tjingeltjangel (18)

‘Ayers en Syd hadden een té sterke persoonlijkheid om goed binnen een groep te kunnen functioneren’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Vandaag deel 18: A Tale of Two Kevins!

Ik heb altijd al een zwak gehad voor de outsiders in de rock-'n-roll en aanverwante gebieden. Mannen of vrouwen met een duidelijk aanwezig zeldzaam talent, dat helaas nergens duidelijk bij hoorde. Ik heb het nu over eenzame figuren als Skip Spence en zijn duistere meesterwerk 'Oar', over Judee Sill ('Jesus Was A Cross Maker'), een begenadigd kind van God dat na twee en een halve lp de weg verloor en jammerlijk in de afgrond naast deze wereld verdween. Graag ook een stille gedachte voor de fabuleuze Laura Nyro en haar helemaal van New York City, vrouwenzaken en zoeken naar zelfkennis doordrenkte reeks platen waarmee ze tijdens de laatste jaren van de sixties even aan de hemel schitterde. Om u een idee te vormen waarmee Nyro bezig was: zoek en vind de verzamelaar 'Stoned Soul Picnic'. Ze schreef ook de fameuze hit 'And When I Die' van Blood, Sweat and Tears. Leonard Cohen was een fan.

Staan ook wat allenig in mijn platenkast: de heer Jesse Winchester en zijn uiterst zachtzinnige repertoire vol in honing gemarineerde countryballads, waarvan 'The End Is Not in Sight', 'My Songbird' en 'The Brand New Tennessee Waltz' weleens de radio halen. Of de heer Alan Price, die na zijn succesvolle verblijf bij de werkelijk fantastische Animals en de toch nog lichtjes hitgevoelige Alan Price Set een reeks mooie platen onder eigen naam heeft gemaakt. Zijn versie van 'To Ramona' is misschien wel de mooiste Dylan-cover die ik ken. En nog zo'n voor velen volkomen verborgen schat heet Stacey Earle, het jongere zusje van de gelijknamige wonderbeer Steve. Haar door en door ontroerende 'Dancin' With Them That Brung Me' stamt alweer uit het jaar 2000. Outsiders, zei ik. Ik hou ervan.

PUIS-JE?

Aan de rafelranden van Swinging London liepen er ook wel wat outsiders rond. Syd Barrett, om er maar één te noemen, was zo'n lieflijke crazy diamond. Eén van de stichters van Pink Floyd, planetair bekeken nu wellicht de bekendste rockgroep aller tijden, maar in die tijd een klein en kunstig groepje dat zich met vloeistofdia's en psychedelica bezighield, en veelal zweverige muziek, maar ondertussen toch niet vergat prachtige lp's op te nemen, zoals 'The Piper at the Gates of Dawn' of 'A Saucerful Of Secrets'. Tussendoor scoorden ze zelfs een ferme hit of twee met topsingles als 'See Emily Play' of 'Arnold Layne'. Wat daarna met de Floyd gebeurde, heb ik eerlijk gezegd niet meer van zo dichtbij gevolgd: de ene keer dat ik ze hoorde, stond er een koe op hun platenhoes, de andere keer dat ik ze zag, hingen er varkens in het dakgebinte van het Sportpaleis. Ze hebben me nooit echt geërgerd, geef ik toe, maar werkelijk geboeid al evenmin. En dat geëmmer over die muur mag van mij na vier decennia ook wel ophouden, beste Roger Waters.

Terug naar Syd Barrett dan maar. Ik draai zijn solowerk ('Barrett' of 'The Madcap Laughs') nog weleens en vraag me dan af wat er van zijn talent geworden zou zijn als hij de waanzin niet op zijn levenspad had aangetroffen. Veel, wellicht. Al kan het ook zijn dat hij na die soloplaten uitverteld was. Weet dat ik je soms mis, baby lemonade. Zo heette trouwens één van zijn songs die al een halve eeuw in mijn kop is blijven hangen.

