Meskerem Mees (20) en celliste Febe Lazou (19) in cc De Herbakker, Eeklo.Beeld Alex Vanhee

Humo's Rock Rally 2020De preselecties in Eeklo en Hamont-Achel

'En zo klonk er plots al heel wat minder hoongelach'

In Eeklo eindigde het beter dan het begon, kregen we drie hiphoppers van uiteenlopend allooi op ons bord, en werd ons zelfs een streepje Vlaamse bluegrass voor de voeten geworpen. Een dag later in Hamont-Achel werd de pijn van wat niet de geschiedenisboeken zal ingaan als de beste preselectie aller tijden enigszins verzacht door de plaatselijke trappist. Vooraleer wij ten onder gaan aan misantropie: het verslag van weekend nummer drie!

Herbeluister de sets van de bands door op hun naam te klikken!

N9 @ CC DE HERBAKKER, EEKLO

MÆSK

Beeld Alex Vanhee

De intrede van Mæsk had in het Sportpaleis kunnen plaatsvinden, maar deed zich voor in CC De Herbakker in Eeklo. De zanger bleef even achterin en stoof dan het podium op in een choreografie die de wetten van het geloofwaardige aftastten. Wijdbeens schoot hij heen en weer, alsof hij zich in een liveclip uit het populaire genre ophield, en halverwege gooide hij zelf even het hemdje van zijn schouders: 'Ladies, here I am.' Bij dat toneel weerklonk iets dat bij momenten aangenaam eighties in de oren viel, maar ook weer niet zo heel vernuftig in elkaar stak en nogal gammel gespeeld werd. Ze gingen ervoor, de jongens van Mæsk, en daar mag al eens voor geapplaudisseerd worden, zij het niet te lang. De laatste woorden die zij in De Herbakker lieten horen, waren 'Goodbye, goodbye, goodbye'. Welaan dan.

BLACK MATTE

Beeld Alex Vanhee

Black Matte begon ten noorden van Sleaford Mods, met een zanger die over spartaans georkestreerde beats klonk als Anne Clarke met een snotvalling, en eindigde ten zuiden van Massive Attack, met een tweede zanger die ons beter beviel. Songs nummers één en twee waren niemendalletjes die er met wat zelfverzonnen dreiging en kilte nog mee door konden, maar echt goed werd het nooit. Black Matte bestaat een dikke maand, wat te horen was aan song nummer drie: iets wat nooit het repetitiekot had hoeven te verlaten.

ALL-TURN

Beeld Alex Vanhee

Helemaal klaar stond hij voor zijn grote ouverture, de 18-jarige Asante Brochez uit Gent: de benen gespreid, de rug naar het publiek en de armen voor de borst... En dan kreeg de dj de backing track niet aan de praat. 'There seems to be something wrong with the file,' verontschuldigde Asante zich, waarop hij dan maar meteen overging naar song nummer twee. Die werkte wel, en hóé. 'Cosy Bed' was een hiphoptrack met een verhaal - over the joy of missing out - die Klaus een heel klein beetje aan 'Today Was a Good Day' van de grote Ice-Cube deed denken, terwijl de rhymes dan weer meer naar de jonge Jay-Z neigden. Geen misse vergelijkingen, al kon All-Turn die geen drie songs waarmaken, en hadden zijn slimme rhymes tegen afsluiter 'Hop Out' plaatsgemaakt voor holle slogans.

A MURDER IN MISSISSIPPI

Beeld Alex Vanhee

A Murder in Mississippi was een zeskoppig gezelschap uit Gent dat met contrabas, banjo, viool en mooie backings tekeerging in een mix van americana, folk en bluegrass, en er drie songs lang niet in slaagde de clichés van het genre af te werpen. Goed gespeeld, uitstekend gezongen en clever gearrangeerd allemaal, maar zodra je de songtitel had gehoord, kende je het hele verhaal. 'The Bones of John Jones', iemand? Of 'Please (Don't) Come to Kentucky', dat eigenlijk gewoon een doorslagje was van 'I'm Gonna Sleep with One Eye Open (From Now On)'. 'I was born long ago,' zong de zanger, wat in zijn geval neerkwam op 27 jaar geleden. Alles is relatief. A Murder in Mississippi was ondanks alles een groep die je je een week later nog herinnert. Dat is, geloof Klaus, lang niet altijd het geval.

JAYMI

Eeklo - Belgium - 31-01-2020 Jaymi preselectie Humo's Rock Rally cc De Herbakker N9 photo: Alex VanheeBeeld Alex Vanhee

De 30-jarige Jaymi catalogeerde zijn muziek als lofi-cloudpop, een vage vlag waaronder enkel zijn opener 'Hear Your Name' met wat goede wil had kunnen varen. Geprogrammeerde beats en livedrums begeleidden een nogal eendimensionale break-upsong waarvan het volledige refrein luidde: 'I never wanna hear your name again.' In song twee ging de drummer aan de bas (en stond de rest op band) en kwam er een soort elektro-punk van, in afsluiter 'All the Things We Do' stond Jaymi nog alleen op het podium. De juryleden moesten aan Why? en Senser denken, en ik kwam maar niet te weten of zij dat leuk vonden.

MISTER MOON

Beeld Alex Vanhee

Het oogde energiek, was niet abominabel gespeeld, maar aan inhoud had het niets te bieden. We hebben het over Mister Moon uit Beveren, een gezelschap prille twintigers dat met discofunk De Herbakker wilde omtoveren tot Studio 54, maar daar op geen enkel moment in slaagde. Te veel tekst, te vergezocht, te weinig refreinen, niet dansbaar genoeg. Toegegeven: in slotsong 'Fever' hoorde Klaus heel even een zweempje 'We Are Family' van Sister Sledge dat echter als een vingerknip weer verdween toen Mister Moon de song om god weet welke reden zomaar liet stilvallen en door de vingers glippen. Discofunk: het is een genre waarin de lat op technisch vlak zo hoog ligt dat wie niet fantastisch goed is, meteen hulpeloos uit de boot valt. Zoals Mister Moon.

DANKCHEF

Beeld Alex Vanhee

Dankchef dacht aan drie tracks en een kwartier niet genoeg te hebben, en had maar liefst zeven titels op het juryblad genoteerd. Hij zag er goed uit, begon energiek met 'Third Eye', maar gleed gaandeweg af naar iets wat zich afspeelde op de dunne grens tussen trap en crap. Zijn intro's bleken de hele song te zijn en verder dan het opjutten van het publiek raakte hij niet meer. Toen hem na een kwartier en een track of vijfeneenhalf de mond werd gesnoerd, zei hij gemeend: 'Shit man, da suckt echt.' De rest van de aanwezigen had er minder moeite mee.

FRANTZIS

Beeld Alex Vanhee

Een vreemd soort verdeeldheid nam bezit van het jurylokaal na de doortocht van Frantzis. De één had in hun laatste song een bescheiden hit gehoord, een ander vond song nummer twee er ver boven uitsteken, Klaus was vooral hun opener erg bevallen. Ze speelden elektropop waarin de gitaren een prominente plaats opeisten en hadden een zanger die er stond zonder misplaatst aanwezig te zijn. Wat dan het probleem was, vraagt u? De hermetische perfectie van de hele zaak. Het steriele spelen. Het gebrek aan uitstraling, karakter en... fouten (altijd iets!). En het feit dat Klaus zich enkele dagen later ook weer niet zo heel veel bleek te herinneren van Frantzis.

