The Rolling Stones Beeld PETER TAHL
The Rolling StonesBeeld PETER TAHL

ExpoThe Rolling Stones Unzipped

‘Dichter bij de balzak van Mick Jagger kan een gewone sterveling niet komen’

Het heeft wegens een pandemietje nogal wat voeten in de aarde gehad, maar op 20 november is in het Groninger Museum eindelijk de langverwachte exhibitie ‘The Rolling Stones Unzipped’ van start gegaan: een drie verdiepingen in beslag nemend feest voor de zintuigen dat de geschiedenis van de grootste, belangrijkste en meest invloedrijke nog actieve rock-’n-rollgroep in kaart brengt. Humo mocht op voorhand al een kijkje gaan nemen.

Geen enkele groep heeft ooit meer tot mijn verbeelding gesproken dan The Rolling Stones, en het is met een blij hart dat ik naar het hoge noorden van Nederland rij. Het ging bij de Stones om meer dan de muziek – die fantastisch was, niemand heeft ooit meer meesterwerken op een rij afgeleverd. Het ging ’m ook om de sfeer, de kleren, het geflirt met de duivel, de exotische en vaak ongewone locaties waar ze hun platen opnamen. Ik was allang geen kind meer toen ik naar Zuid-Frankrijk reed om in het vissersdorpje Villefranche-sur-Mer voor de gesloten poorten van landhuis Nellcôte naar ‘Exile on Main Street’ te gaan luisteren. In gedachten zat ik binnen, in de kelder, waar de Stones in de zomer van 1971 hun fenomenale dubbelaar opnamen.

Te zien in het museum: 45 outfits die de Stones in de loop der jaren op en naast het podium hebben gedragen Beeld Peter Tahl
Te zien in het museum: 45 outfits die de Stones in de loop der jaren op en naast het podium hebben gedragenBeeld Peter Tahl

Groningen is ver, maar met de driedubbele cd-box ‘The Rolling Stones Singles Collection: The London Years’ ben ik er in drie heerlijke uren, en het vooruitzicht dat ik vandaag twee dromen ga waarmaken, maakt de rit nog net dat tikje aangenamer. Ik mag alleen rondwandelen in een museum dat gesloten is, en ik mag binnen in de flat in 102 Edith Grove in Londen, waar ik al herhaaldelijk dagdromend voor de deur heb gestaan. Edith Grove is waar Mick Jagger en gitarist Brian Jones in 1962 hun intrek namen net nadat ze de groep – toen nog The Rollin’ Stones – hadden opgericht. Keith Richards volgde korte tijd later, en ook drummer Charlie Watts verbleef er regelmatig. De drie kamers van de flat zijn hier nagebouwd – omdat er geen foto’s waren, werd voor de reconstructie een beroep gedaan op het geheugen van de drie voormalige bewoners – en vormen de perfecte introductie tot de tentoonstelling. De keuken is een zwijnenstal. De woonkamer: idem. De slaapkamer, gedeeld door Jagger en Jones: erger. Overvolle asbakken, peuken op de vloer, lege bierblikken, rommel, schimmel aan de muren. In de hoek staat een gitaar, ‘The Best of Muddy Waters’ en ‘Go Bo Diddley’ liggen op tafel, ‘Rockin’ at the Hops’ van Chuck Berry op het aftandse hifimeubel. Door de subtiel weggewerkte luidsprekers klinken de stemmen van Jagger, Richards en Watts.

KEITH RICHARDS «Dat is wat er gebeurt als een stel jonge gasten voor het eerst alleen gaat wonen. In geen tijd was het een absolute puinhoop. Het enige wat ons interesseerde, was muziek.»

CHARLIE WATTS «Het was verschrikkelijk. Niemand ruimde ooit iets op, niemand deed de vaat, niemand zette ooit de vuilnisbakken buiten.»

MICK JAGGER «De eigenaar gooide ons eruit, omdat het te erg was geworden. Maar hij was een softie: nadat hij had opgeruimd en herschilderd, mochten we er opnieuw in.»

