null Beeld rv
Beeld rv

‘The Philosophy of Modern Song’

Bob Dylan: ‘Rome of Parijs kun je nog afwimpelen. Maar ‘London Calling’? Dan neem je op’

Hij praat er al twaalf jaar over: ‘The Philosophy of Modern Song’, het eerste volwaardige boek van Bob Dylan sinds zijn Nobelprijs Literatuur, is eindelijk daar. Geen memoires, wel een bundeling essays over 60 songs die hij, behalve op de platenspeler, ook in zijn medicijnkastje koestert. Een warme ode aan de kunst van het songschrijven, doortrokken van rake bespiegelingen over de condition humaine. Humo presenteert: acht essays in een exclusieve voorpublicatie, van ‘decadente vakbondsleiders’ tot ‘onbevredigbare saters’.

Bob Dylan

‘Tutti Frutti’ (1955) - Little Richard

null Beeld rv
Beeld rv

A-Wop-Bob-A-Loo-Bop-A-Wop-Bam-Boom. Little Richard sprak op de radio al in tongen voordat wie dan ook wist wat er aan de hand was. In tongen spreken, dat deden ze alleen in zweterige tenten, maar hij deed het gewoon op de radio, waar iedereen hem kon horen. Hij schreeuwde als een dominee, want dat was hij. Little Richard is de meester van de dubbelzinnigheid en ‘Tutti Frutti’ is een goed voorbeeld. Een fruit, een homoseksuele man, het valt allemaal onder ‘tutti frutti’. Die term slaat ook op een zoet ijsje. Twee meiden, Sue en Daisy, allebei travestieten. Heb je Elvis Presley ooit ‘Tutti Frutti’ zien zingen in ‘The Ed Sullivan Show’? Weet hij wel waarover hij zingt? Zou Ed Sullivan het weten? Zouden die twee het weten? Ik denk dat van alle mensen die ‘Tutti Frutti’ hebben gezongen, Pat Boone de enige was die wist waar hij over zong. En Pat weet ook wat in tongen spreken is.

In de nummers van Little Richard komen veel mensen voor. Alle stereotypes: Uncle John, Long Tall Sally, Mary en Jenny, Daisy, Sue, Melinda. Ze komen allemaal voorbij in de schaduwwereld van seks en dromen en je hebt ze niet zomaar verslagen.

Little Richard was alles behalve little. Hij zegt dat er iets aan de hand is. De wereld staat op het punt om uit elkaar te vallen. Hij is een dominee. ‘Tutti Frutti’ laat het alarm afgaan.

‘London Calling’ (1979) - The Clash

null Beeld rv
Beeld rv

Punkrock is de muziek van frustratie en woede, maar The Clash is anders. Hun muziek kwam voort uit wanhoop. Ze waren een wanhopige groep. Ze willen alles erin proppen. En ze hebben maar weinig tijd. Veel van hun nummers klinken overdreven, alsof ze er te hard aan hebben zitten schrijven. Te vol van goede bedoelingen. Maar niet dit nummer. Hier zijn ze op hun best. Relevanter en wanhopiger dan ooit. The Clash was altijd de band die ze dachten te zijn.

‘London Calling’. Er was een toneelstuk met die naam dat in 1923 in première ging in Londen, een musical vol stroperige sketches. Maar de term bleef hangen. In de jaren 40 had ‘London calling’ een sinistere bijklank. Londen is aan de lijn: stuur voedsel, kleding, vliegtuigen, wat je maar kunt regelen. ‘Calling’ klinkt urgent, vooral voor Amerikanen. Het is anders als Rome belt of Parijs belt of Kopenhagen belt of Buenos Aires, of zelfs Moskou. Je kunt al die telefoontjes afwimpelen door iemand te laten zeggen: ‘Kan ik een boodschap aannemen? Dan bellen we later terug.’ Maar niet als Londen belt.