Diezelfde Syd Barrett had een vriend en die heette Kevin Ayers. Net zoals Barrett een beetje het vliegende wiel was aan de wagen van Pink Floyd, speelde Ayers die rol bij de progressieve (dus een beetje naar jazz neigende) groep The Soft Machine uit Canterbury. Ayers, in die tijd een jonge blonde god op blote voeten, was een eenzaat en een duizendpoot en een losbol - en eigenlijk net als zijn kameraad Syd ook een té sterke persoonlijkheid om goed binnen een groep te kunnen functioneren. Hij heeft dat wel geprobeerd, bijvoorbeeld met The Whole World, waarmee hij één lp ('Shooting at the Moon', 1970) heeft opgenomen voor Pink Floyds label Harvest Records. Ik zag die formatie ooit bezig op een regenachtige middag tijdens het Jazz Bilzen-festival van dat jaar. Ik weet wel dat het in het krom Frans gezongen liedje 'Puis-je?' me iets deed en dat ik veel oog en oor had voor de jonge gitarist op de achtergrond die toen ook al Mike Oldfield heette, en nauwelijks drie jaar later één van de succesrijkste langspeelplaten aller tijden zou maken, te weten 'Tubular Bells'.

Kevin Ayers - een luiaard, werd gezegd, en ook een gierige en lastige mens met een drugs- en drankprobleem - bleef van eind jaren 60 tot aan zijn dood in 2013 een eigenzinnige weg bewandelen, met op het palmares een dertigtal lp's van diverse kwaliteit. Hij maakte zijn muziek graag alleen, maar vaak ook samen met talentvolle vrienden als Robert Wyatt en andere ex-collegae uit The Soft Machine. Ook de legendarische Nico was soms van de partij. Alsook dat ander Velvet-icoon, John Cale. Met die laatste verzuurde de relatie wel enigszins toen die ontdekte dat Ayers de avond vóór een prestigieus concert dat hij, Nico, Brian Eno en Cale in het Londense Rainbow Theatre zouden geven (en dat werd vastgelegd op de live-lp 'June 1, 1974') met Cales vrouw geslapen had.

Wie zich vandaag een weekend lang door Ayers' back catalogue heen wurmt, komt bijzonder veel mooie nummers tegen, die live vaak nog beter werkten dan op plaat. 'Stranger in Blue Suede Shoes' is er zo eentje, 'Caribbean Moon' al evenzeer. 'Ballad of a Saleman Who Sold Himself': de titel zegt het al.

Succes is iets wat Kevin op zijn vele reizen niet vaak is tegengekomen. Midden jaren 70 was hij wel een held in Vlaanderen en scoorde hij hier met 'Day by Day' zelfs een soort hit. Die song kwam uit de geweldige concept-lp 'The Confessions Of Dr. Dream and Other Stories' (1974). Het mooie aan Ayers' eigenzinnige verhaal is dat hij, vele jaren nadat ik dat innig mooie 'Puis-je?' op Jazz Bilzen had gehoord, zijn carrière en ook een beetje zijn leven afsloot met een nog ragfijner simpel liefdeslied dat 'Baby Come Home' heet (een duet met Bridget St John, eigenlijk) en dat alle regels van de schoonheid tart. De song komt uit de eerder meesterlijke 29ste plaat van de man, getiteld 'The Unfairground'. Terwijl hij de lp voorbereidde, ontdekte hij dat hij voor veel jonge mensen iets betekende. Leden van de hiphopgroep The Ladybug Transistor of de Teenage Fanclub waren hevige fans en stonden hem bij. Met zeer bevredigend resultaat.

MARJORY RAZORBLADE

Het leek er even op of de mid-seventies zouden in dit landsdeel a tale of two Kevins worden, want een andere Londense outsider kwam hier talrijke harten stelen. Hij was tevens een andere Kevin. Die heette voluit Kevin Coyne. Je zou kunnen zeggen dat hij een singer-songwriter was, maar hij was toch vooral een fenomeen. John Peel was diep onder de indruk van hem, Virgin-baas Richard Branson eveneens en uw lijfblad zag hem ook wel zitten. Dat had te maken met zijn formidabele en ook wat beangstigende dubbel-lp 'Marjory Razorblade' en de door de radio werkelijk zot gedraaide single daaruit, 'Marlene'. Later was het glasheldere 'I'll Go Too' ook iets wat op een hit leek. Maar eigenlijk is het hele oeuvre van Kevin Coyne aan herwaardering toe, want Coyne was een reus. Op lemen voeten weliswaar, maar wel een reus. Zoek nu zijn 'Sunday Morning Sunrise' op en ontdek de singer-songwriter die voor zijn vrouw het volgende schreef: 'Must be Sunday morning once again / And our children are asleep / And I hope that they don't wake'. Ziedaar de mensch!

Volgende week Local Heroes

Luister naar onze Tjingeltjangel-playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234