Bye Bye Britannia: de Brexitsongs

Vannacht vertrekt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Humo en het puikje van de Belgische artiesten en muziekkenners wuiven het Verenigd Koninkrijk nu al uit met de ultieme brexitplaylist. Een trip door de Britse rockgeschiedenis in dertig songs.

Beluister hier de ultieme brexitplaylist: 

The Kinks • ‘Waterloo Sunset’ (1967)

De meest Engelse groep aller tijden met hun meest Engelse song. Uit het raam kijken naar de Thames en de taxi’s van Londen, naar die twee geliefden die elkaar iedere vrijdagavond ontmoeten bij Waterloo underground, is vrede hebben met het hele universum. Ray Davies schreef de song voor zijn oudere zus, die jong was in de Tweede Wereldoorlog en dus het swinging Londen van de sixties had moeten missen – in zijn fantasie zag hij haar afspreken met haar minnaar, om samen te emigreren.


Fairport Convention • ‘Who Knows Where the Time Goes?’ (1969)

De keuze van Marc Didden «Bij het luisteren naar muziek, of naar mensen for that matter, kan het me eigenlijk niet zoveel schelen waar het vandaan komt. De zuidkant van Chicago of de noordkant van Deurne? Zolang er maar wat grain op zit, zou ik zeggen. Maar als het om de groene akkers van Albion gaat, komt toch altijd ‘The Kinks Are the Village Green Preservation Society’ boven. Bij een song als ‘People Take Pictures of Each Other’ is er tastbare Engelsheid in het spel.

»Maar nu ik erover nadenk, zit alles wat ik wil zeggen eigenlijk vervat in de hoesfoto van Fairport Conventions legendarische folkrockplaat ‘Unhalfbricking’, en in de muziek die daarop staat.»


Small Faces • ‘Lazy Sunday’ (1968)

De song die klinkt als een nest schofterige buren die dag en nacht veel te luide platen draaien en hun Benson & Hedges-sigarettenpeuken in je voortuin mikken. Met Steve Marriott zaliger (hij stierf in 1991 in een woningbrand) in z’n allerbeste Cockney: ‘Cor blimey Mrs Jones / How’s old Bert’s lumbago?’


Gerry & The Pacemakers • ‘You’ll Never Walk Alone’ (1963)

De ultieme voetbalsong, de hymne van Liverpool F.C., is een sterk staaltje merseybeat: beatmuziek ontstaan aan de oevers van de Mersey in Liverpool. Weetje: BBC-icoon John Peel was zo’n grote Liverpool-supporter, dat dit de openingsdans was op z’n huwelijk.


The Beatles • ‘Penny Lane’ (1967)

Nog een exponent van de merseybeat, maar daarna toch nét iets meer geworden. ‘Penny Lane’ is een straat in Liverpool, maar dit is dé song die je door het Londense Carnaby Street van de sixties wil doen flaneren.

Lonnie Donegan • ‘Rock Island Line’ (1955)

Het allereerste Britse jeugdidool was de Schot Lonnie Donegan. Held van Van Morrison, maar ook van onze Roland Van Campenhout, want de door hem ontketende skiffle craze waaide ook over naar onze contreien.


The Who • ‘I Can’t Explain’ (1965)

De groep die de Union Jack en zelfs het logo van de Royal Air Force, die blauw-witte schietschijf, uitriep tot rock-’n-rolliconen. The Who waren de aanvoerders van de mods: working class-jongeren die trots waren op hun afkomst en er alles aan deden om er goed uit te zien. Zie later ook The Jam.


Nick Drake • ‘Poor Boy’ (1970)

De keuze van Serge Simonart «Nick Drake is über-Brits door zijn verfijning, de British countryside die in zijn muziek doorklinkt én het upper class-accent waarmee hij zingt. Briljante melodieën, uniek gitaarspel, intrigerende en ontroerende teksten, benijdenswaardige precisie en emotieve kracht: Drake had het allemaal. Ik kies ‘Poor Boy’ omdat het een meesterlijk niemendalletje is én omdat ik wed dat Lou Reed, David Bowie en Mick Ronson het hebben gehoord, want het arrangement doet erg denken aan ‘Walk on the Wild Side’.»


Black Sabbath • ‘Black Sabbath’ (1970)

Heavy metal die meer met Birmingham dan met Beëlzebub te maken had. Want hoe working class kun je zijn, als je je geluid te danken hebt aan een fabrieksongeval? Gitarist Tony Iommi was als metaalarbeider twee vingertoppen verloren, hence zijn monolithische riffs. De occulte interesses van Black Sabbath reikten weliswaar niet verder dan de Britse Hammer Horror-films.

