Graham Coxon Beeld RV
Graham CoxonBeeld RV

De memoires van Blur-gitarist Graham Coxon: ‘Voor je het weet zit je huilend in je badkuip, jezelf afvragend: waarom?!’

Een kwarteeuw na de slag om de britpop tussen Blur en Oasis betwijfelt niemand nog wie de winnaar was – de Spice Girls – maar destijds leek het alsof er geen verliezers kónden zijn. Het waren hoogdagen voor alle betrokkenen. Of nee, één betrokkene stond in een hoekje te somberen. Terwijl Blur-frontman Damon Albarn neus aan neus stond met Liam Gallagher, bassist Alex James hippe clubs afschuimde met Damien Hirst en drummer Dave Rowntree, euh, deed wat drummers doen, keek gitarist Graham Coxon aldoor alsof hij die hele britpop eigenlijk liever thuis had uitgezeten, met dichtgetrokken gordijnen en een goeie neut. In ‘Verse, Chorus, Monster!’ heeft Coxon (53) die turbulente jaren nu te boek gesteld.

Will Hodgkinson

Het Verenigd Koninkrijk mag dezer dagen dan zijn reputatie als eiland voluit waarmaken, de door en door Britse aandrang om in de spiegel te blikken, jezelf een schouderklopje te geven – ‘Bloody well done, mate’ – en een fuifje te organiseren om jezelf passend te fêteren is onaangetast. In de jaren 90 noemden we dat fuifje ‘britpop’, een term die vandaag synoniem is voor een tijd waarin gitaarmuziek plots een staatszaak werd. Op het hoogtepunt konden ook zichzelf ernstig nemende nieuwsbulletins niet heen om de strijd die een generatie in twee kampen verdeelde: zij die hun jeugd hadden opgehangen aan Blur versus zij die een geschikte identiteit hadden gevonden in Oasis.

Een beslissende slag vond plaats in 1995, toen Blur de single ‘Country House’ op dezelfde zomerdag uitbracht als Oasis ‘Roll With It’. Wie zou bovenaan in de hitparade prijken? Alleen die vraag leek er aan gene zijde van het Kanaal toe te doen. Tot spijt van Coxon, zo blijkt uit ‘Verse, Chorus, Monster!’, de memoires van een zeldzame rockster die misschien wel op een te kléín ego kan bogen.

– Blur kwam uiteindelijk als de nummer 1 over de finish. Jullie wonnen wat het muziekblad NME ‘het Britse kampioenschap in het zwaargewicht’ had genoemd, en toch kon jij daar geen vreugde uit putten.

GRAHAM COXON «Voor veel mensen was het armworstelen tussen Blur en Oasis een welkome afleiding, en natuurlijk hield het mij ook bezig: ik vond ‘Country House’ oprecht beter dan ‘Roll With It’. Luchtiger ook. Maar voor mij viel die hele periode samen met een existentiële crisis. Ik dacht: dit zou zoveel beter geweest zijn in de jaren 60, toen The Beatles en The Rolling Stones tegenover elkaar stonden. We hadden uiteindelijk een nummer 1-hit, ja, maar ik had liever een succesvolle single gehad zónder al die heisa.»

– Het leek alsof je liever met andere indierockers in Camden had rondgehangen dan je onder celebrity’s te begeven op allerlei rode lopers. Alsof je je per ongeluk in de aandacht had gespeeld met Blur.

COXON «Waarom zat ik toch zo in de knoop met alles? Waarom liep ik de hele tijd brommend rond? Dat vraag ik me nu af. Ik vond mezelf in de eerste plaats een indierocker, inderdaad, en die behoren wars van roem te zijn. Tegelijkertijd was ik idolaat van The Jam, The Kinks en The Who, bands die bepaald niet afkerig hadden gestaan tegenover hun succes. Het was een beetje onnozel.

»Ik denk dat ik gewoon niets begreep van de wereld waarin Blur zich plots bevond. Dat heeft me uitgeput.»

– Hoe gingen de andere bandleden om met jullie succes?

COXON «Alex keek laconiek naar alles wat zich om ons heen afspeelde. Zijn houding was: dit zal hooguit twee of drie jaar duren, dus kan ik er maar beter van genieten. Dat had ik ook moeten doen. In plaats daarvan stond ik avond na avond op het podium alsof ik liever geen aandacht kreeg. Op den duur kreeg ik ook amper aandacht en maakte dát me weer nukkig (lacht).

