null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

concert★★★☆☆

Geen groei zonder groeipijnen, maar onthoud van PUP in de AB vooral dát ze groeien

De punkers van PUP speelden maandag hun zevende show in negen dagen voor een AB die toch een paar honderd man voller had gemogen. Dan is het te begrijpen dat zo’n band geen levensveranderend goed concert uit de snaren schudt. Gelukkig waren er genoeg trouwe fans die de Canadezen erdoor sleurden en troeft een gewoon goede PUP nog altijd de meeste rockbands op de top van hun kunnen af.

Jasper Van Loy

Stefan Babcock, Nestor Chumak, Zack Mykula, Steve Sladkowski schrijven al twaalf jaar songs alsof ze voor hun depressieve vrienden zouden zijn. Hun band PUP is dus een flinke puber, en nog meer dan krokante zakdoeken en een huid als een vulkaanlandschap hoort daar de drang bij om het anders te doen, te zoeken naar een eigen stem. Voor ‘The Unraveling of PUPTheBand’ liet de groep dit voorjaar synths en blazers aanrukken voor een satire op zichzelf over de groep en de industrie waar ze zich in staande houdt. ‘Als het voor The Clash oké was om buiten de lijntjes te kleuren, dan voor ons ook’, zei Sladkowski onlangs nog in Humo.

Voor opener ‘Four Chords’ bespeelde Babcock nog een kleine synth, maar daarna kreeg hij het ding niet snel genoeg achter het gordijn geduwd. Tot zover de grote muzikale revolutie in de AB, voor de rest van de avond wilde PUP doen waarvoor de fans een ticket hadden gekocht: punk op het scherp van de snee en met gevoel voor risico in de oogballen gespuwd, zo strak en tegelijk bedoeld chaotisch dat elke noot van elke nummer aanvoelt als een zatte koorddans boven een ravijn. Helaas was het nieuwe ‘Totally Fine’ al meteen een totaal fiasco. De jongensachtige bordel die op plaat zo goed werkt, kwam in Brussel rommelig over. De samenzang miste samenhang, een deel van het publiek had geen andere reactie dan als luie brandweermannen de katten uit de boom stond te kijken.

Een halfvolle zaal maakt een punkshow gezellig, maar niet beter. De honden van PUP zijn te hongerig geweest, was de eerste voorzichtige conclusie. Gelukkig krijgen punkers, dat is geweten, stenen kloten van voorzichtige conclusies en laten die hun bands niet vallen na een matig openingskwartier. ‘Dark Days’, vanop PUPs titelloze debuut, was de eerste voltreffer. Met ‘Sleep in the Heat’ volgde een nieuw oudje dat klonk als kwam het uit één met goede pils gesmeerde keel. Babcock stak zijn statief triomfantelijk in de lucht: dit was waarvoor hij de nacht had doorgebracht in een tourbus in plaats van in zijn warme Canadese bedje. Dat hij het tussenin bijna weer naar de vaantjes had geholpen met een krachteloze versie van ‘Robot Writes A Love Song’ was snel vergeten. ‘Matilda’, dat niemand in Brussel aan Alt-J of Roald Dahl deed denken, was trouwens het bewijs dat PUP ook nieuwe nummers wel tot een goed einde bracht.

null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

“Wie is hier voor de eerste keer?” vroeg Babcock, en dan met de knipoog: “Welkom bij de losersclub.” Dat hij de moed er inhield, was te danken aan de habitués, die vooraan de moshpits in gang draaiden en tussenin luid meezongen met van zelfspot en zielenpijn doordrenkte teksten als “Just ‘cause you’re sad again / It doesn’t make you special at all.” Het is het volk dat PUP al zag in de Antwerpse Zappa, op Groezrock, om halftwaalf op Pukkelpop of in het bovenzaaltje van de Trix. Niemand weet beter dan zij wat de Canadezen bedoelen als ze ‘If This Tour Doesn’t Kill You I Will’ - in Brussel speelden ze hun zevende show in negen dagen en dat was er zeker in de eerste nummers aan te horen.

Met de eindstreep in zicht kreeg Babcock nog wat volk in de circle pit gedraaid, werd ‘Scorpion Hill’ een innige samenzang onder vrienden en ging de prijs voor werknemer van de avond naar gitarist Steve Sladkowski. Niet te veel tamtam, tegen de bridge een half stapje naar voren doen en dan spélen: dankzij hem kwamen nummers als ‘Scorpion Hill’ en ‘Matilda’ een pak beter uit de verf.

Tussen de liedjes vijftien en zestien verstoppen de plaagpunkers zich halfslachtig achter handdoeken en gitaren, gewoon omdat ze bisrondes bullshit vinden. Met een ziedend ‘Morbid Stuff’ haalt PUP het op punten, ook omdat de groep na tien jaar en vier albums nog altijd het met de blote hand vrijgemaakt pad verkiest boven de geasfalteerde viervakker. De groep wil vooruit, met de voeten eerst als het even kan en wie de hiel tegen zijn kop krijgt, legt er maar ijs op. Bij groei hoort groeipijn zoals bij dit stuk drie sterren horen, want met wat meer volk, een passender zaal of minder vermoeidheid onder de lendenen heeft deze groep een nog veel beter concert in zich.

Luister ook naar onze playlist:

Schrijf je in op onze wekelijkse muzieknieuwsbrief:

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234