Cliff Richard

Marc DiddenTjingeltjangel (5)

Hoe een bange Nederlander onbewust de opkomst van Elvis-imitators in gang zette

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Deel vijf: Eigen Elvis Eerst!

Tegen het eind van de jaren 50 was het zelfs voor de stekeblinden en de potdoven onder ons duidelijk dat voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid diverse uitingen van jeugdcultuur hun plaats aan het opeisen waren in de eindelijk van de trauma's van Wereldoorlog II herstellende wereld. Jonge mensen begonnen hun haren te kammen zoals ze dat wilden. Jongens gingen hun pofbroeken vervangen door Blue Jeans, meisjes ruilden hun nog naar het pensionaat riekende grijze plooirokken voor pittige petticoats of zelfs al eens een strakke short. Wie het zich kon veroorloven, reed door de stad op een blinkende brommer, stakkers als wij bevestigden met behulp van een wasspeld een eenvoudige speelkaart aan één van de staken van het voorwiel van onze fiets en waanden ons zo even bendeleden van de wild ones.

Het is zeker waar dat wij, de jeugd van toen, al meteen en wereldwijd onze eigen muziek geclaimd hadden. Helmut Zacharias, Caterina Valente, Doris Day, Mario Lanza en andere Perry Como's die voorgoed in onze radiotoestellen leken te wonen, werden langzaam maar zeker en ergens op de brug naar de jaren 60 vervangen door de klinkende namen van de rock-'n-rollpioniers, door popsterren met pit zoals Connie Francis of Bobby Vee en Bobby Rydell, Bobby Darin, Fabian of de fabuleuze en nog steeds actieve Dion DiMucci. Om nog even te zwijgen over de waarlijk goddelijke stem én songs van Sam Cooke en de in het geheel niet te onderschatten zwarte twistkoning Chubby Checker alsook zijn witte evenknie Joey Dee. Ook Brenda Lee (terecht bekend voor de onsterfelijke sleper 'I'm Sorry') zit voor altijd in mijn en vele andere oude kerels' hoofden met soulvolle songs als 'Sweet Nothin's', 'Coming on Strong', 'Dum Dum' of 'Dynamite'. Wie niet van woorden hield, kon zich destijds ook tegoed doen aan de talrijke instrumentals die toen diverse hitparades bereden en zelfs vandaag nog fris klinken. Probeer Duane Eddy ('Rebel Rouser') eens, of Booker T. & The M.G.'s ('Green Onions'), The Surfaris ('Wipe Out'), The Chantays ('Pipeline'), Perez Prado ('Patricia'), The Tornados ('Telstar'), of The Shadows ('Apache').

DE LAGE LANDEN

Alhoewel vrijwel de hele westerse wereld er reikhalzend naar uitkeek, was het al vroeg duidelijk dat de genaamde Elvis Presley zijn fans buiten Noord-Amerika nooit met een concert zou komen bedanken voor hun bewezen diensten. Zijn goocheme manager Andreas Cornelis van Kuijk (Breda, 1909 - Las Vegas, 1997), beter bekend als Colonel Tom Parker, heeft zich namelijk altijd verzet tegen buitenlandse tournees van de King. Naar men zegt uit angst dat hijzelf, een illegale immigrant die geen Amerikaans paspoort bezat, eens hij zijn nieuwe vaderland verliet, er niet meer zou mogen terugkeren. Dat hij daarmee meteen ook de dromen van zijn poulain Presley versmachtte, leek deze bizarre Noord-Brabander niet te deren.

Waarmee we in de Lage Landen beland zijn en kunnen vaststellen dat als Elvis niet naar daar mag, ze er zelf wel Elvissen zullen kweken. De Hollandse Elvis heet even Pim Maas, een sympathieke Amsterdammer die wel zijn best doet om op Elvis te lijken maar uiteindelijk toch voor eens en altijd Pim Maas zal zijn. Veel spannender was de komst van Peter Koelewijn die samen met zijn Rockets helemaal aan het begin van 1960 Nederland en Vlaanderen op zeer aangename manier verraste met de geweldige hitsingle 'Kom van dat dak af'. Die klonk helemaal authentiek en was qua stijl en losse heupen ook volledig in lijn met het beste wat ons uit de States bereikte.