»Pas op, ik was me bewust van mijn rol in onze muziek. En ik had iets te zeggen. Maar ik deed het niet, uit angst om niet gehoord te worden. Gaandeweg greep ik naar de fles en werd ik elke ochtend wakker met een kater. Voor je het weet zit je huilend in je badkuip, jezelf afvragend: waarom?!»

– Alcohol, zo vertel je in je autobiografie, was vaak je antwoord op die vraag.

COXON «Vanaf mijn eerste slok was ik al een alcoholicus. Elke dag had ik het gevoel dat er een glazen wand tussen mij en de wereld stond. Drinken leek de enige manier om door dat raam te breken, om contact met anderen te maken. Quod non. Als alcoholist heb je ook geen moment rust in je hoofd, en uiteindelijk heb je die slok rode wijn nodig om dat schreeuwende brein te doen verstommen. Het is een vicieuze cirkel.

»Dankzij intensieve gesprekken met mijn therapeut heb ik de voorbije twee jaar geleerd dat ik vanzelf een ondergeschikte rol begin te spelen zodra ik in gezelschap ben. Als ik in een kamer vol mensen binnenstap, zal ik degene zijn die op de grond gaat zitten: ‘Ik zal wel de hond spelen.’»

– Is er dan nooit een moment geweest dat je de roem een béétje leuk vond?

COXON (denkt na) «Nou, ik ben ooit eens naar een modeshow geweest. Diezelfde avond ben ik aangereden door een auto.»

GESCHIFTE FANS

– Toen Blur opkwam was indierock nog een nicheverschijnsel. Groepen als Pixies en My Bloody Valentine speelden in het Verenigd Koninkrijk nog voor een paar duizend studenten.

COXON «My Bloody Valentine was één van mijn voorbeelden: zo groot als zij waren wilde ik ook worden. Toen het zover was, bleek ik daar niet tegen opgewassen. Op mijn 19de had ik het ouderlijk huis verlaten, twee jaar later verkocht Blur al zalen uit. Pas achteraf besef je dat het misschien wel té snel ging. Je denkt wel te weten waar je aan begonnen bent, want je hebt de documentaire ‘The Kids Are Alright’ van The Who gezien, maar zo’n trip is het helemaal niet. Touren, in werkelijkheid is dat: reizen, je vervelen, en elke avond onder gierende zenuwen gebukt gaan. Als je het podium haalt, ben je uitgeput, waardoor er van genieten niets meer in huis komt. En als je jezelf tijdens een concert van anderhalf uur niet één keer amuseert, ga je onvermijdelijk denken: is dit het wel waard?»

– In ‘Verse, Chorus, Monster!’ las ik dat de geschiftste Blur-fans uitgerekend naar jou brieven stuurden. Jij trok hen blijkbaar het meest aan.

COXON «Klopt. Als muzikant denk je misschien: als ik mijn diepste beslommeringen deel, zal ik luisteraars het gevoel geven dat ze niet alleen zijn. Maar daarmee open je ook de deur voor mensen die niet noodzakelijk het beste met je voorhebben. Zij zien in die kwetsbaarheid een zwakte: die zal wel gemakkelijk te manipuleren zijn, denken ze. Helemaal jezelf blijven als je zoveel aandacht krijgt als wij destijds: het is niet altijd de beste beslissing, weet ik nu.»

– Omdat je vader in het leger zat, ben je als kind meermaals verhuisd, onder meer naar Duitsland: verklaart die herhaalde ontworteling waarom je je later nergens thuis zou voelen?

COXON «Misschien. Voor de gevoelens van kinderen was er nu eenmaal weinig aandacht in de jaren 70. Zeker als je ’t vergelijkt met de voortdurende angst van ouders vandaag, die om de haverklap een aandoening in hun kinderen menen te herkennen.

»Om me af te reageren, heb ik me dan maar op schilderen en gitaarspelen gestort.»

'Damon Albarn was zelfverzekerd en had lef. Als we de metro namen, besloot hij voor de groep: 'We gaan zwartrijden.' 'Mag ik niet gewoon betalen?' vroeg ik dan. 'Niemand betaalt!'' Beeld Getty Images
'Damon Albarn was zelfverzekerd en had lef. Als we de metro namen, besloot hij voor de groep: 'We gaan zwartrijden.' 'Mag ik niet gewoon betalen?' vroeg ik dan. 'Niemand betaalt!''Beeld Getty Images

– Op je 13de ging je gezin in Colchester, Essex wonen. Daar zou je Damon Albarn ontmoeten, de zoon van leraars in het kunstonderwijs.