De tegenhanger van dit nummer is Roger Millers ‘England Swings Like a Pendulum Do’: ‘Bobbies on bicycles two by two’. The Clash verafschuwt Beatlemania. De extreme puberemoties van die moeilijke leeftijd. ‘I Wanna Hold Your Hand’, al die herkenningsmelodietjes voor Little Missy en meiden van school, de o zo schattige hysterie van 16-jarigen. Het heeft allemaal geen plaats meer in het echte Londen. In het echte Londen wordt de oorlog verklaard. Londen bevindt zich in de onderwereld. De wereld van drugs en onroerend goed aan de oever van de rivier. The Clash haalt zijn neus op voor the fool on the hill. Je krijgt er met de wapenstok van langs als je ‘Hey Jude’ zingt. The engines are broken and The Clash live by the river.

Als je in Amerika over rivieren begint, denkt iedereen aan de Mississippi. Een prachtige, wijd stromende waterweg door het hart van het land. The Clash zingt over de Theems. Maar in Amerika denk je automatisch aan de Mississippi. Juist dat maakt dit nummer zo aansprekend. De hele wereld staat in brand, maar hij woont nog altijd bij de rivier, en daar put hij een soort hoop uit, en een manier om te ontkomen aan alle mogelijke problemen.

‘Big River’ (1957) - Johnny Cash & the Tennessee Two

null Beeld rv
Beeld rv

Goedbedoelende mensen kunnen je verstikken met lof. Johnny Cash vindt het heerlijk om de Man in Black te zijn en kleedt zich dus zo, maar in werkelijkheid is hij als artiest en mens heel wat veelzijdiger. Zijn beste platen zijn speels, zitten vol met woordgrapjes en humor, en zijn mijlenver verwijderd van de murder ballads, verhalen over armoe en ellende en Trent Reznor-covers die zijn fans van hem gingen verwachten. Songs als ‘One Piece at a Time’, ‘Get Rhythm’ en de door Shel Silverstein geschreven nummer 1-hit ‘A Boy Named Sue’.

Johnny Cash kon dit nummer schrijven dankzij Woody Guthries ‘The Biggest Thing That Man Has Ever Done’. Regeltjes als ‘I built the Rock of Ages, ’twas in the Year of One’. ‘I’m the man that signed the contract to raise the rising sun’. ‘I was straw boss on the Pyramids, the Tower of Babel, too’. ‘I taught the weeping willow how to cry, and I showed the clouds how to cover up a clear blue sky’. Het belangrijkste element van dit nummer is de dreun van de akoestische slaggitaar, het geluid van een chain gang. Je kunt dit nummer eigenlijk niet coveren zonder dat mee te nemen. De officiële versie is misschien wel het grootste wat Johnny ooit heeft gedaan. Het nummer is opgebouwd op de call-and-response-partij die op een akoestische gitaar wordt gespeeld. De gitaren versterken het ritme met dat beuken. Er is een schaduwfrase en een echofrase, als de dreun van een chain gang. Alsof iemand hout staat te hakken.

Op ‘The Essential Sun Collection’ van Johnny Cash staan een paar eerdere versies, voordat ze de definitieve maakten. De tekst wijkt hier en daar af en ze hebben dat call-and-response-gedeelte er nog niet bij. Het is een mooi voorbeeld van hoe nummers in de studio evolueren.

Johnny Cash is een gospelzanger. Of althans, zo ziet hij zichzelf. Als hij bezig is, verandert hij op een gegeven moment in Gargantua, Finn MacCool en Jigger Jones, allemaal tegelijk. Die man kon over rivieren klimmen. Hij kon spoorlijnen aanleggen en jonge stieren vellen. Hij is een verteller van sterke verhalen. Hij splijt de wolken en drinkt nitroglycerine. Dit is de echte Johnny Cash, en ‘Big River’ is zijn herkenningsmelodie.