RICHARDS «In het eerste jaar van hun bestaan hielden The Rolling Stones zich vooral bezig met rondhangen, eten stelen en repeteren. We hadden nooit vrij. Gedurende drie of vier jaar hadden we misschien tien dagen of twee weken per jaar vrij. Op die leeftijd heb je altijd energie genoeg en als het allemaal lekker loopt en je voelt dat het ergens heen gaat, merk je eigenlijk niet hoe zwaar het is.»

In september 1963, voorafgaand aan hun eerste Britse tour, trekken de Stones definitief weg uit Edith Grove.

RICHARDS «Er gebeurde iets in de nawinter van 1963. Plotseling stonden er honderden en daarna duizenden mensen in de rij om ons te zien. Het was overduidelijk dat er iets aan de hand was en dat wij er deel van uitmaakten. Het was een geweldige ervaring en het gebeurde allemaal zo snel. Alsof je middenin een tornado was terechtgekomen.»

Een eerste Amerikaanse tour volgde al in juni 1964, met opnamesessies bij Chess in Chicago, de studio waar de platen van hun blueshelden waren opgenomen. De Stones ontmoetten er Buddy Guy, en Muddy Waters toen die er het plafond kwam schilderen.

In een tweede ruimte staat niets meer dan het vroege drumstel van Charlie Watts, een Ludwig-kit, die al snel vervangen werd door het Gretsch-drumstel waar hij nog steeds op speelt. Dat Charlie nogal trouw is aan zijn materiaal, bewijst een anekdote van midden jaren 80. Toen een roadie hem vroeg wat die papiersnippers in zijn basdrum deden, antwoordde Charlie: ‘Van Hyde Park wellicht’ (een concert van twee decennia eerder).

Aan de muur een Nederlandse touch die niet te zien was in Londen, Tokio en New York, waar de tentoonstelling al eerder neerstreek: de Stones in het Kurhaus van Scheveningen in 1964, hun eerste concert op het Europese vasteland. Een concert dat al na tien minuten door de politie werd stilgelegd omdat het publiek van pure extase de zaal begon af te breken. Het feit dat André van Duin het voorprogramma deed, zat daar naar verluidt voor niets tussen.

JAGGER «Overal waar we kwamen was het zo. In die dagen stelden we ons voor een concert altijd de vraag: hoeveel songs gaan we vandaag spelen voor ze het kot afbreken? Vier? Vijf? Op een goeie dag raakten we aan zes.»

In een volgende zaal vinden we bandjes met opnames van een concert in de Londense Crawdaddy Club in 1963. Op de setlist zeven songs van Chuck Berry, twee van Bo Diddley, eentje van The Searchers, ‘Baby What You Want Me to Do’ van Jimmy Reed. Eigen songs volgden pas later.

Een door Mick Jagger met de hand ingevuld vragenlijstje voor een fanboekje uit datzelfde jaar, geeft een mooie kijk op de bezigheden en ambities van de jonge zanger. ‘Kleur ogen: blauw. Kleur haar: lichtbruin. Hobby’s: platen verzamelen. Houdt van: meisjes, eten en kleren. Favoriete zangers: Chuck Berry, Jimmy Reed, Bo Diddley, Howlin’ Wolf. Favoriete groep: Stones, Booker T. & The M.G.’s. Favoriete sport: basketbal. Favoriete vak op school: geschiedenis. Muzikale ambitie: make a million selling record. Persoonlijke ambitie: to own my own business.’