Ozzy Osbourne «Het ging ons om de shock value. In Engeland kwamen we niet in de buurt van Status Quo en Slade, in Amerika stonden we door onze act meteen met hen op affiches.»


Genesis • ‘The Battle of Epping Forest’ (1973)

Omdat Engeland nu eenmaal ook Stonehenge en Peter Gabriel is. Progrockers Genesis maakte met ‘Selling England by the Pound’ in 1973 één langgerekte ode aan bedreigde Engelse tradities: van Shakespeare tot het working class-leven in de East End. Oorzaak van die dreiging: op 1 januari 1973 was het VK toegetreden tot... de Europese Unie!


T. Rex • ‘Metal Guru’ (1972)

In 1977 knalde de Mini Clubman van Marc Bolan tegen een boom in het chique Richmond upon Thames bij Londen: de meest flamboyante aller glamrockers was op slag dood.

Johnny Marr (The Smiths) «Glamrock was dé muziek die je rond de voetbalvelden hoorde begin jaren 70: Roxy Music, David Bowie, The Sweet, T. Rex... Manchester United-supporters dosten zich uit als Ziggy Stardust, die van Chelsea als de bende uit ‘A Clockwork Orange’. Als ik ‘Metal Guru’ hoor, moet ik daar altijd aan terugdenken.»


Dr. Feelgood • ‘Roxette’ (1975)

Misschien meer nog dan glamrock een genre dat écht nergens anders kon gemaakt worden dan in het VK: pubrock.

Rhys Webb (The Horrors) «‘Roxette’ doet me denken aan mijn pa en ik die op zaterdag samen naar de pub gingen. Ik groeide op in Southend, niet ver van Canvey Island, waar Dr. Feelgood vandaan kwam. Mijn eerste paar Chelsea boots waren van hun frontman Lee Brilleaux: mijn pa had ze gekregen van een vriend aan wie Brilleaux ze persoonlijk had overhandigd. Tragisch genoeg waren die schoenen hem te klein geworden, door zijn ziekte.’ Lee Brilleaux stierf in 1994 aan lymfeklierkanker.


Marc Stewart & The Maffia • ‘Jerusalem’ (1983)

De keuze van Luc Janssen: «Postpunkpionier Mark Stewart, met een meesterlijke dubversie van Engelands onofficiële volkslied ‘Jerusalem’, naar een gedicht van William Blake. Een anarchistische funkbewerking als tribute voor al wie vocht voor het ‘green and pleasant land’ Engeland.»


Sex Pistols – ‘God Save the Queen’ (1977)

De keuze van Ludo Mariman (The Kids) «Iedereen mag beweren wat hij wil, maar de Sex Pistols waren de grote mannen. De Champions League. Ik heb punk leren kennen door mijn trips naar Londen. Je had toen van die goedkope ééndagtrips: je vertrok in Deurne met het vliegtuig, erna stapte je de bus op naar Londen, daar liep je heel de namiddag rond, en tegen zes, zeven uur zat je weer op de bus richting vliegveld. Dat deed ik vaak op zaterdag. In het begin voor het voetbal, maar al snel ook voor de punk. Ik ging in Londen naar voetbalwedstrijden kijken – Chelsea, Tottenham, West Ham. En Chelsea lag aan King’s Road, in 1976 de levensader van de punk. Op King’s Road liepen ze allemaal te showen, hè, de punks, met hun piekhaar, leren jassen en verknipte T-shirts. Ik was meteen verkocht.»

Het officiële Britse volkslied zou na de Pistols nooit meer hetzelfde zijn. De single met het overplakte portret van Queen Elizabeth, een collage van Jamie Reid, werd uitgebracht ter ere van her majesty’s zilveren jubileum. Nu we toch aan het relschoppen zijn: jaag hierna ‘White Riot’ van The Clash door uw cottage, en daarna Stiff Little Fingers met ‘Suspect Device’, een song die bewijst dat de Noord-Ierse punk de kwaadste was.


Smiley Culture • ‘Cockney Translation’ (1984)

De keuze van TLP «Ik ga ieder jaar naar Notting Hill Carnival, maar in Londen kom je sowieso in contact met de Jamaicaanse cultuur. Tippa Irie, Smiley Culture en Papa Levi waren in de jaren 80 mc’s – of dj’s, zoals de Jamaicanen zeggen: iemand die platen kiest is daar een selector – bij de legendarische UK sound system Saxon Sound. Fantastisch hoe Smiley hier een lesje geeft in Londens-Jamaicaans slang, cockney-patois dus. Tragisch: in 2011 stierf Smiley Culture tijdens een politie-inval bij hem thuis.»