THE REAL ARCHITECT

Beeld Alex Vanhee

Het was schattig om te zien hoe All-Turn vooraan stond te supporteren voor The Real Architect - de laatste hiphop-act van de avond - en de armen in de lucht gooide bij elke rhyme die hij goed vond. Bijna even schattig was The Real Architect zelf, alias de 19-jarige Elias Verhoeven uit Aalst, die er in zijn T-shirt en jeans in de verste verte niet uitzag als een rapper, en de zenuwen probeerde weg te happen in 'Old School', een titel waarachter voorwaar geen leugen schuilging. Een kale spookriedel met ruis die van het vroege Cypress Hill had kunnen zijn, en Verhoeven die de vocale klus helemaal in zijn eentje klaarde, zónder prominente stem die op band een handje meehielp. The Real Architect verdiende er kudos voor, maar was over de hele lijn wellicht te mager (pril Engels, beperkt volume en stembereik, hortende flow) voor de halve finale.

MESKEREM MEES

Het beste had Eeklo voor het laatst bewaard. De jury had het hart nochtans vastgehouden voor het frêle 20-jarige meisje op akoestische gitaar als afsluiter: gingen we haar wel horen doorheen het gebral en geroezemoes in de zaal? Meskerem Mees had amper twee zinnen nodig om die zaal muisstil te krijgen. Ze had clevere teksten waarin 'The Catcher in the Rye' (leuk voor wie al eens een boek leest) en 'Knocking on Heaven's Door' (tenslotte toch ook van een Nobelprijswinnaar) geparafraseerd werden, zong Engels waarbij je nooit de wenkbrauwen ging fronsen, maar excelleerde vooral in frasering, beheersing van volume, en... songs! 'Seasons Shift' was een prima opener, 'The Writer' klonk zelfs als een klassieker in de oren. Voor haar laatste song ging de akoestische gitaar aan de kant, sloeg ze zichzelf een kruisteken en zei: 'Tijd voor een experiment.' Ook daarmee - het a capella gezongen en enkel door vioolgepluk begeleide 'The Life' - kwam ze moeiteloos weg. Ronny Mosuse noemde Meskerem Mees naar verluidt al eens de Vlaamse Nina Simone, een vergelijking die na haar doortocht op heel wat minder hoongelach werd onthaald in het jurylokaal.

DE POSTHOORN, HAMONT-ACHEL

TOMOHIKO

TomohikoBeeld Koen Keppens

Van Poperinge naar Hamont-Achel: een langere rit valt er in het Vlaamse land niet te maken, maar Tomohiko - uit Poperinge dus - had wel het geluk als eerste te mogen aantreden, waardoor ze, om een gewaardeerde collega te citeren 'nog net op tijd thuis konden zijn voor het sluiten van de cafeetjes'. Tomohiko werd aangevoerd door de 40-jarige Raf Parrein, die in zijn rug een groep met gammele ritmesectie had verzameld, wat in de indiepop gelukkig niet zo erg is als in - Klaus roept maar wat - de reggae of funk. Dat Tomohiko met 'Forget' een goede eerste song had met heerlijk gemikte backing vocals, maakte aanvankelijk veel goed, maar 'I Went to Your House' speelde zich helaas al een paar afdelingen lager af, en bij song nummer drie was het vat helemaal af en bleef enkel nog wat geroep over. Op naar de cafeetjes!

SONAYOU

Sonayou was Laurine Musardo, een 18-jarige diva uit Maasmechelen met Italiaanse, Poolse en Sloveense roots. We zeggen diva omdat ze zich zo presenteerde - kin omhoog, blik strak op de sterren - en in haar podiumact de randjes van overacting opzocht, maar tussendoor bleek Sonayou poeslief en de beleefdheid zelve te zijn. Met schattige bindteksten - half Engels, half Nederlands met Limburgse tongval - bedankte ze alles en iedereen voor de kans die ze kreeg, daddy en mommy inbegrepen. Van muzikale zijde vielen er vooral veel echo's uit de jaren 90 te rapen - Klaus moest even aan Gloria Estefan denken - gespeeld door een groep die het klappen van de zweep kende. In de beste momenten had Sonayou de grote voorbeelden (Ariana Grande voornamelijk, aldus haar bio) in het verre vizier zitten, in de slechtste momenten ging het iets te hard op een inzending voor het Eurovisiesongfestival lijken. Maar 18 jaar dus nog maar. Mocht Hooverphonic ooit nog eens een iets oudere zangeres zoeken: hier liggen mogelijkheden.

OUR COMMON SENSE

Our Common SenseBeeld Koen Keppens

Met songtitels als 'Harbinger of Calamity', 'Abyss' en 'Sorrow' wist je het al min of meer op voorhand: hier zou stevig van leer getrokken worden. Het begon met een introotje op chorus-gitaar, waarna Our Common Sense met alle geweld van de wereld kwam binnengevallen en De Posthoorn liet ontploffen. Zeker een volle minuut lang spatte de dreiging ervan af, tot de zanger zijn 'Regan in 'The Exorcist''-stem liet varen en overging op een grunten dat hem veel minder als gegoten zat. De muzikale rook om de hoofden verdween om nooit meer terug te keren. Toen er verderop ook nog croonen van kwam, kreeg je zelfs de indruk dat je naar een stemmenimitator aan het kijken was. Of zoals iemand het in het jurylokaal samenvatte: 'Goeie stukken, maar helaas ook veel slechte.'

MOMENTS

MomentsBeeld Koen Keppens

Moments gooide daar een forse streep metalcore achteraan en wist de dreiging iets langer vol te houden dan Our Common Sense. Het feit dat ze grote voorbeelden als Parkway Drive en Architects iets dichter op de hielen zaten, zat er zeker voor iets tussen, maar de indrukwekkende splitsprong van de zanger - een soort Michael Jordan zonder bal - evenzoveel. Het tweede nummer leek op het eerste, het derde, 'The Voiceless', kreeg de tekstuele clichés van het genre - 'One for all and all for one', 'We are the voice of the voiceless'... - nauwelijks gehuisvest. 'Wil ik dit op een groot podium zien?' vroeg iemand zich achteraf luidop af. De vraag stellen is nagenoeg altijd bij nee uitkomen.

COYOTE MELON

Coyote MelonBeeld Koen Keppens

Coyote Melon was vanuit Gent naar Hamont-Achel gekomen en speelde een eerste song die van nog verder kwam: 'Casablanca'. Dat had iets, al was het wel telkens wachten op de met fijne backings opgeluisterde refreinen. Coyote Melon had de instrumenten onder de knie, speelde goed samen, en wist ons zelfs af en toe een melodie die naam waardig voor de voeten te gooien, maar maakte desondanks een allesbehalve onvergetelijke indruk. Het gebrek aan geestdrift zat er voor iets tussen, het feit dat ze openden met een gitaarriff die heel erg aan 'Dreadlock Holiday' van 10cc deed denken en die zelfgespannen verwachtingen nooit meer te boven kwamen, en natuurlijk ook wel de afwezigheid van een echt goeie song.

STAY IDLE

Stay IdleBeeld Koen Keppens

Punk dan, met Stay Idle uit Houthalen-Helchteren. Een zanger in een T-shirt van Bad Brains levert altijd pluspunten op, zeker als hij vervolgens ook nog eens klinkt alsof hij hoogstpersoonlijk in Washington D.C. op taalkamp is geweest. Waar de Bad Brains al eens wat reggae door hun punk roerden en de voet van het gaspedaal haalden, hielden die van Stay Idle hem er drie minuten lang met hun volle gewicht op. Waardoor we, geloofwaardigheid ten spijt (ze leken écht kwaad!), al snel uitkwamen bij steriele punk op topsnelheid. Stay Idle was kort, krachtig en drie keer hetzelfde.

AARDE AAN DAAN

Daan Hafkamp was met de trein der liefde vanuit Amsterdam in Antwerpen beland, en had voor zijn concert in Hamont-Achel de beste groep van de avond rond zich verzameld. Helena Mayorga-Paredes op gitaar (zie ook Pavlove), Hanne Vandekerckhove op bas (zie ook Jacle Bow), Robbe Van Ael op drums (twee jaar geleden met Walmok nog in de halve finale), Hafkamp zelf op toetsen en zang: met z'n vieren maakten ze iets waarin niets ontbrak en alles heerlijk harmonisch op z'n plaats zat, tot en met de shakers toe. Hafkamp had in het Nederlands drie liedjes gescheven waar je haast moeiteloos naar bleef luisteren en waarin een zeker cabaretgehalte nooit de boventoon ging voeren. Dat hij in 'Projector' in drie minuten tijd van Spinvis naar Muse ging, is dan weer een dubieuze prestatie die hem voorlopig vergeven mag worden.

