Tjingeltjangel (15)

‘Als er één gitarist van vorige eeuw is die al onze aandacht en waardering verdient, dan is het Jimi Hendrix’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Vandaag deel 15: Clapton is God (maar Jimi ook)!

Om het exacte moment te bepalen waarop de wijdbeense gitaarheld zijn intrede maakte als mythisch personage in de 20ste-eeuwse volksmuziek, zijn de geleerden nog steeds fel aan het debatteren tijdens een geheim conclaaf, ergens op een geheime plek. Tot ver in de jaren 50 werden muziekensembles nog aangestuurd door een heuse dirigent, een vaak fijntjes besnorde band leader die met een geheven stokje en een glimlach zijn solisten en zijn talrijke blazers en strijkers tot topprestaties aanmaande. Pas toen mensen als Buddy Holly & the Crickets, de in dit verhaal al vaak vermelde rockpioniers, impact bleken te hebben met een simpele basisformule van sologitaar/slaggitaar/bas/drums, drong het door dat men soms veel kan doen met weinig. Het was diezelfde Buddy Holly die de jonge banjospeler Brian Robson uit Newcastle upon Tyne ertoe aanzette om a) zo snel mogelijk een elektrische gitaar te kopen, en b) op de terugweg langs de opticien te lopen om daar een brilmontuur te bestellen dat zo goed als mogelijk op dat van hem leek. Thuisgekomen gingen brilmannetje en gitaar voor de spiegel staan, en daarin was warempel te zien: Hank B. Marvin, de eerste gitaarheld van het aanbrekende decennium dat in de muziekgeschiedenis voorgoed the sixties zou heten.

Marvin geeft trouwens ruiterlijk toe dat hij, meer nog dan door Holly, fel beïnvloed werd door de Amerikaanse rockabillygitarist Duane Eddy. Net als Duane wist Marvin al gauw wonderklanken uit zijn gitaar te halen. Behalve zeer dienstbaar tegenover Cliff Richard en zijn groep, die eerst The Drifters heette en daarna The Shadows, wordt Hank B. door een heleboel later wereldberoemde gitaristen als een voedstervader beschouwd, als de reden waarom zij ooit gitarist geworden zijn. Jimmy Page, Jeff Beck en Mark Knopfler spaarden hun dank en lof niet, Neil Young noemt hem een leermeester.

Backstage, bij een recent optreden van Paul McCartney in Australië (waar Marvin nu woont), verklaarde de opper-Beatle aan de opper-Shadow: 'I'm your number one fan.' Marvin relativeerde het compliment: 'Ik denk dat Paul vooral mijn familie wilde imponeren!'

TURBULENTE LIEFDE

Na de komst van The Beatles, The Stones en al hun derivaten, stortte het rijk van The Shadows evenwel gauw in. De Londense kelders en clubs waar tussen 1958 en 1962 allerlei britrockers, skifflezangers en folkies koning waren geweest, werden nu ingepalmd door veelal blanke blueslieden. Tegelijk waren het laboratoria waar openbaar onderzoek werd gevoerd naar de ontelbare mogelijkheden van de Fender Stratocaster-gitaar, de Vox-versterker en het Wah-wah-pedaal. Londen en haar voorsteden waren blijkbaar vruchtbare grond om jonge snaken voort te brengen die weg en weer liepen tussen topgroepen als John Mayall's Bluesbreakers, Fleetwood Mac en The Yardbirds, bands die nu nog een bel doen rinkelen telkens wanneer hun naam weerklinkt. Ik neem zelfs aan dat u ze ondertussen kent, maar doe uzelf een plezier en luister toch nog eens naar Jeff Beck, Peter Green en Jimmy Page.

En sta ook eens even stil bij Eric Clapton. Denk niet aan de man die in vele crematoria van dienst is wanneer 'Tears in Heaven' nog eens moet gedraaid worden, associeer hem alstublieft niet alleen met fijne, luie zomersongs als 'Wonderful Tonight' en 'Let It Grow', maar ga op zoek naar zijn ware blues power. Dat is overigens ook een song op zijn eerste soloplaat 'Eric Clapton' (1970). Geen meesterwerk, maar best een solide werkstuk dat ook de enorme verdienste heeft om via de innig mooie cover van 'After Midnight' het talent van de buitengewone J.J. Cale te reveleren. Of Clapton nu God was of niet God was, is zonder enig belang. De kracht die hij als jonge bluesspeler had, vond ik in mijn vroege jaren begeesterend. De psychedelische versie van de blues die hij bij Cream samen met Jack Bruce en Ginger Baker uitvond en op teksten van Pete Brown liet kaatsen, was toen en is nu nog altijd écht verbazingwekkend. Laat 'White Room', 'Sunshine of Your Love' of 'Spoonful' nog maar eens knallen. Probeer daarna iets zachts van Blind Faith ('Presence of the Lord') en laat dan weer alle teugels los voor een laaiende liveversie van Derek & The Dominos' 'Layla', de meest turbulente love song uit het rockrepertoire. Hij ging dan ook over een zeer turbulente liefde tussen Clapton en Pattie Boyd, de vrouw van zijn beste vriend George Harrison.

