Marc DiddenTjingeltjangel (3)

Buddy Holly’s wonderlijke doortocht door dit tranendal

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Deel drie.

Lees ook deel één en twee.

Zodra het kind een naam had - the blues had namelijk a baby and they called it rock 'n' roll - werd rock behalve een muziekgenre en een onschuldige hobby ook een beroep. Honderden jonge Amerikanen schaften zich plotsklaps elektrische gitaren aan en omgordden die fluks, op zoek naar faam en fortuin. 'Iedereen gitarist!' was toen de geldende slagzin en neefjes met iets minder muzikaal talent werd gewoon aangeraden om drummer te worden. De gekte sloeg algauw over naar het Verenigd Koninkrijk, en vandaar naar de rest van de wereld.

In de States hadden Elvis en Chuck, zoals we in de vorige les geleerd hebben, het pad behoorlijk geëffend, zodat het grote publiek eindelijk begon te begrijpen dat muziek ook vanuit het bekken beleefd kon worden en dat rock-'n-roll, ook al werd dat zelden zo gezegd, gewoon een surrogaat voor seks was, iets wat in de periode na de oorlog en vóór de pil eerder moeilijk te verkrijgen was. Voor de dansvloer vertaald werd seks dan 'boogiewoogie'. Voor wie van wanten wist, was dat natuurlijk geen nieuws. Want wie zei er ook weer dat dansen gewoon een manier was om op legale wijze even andermans man of vrouw in je armen te sluiten?

THE DAY THE MUSIC DIED

Alhoewel ik diep in mijn binnenste eigenlijk Zuster Glimlach heet, zie ik mij toch verplicht dit hoofdstuk te beginnen met een redelijk droevig verhaal. Eentje dat de ouderen onder ons zeker zijdelings kennen via een liedje van de folkzanger Don McLean, of wellicht uit een latere herwerking ervan door een andere folkzangeres, Madonna. Het lied heet officieel 'American Pie', maar het is ook algemeen bekend als 'The Day the Music Died'. En u kent het zeker. Ik hoor het u namelijk nu al innerlijk meezingen, zo van 'Bye, bye, Miss American Pie / Drove my Chevy to the levee but the levee was dry / And them good old boys were drinkin' whiskey and rye / Singin' this'll be the day that I die'.

Vooral die laatste zin verwijst naar één van de donkerste dagen van de prille rockgeschiedenis, en wel 3 februari 1959. Toen stortte namelijk bij Clear Lake, Iowa een vliegtuigje neer van het type Beechcraft Bonanza. Aan boord bevonden zich behalve de 21-jarige piloot Roger Peterson ook nog drie rocksterren in de dop. Buddy Holly was de bekendste onder hen en ook wel buiten alle kijf de beste. Maar ook de twee andere onfortuinlijke reizigers, J.P. Richardson aka The Big Bopper en Ritchie Valens, waren krachtige artiesten die zeker hun steentje hebben bijgedragen tot het grotere verhaal dat ons hier bezighoudt. The Big Boppers oerversie van 'Chantilly Lace' en Valens' wondermooie slepende ballad 'Donna' horen nog altijd thuis op elke ware of virtuele jukebox. Ook zijn swingende lezing van de Mexicaanse folksong 'La Bamba' is zeer de moeite en werd briljant gecoverd door velen, maar toch vooral door Los Lobos.

KEVERS EN STENEN

Maar de bekendste dode van dat wrede ongeluk op die droevigste aller 3 februari's was dus een gewone jongen uit Lubbock, Texas die van huis uit Charles Hardin Holley heette, maar bij de eerste tekenen van succes voor de iets beter bekkende artiestennaam Buddy Holly had gekozen. Hij was een buitengewoon begaafd songschrijver, gitarist, zanger en performer. En hij droeg op aanraden van één van de Everly Brothers een hoornen bril. Zo onhip dat het weer hip werd. En duizenden jongetjes met zelf een hoornen bril deed dromen dat ook zij ooit deel konden uitmaken van de Industrie van het Menselijk Geluk. Holly was in 1936, dus midden in de Grote Depressie, geboren in een bescheiden gezin, met grauwgrijs zicht op de toekomst.

