null Beeld HUMO
Beeld HUMO

humo gids

Een grand cru, een geslaagd popplaatje en een potpourri van wervelende geluiden: dit zijn de albums van de week

Redactie

Fontaines D.C.: ‘ Skinty Fia’ ★★★★☆

‘Irish blood, English heart’ zong Morrissey 18 jaar geleden. Het had net zo goed over de nieuwe Fontaines D.C. kunnen gaan.

Fontaines D.C.: de van Skerrie, Dublin naar Camden, Londen verhuisde postpunkgroep rond Grian Chatten. Wie hen nog niet kent: luister op ‘Skinty Fia’ eerst naar track 2. ‘Big Shot’ is tegelijk de traagste en de strafste adrenalinestoot van het lopende boekjaar.

Ierland, dus: een opvallend goed doorbloed thema op deze derde plaat, drie jaar na debuutplaat ‘Dogrel’ en twee jaar na doorbraakplaat ‘A Hero’s Death’. Straffe single ‘Jackie Down the Line’ verwijst naar de plaatselijke gewoonte om iemand uit Dublin neerbuigend ‘a jackeen’ te noemen (dus: ‘een Jacquelientje’ in plaats van ‘een Jack’). ‘In ár gCroíthe go deo’ is het waargebeurde verhaal van een oude Ierse, naar Engeland verhuisde dame: toen ze op sterven lag, wou ze de zin uit de titel (vrij vertaald: ‘Voor altijd in ons hart’) op haar grafsteen zetten, wat haar niet toegestaan werd door de anglicaanse kerk, die er een politieke boodschap in vermoedde – geen verhaal uit de roerige seventies, maar uit een krant van amper drie jaar geleden. ‘Skinty Fia’ is een Ierse krachtterm (iets met een verdoemd hert). En voor ‘Bloomsday’ (goeie Interpol in slow motion) wist Chatten zich geïnspireerd door een audio-opname waarop acteur Andrew Scott (die hitsige pastoor in ‘Fleabag’) de James Joyce-evergreen ‘Dubliners’ voorleest.

Anderhalf jaar geleden kreeg Chatten met kerst een accordeon van zijn moeder. Een voltreffer, want het inspireerde de songschrijver tot een andere aanpak. Daarnaast blijkt het, dat komen we nu pas te weten, een genoegen om te luisteren naar een trekzaksong die twijfelt tussen eightieselektronica en ninetiesrock.

De redelijk fantastische titeltrack begint als The Cure, heeft daarna iets van Depeche Mode anno ’88, maar wordt nog voor het refrein iets dat onmiskenbaar alleen van Fontaines D.C. zelf had kunnen komen. Het is op deze plaat niet de enige song over een door drank, drugs en achterdocht verklote relatie. ‘Nabokov’ beschrijft de even logische als absurde compromissen die een mens denkt te moeten maken voor gelukkige liefde. Het langoureuze ‘The Couple Across the Way’ gaat over de hardop ruziënde overburen van de zanger.

Live in Trix stortte de groep onlangs al vier voorschotten van ‘Skinty Fia’. Humo-recensent (jm) omschreef ‘I Love You’ toen treffend zo:‘Denk: een berg, een vuurbal die naar het dal dendert, en jij bent de laatste wandelaar die hier vegetatie heeft gezien.’

‘Skinty Fia’ is een Fontaines D.C. grand cru: dat u dat weet. (fvd)

Peter Doherty & Frédéric Lo: ‘The Fantasy Life of Poetry & Crime’ ★★½☆☆

Vroeger zat er meer coke en heroïne in het bloed van Pete Doherty dan in het water van de Schelde net voorbij het MAS in Antwerpen tegenwoordig, maar die tijd is voorbij. De man is clean en gelukkig getrouwd, en dus gelukkig. Zo lijkt het tenminste na ampele beluistering van dit bedaagde maar geslaagde popplaatje, waarop zijn demonen plaats hebben geruimd voor oudemannengeluk. Opgenomen in Normandië, onder de vaardige leiding van de Franse muziektovenaar Frédéric Lo, zijn dit speelse, ouderwets goed klinkende en breed gearrangeerde popsongs in de grote Engelse traditie. En al is Doherty niet de beste en zeker niet de meest toonvaste zanger van zijn generatie, het plezier spat van de plaat. Daar kan een mens niet tegen zijn. (mc)

SONS: ‘Sweet Boy’ ★★★½☆

SONS, vier onruststokers uit Melsele, bevestigen met hun tweede plaat ‘Sweet Boy’ hun status als de King Gizzard & The Lizard Wizard van Vlaanderen. De springerige rebellie van het smakelijke debuut ‘Family Dinner’ maakt plaats voor iets volwasseners en slagvaardigers. ‘I’m a sweet boy!’ schreeuwt Robin Borghgraef boven het kabaal van het titelnummer uit, gevolgd door een verontrustend lachje. In punklied ‘L.O.V.E.’ gaan ze tekeer tegen homohaat, in ‘Succeed’ loeit de gitaar als een sirene boven de kapitalistische bevelen uit: ‘Did you buy a house yet?’ Mijn favoriete 40 seconden zitten in ‘Momentary Bliss’ verstopt: een razende singalong die pardoes uit de lucht komt gevallen. (jmi)

Vince Staples: ‘Ramona Park Broke My Heart’ ★★★★☆

Vince Staples is een rapper’s rapper naar wie het hele gild opkijkt. Als hij een catchy refrein laat rollen, lijkt het allemaal zo makkelijk: ‘Trophy in the hood, aye! / wish a nigga would, aye!’ ’s Mans flow is altijd onberispelijk, maar in de vertelling kan hij laconiek zijn: ‘Momma met my daddy, then they had me in the ghetto / Handed me a .38 and told me I was special’. Van ver lijkt het straffe ‘When Sparks Fly’ over de liefde te gaan, van dichterbij is het gewoon een romantische lofzang op een wapen. Staples’ grootste zorg is altijd en overal zijn gang-connecties te vriend houden. ‘I’m only bringing flowers to the homies’ graves’, gaat het. Waarna een vrouw de telefoon opneemt: ‘Long Beach Flowers, what you want?’ (gvn)

Daniel Rossen: ‘You Belong There’ ★★★½☆

Rossen, de verlegen zanger-gitarist van Grizzly Bear, werd na het succes van die band nóg verlegener en trok zich steeds meer terug. Eerst in zijn eigen hoofd, daarna weg uit New York en nu – op zijn eerste soloplaat – ook vér weg van Grizzly Bear. Onder de invloed van oude Braziliaanse bossanova, freejazz en gitaarkwieten als Jim O’Rourke en Elliott Smith probeert hij hier zijn liefde voor de muziek terug te vinden. Van ‘It’s a Passage’ tot ‘Repeat the Pattern’: het introspectieve ‘You Belong There’ is een plaat vol ongemakkelijke stiltes en onverwachte wendingen, maar ook met een kloppend hart en een redelijk uniek geluid. (fvd)

Jack White: ‘Fear of the Dawn’ ★★★☆☆

Eén voordeel had corona wel, behalve dat je met je baas kon vergaderen in je onderbroek: muzikanten hadden plots heel veel tijd, want er moest geen tour worden voorbereid. Iedereen en zijn moeder kampeerde in de studio en dat had voor bijvoorbeeld Jack White bijzonder positieve gevolgen. Nu verschijnt de rockplaat ‘Fear of the Dawn’, over een maand of drie volgt al een folkplaat: ‘Entering Heaven Alive’. Ondertussen had hij nog tijd om te trouwen op het podium, zo meldt de vakpers. Allemaal in koor: hij liever dan wij! Op deze plaat is hij gelukkig helemaal zijn van de pot gerukte zelf: waarom zestien muziekgenres in een song duwen als je er ook zeventien kunt gebruiken? ‘Fear of the Dawn’ is een potpourri van wervelende geluiden in een ongelofelijke spreidstand, van dub over jazzrock naar flamenco over funky spacerock met vette bassen en vocoders en terug. Zestig jaar popmuziek samengebald in twaalf nummers, waarvan er eentje amper een halve minuut duurt. Ze gaan van hot naar her, in één gloeiende geut. Soms is te veel talent ook gewoon te veel: een vaardige producer had hier wel wat lawaaierig onkruid kunnen wieden. Maar boeiend blijft het altijd. (mc)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234