Review: 'Dans Dans' in de Handelsbeurs

, door ()

38
dans

Het was alweer een poos geleden dat we nog eens een publiek zagen dat gezellig beschaafd aan tafeltjes zat in plaats van elkaar een lel te verkopen in één of andere pit, en dat gemoedelijk aan streekbieren zat te nippen in plaats van halfvolle bekers bier naar elkaars hoofd te mikken. Dans Dans is dan ook getooid met een groepsnaam die meer misleidt dan onthult: zelden muziek gehoord waarop het zó moeilijk shaken was.

Gitarist Bert Dockx (Flying Horseman ), Frederic Lyenn Jacques (bassist van onder andere dé Mark Lanegan ) en drummer Steven Cassiers (Dez Mona) waren namelijk gekomen om sféér te scheppen, en wat u met het resultaat daarvan deed zou hen worst wezen. Hoe ze dat doen: instrumentaal. Al bij ‘Au hasard’, de eerste van de avond, werd duidelijk waarheen het moest: benauwend, ingetogen en toch springend tegelijk. Erop dansen konden we niet, ernaar kijken en lichtjes onder de indruk zijn ging ons iets beter af.

Zoals op ‘I/II’, hun nog verse tweede, was ook nu de jazz nooit veraf. ‘Jazz isn’t dead, it just smells funny’, wist Frank Zappa toen hij zelf nog iets minder dood was dan vandaag - misschien dáárom dat het een uur lang ronduit meurde naar wilde improvisatie en ritmes waarbij overmoedige dansers een enkel konden breken. Maar wie dacht het trucje na een paar nummers wel door te hebben, werd een neus gezet: net dan zette Dockx het op een genadeloos shredden. Huilende gitaarsolo’s: ze hebben hun plaats in jazzcomposities, weten we sinds het springerige ‘Muskiet’ ons met de neus op de feiten drukte.

Grootste deel van het werk op ‘I/II’ bestaat uit bewerkingen van bestaande nummers - noem ze geen covers, u zou wel eens een mep rond de oren kunnen krijgen. Het origineel is namelijk slechts de aanzet, de kleurplaat die nog volgekrabbeld moet worden. Zo gingen het trio vrijdagavond helemaal overstag met ‘Mother of the Veil’ van Ornette Coleman. Het resultaat was iets waar amper een touw aan vast te knopen viel. Georganiseerde chaos voor insiders, maar elitair werd het goddank nooit - nochtans altijd een gevaar voor wie met jazz en improvisatie dweept.

Hulde, want wie onze aandacht kan vastgrijpen met enkel instrumentaal getokkel, en die vervolgens meer dan een uur kan vasthouden, moet wel van goeden huize zijn. Dans Dans, zo kunnen we sinds vrijdagavond uit eigen ervaring zeggen, is van behoorlijk goeden huize. Dansen! Dansen!

Hoogtepunt

Zat met ‘Au hasard’ voor ons al voorin de set. Eigen werk waar zonder blozen mee uitgepakt kan worden.

Laagtepunt

Een rondje spijkers op laag water zoeken, maar de bisronde had voor ons part gewoon weggelaten mogen worden. Voelde een beetje aan als na een uiterst spitsvondige oneliner almaar ‘Heb je’m? Heb je’m?’ zitten roepen in plaats van gewoon weg te wandelen.

Quote

‘Goeienavond’ – Won het slechts op een haar na van het onsterfelijke ‘Dank u’. We zeiden het al: instrumentáál.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: