'Eerst vonden we Yoko opdringerig, maar later begrepen we: als John van haar houdt, moeten we dat accepteren' Beeld GQ
'Eerst vonden we Yoko opdringerig, maar later begrepen we: als John van haar houdt, moeten we dat accepteren'Beeld GQ

ExclusiefVoorpublicatie

De autobiografie van Paul McCartney: ‘Ik begrijp niet waarom John zo wreed was tegen mij’

Na twee kinderboeken en een dichtbundel brengt Paul McCartney (79), al meer dan een halve eeuw de beroemdste muzikant ter wereld, nu een allereerste autobiografie uit: een blik in de hersenpan van de man die alles heeft meegemaakt én er en passant een evergreen over schreef.

Paul McCartney

‘De lyrics’ (oorspronkelijk: ‘The Lyrics: 1956 to the Present’) is een ‘zelfportret in 154 songs’, opgehangen aan de liedjesteksten van de ex-Beatle. Op deze Humo-pagina’s: een exclusieve voorpublicatie aan de hand van 10 onsterfelijke McCartney-tracks – over lsd, geschoren schapen en ruzies met John Lennon.

‘ELEANOR RIGBY’ (1966)

Mijn moeders favoriete cold cream was Nivea, waar ik nog altijd dol op ben. Daar dacht ik aan bij de beschrijving van het gezicht dat Eleanor ‘in a jar by the door’ bewaart.

Ik kende in mijn jeugd veel oudere dames, onder meer door Bob-a-Job Week, een soort klusjesweek waarin je als scout een shilling kreeg als je iemands schuur opruimde of het gras maaide. Eleanor Rigby is gebaseerd op een bejaarde dame met wie ik het goed kon vinden. Ik ging soms langs om een praatje te maken, of ik deed boodschappen voor haar. Ze gaf me een lijstje en dan ging ik alles kopen en daarna gingen we in haar keuken zitten.

Het verhaal gaat dat ik de naam Eleanor Rigby heb gehaald van een grafsteen op het kerkhof van St Peter’s Church in Woolton, waar John en ik vaak wandelden. Ik kan me niet herinneren dat ik dat graf heb gezien, maar ik neem aan dat ik die naam onbewust heb opgeslagen.

St Peter’s heeft een belangrijke rol gespeeld in mijn leven. In de zomer van 1957 ging ik met mijn vriend Ivan Vaughan naar het dorpsfeest dat bij die kerk werd gehouden. Hij stelde me voor aan zijn vriend John, die optrad met zijn band The Quarry Men. Ik was 15, John 16.

Ongeveer een week later kwam ik Pete Shotton tegen, die in The Quarry Men wasbord speelde, een belangrijk instrument in een skiffleband. Hij vertelde me dat John me graag bij de band wilde. Typisch John, het een ander laten vragen zodat hij niet voor schut zou staan als ik niet wilde.

Ik schreef in ‘Eleanor Rigby’ doelbewust over eenzaamheid en hoopte empathie op te roepen bij de luisteraar. De openingsregels zijn ‘Eleanor Rigby /Picks up the rice in the church where a wedding has been/Lives in a dream’. Ik wilde het schrijnender maken dan haar alleen maar na afloop laten opruimen, dus werd het iets over iemand die eenzaam is. Iemand die zelf niet zal trouwen, er alleen over droomt.

Allen Ginsberg vertelde me dat hij het een schitterend gedicht vond. En dan is het zo, want Allen was geen prutser. Ook William Burroughs, die later een plaatsje kreeg op de cover van ‘Sgt. Pepper’, bewonderde het nummer. Hij was onder de indruk van hoeveel verhaal ik in slechts drie coupletten had verwerkt. Het voelde als mijn doorbraak als tekstschrijver, een wat serieuzer nummer.

‘FIXING A HOLE’ (1967)

Voor ik een nummer schrijf, is er een zwart gat. Vervolgens pak ik mijn gitaar of piano om het op te vullen. Als ik ga zitten, is er alleen maar zwart. Een gat met niets erin. Misschien ben ik een tovenaar en haal ik na drie uur een konijn tevoorschijn uit wat blijkbaar geen gat was, maar een hoge hoed. Misschien is er aan het einde van een schrijfsessie geen zwart gat meer, maar een kleurrijk landschap.

Over kleurrijke landschappen gesproken: ik was de laatste Beatle die met lsd begon. John en George vonden dat ik het moest doen om op hetzelfde niveau te komen als zij. Ik was terughoudend, want ik ben nogal voorzichtig ingesteld en had gehoord dat je na het gebruik van lsd nooit meer de oude werd. Ik wist niet of ik dat een goed idee vond. Maar uiteindelijk gaf ik me over en nam op een avond samen met John lsd.

Ik heb geboft, want ik heb er niet echt schade door opgelopen. Er zat natuurlijk wel een angstaanjagend element in. Het engste was dat het niet ophield als jij wilde dat het ophield. Als je zei: ‘Oké, dat is genoeg, het feestje is voorbij’, zei de lsd: ‘Nee hoor, helemaal niet.’ Als je dan naar bed ging, bleef je van alles zien.

Als ik in die tijd mijn ogen sloot, was er geen zwart, maar een klein blauw gaatje. Het was alsof er iets moest worden gerepareerd. Ik had dan altijd het gevoel dat ik een antwoord zou krijgen als ik naar boven klom om door dat gaatje te kijken. Ik zou urenlang kunnen uitweiden over hoe de woordspelingen in Bing Crosby’s ‘Please’ – ‘Oh, Please/Lend your little ear to my pleas’ – van invloed waren op de woordspeling ‘And it really doesn’t matter if I’m wrong I’m right/Where I belong’. Maar de belangrijkste invloed was niet dat metafysische concept van een gat, maar een fysiek fenomeen dat ik pas zag toen ik acid had gebruikt. Ik zie het nog altijd van tijd tot tijd en ik weet precies wat het is. Ik weet precies hoe groot het is.

Sommige mensen denken dat ‘Fixing a Hole’ over heroïne gaat, waarschijnlijk omdat ze bij ‘hole’ aan naalden denken. Toen ik dit nummer schreef, was ik nog vooral met marihuana bezig. Ik woonde min of meer alleen in Londen en genoot van mijn nieuwe huis. De interesse in doe-het-zelven kreeg via woorden eigenlijk voor het eerst betekenis voor me.

‘EAT AT HOME’ (1971)

‘Eat at Home’ is een andere kijk op huiselijkheid dan wat John en Yoko in 1969 deden met hun ‘bed-in voor de vrede’ in een Amsterdams hotel. De wereld waarover ik hier zing is rustiger dan de zijne, al was het maar omdat we niet de hele wereldpers hadden opgetrommeld.

Linda en ik waren pas getrouwd en hadden een baby. We wilden dolgraag aan alle drukte ontkomen en de tijd vinden om gewoon een gezin te zijn. Ik had enkele jaren eerder een boerderij in Schotland gekocht en Linda was er weg van. Ze fotografeerde veel. Ik denk dat Schotland haar hielp een nieuwe kant van haar werk te ontdekken. Ze ging minder vaak muzikanten fotograferen en richtte zich op de natuur en de alledaagse aspecten van het gezinsleven.

Zonder Linda zou ik nooit op een paard zijn geklommen. Dat was iets voor ‘anderen’, dacht ik altijd. Paardrijden was niet voor mensen zoals ik. Maar in Schotland vonden we onszelf en dat gaf ons de heerlijke vrijheid om in alle rust nieuwe dingen te proberen. Paardrijden deden we voor ons plezier, maar veel andere klusjes moesten gedaan worden om de boerderij draaiende te houden. Ik leerde zelfs schapen scheren met een tondeuse – per dag deed ik ongeveer veertien à twintig schapen, maar de beheerder van mijn boerderij, Duncan, werkte er wel honderd af. Het is al een hele opgave om een schaap op zijn rug te krijgen.

In muzikaal opzicht grijpt ‘Eat at Home’ terug naar Buddy Holly, die van grote invloed was op The Beatles toen we opgroeiden en songs gingen schrijven. Eén van de dingen die me goed bevielen, was dat het me lukte om Buddy’s gewoonte om wat hortend te zingen over te nemen door in de frase ‘eat in be-e-e-e-d’ een blatend schaap te imiteren. Daar was ik trots op!

‘John Lennon liet iemand anders vragen of ik bij zijn band The Quarry Men wilde spelen, zodat hij niet voor schut zou staan als ik niet wilde. Typisch John.’ (Van links naar rechts: George Harrison, John Lennon en Paul McCartney in 1958) Beeld PRIVÉARCHIEF
‘John Lennon liet iemand anders vragen of ik bij zijn band The Quarry Men wilde spelen, zodat hij niet voor schut zou staan als ik niet wilde. Typisch John.’ (Van links naar rechts: George Harrison, John Lennon en Paul McCartney in 1958)Beeld PRIVÉARCHIEF

‘HEY JUDE’ (1968)

Ik liet dit nummer voor het eerst aan John en Yoko horen op de zogeheten Magische Piano in mijn muziekkamer. Toen ik ‘The movement you need is on your shoulder’ zong, draaide ik me om naar John: ‘Maak je geen zorgen. Dat verander ik nog.’ Maar hij zei: ‘Niet doen. Dat is het beste regeltje.’ Een prachtige illustratie van onze manier van samenwerken. Hij was zo gedecideerd dat het erin moest blijven dat ik tegenwoordig altijd aan John denk als ik die woorden zing, waardoor het een emotioneel moment in de song is geworden.

Destijds was het spannend, want ik weet niet of hij begreep dat ik deze song voor zijn zoon Julian had geschreven. Het begon toen ik op een dag op weg was naar Julian en zijn moeder Cynthia. John had Cynthia verlaten en omdat we bevriend waren, zocht ik haar op in Kenwood om te vragen hoe het met hen ging. Er is weleens gezegd dat ik het met Cynthia wilde aanleggen. Dat soort dingen zeggen mensen, maar zo was het niet. Ik wist hoe zwaar het leven zou worden voor Jules, zoals ik hem noemde, nu zijn vader hem had verlaten en zijn ouders gingen scheiden. Het nummer was bedoeld om hem een hart onder de riem te steken.

Het heette aanvankelijk ‘Hey Jules’ maar dat veranderde ik snel in ‘Hey Jude’, omdat ik dat iets minder specifiek vond. Ik besefte dat niemand precies wist waar het over ging en dat ik het dus beter een beetje open kon laten. Ironisch genoeg heeft John enige tijd gedacht dat het over hem ging, dat het mijn manier was om hem toestemming te geven om met Yoko te zijn: ‘You have found her, now go and get her.’

Het was niet de bedoeling dat ‘Hey Jude’ zo lang zou worden, maar we hadden aan het einde zoveel pret met het improviseren dat het een meezinger werd. Het arrangement van het orkest wordt deels opgebouwd en opgebouwd omdat het daar de tijd voor krijgt. We hadden zoveel plezier dat we zelfs het vloeken halverwege in de mix hebben laten zitten, toen ik een fout maakte op de piano. Je moet goed luisteren om het te horen, maar het zit er echt.

‘GOLDEN EARTH GIRL’ (1993)

Hoewel dit vooral een ode aan Linda is, dacht ik bij het schrijven ook aan John en Yoko. Toen ze een stelletje waren, kwam ze altijd mee wanneer The Beatles in de studio werkten. Dat begon toen we ‘The White Album’ opnamen. We vonden het aanvankelijk allemaal – behalve John natuurlijk – nogal opdringerig, maar we leerden om haar heen te werken. Uiteindelijk begreep ik: als John van haar houdt, moeten we dat accepteren en hun relatie steunen.