‘I Got a Woman’ (1954) - Ray Charles

null Beeld rv
Beeld rv

Halverwege het stratenblok ziet hij het stoplicht bij het kruispunt op oranje springen. Maakt niet uit, het was toch al rijden-stilstaan, rijden-stilstaan. Het maakt niet uit dat alle stoplichten tegenzitten. Het kan zo wel drie uur gaan duren. Hij had na het werk net zo goed eerst kunnen eten, dan was hij net zo laat gearriveerd. Maar ze zit op hem te wachten.

Laat in de middag en de zon was heter dan een luciferkopje, maar de rit duurde zo lang dat zijn aan de autozitting vastplakkende overhemd ook weer opdroogde. Hij tikte op zijn borstzak om te kijken of hij kauwgum had om in zijn mond te doen bij het binnenrijden van haar straat. Maar dat ging nog wel even duren. Hij zette de radio harder en tikte op het stuurwiel op het ritme van Fathead Newmans tenorsax.

Hij had hoofdpijn van te veel koffie. Hij dacht aan dat nieuwe meisje op kantoor met de hoge jukbeenderen en de pleister op haar hiel waar ze een blaar had. Ze glimlachte als ze de liftdeur voor hem openhield. Ze woonde waarschijnlijk dichtbij. Waarom kon hij haar niet leuk vinden?

In het begin reed hij roekeloos en uit pure wellust door rode stoplichten, voordat hij verdoofd raakte door de sleur en de rit geen missie meer was, maar een klusje.

Ze zou half slapend en chagrijnig op de bank op hem zitten te wachten. Zelf zou hij ook niet bepaald stralend gezelschap zijn na die rit door de hele stad. Zeker, in het begin was het dolletjes. De hele dag en nacht niets dan liefde, geen gemopper of geklaag. Maar dat duurt nooit lang. En dan blijft er weinig meer over behalve die lange rit.

Verlangen verflauwt, maar het verkeer gaat altijd door.

‘Whiffenpoof Song’ (1946) - Bing Crosby

null Beeld RV
Beeld RV

Dit nummer is de grijnzende schedel. Een liedje voor insiders, een nummer met een stamboom, een nummer met connecties in de high society. De middenklasse hoeft het niet te snappen, het nummer lijkt een diep, duister geheim te huisvesten. Van de tafels in Mory’s tot de mysterieuze Louie en de geliefde Temple Bar. Wijze woorden voor insiders. Een liedje van een geheim genootschap. Neem alleen al het woord ‘whiffenpoof’, een woord om kwade geesten op afstand te houden. De melodie is stokoud, de laatste snik, het begin van het einde. Dit is een nummer dat wordt gezongen door de leden van de inner circle.

De meeste mensen weten tegenwoordig niet eens dat ze deze song kennen. Ze zien ‘whiffenpoof’ als een exotisch woord. Maar als je ‘We’re poor little lambs who have lost our way’ begint te zingen, kun je er donder op zeggen dat ze zullen antwoorden met ‘Baa! Baa! Baa!’ Bing zingt het zo straight, zonder een zweem van ironie, dat je denkt dat het een diepere betekenis moet hebben.

De zwarte schapen van geprivilegieerde families, op ramkoers en verdoemd van hier tot in de eeuwigheid. Dit nummer is van iedereen, de broederschap, het politieke apparaat, de zwijgende meerderheid, de rijkdom der naties. Het is voorbestemd en in de wieg gelegd, het heeft nu eenmaal een lotsbestemming. Angstaanjagend en hopeloos. Het vrolijkt je op, dat garandeer ik je. Het is verwaand en onbereikbaar, een kabbalistisch liedje met een gecodeerde boodschap. Als je het zingt, is het helemaal van jou.

‘Midnight Rider’ (1970) - The Allman Brothers

null Beeld rv
Beeld rv

Dit is de midnight rider, de aartsprotagonist. Hij draagt een pak en een masker. De boer, de kleine ondernemer, de gezagsgetrouwe burger. In het begin maakte hij bezwaar tegen dit en tegen dat en kreeg hij te horen dat hij ‘maar beter zijn brutale mond kon houden’. Dus koos hij een ander wapen. Nu probeert hij de plaatselijke cultuur te ondermijnen en in een ijzeren greep te krijgen.