Die laatste was overigens ook een uitmuntend gitarist, die evenwel nooit de behoefte voelde om zich aan te stellen met nutteloze solo's of naar gymnastiek neigend podiumgedrag. Dat had hij gemeen met de betreurde Brian Jones, die na zijn verdrinkingsdood bij The Stones vervangen werd door Ronnie Wood, een kerel met een gouden hart die bij de firma Jagger & Richards na 45 jaar lidmaatschap nog steeds geregeld wordt aangesproken met 'de nieuwe'. Hij speelt mooi en soepel gitaar en zorgt ervoor dat Keith ondanks zijn krakende knoken nog dagelijks beter wordt.

ONBEKEND TERREIN

Maar als er één gitarist van vorige eeuw is die al onze aandacht en waardering verdient, dan is dat toch wel de genaamde James Marshall Hendrix (1942-1970) uit Seattle, die als kind over weinig speelgoed beschikte, maar wel over een keerborstel waarmee hij zich op de tonen van Elvis' grootste hits ontpopte tot een begaafd luchtgitarist. Na wat ongelukkige invalbeurten in de bands van Little Richard, Curtis Knight en Wilson Pickett, en na een wat troebele periode in de bluesclubs van Greenwich Village in Manhattan, zou hij zich als Jimi Hendrix al snel ontpoppen tot een geweldige muzikale tovenaar, die erin slaagde zijn Stratocaster meer geheimen te ontlokken dan iemand ooit had durven dromen. Hendrix veranderde in enkele maanden van getalenteerde meeloper in uitzonderlijke vernieuwer. Hij leidde de rockmuziek naar hoogten waarop dingen gebeurden die niemand ooit vermoed had. Unknown territory. Toen hij in 1966 door de legendarische basgitarist Chas Chandler van de nog legendarischere The Animals uit New York werd 'ontvoerd' en weer werd losgelaten in de Londense clubwereld, had hij precies drie avonden nodig om met de Experience (wijlen basgitarist Noel Redding en wijlen drummer Mitch Mitchell) te leren wie het échte mannetje was. De aanwezigen daar heetten Clapton en McCartney, Lennon en Jagger, Townshend en Beck.

Clapton weet het nog goed: 'Hij is kort daarop eens naar een optreden van Cream gekomen. Hij vroeg vooraf of hij wat mocht meespelen. 'Natuurlijk,' zei ik, en halfweg onze set vroeg ik hem op te komen. Hij begon meteen aan een uitzinnige versie van Howlin' Wolfs 'Killing Floor'. Hij speelde een paar minuten lang alle gitaarstijlen die er bestaan, maar wel zonder zich ooit aan te stellen. Na de song stapte hij gewoon rustig het podium af. Mijn leven is sindsdien nooit meer hetzelfde geweest.'

Hendrix is een paar jaar lang - laten we zeggen van '67 tot '70 - de koning van Planeet Rock geweest. Hij sliep te weinig, rookte te veel sigaretten, dronk te veel whisky, nam nog veel meer andere drugs en was dus na 27 jaar dood.

Sommige mensen vinden dat een mooie leeftijd voor een rockmuzikant. Ik vind dat pathetisch. Mijn favoriete Hendrix-song is 'The Wind Cries Mary', mijn favoriete Hendrix-lp 'Are You Experienced'. Favoriete covers: wat hij deed met Dylans 'All Along the Watchtower' en 'Like a Rolling Stone' (op het Monterey Pop Festival). Favoriete bewegende Jimi? Zoek 'Star Spangled Banner' op, zoals de meester die bracht om 8 uur 's morgens tijdens het Woodstock-festival.

Wie ik ten slotte en overigens ook graag gitaar hoor spelen, zijn volgende heren: Frank Zappa, Bob Dylan en Raymond van het Groenewoud. Het is maar dat u het weet.

Volgende Week: Gabba Gabba Hey!

De playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234