Een jaar of twee later gingen The Beatles uit elkaar en dat was een vreselijke periode, een echt dieptepunt, waarin iedereen elkaar beschuldigde en verwijten maakte. Maar gaandeweg werd dat beter, en toen hij en Yoko in 1975 een zoontje kregen, Sean, hadden we weer meer met elkaar gemeen en spraken we vaak over het ouderschap. Het zat weer goed tussen ons, maar toen werd hij vermoord. Vanaf dat moment had ik veel empathie voor Yoko. Ik was mijn vriend verloren, maar zij was haar man en de vader van haar kind kwijtgeraakt.

John verwees in zijn teksten vaak naar Yoko en de natuur. Hij gebruikte in ‘Julia’ bijvoorbeeld de term ‘ocean child’. Dat is, als ik het goed heb begrepen, de Engelse vertaling van haar naam. Ik gebruik hier vergelijkbare beelden over Linda: ‘Good clear water, friend of wilderness.’ John schreef voor ‘The White Album’ trouwens een nummer dat ‘Child of Nature’ heette, maar dat heeft die plaat niet gehaald. Hij heeft het later omgewerkt tot ‘Jealous Guy’.

‘De split was een vreselijke periode, iedereen maakte elkaar verwijten. Jaren later ging het weer beter tussen mij en John, maar toen werd hij vermoord.’ Beeld PRIVÉARCHIEF
‘De split was een vreselijke periode, iedereen maakte elkaar verwijten. Jaren later ging het weer beter tussen mij en John, maar toen werd hij vermoord.’Beeld PRIVÉARCHIEF

‘GOT TO GET YOU INTO MY LIFE’ (1966)

Weet je wat we zo nodig ‘in our life’ wilden halen? Marihuana. We ontdekten wiet toen we in Amerika waren, en het knalde onze kleine geestjes uit onze hoofden.

We waren in een New Yorkse hotelsuite, en Bob Dylan kwam langs met zijn roadie – hij had toen net ‘Another Side of Bob Dylan’ uitgebracht. Zoals altijd zaten we te drinken – scotch en cola en Franse wijn was dat in die dagen – en Bob was in een achterkamertje verdwenen. We dachten dat hij naar de wc was, maar toen kwam Ringo dat kamertje uit met een vreemde blik op zijn gezicht: ‘Ik was bij Bob en hij heeft wiet,’ of hoe we het destijds ook noemden. We zeiden: ‘O, hoe is dat?’ Hij zei: ‘Nou, ik geloof dat het plafond beweegt. Het lijkt naar beneden te komen.’ We wisten genoeg. We renden zo ongeveer naar het kamertje waar Dylan zat en hij liet ons trekjes nemen. We dachten dat het meteen zou werken, dus we bleven trekjes nemen en zeiden: ‘Het werkt niet, hè?’ Maar opeens werkte het wel. Allemaal giechelen en lachen, natuurlijk. George probeerde weg te komen en ik rende achter hem aan. Kostelijk, als een achtervolging in een cartoon.

Het leek me leuk om een nummer te schrijven met de tekst ‘Got to get you into my life’ en dat ik de enige was die wist dat ik wiet bedoelde. Later werd het duister, het hele drugsgebeuren, maar aanvankelijk was het als een zomerdag in de tuin.

‘Linda en ik gingen op een boerderij in Schotland wonen om aan de drukte te ontkomen en gewoon een gezin te zijn. We gingen paardrijden, en ik leerde zelfs schapen scheren om de boerderij draaiende te houden.’ Beeld LINDA MCCARTNEY
‘Linda en ik gingen op een boerderij in Schotland wonen om aan de drukte te ontkomen en gewoon een gezin te zijn. We gingen paardrijden, en ik leerde zelfs schapen scheren om de boerderij draaiende te houden.’Beeld LINDA MCCARTNEY

‘I WANT TO HOLD YOUR HAND’ (1964)

Ik was ongeveer 21 toen ik dit nummer schreef. We woonden al in Londen. Onze manager had een appartement geregeld voor The Beatles: Apartment L, 57 Green Street, Mayfair. Heel opwindend allemaal. Mayfair is een chique buurt. Om de één of andere reden was ik de laatste die de flat ging bekijken. De anderen hadden de grote kamers opgeëist. Voor mij was er alleen nog een klein rotkamertje over.

Maar ik had een liefje, Jane Asher, een meisje van goeie komaf. Haar vader was een arts met een praktijk aan huis in Wimpole Street en haar moeder Margaret, een fantastische vrouw, was muziekdocente. Ik kwam daar vaak over de vloer. Ik vond het heerlijk omdat ze echt een gezin waren. Margaret en ik konden het heel goed vinden met elkaar. Ze verzorgde me als een soort moeder. Het was een beetje zoals ik het gewend was geweest voordat mijn moeder stierf toen ik pas 14 was, maar een gezin als dit had ik nooit gekend. Ik kende alleen working-class mensen uit Liverpool. Dit was Londen en ze hadden stijl en klasse. Ze hadden allemaal een agenda die vol stond met afspraken, van acht uur ’s ochtends tot zes of zeven uur ’s avonds. Ze waren elke seconde van de dag druk bezet: daarvan was ik diep onder de indruk. Het was alsof ik in een roman leefde.

‘I Want to Hold Your Hand’ gaat niet over Jane, maar het is wel geschreven in de periode dat we samen waren. We schreven eigenlijk meer voor een groot publiek. Het zou kunnen dat ik putte uit mijn ervaringen met iemand op wie ik op dat moment verliefd was – soms was dat heel concreet – maar we schreven vooral voor de wereld.

‘LET IT BE’ (1970)

Sting vond dat ik ‘Let It Be’ niet had moeten zingen op Live Aid. Dat evenement, een oproep om in actie te komen, was niet gebaat bij de boodschap dat je de dingen maar moet laten begaan. Maar ‘Let It Be’ gaat niet over gelatenheid. Het zegt dat je het hele plaatje voor ogen moet houden.

De song is geschreven in een periode van zware stress. We wisten dat het einde van The Beatles naderde: ‘times of trouble’, geen uitweg meer. In die periode had ik een droom waarin mijn moeder, tien jaar eerder overleden, zich aan me vertoonde. Als je droomt over iemand die je bent verloren, voelt het werkelijk alsof ze nooit is weggeweest. Ik heb tot vandaag dromen waarin ik met John en George praat. Mijn moeder kon goed moed inspreken. Ze scheen te begrijpen wat er speelde in mijn leven: ‘Alles komt goed. Let it be.’

Sommige mensen denken dat ‘Let It Be’ religieuze connotaties heeft. Dankzij de piano en het orgel heeft het inderdaad iets van een gospelsong. En de term ‘Mother Mary’ wordt vermoedelijk vooral geïnterpreteerd als verwijzing naar de heilige maagd Maria, de moeder van God. Mijn moeder Mary was katholiek (mijn vader was protestant) en mijn broer en ik zijn gedoopt. Ik ben niet in conventionele zin gelovig, maar deze song is een gebed in miniatuurformaat. In de kern zit een hunkering. En het woord ‘amen’ betekent ‘laat het zo zijn’. Let it be.

‘LIVE AND LET DIE’ (1973)

Ik kon goed opschieten met Ron Kass, die Apple Records enige tijd heeft geleid. Op een dag in oktober 1972 belde hij om even bij te praten: ‘Je hebt zeker geen belangstelling om de soundtrack van een Bondfilm te doen?’ ‘Nou,’ zei ik, ‘misschien wel.’ Ik wilde niet te gretig overkomen, maar een song voor een Bondfilm maken was altijd een geheime ambitie geweest.

Het nummer schreef zichzelf. Ik denk dat ik het boek las op een zaterdag en het nummer die zondag in elkaar heb gesleuteld. Linda hielp met het reggaegedeelte. Fluitje van een cent.