The Fall • ‘The Classical’ (1982)

De keuze van Mauro Pawlowski «Een hilarische working class-vloekmatch in de pub, maar dan met de intellectuele balorigheid van een Wyndham Lewis. En intussen speelt er postpunk op de jukebox. Mijn favoriete Engeland: welbespraakt, grof en fooking funny. ‘Hey there, fuckface-ah! Hey there!’»


Robert Wyatt • ‘Shipbuilding’ (1983)

Song over de Falklandoorlog van 1982, geschreven door Elvis Costello. De scheepswerven in een verpauperde stad liggen er verlaten bij, wanneer een gerucht de werkloze arbeiders weer hoop geeft: een overzeese oorlog vraagt om schepen. Dat de jongens in diezelfde stad naar die oorlog moeten om er mogelijks hun leven te verliezen, maakt dit ‘goeie’ nieuws des te bitter. We zitten hier in volle Thatcher-periode.


Pet Shop Boys • ‘West End Girls’ (1984)

Dat de Britse synthpop in de eighties – Pet Shop Boys, Bronski Beat, Boy George, Erasure, Frankie Goes To Hollywood – zo gay was, was wel degelijk een reactie op het conservatieve Thatcher-bewind.

Neil Tennant (Pet Shop Boys) «Jimmy Somerville kon het onderdrukte slachtoffer uithangen in ‘Smalltown Boy’, omdat hij een onderdrukt slachtoffer wás. Mrs. Thatcher was namelijk verantwoordelijk voor Clause 28, een wet die scholen verbood om homoseksualiteit voor te stellen als een legitiem alternatief voor heteroseksualiteit. Niemand werd ooit vervolgd, maar het waren echt andere tijden.»


The Smiths • ‘Panic’ (1986)

De keuze van Frank Vander linden «Geen enkel ander stuk muziek geeft die typisch Engelse mengeling van romantiek en agressiviteit in het (uitgaans)leven zo goed weer. Drinken, verloren lopen en op zoek gaan naar muziek die nooit op de radio of in de discotheken komt. Weten dat je op je gezicht gaat krijgen, maar dat bijna opzoeken, in de hoop dat je iets terugvindt dat kleurig afsteekt bij het grijs van de Engelse steden.»


The Stone Roses • ‘Fool’s Gold’ (1989)

De jaren 90 begonnen in ’89. In Manchester, met z’n discotheek The Haçienda, xtc en de baggy sound (vernoemd naar hun oversized jeans) van The Stone Roses en Happy Mondays. Even later kwam de doemerige grunge uit Amerika al dat hedonisme doodmeppen en was het alweer uit met de ‘Madchester’-bands.


Blur • ‘End of a Century’ (1994)

De keuze van Bent Van Looy «Een band die ‘Britannia’ met hun plaat ‘Parklife’ weer cool maakte, zich bewust profileerde als Engels en toch op een kritische, mild-satirische manier naar z’n land en generatie keek. Clever en uniek.»


Oasis • ‘Champagne Supernova’ (1995)

Tegen 1995 staarden de Britten op muzikaal vlak alléén nog naar hun eigen navel: wat er in de rest van de wereld aan muziek werd geproduceerd, kon hen totaal gestolen worden. Eurofilie – denk aan de fascinatie van Bowie in de jaren 70 voor Berlijn – was een relict uit een ver verleden.


Pulp • ‘Common People’ (1993)

Kon ook van Pulp: ‘Cocaine Socialism’, over de salonsocialisten van New Labour die gezellig tegen de britpoppers én de common people aanschurkten.

Jarvis Cocker «Veel mensen hebben parallellen getrokken tussen de opkomst van de britpop in 1995 en de verkiezingsoverwinning van Labour in 1997. Daar zit een kern van waarheid in. Begin jaren 90 was het idee dat indiebands mainstream konden worden even ridicuul als het idee dat Labour ooit ons land zou regeren. Maar dankzij britpop gingen veel mensen onbewust redeneren: als dat kan, dan kan ook labour verkozen worden. Dat gevoel van ‘alles is mogelijk’ maakte deel uit van de tijdgeest van toen.»


