterzijde van het pand. Hij was de oudere van ons beiden en vond dat hij recht had op de betere kamer, wat misschien een terechte gedachte was.

Op de verdieping was nog een derde kamer van anderhalf bij twee meter, geschikt voor het opbergen van de stofzuiger. Er stond een opklapbed. Op dat bed lag Moïse Dos Santos, de Braziliaanse rechtsbuiten van het tweede elftal. Zwart van huidskleur, onderdanig als mijn moeder. Ik vond het verschil tussen zwarte en blanke voetballers qua behuizing een tikje gênant, maar ik was ook niet naar Anderlecht gekomen om de nachten in opbergkasten door te brengen, dus liet ik het, ondanks het onbehaaglijke gevoel dat Dos Santos hier werd gediscrimineerd, voor wat het was.

Andere zwarte spelers van de club, Konkwé, Louzani, Carlos, Quiroz, waren ondergebracht in de catacomben van het stadion. IJzeren stapelbedden, betonnen vloer, lang smal raam vlak onder het plafond met uitzicht op de benen van toeschouwers op weg naar de tribune. Moïse Dos Santos sprak gebrekkig Frans, Bergholtz en ik kenden de taal nog minder goed. Conversatie was zeker mogelijk, maar sociaal gingen de Hollanders nauwelijks met de zwarte collega om. Was dat een luie vorm van racisme? Onwennigheid met het vreemde? Gemakzucht van de eigen taal? Lag het aan Möise zelf, die verlegen was?

Later arriveerde de Congolees Julien Kialunda bij de club. Julien was een geweldige speler en hij 'lag goed in de groep'. Ik kan me niet herinneren ooit met Julien de stad in te zijn gegaan, naar het restaurant of op café. Waaróm niet? Jean Plaskie uit Haren, noeste centrale verdediger naast de frivole Julien Kialunda, knoopte wel een hechte vriendschap aan met Kialunda en bleef hem trouw tot aan diens dood, net zoals hij tot op het laatst Moïse Dos Santos in zijn armoede en lijden bijstond. Black Lives Matter. Jean Plaskie was een voorbeeld van hoe het moet. Aan mijn geweten knaagt het.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234