Ik ging ermee naar George Martin, die de filmmuziek deed. Ik liet hem de akkoorden zien, de structuur van het nummer en de centrale riff. Ik wist dat er explosies in moesten, maar ik liet het Bondachtige arrangement aan George over. Het was één van de eerste dingen die we samen deden sinds The Beatles, en het was een genoegen. Zijn arrangement was helemaal George: perfect uitgebalanceerde bombast, net niet over the top. Ik was er heel blij mee.

George ging naar de Caraïben, waar de opnamen al waren begonnen. Hij had een grammofoon meegenomen en speelde het nummer voor Cubby Broccoli, één van de producenten van de film. Cubby luisterde ernaar en zei: ‘Heel aardig, George. Prima demo. Wanneer maak je de echte plaat?’ George antwoordde: ‘Die heb je net gehoord.’ Ze dachten dat ik het nummer alleen zou schrijven en dat iemand anders het zou zingen.

Ik vond niet dat mijn nummer het niveau haalde van een aantal eerdere Bondsongs, zoals die van ‘From Russia with Love’ en ‘Goldfinger’, die de typische Bondsfeer ademen. Ik wist niet of het kon wedijveren met die klassiekers, maar veel mensen vinden het één van de beste Bondnummers. Het werd ook het meest succesvolle Bondthema ooit en ik kreeg een Oscarnominatie. ‘When you got a job to do/You got to do it well.’

‘TOO MANY PEOPLE’ (1971)

Deze song schreef ik ongeveer een jaar na het uiteenvallen van The Beatles, in een periode waarin John me in zijn songs bestookte met behoorlijk wrede kritiek. Ik begrijp niet waarom. Misschien omdat we zijn opgegroeid in Liverpool, waar het altijd loont om de eerste klap uit te delen.

Ik besloot terug te slaan, maar omdat dat mijn stijl niet is, deed ik het versluierd. Het regeltje over ‘too many people preaching practices’ was bedoeld voor John, die altijd tegen mensen zei wat ze moesten doen. Het tweede regeltje, ‘Too many reaching for a piece of cake’, zong ik als ‘piss of cake’. Ook een poging om John te raken, maar het ging niet van harte. Met ‘You took your lucky break and broke it in two’ wilde ik zeggen: ‘Jij hebt op deze breuk aangestuurd, veel plezier ermee.’ Het was vrij mild. Je kunt niet zeggen dat ik woest van me afbeet en het is best een vrolijk nummer.

Ik wilde eigenlijk zeggen: ‘Laten we ons als volwassenen gedragen. We hebben een fantastische tijd gehad bij The Beatles. We zijn van elkaar verwijderd geraakt door zakelijke shit, maar laten we proberen rustig te blijven. Let’s give peace a chance.’

In een notendop ging het zo: tijdens een vergadering in 1969 vertelde John dat hij ene Allen Klein had leren kennen, die Yoko een tentoonstelling in Syracuse in het vooruitzicht had gesteld, en John zei toen terloops dat hij de band zou verlaten. Zo ging het min of meer. Het was drie tegen een, want George en Ringo stemden met John mee.

Klein en Yoko mochten suggesties doen als John schreef. Het regeltje ‘The only thing you done was yesterday’ in ‘How Do You Sleep?’ zou hem zijn ingefluisterd door Klein. ‘Fantastisch,’ zei John. ‘Dat steken we erin.’ Wat een pret moeten ze hebben gehad. Is ‘Yesterday’ het enige wat ik heb gedaan? Grappige woordspeling, maar volgens mij heb ik ook ‘Let It Be’ gedaan, en ‘The Long and Winding Road’, ‘Eleanor Rigby, ‘Lady Madonna’... Fuck you, John.

Paul McCartney, ‘De lyrics’, Spectrum.

Paul McCartney,
‘De lyrics’,
Spectrum. Beeld rv
Paul McCartney,‘De lyrics’,Spectrum.Beeld rv

Beluister de playlist ‘Humo luistert’

Schrijf je in op onze wekelijkse muzieknieuwsbrief:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234