Underworld • ‘Born Slippy’ (1996)

‘Lager lager / Mega mega mega white thing’: het Britse bierlied der Britse bierliederen, uit de film ‘Trainspotting’, was eigenlijk een schreeuw om hulp van een alcoholverslaafde.

Karl Hyde (Underworld) «Ik was zo naïef. Ik dacht: ‘Met zo’n nummer zal ik duidelijk maken hoe erg het gesteld is met me, maar het tegenovergestelde was waar. Iedere keer dat we dat nummer speelden, zag ik een zaal vol omhooggestoken blikjes bier. Het werd an anthem for drinking.»


Roni Size / Reprazent • ‘Brown Paper Bag’ (1997)

De keuze van Netsky «Eén van die drum-’n-bassnummers die me destijds tot het genre bekeerden. Als ik ‘Brown Paper Bag’ hoor, denk ik meteen aan Londense clubs als Matter, Heaven en Fabric. Roni Size is één van de Britse grondleggers van mijn favoriete tempo: 174 beats per minuut.»


The Streets • ‘Has It Come To This’ (2002)

‘And this is the day in the life of a geezer’. Rond de millenniumwissel moest de lad culture van de Britpop wijken voor de geezer culture. Een geezer zat stoned in z’n flat op z’n computer tracks te maken en droeg een trainingspak. Mike Skinner uit Birmingham was de ultieme geezer, met zijn debuut ‘Original Pirate Material’ leverde hij de soundtrack voor de randstedelijke post-millennium melancholie.

Jason Williamson (Sleaford Mods) «Tegen het einde van de jaren 90 bleek dat new labour gewoon de conservatieven onder een schuilnaam waren en was Oasis ten onder gegaan aan het geld en de coke. De euforie bleek vals. The Streets boden me een sprankeltje hoop: hoe Mike Skinner op die hoesfoto’s stond, alleen in een kamer met dat gescheurde behangpapier, blikje bier naast hem: dat was het tegenovergestelde van al die gulzigheid.»


Arctic Monkeys • ‘Fake Tales of San Francisco’ (2006)

Uit de dagen dat ieder meisje op Kate Moss wou lijken, en iedere jongen op een Libertine. Op een rockster dus, om dan op zijn of haar plaats gezet te worden door die ene zin van Arctic Monkeys: ‘You’re not from New York City / You’re from Rotherham’. Rotherham, een gat bij Sheffield.


Amy Winehouse • ‘You Know I’m No Good’ (2006)

The Libertines beleefden hun hoogdagen in het Londense district Camden, en daar hing ook Amy Winehouse rond nadat ze haar eerste, jazz-geïnspireerde plaat ‘Frank’ had gemaakt. In de pubs en pool halls van Camden, meer bepaald.

Amy Winehouse «Ik deed niks anders dan poolen – every day solidly for like a year. En in de jukebox zat nu eenmaal geen jazz. Ik hoorde alleen maar sixties soul, en ik was er meteen weg van. En er is natuurlijk ook de hartenpijn: de meeste van die liedjes gaan over hoe verliefd je bent op iemand en hoe je voor die persoon zou willen sterven. This is the shit, dacht ik meteen.»


FKA Twigs • ‘Papi Pacify’ (2013)

De keuze van Jeroen De Pessemier (The Subs) «Mijn vriendin komt uit Londen, samen woonden we een tijd in de wijk Shoreditch. In de yogales viel ons een klein meisje op dat heel lenig was: achteraf bleek dat FKA twigs te zijn, vlak voor haar grote doorbraak (lacht).

»Emotionele, experimentele pop met crazy urban beats, gemaakt door een artieste met Jamaicaanse, Spaanse en Britse roots... Dit is het geluid van het Londen van nu, een smeltkroes waar creativiteit en kapitalisme elkaar opjagen.»


Kate Tempest • ‘Europe is Lost’ (2016)

‘Europe is lost, America lost, London lost’ (...) Now it’s back to the house of lords with slapped wrists / They abduct kids and fuck the heads of pigs’. De aandachtige lezer herkent in deze passage de gewezen premier van het Verenigd Koninkrijk David Cameron: in een recente, ongeautoriseerde biografie werd namelijk beweerd dat Cameron als student tijdens een doop ‘intieme lichaamsdelen’ in ‘de mond van een dood varken’ zou hebben gestoken. Kate Tempest, een dichteres die muzikante werd, staat symbool voor het VK na de brexit: radeloos verward, maar nog altijd een vat vol bloody good tunes.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234