Hij veroordeelt immoreel seksueel gedrag en bestrijdt sociale corruptie. Een gezworen vijand van politieke bureaucratie, machthebbers, verkiezingsfraude, decadente vakbondsleiders, partijpolitici, parasieten uit het bedrijfsleven. Suikeroompjes en andere geldschieters. De midnight rider wil ontregelen en hij heeft de macht en het vermogen om de ongeschreven wet te maken en naleving af te dwingen. Hij is de verstorende derde partij, de politieke splijtzwam, de linkervleugel en de rechtervleugel. Hij is de vijand van iedereen die wil profiteren van zwakken en onwetenden. Hij vertegenwoordigt iedereen die niet vrijuit durft te spreken. Hij laat zijn gezag willekeurig gelden. De midnight rider wil de oude economische orde herstellen, toen kolossale bedrijven nog niet de dienst uitmaakten. Hij wil beginnen met een schone lei. Hij maakt een formaliteit van godsdienstige haat. De midnight rider gebruikt geweld voor de goede zaak. Hij heeft je al de wacht aangezegd en hij zal komen als het donker is, rond bedtijd tijdens het spookuur.

De midnight rider heeft sympathisanten.

‘A Certain Girl’ (1961) - Ernie K-Doe

null Beeld rv
Beeld rv

Ernie K-Doe is zo iemand die je wilt kennen, iemand die je er graag bij hebt. Een man die geheimen kan bewaren. Hij vertelt niemand iets. Je hoeft je geen zorgen te maken dat hij achter je rug zijn mond voorbij zal praten of geld gaat innen voor iets wat hij over je weet. Hij zal je geen dolk in je rug steken. Hij speelt geen informatie door. Geen verrader, geen klikspaan. Hij zal geen aangifte doen. Je kunt op hem vertrouwen. Iemand die weigert te vertellen hoe zijn meisje heet. Zo iemand wil je graag aan je zijde.

Heel anders dus dan in ‘Do You Want to Know a Secret’ van The Beatles. Dat is iemand die je wilt vermijden. Hem hoef je niet onder druk te zetten om informatie te delen. Hij komt er zelf wel mee, of je erom vraagt of niet. Die vent kan zijn bek niet houden. Dat kan je dood worden, of misschien moet je hem vermoorden om zelf niet te worden vermoord.

‘The Pretender’ (1976) - Jackson Browne

null Beeld rv
Beeld rv

Je zou kunnen zeggen dat dit nummer van het album ‘The Pretender’ één van Jackson Brownes beste is. The Platters zongen over ‘The Great Pretender’, maar net als veel andere dingen zijn pretenders tussen de jaren 50 en 70 sterk gedevalueerd.

De pretender is een bedreiging voor kerk en samenleving. Het komt niet bij hem op dat hij een dagje ouder wordt en hij is honds nieuwsgierig naar de andere sekse. Hij is een schaamteloze zelfverheerlijker. Hij spreekt over zichzelf in de derde persoon. De pretender is iemand die zichzelf heeft verkocht voor een kruimel van de Amerikaanse droom. Hij is een venter, een dronkenlap met een kater, een onbevredigbare sater, en voor de pretender geldt: de pretender komt eerst en de rest komt later.

Hij is op pad, hij is altijd net op weg naar Californië. De pretender verdubbelt de inzet, vermijdt alles wat hem niet bevalt en zal zichzelf nooit voor de voeten lopen. Hij is zo glad als een aal, hij voert je dronken en bindt je vast, hij vermoordt je met slogans. De pretender staat niet in de rij voor zijn maaltijd, hij neemt snacks mee van huis, heeft een vaste baan, gaat naar huis en maakt het zich makkelijk, en dan staat hij de volgende ochtend op om het bij wijze van toegift allemaal opnieuw te doen. Zijn leven is een plaat die blijft hangen en hij heeft alle antwoorden. Hij ziet liefde als een gevaarlijk karweitje en zijn succes is afhankelijk van zich anders voordoen dan hij is.

