Jehnny BethBeeld Johnny Hostile

InterviewJehnny Beth

'Erotisch kannibalisme? Ik ben in mijn diepste fantasieën gedoken, anders had het geen zin'

In het vijfde seizoen van de serie 'Peaky Blinders' kregen we een voorsmaakje van 'To Love Is to Live', de soloplaat van Savages-frontvrouw Jehnny Beth. In een scène waarin Polly Gray, de peetmoeder van de Shelby-maffiaclan in Birmingham, haar entree maakt op een scheepswerf om een lading opium te bespreken, is een uitzinnig industrieel nummer te horen waarin een vrouwenstem 'I'm the man' raasde. Pollyanna uit 'Peaky Blinders' en de frontvrouw van Savages in één beeld: een sublieme match. En nu is 'To Love Is to Live' eindelijk uit, samen met een bundel erotische verhalen. 'Ik moest alle schaamte van me afgooien.'

Op haar 20ste trok ze samen met Johnny Hostile (né Nicolas Congé), met wie ze nog steeds een koppel is (voor wie het mocht interesseren: de twee hebben een open relatie), uit Frankrijk weg naar Londen, maar Jehnny Beth (née Camille Berthomier, nu 35) woont weer in Parijs. Haar afkomst heeft ze tijdens haar Londense jaren nooit kunnen verbergen: je merkte die altijd aan haar kledingstijl - voormalig Yves Saint Laurent-ontwerper Hedi Slimane is een goeie vriend en doet haar al eens een outfit cadeau - én aan haar accent, dat doorsijpelde in haar songs en haar interviews.

HUMO 'I'm the Man' was het eerste nummer van je solodebuut dat je prijsgaf. Een energieke, zelfverzekerde song, maar naast het podium kom je heel frêle over.

JEHNNY BETH «In 'I'm the Man' beeld ik mezelf in dat ik de ultieme slechterik ben: 'Kijk naar mij, I'm the evil man, de boosdoener.' We geven machtige, slechte mensen graag de schuld van alles, we ontmenselijken hen zelfs. Maar in hoeverre verschillen wij van hen, diep vanbinnen? Puur biologisch alvast helemaal niet, en emotioneel en mentaal misschien minder dan we zouden willen. Dat vraag ik me af in die song: in hoeverre zijn wij niet allemaal een beetje héél slecht?»

HUMO Vanwaar die fascinatie voor het gevaarlijke, het lelijke, het kwade? Die was er al bij Savages: op het podium van de Botanique ging je als een razende tekeer tijdens de song 'Fuckers': 'Don't let the fuckers get you down'.

BETH «Ja, in Savages was ik constant the bad guy. Ik kon erg gemeen zijn in mijn teksten, ik wilde provoceren en aanvallen. Ik was ook een enorme controlefreak, en ik wilde die controle niet verliezen.

»Ik hou eigenlijk niet van het woord 'soloplaat'. Ik heb 'To Love Is to Live' niet gemaakt om nog meer de controlefreak te kunnen uithangen - 'O, kijk, ze heeft alles zélf geschreven en opgenomen en geproducet.' Ik noem het liever een persoonlijke plaat. Ik wilde niets van mezelf verstoppen, ik wilde net dingen tonen waarover ik beschaamd ben.

»In die zin is 'I'm the Man' een kwetsbaar nummer, het is veel minder gevaarlijk dan pakweg 'Fuckers' van Savages, een song die pure zelfverdediging was. Romy Madley Croft van The xx wees me erop dat bepaalde aspecten van mijn persoonlijkheid niet aan bod kwamen bij Savages.»

HUMO Zij heeft onder andere het nummer 'French Countryside' geschreven voor jouw plaat, een romantische ballade waarin je tegen een geliefde mijmert: 'It's hard sometimes to show you really care'.

BETH «Het was zowat de moeilijkste song om te maken, omdat die gaat over alles wat positief is aan mezelf. Maar Romy heeft me overtuigd: 'Jij bent de heldin, je kunt het, je bent sterk genoeg.'

»Mijn vriendschap met Romy is ontstaan na een ontmoeting op Coachella. Ze kwam als fan naar me toe na een optreden van Savages en zei dat we samen nummers konden schrijven. Ik reisde haar achterna naar Berlijn als ze daar op tournee was met The xx, of we ontmoetten elkaar in Las Vegas, toen ik daar op tournee was met Gorillaz (Jehnny Beth is te horen in hun song 'We Got the Power', red.) en zij met The xx. We sloten ons op in een hotelkamer, draaiden de hele nacht muziek, praatten en schreven songs. Dat is ook eigen aan onze generatie muzikanten: er is weinig jaloezie, we helpen elkaar.»