Rolling Stones-setlist Londen Beeld Rolling Stones
Rolling Stones-setlist LondenBeeld Rolling Stones

Onze ogen dwalen af naar een vroeg notitieboekje van Keith Richards waar hij het uitgebreid over heeft in zijn autobiografie ‘Life’. In de begindagen, en lang voor zijn vele drugsverslavingen, was niet Mick maar Keith de boekhouder van de groep, die in zijn boekje alles bijhield. Wanneer en waar ze wat hadden gespeeld, hoeveel ze ervoor hadden gekregen, wanneer ze gerepeteerd hadden, het geld dat werd uitgegeven voor instrumenten. Het boekje is veel kleiner dan ik had gedacht – nog geen halve smartphone groot – maar als ik inzoom lees ik over de dag dat Brian Jones zijn dulcimer en zijn Harmony Stratotone-gitaar kocht, en Keith zijn Harmony Meteor. Als ik naar boven kijk, sta ik oog in oog met die Stratotone, Meteor en dulcimer, en begint in mijn hoofd als vanzelf ‘Lady Jane’ te spelen, één van hun eerste eigen songs. ‘Just heed this plea, my love / On bended knees my love / I pledge myself to Lady Jane’.

Ik wandel naar de volgende zaal. Aan de ingang een verklaring van Mick Jagger: ‘Muzikanten hoor je altijd praten over hoe het alleen maar om de muziek gaat, maar dat is onzin. Het beeld dat je overbrengt, is ook belangrijk. Het gaat over wat je aantrekt, over hoe je eruitziet, over je houding…’ In de zaal hangen 45 outfits die de Stones in de loop der jaren op en naast het podium hebben gedragen. Op één na – enkel het jurkpak dat Jagger droeg tijdens het Hyde Park Concert in 1969 is een replica – zijn het allemaal originelen.

ILEEN GALLAGHER (curator van ‘Unzipped’) «Voor de spullen uit de jaren 60 hebben we bijna uitsluitend een beroep moeten doen op genereuze verzamelaars, de Stones zelf zijn pas rond pakweg ’71 zelf spullen beginnen bij te houden. Wat kleren betreft heeft Mick echter zowat alles bewaard – we hadden een fenomenale tentoonstelling op poten kunnen zetten met alleen zijn garderobe. Er bestaan drie officiële opslagplaatsen met Stones-memorabilia: een pakhuis met klimaatregeling voor de kleren, eentje voor de instrumenten, en nog eentje voor tweedimensionale items. Alle kledingkeuzes heb ik moeten checken bij de band. Er was een item van Charlie Watts – veruit het meest onberispelijk geklede groepslid – dat ik graag had tentoongesteld. Een frullerig en nogal schreeuwerig mariachishirt, maar daar heb ik een ‘njet’ op gekregen.»

Het is enigszins ironisch dat niet Charlie Watts, de man die in Savile Row zijn pakken op maat liet maken, maar Mick Jagger en Keith Richards stijliconen werden.

RICHARDS «Ik heb de meeste van mijn kleren gestolen, meestal van mijn vriendinnen, en dan vooral van Anita Pallenberg. Als we iets samen kochten, zeiden we: het is voor ons allebei. Als ik wakker werd, trok ik aan wat ik naast het bed vond.»

Op paspoppen met hoofden geïnspireerd door de hoes van ‘Goats Head Soup’ een enkele outfit van Charlie Watts (een rode glitterbroek onder een mouwloos truitje met vroeg Stones-logo), maar vooral veel van Jagger en Richards. Het doet wat met de dromer in mij om oog in oog te staan met het zwarte pak (met dat karakteristieke, mysterieuze teken op de borst) dat Jagger droeg tijdens het concert in Altamont in ’69. Of de lichtblauwe, fluwelen jumpsuit van de Amerikaanse tour in ’72, waarin je zijn edele delen meer dan je lief was zag bungelen. Het zijn maar paspoppen, en niet dat het ooit een ambitie is geweest, maar dichter bij de balzak van Mick Jagger zal een gewone sterveling als ik nooit komen.

Rolling Stones Tour 1978 poster Beeld Humo
Rolling Stones Tour 1978 posterBeeld Humo

In het besef dat optredens voorbijgaan, maar films blijven bestaan, hebben de Stones altijd veel liveshows opgenomen. Dat heeft enkele van de beste muziekdocumentaires ooit opgeleverd. Zo is er ‘Gimme Shelter’ van de gebroeders Maysles, dat aanvankelijk een sfeerverslag van de Amerikaanse tour van 1968 moest worden, maar resulteerde in een huiveringwekkende kijk op het gratis concert in Altamont op 6 december 1969, waar de 18-jarige fan Meredith Hunter voor de ogen van de Stones door Hell’s Angels werd doodgestoken – een gebeurtenis die bekendstaat als het symbolische einde van het peace and love-tijdperk.

Of grote delen van ‘Sympathy for the Devil’, over de opnames van de gelijknamige song in de Olympic Studios, waartussen regisseur Jean-Luc Godard om onduidelijke redenen bizarre beelden van de tegencultuur in de jaren 60 monteerde. De opnames van Godard in Olympic geven veel beter de sfeer weer van de Stones in de studio dan het nagebouwde Olympic dat hier een halve zaal in beslag neemt. Van mengpaneel over microfoons tot instrumenten en versterkers: alles is echt. Maar waar je bij Godard bij de groep in de studio zat, kijk je hier toe vanachter glas. En de Stones zijn net even koffie drinken.

Eveneens minder interessant is de interactieve zaal waar je op iPads zelf de songs van de Stones kunt hermixen. Ik vind ze prima zoals ze zijn.

Wel leuk is de afdeling hoezen, waarmee voornamelijk Jagger zich in de loop der jaren heeft beziggehouden, met Charlie Watts – grafisch ontwerper van opleiding – als rechterhand en klankbord. We zien de naaktfoto van Hubert Kretzschmar zonder de stickers die op de hoes van ‘Undercover’ de edele delen aan het oog onttrekken, de taart die de toen nog onbekende Delia Smith bakte voor ‘Let it Bleed’, de originele advertentie voor pruiken uit Ebony Magazine die de inspiratie vormde voor ‘Some Girls’. En voorontwerpen voor ‘Tattoo You’, de enige hoes waarmee ik ooit naar de kapper ben gegaan – Keith op de achterkant: zo!

‘Undercover’, met de naaktfoto van Hubert Kretzschmar.
 Beeld Rolling Stones
‘Undercover’, met de naaktfoto van Hubert Kretzschmar.Beeld Rolling Stones

Ik wandel langs tourposters, indrukwekkende maquettes van podiumontwerpen, door Ronnie Wood geïllustreerde setlists, een zaal volledig gewijd aan de ‘Sympathy for the Devil’-outfits van Jagger, en sta stil bij een Gibson Hummingbird uit 1963. Het beknopte tekstje van Jagger dat erbij ligt, spreekt boekdelen: ‘Ik heb een hoop nummers op deze Gibson geschreven: ‘Can’t Always Get What You Want’ onder andere, ‘Sympathy for the Devil’, ‘Sweet Virginia’, ‘Dead Flowers’…’ Goeie gitaar!

Verderop hangt de Gibson Black Beauty van Keith. Zijn Epiphone Casino uit 1963 ook, enkele vijfsnarige Ted Newman Jones-gitaren, en een stel voor Ronnie Wood op maat gemaakte exemplaren van Zemaitis. Vreemd: aan een paar haken hangt niks.

GALLAGHER «Dat is het nadeel van een tentoonstelling over een groep die nog actief is: af en toe moet er eentje iets terug hebben. Sommige van hun meest iconische gitaren hebben ze gewoon nog in gebruik.»