Zijn ouders hielden wel van muziek: er was veel folk, country en gospel te horen in hun stulpje. Vader en moeder vonden het dus niet erg dat zoonlief op zijn 16de om een gitaar vroeg, en ze waren ook niet verbaasd toen bleek hoe vanzelfsprekend hij die kon bespelen. Aanvankelijk waagde hij zich vooral aan eigen versies van de traditionals die hij thuis hoorde, en ook weleens aan iets van zijn countryidool Hank Williams, maar nadat hij één keer Elvis Presley op tv had gezien, was de nood aan wat heupswing en vooral aan een elektrische gitaar groot. Toen Elvis eens door Lubbock passeerde, mochten Buddy en zijn vrienden, ze heetten ondertussen The Crickets, het voorprogramma verzorgen. Backstage kon er ook een babbel af met de toen nog zeer benaderbare Presley en zijn muzikanten. Vanaf 's anderendaags werden Buddy Holly & The Crickets een rock-'n-rollgroep.

Ik leerde Buddy kennen via de Vlaamse Journalist en Televisiefiguur Guy Mortier (Mol, 24 maart 1943). Hij draaide 'm geregeld in zijn terecht legendarisch genoemde radioprogramma 'Schudden voor gebruik' en ik weet nog dat 'Peggy Sue' het eerste nummer was waar ik plat voor ging. Alleen al door die naam kon ik me dat meisje zo voorstellen en mijn kennis van het Engels was al net voldoende om de simpele subtiliteit van een zin als 'If you knew Peggy Sue / You'd know why I feel blue' te kunnen smaken. Maar wat me vooral betoverde - behalve Buddy's stem en woorden natuurlijk - waren de drumroffels die Jerry Allison onder het hele nummer neerlegde om er zo een onweerstaanbare drive aan te geven. Het zijn volgens Bob Dylan, toen hij de song aankondigde in zijn radioshow 'Theme Time Radio Hour', 'some of the best paradiddles ever heard on a record'. Wat een paradiddle is, moet u maar eens opzoeken in een woordenboek. Maar ik ga er wel mee akkoord.

Behalve Dylan waren ook The Beatles en The Rolling Stones grote fans van Buddy. De Kevers haalden hun inspiratie zelfs bij De Krekels (The Crickets) toen zij een lijst insecten aan het afvinken waren op zoek naar een naam. Keith Richards beweert dat de hele sound van de Stones eigenlijk rust op die ene Buddy-song, 'Not Fade Away', een nummer dat op zijn beurt duidelijk de mosterd haalde bij een andere pionier, genaamd Bo Diddley.

Het wonderlijkste aan Buddy Holly's doortocht door dit tranendal is vooral dat hij in de zeer korte tijd die hem toegemeten was, een repertoire uit zijn mouwen heeft geschud dat nu al ruim zestig jaar lang mondiaal inspireert en ontroert. Het leidt bij elke beluistering automatisch tot ritmisch met de voet tappen en drijft zelfs de meest timiden onder ons naar de dansvloer. Behalve naar 'Peggy Sue' is het raadzaam om ook eens te luisteren naar 'Oh Boy', 'Rave On', 'I'm Gonna Love You Too' of 'Rock Around with Ollie Vee'. Om daarna de druk te laten zakken met innig mooie ballads als 'Learning the Game', 'True Love Ways', 'Raining in My Heart' of 'Crying, Waiting, Hoping'. De kwaliteit van Holly's songs blijkt ook uit de covers die onder andere The Beatles ('Words of Love'), Linda Ronstadt ('It's So Easy to Fall in Love', 'That'll Be the Day') en Blind Faith ('Well All Right') ervan hebben gemaakt.

BUDDY ET LES AUTRES

Was Buddy alleen op de wereld zolang hij op de wereld was? Geenszins. In zijn hoogdagen, de tweede helft van de jaren 50 van de vorige eeuw, was rock als een lopend vuur de jeugd van alle Angelsaksische landen gaan betoveren en sloeg die vonk ook over naar andere continenten, het oude Europa incluis. Behalve Elvis en Carl Perkins, Bo Diddley, Fats en Chuck, Gene Vincent en zijn Blue Caps, Bill Haley en zijn Comets, Wanda Jackson en Brenda Lee stonden er nog drie reuzen op. Ze hebben namen als klokken en klinken ook zo: Little Richard ('Tutti Frutti'), Eddie Cochran ('Summertime Blues', 'Somethin' Else') en Jerry Lee Lewis ('Great Balls of Fire'). Over hen hebben we het volgende week, jongens en meisjes. En ja, jongelui, u moet dat kennen voor het examen!

Volgende week: Just Like Eddie

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234