HUMO Parijs, Los Angeles, Londen: je hebt de wereld rondgereisd om je persoonlijke plaat op te nemen. Maar je ging recent wel weer in Frankrijk wonen. Wat dreef je terug?

BETH «Ik heb jaren niet willen terugkijken op wat me gevormd had in mijn jeugd of waar ik vandaan kwam - in Londen was ik er vooral op gebrand om een nieuwe versie van mezelf te creëren. Maar nu moest ik een aantal zaken in de ogen kijken die ik had achtergelaten. Toen ik naar Parijs verhuisde, kende ik daar niemand. Ook mijn isolement heeft de songs beïnvloed.»

HUMO Je hebt je jeugd in het Franse Poitiers doorgebracht.

BETH «Mijn vader was er theaterregisseur en toneelleraar. Hij richtte er zijn eigen gezelschap op en gaf les aan het conservatorium. Al toen ik klein was, ging ik met mijn zus naar de repetities kijken. Zijn arbeidsethos is me altijd bijgebleven, en natuurlijk ook het podium, dat al vroeg een aantrekkingskracht op me uitoefende. Mijn moeder was lerares economie. Haar ouders waren landbouwers, en net zoals mijn vader behoorde ze tot een generatie Franse jongeren die gratis naar de universiteit kon - ze konden allebei opklimmen op de sociale ladder. We waren niet rijk, maar we bezochten musea op reis en thuis werden we aangespoord om boeken te lezen en naar films te kijken in plaats van naar tv-series.»

HUMO Ik heb altijd bewondering gehad voor mensen die doen wat ik nooit durfde: alles achterlaten en naar het buitenland trekken om opnieuw te beginnen.

BETH «Sinds mijn 15de wilde ik al weg uit Poitiers. Ik wist dat Parijs niks voor mij was - om daar iets te betekenen in de muziek, moet je in het Frans zingen, en dat wilde ik niet. Ik moest in Londen zijn, wist ik toen ik daar op mijn 15de een tijdje kon inwonen bij vrienden van mijn ouders. En toen ik wat later in Frankrijk Johnny Hostile ontmoette, zijn we met ons tweeën verhuisd. We waren net 20 en hadden al onze bezittingen en instrumenten in een bestelwagen gepropt, waaronder mijn Farfisa-orgel.

»De eerste twee jaar in Londen waren hard, maar ze hebben ons wel gevormd. We speelden waar we maar konden. Die grote droom betekende vooral dat we de hele tijd zelf ons materiaal moesten in- en uitladen - ik heb mijn loodzware Farfisa meermaals vervloekt - en dat we te maken kregen met concert-organisatoren die óns wilden doen betalen. En toch moet je volhouden. Uiteindelijk konden we een plaat opnemen in onze slaapkamer en zat de zaal vol bij de release. Het begin van een nieuw avontuur, dat vijf jaar zou duren.»

DOODGEBETEN

HUMO Ik heb Savages geïnterviewd voor de release van de eerste plaat. De argwaan spatte van jullie houding, tot we over muziek begonnen te praten. Eerlijk: jullie gedroegen je nogal kinderachtig.

BETH (lacht) «We hadden al vroeg de lelijkste kant van de muziekindustrie gezien. Onze eerste manager had niet meteen het beste voor met ons. Ik was de enige in de groep die ervaring had met advocaten en contracten en publishing deals. Het had me al eens veel tijd en geld gekost om onder een slechte platendeal uit te raken. Bij Savages ging het héél snel: drie maanden na onze eerste repetitie kregen we al een platencontract onder de neus geschoven. Als enige in de groep had ik een uitgesproken mening over wat ik wilde en vooral níét meer wilde doen. Ik wilde bijvoorbeeld geen artist deal tekenen, waarbij je je plaat wegschenkt aan de platenfirma, maar een license deal, waarbij je je werk na een aantal jaar terugkrijgt. Onze manager bekeek me alsof ik gek was geworden. Hij verweet me dat ik de toekomst van de groep in gevaar bracht, dat de platenbonzen ons snel beu zouden worden door mijn zogenaamde kapsones en geïnteresseerd zouden raken in andere groepjes. Dat leidde tot enorme spanningen in de groep.