COXON «Damon zag er toen al goed uit. Hij was niet erg populair op school of zo, maar wel zelfverzekerd. En hij had lef. Als we met z’n allen de metro namen, besloot hij voor de groep: ‘We gaan over de poortjes springen en zwartrijden.’ ‘Mag ik niet gewoon betalen, Damon?’ vroeg ik dan. ‘Niemand betaalt!’ Damons talent om anderen mee te slepen in zijn enthousiasme heeft Blur mee vormgegeven. In onze begindagen zorgde hij ervoor dat we konden spelen in zalen waar we anders nooit waren toegelaten. En ik herinner me hoe hij eens binnenstormde terwijl ik en Alex aan het rondlummelen waren in onze studentenkamers: ‘Waar zijn jullie in godsnaam mee bezig?!’ riep hij. ‘Jullie zouden aan het repeteren moeten zijn!’»

– Alex studeerde Frans aan dezelfde universiteit in Londen waar jij je in de schone kunsten verdiepte. Het was de tijd waarin de zogenoemde Young British Artists – conceptuele beeldende kunstenaars als Damien Hirst – het begrip ‘kunst’ herinterpreteerden.

COXON «Het was een bevreemdende tijd. Ik nam schilderen erg serieus, en keek op naar artiesten als Marc Chagall en Chaïm Soutine. Mijn medeleerlingen waren allemaal zelfverklaarde genieën die niet geïnteresseerd leken in schilderen, die rondliepen in Doc Martens en artistieke waarde zagen in reclame. Voor iemand als ik was dat… nieuw. Lang voor Blur had ik al genoeg ervaring opgedaan met ontnuchtering, bedoel ik maar (lacht).»

– In 2001, toen de band zich klaarmaakte om ‘Think Tank’ op te nemen, besloot je om je leven om te gooien. Je liet je opnemen voor je alcoholverslaving, en niet veel later stapte je uit de groep om een solocarrière te beginnen.

COXON «Het was een vrij eenzame tijd, maar ik was gelukkig. ’s Ochtends bracht ik mijn dochter naar school, daarna schreef ik songteksten of ontwierp ik een platenhoes. Nadat ik mijn dochter ’s avonds weer in bed gestopt had, leerde ik folkgitaar spelen. Ik probeerde voortdurend nieuwe dingen uit, en dat monterde me op.»

ZO KAN HET OOK

– Je hebt Blur nooit helemaal achtergelaten: bij de eerste reünie in 2009 stond je mee op het podium, en zonder jou zou de comebackplaat ‘The Magic Whip’ uit 2015 er niet geweest zijn. In ‘Verse, Chorus, Monster!’ heb je er vrede mee dat je tijd bij Blur altijd wel als je piek zal worden beschouwd, hoeveel goeie soloplaten je ook uitbrengt.

COXON «In de aanloop naar de reünie van 2009 ging ik naar een optreden van folkgitarist Martin Carthy in een pub. De manier waarop hij met z’n publiek omging, heeft me de ogen geopend. Vooraf zat hij gewoon tussen het publiek iets te drinken. Dan klom hij op het podium, speelde hij een uurtje, en na afloop ging hij weer op dezelfde stoel zitten om te klinken met de mensen die opgedaagd waren om hem te zien. Geen spatje stress, geen spanning tussen hem en het publiek. Ik dacht: zo kan het dus ook.

»Die avond heeft mijn blik op bekendheid veranderd. Het getob maakte plaats voor dankbaarheid. Eindelijk kon ik ervan genieten bij Blur te spelen.»

– Je autobiografie eindigt met een anekdote over je partner, die je uit een besluiteloze bui probeert te halen met een opmerkelijk advies.

COXON «Ik zat weer eens te prutsen op mijn gitaar, zoekend naar iets passends voor een nieuw nummer. Wellicht raakte ik weer zienderogen verstrikt in mijn getwijfel, want plots kon ze het niet meer aanzien. ‘Speel gewoon iets wat Graham Coxon zou spelen!’ verzuchtte ze. Het hielp (lacht).

»Ik weet wat je nu denkt: wéér zo’n anekdote waarin ik overkom als chaotisch, breekbaar en verloren. Maar na al die jaren ben ik er wel nog altijd, hè. Ik moet op z’n minst over een béétje veerkracht beschikken, toch?»

© The Times

Vertaling en bewerking: (tr)

Graham Coxon, ‘Verse, Chorus, Monster!’, Faber & Faber

Graham Coxon - 'Verse Chorus Monster' Beeld rv
Graham Coxon - 'Verse Chorus Monster'Beeld rv

Luister ook naar onze playlist:

Schrijf je in op onze wekelijkse muzieknieuwsbrief:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234