Een gitaar die niet meer in gebruik is en waarvan ik dacht dat ze al meer dan vijftig jaar niet meer bestond, is de semi-akoestische Maton van Australische makelij die Keith gebruikte voor de riffs van ‘Gimme Shelter’, die ijzingwekkende rock-’n-rollsymfonie van vier minuten en dertig seconden. De legende wil dat de gitaar – toen een goedkope prul die iemand Keith had toegestopt – net nadat Richards de laatste noot van ‘Gimme Shelter’ had gespeeld uit elkaar viel. Wat hier in een bijgaande tekst ook wordt bevestigd. ‘Ik had een zwak voor die gitaar,’ zegt Keith. ‘Het was net aan het einde van een opname, tijdens het afronden van ‘Gimme Shelter’, toen hij ineens rubberachtig aanvoelde. En toen viel de hals er zomaar af. Ik zei: nou, laten we hopen dat dat erop staat.’ Gelukkig had achteraf iemand de helderheid van geest om de gitaar bijeen te rapen en weer in elkaar te steken.

Opvallend: de enige basgitaar die er hangt, is er één van Darryl Jones (intussen ook al wel zevenentwintig jaar bij de groep) en niet van Bill Wyman. Wyman, maar ook Mick Taylor (die gitaar speelde op enkele van hun allerbeste platen), zijn nauwelijks aanwezig in ‘Unzipped’.

GALLAGHER «We hebben een bewuste keuze gemaakt om te focussen op de vier leden die nog in de groep zitten. Je moet ergens een lijn trekken. We hebben contact opgenomen met Bill Wyman, en aanvankelijk heeft hij wel een aantal spullen ter beschikking gesteld, maar uiteindelijk wilde hij ze toch terug hebben.»

Het feit dat Wyman in Londen zijn eigen restaurant/museum genaamd Sticky Fingers uitbaat, zal er wellicht voor iets tussen zitten. De covidproof bewegwijzering maakt duidelijk dat ‘Unzipped’ stilaan naar zijn finale gaat, maar eerst wandel ik nog langs originele zeefdrukken die Andy Warhol van de groep maakte, en sta ik stil bij een vitrine met notitieboekjes van Jagger. Het doet me wat om de teksten van ‘Hey Negrita’, ‘Miss You’, ‘When the Whip Comes Down’ en ‘Lies’ (op hotelpapier van Greensleeves op Barbados) te zien in zijn handschrift. In de wetenschap dat Jagger zijn teksten vaak pas schrijft net voor hij ze moet inzingen, voelt het alsof je heel even in zijn hoofd mag meedenken. Vlak erboven hangt een foto van The Glimmer Twins aan het werk. Ergens op een sofa tegenover elkaar, onbespied, gehuld in jeans en doordeweekse sweaters, akoestische gitaren op de schoot, naar schatting midden jaren 80. Het is een schijnbaar onbetekenende foto in een expositie vol flitsende beelden, exuberante podiumoutfits, studiofragmenten en volgspots op beroemde samenwerkingen met grootheden als Jeff Koons, Martin Scorsese, Warhol, Godard en Versace, maar het is in deze ongedwongen positie dat de Stones de songs schreven die mijn leven kleur hebben gegeven, en waarzonder alles errond niet had kunnen bestaan.

Tour of the Americas '75 Beeld HASSELBLAD
Tour of the Americas '75Beeld HASSELBLAD

Een museumbediende begeleidt me naar de laatste zaal, waar ik in mijn eentje omringd wordt door reuzenschermen waarop The Rolling Stones in dolby surround aan hun optreden van 25 maart 2016 in Havana, Cuba beginnen. Ik had het concert (uitgebracht op dvd als ‘Havana Moon’) in de beslotenheid van mijn woonkamer al eens gezien, maar hier lijkt het alsof ik er echt bij ben, en besef ik wat we met z’n allen nu al bijna een jaar lang moeten missen. Een concert! Met mensen! En lawaai! En de Stones!

Als ik bij het naar buiten gaan mijn smartphone weer aanzet, lees ik het volgende nieuwsbericht: ‘Vaccin van Moderna is 94,5 procent doeltreffend’. Op de terugweg luister ik naar ‘Love You Live’ en lach. Het einde is in zicht.

‘The Rolling Stones Unzipped’ loopt nog tot en met 28 februari. Het Groninger Museum geeft elke zaterdag een beperkt aantal tickets vrij via groningermuseum.nl.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234