Hij zit gevangen in die andere, mindere wereld, de wereld van wettige betaalmiddelen, waarin sirenes afgaan en kerkklokken worden geluid en het ochtendlicht naar binnen valt. Het alwetende licht, het stralende licht, het felle licht dat hem blind maakt als een mol. Hij denkt op de lange termijn en zit in de val tussen kolder en ranzigheid – het niets en het wat – hij is de ouwe rot op zoek naar een nieuwe oorlog om uit te vechten – verstrikt in de corrupte machine, zonder acht te slaan op dingen die te snel komen, daar kan hij niet tegen. Hij kan beter uit de voeten met dingen die hij pas na lange tijd begrijpt, dingen die zijn leven verrijken. Hij en zijn verlangen naar liefde gaan gebukt onder de last die anderen meetorsen.

Hij wandelt in het maanlicht, flaneert over de boulevard, stopt nooit voor een rood stoplicht. Hij wil niet worden gefossiliseerd, wil niet dat ze een mummie van hem maken. Hij struint rond als de avond valt, als de lucht kil en bijtend is, als geliefden alles grappig vinden en grinniken en giechelen, en stort zich om het allemaal te bekronen in grootse gevechten, probeert de wereld aan stukken te scheuren, hij knokt en beukt en slaat van zich af. Hij ziet alles, een donkere bril op zijn gezicht om zijn ogen te verbergen. Maar er zijn geen ogen, er is geen hart en geen ziel, er zijn alleen lege kassen en een allesverslindende behoefte aan seks.

Gisteravond luisterde hij op de radio naar jazz, Mingus, Brubeck en Monk, en hij viel weer eens in slaap voor een stoplicht terwijl hij zich zat te verwonderen over Utopia, een land waarover hij heeft gehoord in een droom. Hij denkt dat hij op een dag alles zal terugvinden wat hij is kwijtgeraakt of achter zich heeft gelaten, dat hij op een dag een meisje zal vinden dat hem zal laten zien wat giechelen werkelijk betekent, en dan zal hij de liefde bedrijven met haar totdat hij totaal uitgeput is, geen enkele energie meer heeft, totdat er niets over is van zijn mannelijkheid. En dan doet hij het allemaal nog een keer. Dat staat wat hem betreft al vast. Hij gaat zich gedragen als een dwaas, een echte clown, en hij gaat alles doen voor geld. Hij gaat alle spullen kopen die hij in etalages ziet staan en alles kopen wat hij ziet in reclames. Wat het ook is, hij gaat het kopen, alles wat in de folder staat. Hij zet oogkleppen op en gaat geloven in alles wat lucratief is, alles waar hij zijn poen aan uitgeeft. Hij heeft een nieuwe bladzijde omgeslagen, de straat is van hem, en daar komt hij dan.

Ooit was hij een jonge vent, onderontwikkeld maar fel, een taaie gast, maar hij heeft gecapituleerd, heeft de witte vlag gehesen. Hij dacht dat zijn liefde de strijd met iedereen zou aankunnen, maar dat was niet zo. Als je een gebedje wilt zeggen voor de pretender, moet je dat vooral doen. Maar wees voorzichtig, want je kunt hem zomaar tegen de haren in strijken. De pretender wil niet dat de dingen gewoontjes zijn. Duidelijker kan hij het niet zeggen.

‘The Philosophy of Modern Song’ verschijnt op 1 november bij Unieboek | Het Spectrum.

'The Philosophy of Modern Song' - Bob Dylan Beeld rv
'The Philosophy of Modern Song' - Bob DylanBeeld rv

Luister ook naar onze playlist:

Schrijf je in op onze wekelijkse muzieknieuwsbrief:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234