BAT EYES

Bat EyesBeeld Koen Keppens

'We're a Belgian band, we play indie rock,' had Bat Eyes in de bio summier gestipuleerd. Een kleine rondvraag leerde Klaus echter dat er over de groepsleden wel wat meer verteld kon worden. Zanger Koen Wijnant was de frontman van het ter ziele gegane Arquettes, drummer Tomas Serrien zagen we in 2014 met Melting Time al aan het werk in Humo's Rock Rally, gitarist Birger Ameys met Watchoutforthegiants en Winterfort. En het begon goed: opener 'Emily' had alles wat de songs op de eerste platen van Dinosaur Jr. zo fantastisch maakten, minus J Mascis-solo. Stuwende gitaren, zang op het randje, melodieën in alle uithoeken. Wat daarop volgde - 'Loria' en 'Belly' - speelde zich helaas een afdeling of vijf lager af. Raak je met één song in de halve finale? Klaus zou het niet weten.

J. JONES

J. Jones zag eruit als een Hollandse metalgroep, maar speelde iets waaraan op vele momenten weinig touw vast te knopen viel. Uit Holland kwamen ze wel degelijk, uit de Tilburgse popschool meer bepaald, en zodra je dat wist, viel er niet meer naast te luisteren. Liedjes met kop en staart, dat zeker, maar gespeeld alsof er voor elk partijtje een nieuwe jas werd aangetrokken. Knutselwerk in plaats van songs, maniërismen in plaats van echte gevoelens, en een overdaad aan stijlen die elkaar voor de voeten liepen. Abominabel werd het nooit, en van slotsong 'Suffocate' kan Klaus een week later zelfs nog het volledige refrein citeren: 'Call me on my cell phone / But I'm no longer there / You go fuck yourself boy / Call someone who cares.' Of dat een goede zaak is, daar is hij nog niet helemaal uit, maar blijven hangen is het wel.

BARUCH WILLIAMSON

Baruch WilliamsonBeeld Koen Keppens

Baruch Williamson was Boris Willems, bekend van vele doortochten in Humo's Rock Rally en twee weken geleden met Hugs of the Sky nog op de preselectie in Leuven te bezichtigen. Voor Hamont-Achel had hij de gitaar thuisgelaten en zijn laptop meegebracht, waarop hij iets zou gaan fabriceren dat het midden ging houden tussen Nicolas Jaar, Aphex Twin, Kevin Parker en Mozart. Dat het allemaal wat statisch was, hoeven wij u niet te vertellen, en dat wij er het raden naar hadden wat er nu allemaal op band stond en wat live werd toegevoegd ook niet. Feit is dat Baruch er prima in slaagde om de zaak aangenaam op te bouwen naar een hypnotiserende groove, die als bij toverslag verdween toen hij de zaak moest stilleggen om aan zijn tweede song te beginnen. Een onderbreking die hij niet meer echt te boven kwam. Jammer, want één lange song van vijftien minuten was wellicht beter geweest.

De rit van Hamont naar huis was lang, maar in amper drie songs had Klaus de klus geklaard: 'Echoes' van Pink Floyd, 'Voodoo Chile' van Jimi, en 'Autobahn' van Kraftwerk. Samen goed voor ruim een uur luisterpracht.

Volgende preselecties Laatste preselecties op vrijdag 14 februari in Club 26 in Genk en op zaterdag 15 februari in Nosta in Opwijk. Alle info over programma en bands: humo.be/rockrally. Op digitale radiozender Willy stelt Sofie Engelen woensdagavond vanaf 20.00 de kandidaten van komend weekend voor.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle verhalen van de Humo rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234