»Drie maanden eerder waren we vol enthousiasme begonnen: we wilden fun hebben en mentaal gezond blijven - ons leven redden, als ik er nu op terugkijk. Waarom overkwam die shit ons? Wat ons heeft gered, was dat we een echte groep waren, en dat we ons niet uit elkaar lieten trekken. Dat was wat jij toen tijdens dat interview voelde: wij tegen de rest van de wereld. Sorry (lacht).»

HUMO Bestaat Savages nog?

BETH «De groep staat on hold. Ik heb niet meteen plannen om terug te keren, ik moet eerst een aantal dingen voor mezelf doen.»

HUMO Zoals: erotische verhalen schrijven bij de erotische foto's van je partner Johnny Hostile. Die zijn nu gebundeld in 'C.A.L.M.: Crimes Against Love Memories'. In één van de verhalen bijt een man zijn geliefde dood, waarna hij haar verorbert. Wat is er in godsnaam erotisch aan kannibalisme?

BETH «Ook voor die verhalen ben ik in mijn diepste fantasieën gedoken, anders had het geen zin. Ik weigerde mezelf te censureren. Ik ben trouwens met kortverhalen begonnen toen ik van PJ Harvey te horen had gekregen dat mijn gedichten nergens naar leken (lacht). En zelf was ik de beperkingen van songteksten beu. Voor die verhalen heb ik me teruggetrokken in steden waar ik niemand kende, ik huurde er telkens een flat en schreef er hele dagen. Ik kwam alleen buiten om te eten en een wandeling te maken. Tijdens die wandelingen doemden dan beelden als dat van die kannibaal op.»

HUMO Je speelt ook in een film met Sting?

BETH «Ja, het is een verfilming van 'Kaamelott', een Franse tv-reeks van een tiental jaar geleden over koning Arthur en de Ridders van de Ronde Tafel. Ik speel een Angelsaksische huurling, het hulpje van Sting. We hebben ons uitstekend vermaakt op de set - niet alleen met de zwaarden, maar ook tijdens de boeiende gesprekken als we moesten wachten tussen de opnames door.»

HUMO Op BBC Radio 6 vertelde je dat de dood van David Bowie het startsein was om nummers voor jezelf te schrijven. Heeft zijn laatste plaat 'Blackstar' zo'n indruk op je gemaakt, of was er meer aan de hand?

BETH «Vorig jaar is mijn goede vriend Philippe Zdar gestorven (de helft van het duo Cassius viel van een balkon, red.), en ook in mijn familie zijn er de voorbije maanden mensen overleden. Een eigen plaat uitbrengen werd alsmaar dringender, alsof ik bang was dat ik zou sterven zonder iets achter te laten.

»Hoe bewuster je je wordt van de dood, hoe bewuster ook van het leven. Zoals het Engelse gezegde luidt: 'Death is something you don't know until you live it.' Je beseft niet wat het leven is tot je met het kille feit van het einde wordt geconfronteerd. Dat is zo zwaar om te verwerken, dat je er wel een positieve draai aan móét geven.»

Eén van de opmerkelijke gasten op 'To Love Is to Live', naast Romy Madley Croft en 'Peaky Blinders'-acteur Cillian Murphy, is Joe Talbot van Idles. Hij is te horen op de song 'How Could You', die behoorlijk agressief klinkt.

HUMO Vanwaar die agressie?

JOE TALBOT «'How Could You' gaat over mijn probleem met jaloezie in relaties. Vijftien jaar geleden was ik een onmens om mee samen te leven, ik worstelde met een verslaving en gedroeg me passief-agressief. Intussen ben ik van die jaloezie verlost, maar in 'How Could You' blik ik terug op die periode. Jehnny en ik geloven allebei in geweld als een mooie eigenschap van kunst.»

HUMO Zijn jullie ook vrienden?

TALBOT «We hebben elkaar ooit ontmoet voor een interview dat een magazine met ons beiden had opgezet. We zijn daarna in contact gebleven. Het klopt wat ze zegt: er is geen jaloezie tussen jonge muzikanten.»

HUMO Hoe gaat het intussen met Idles?

TALBOT «Plaat nummer vier is zo goed als af. En tijdens de lockdown hebben we ons beziggehouden met onze carrière als vaders. Ik heb ook Frans geleerd via Duolingo, om met Jehnny te kunnen bijpraten in haar moedertaal (lacht).»

'To Love Is to Live' van Jehnny Beth is nu uit bij Caroline.

De verhalenbundel 'C.A.L.M.: Crimes Against Love Memories' verschijnt op 9 juli bij White Rabbit.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234