Bonus: Koelewijn wauwelde geen pseudo-Engels zoals veel vroege Europese rockers, maar schreef en zong met veel naturel gewoon in zijn moerstaal. Ten onrechte wordt hij soms gezien als een onehitwonder, maar ook opvolgers als 'Marijke' of 'Doe maar net alsof' zijn waardevol. En helemaal top: 'De hele stad wordt gek en dol', dat zomaar verborgen zat op de B-kant van het befaamde 'Dak'. Koelewijn blijft tot vandaag de dag een boeiende figuur in de muziekgeschiedenis van de Lage Landen. Hij werd een topproducer en discjockey, en maakte na de rock-'n-rolljaren af en toe nog pakkende singles als 'Robbie' of 'Je wordt ouder, papa'.

Al hadden wij in Noord-België geen figuur als Koelewijn, toch schudden ook hier wat rockachtige figuren aan de boom. Will Tura werd op zijn allereerste persfoto's toch een beetje afgebeeld als een lokale Elvis, hij had ook een vroege hit met de Everly Brothers-song 'Bye, Bye Love' en hij is een Elvis-fan gebleven voor het leven. Bij Elvis' plotse overlijden in 1977 huldigde hij zijn held met de song 'Goodbye, Elvis', later maakte hij een hele lp met Presley-songs, waarop hij vocaal begeleid werd door The Jordanaires, niets minder dan Elvis' backing zangkoor.

Uit de stal van Tura kwam eveneens een zekere Danny Fisher (de vorige week overleden 'Leuvense Elvis'), een goede gitarist met een aardige stem die enkele leuke singles maakte, terwijl een andere goede gitarist met een aardige stem, Dan Ellery (voor sommigen 'De Gentse Elvis') een regelrechte hit scoorde met het sterke 'Bop-A-Lena'. In Antwerpen schitterde het talent van alweer een goede gitarist Freddy Sunder (die al in 1953 Hank Williams' absurdistische song 'Kaw-Liga' coverde!). Terwijl ook Neder-Over-Heembeek over een Elvis bleek te beschikken en wel in de persoon van de later zeer verdienstelijke studiogitarist Burt Blanca, die voor de burgerlijke stand nog steeds gewoon Norbert Blancke heet.

In Duitsland heette de lokale Elvis dan weer Peter Kraus. In Frankrijk hadden ze er maar liefst drie: Dick Rivers (van Les Chats Sauvages), Eddy Mitchell (van Les Chausettes Noires) en Johnny Hallyday, begonnen als een schrale imitator maar bij zijn dood in december 2017 door de algehele Franse politiek, zijn talrijke ex-vrouwen en de hele francofone wereld uitgewuifd als een ware volksheld.

CLIFF!

Toch moeten we samen even de Noordzee over om te ervaren wat Europese rock-'n-roll zou kunnen zijn. Figuren als Billy Fury, Adam Faith en Tommy Steele slaagden er aardig in om hun Britishness te verbinden met de wildemansmuziek die uit het zuiden van de States naar Londen kwam overwaaien. Maar het was toch wachten op Cliff Richard & The Drifters (later herdoopt tot The Shadows omdat die andere naam al in gebruik was bij een geweldige r&b-vocalgroep) om te zien en horen wat dat echt kon zijn, britrock.

Sir Cliff Richard, die door al vijftig jaar lang militant christen te zijn, zich nooit te outen als homo, en er eerder rechts-conservatieve standpunten op na te houden, al lang geen medialieveling meer is, mag dan weer een werkelijk onderschat artiest genoemd worden. Zowel zijn nieuwe platen als zijn honderd (100!) oudere hits worden niet meer gedraaid door de BBC, en bij navraag ook nauwelijks door andere zenders. In rockdocumentaires wordt Cliff Richard niet of nauwelijks vermeld en is zijn levenswerk een voetnoot geworden. Voor talkshows wordt hij zelden of nooit uitgenodigd.

Toch wil ik hier graag een lans voor hem breken. Omdat hij voor mij, gedurende mijn hele jeugd, een bereikbaardere Elvis was, omdat hij me in de lobby van het Brusselse Amigo-hotel een handtekening schonk toen ik 12 was, omdat hij zo bijzonder mooi kan zingen, omdat ik hem in mijn latere leven drie keer ontmoette en hij nooit de klootzak bleek waar hij weleens voor versleten wordt.

Maar u hoeft mij niet te geloven. Luister gewoon eens naar volgende songs: 'Move It', 'Dynamite', 'Living Doll', 'Do You Wanna Dance', uit zijn eerste periode, en daarna naar 'Devil Woman' en 'Miss You Nights', uit de latere jaren en besluit dan: Cliff Richard, major artist!

Volgende week: Wachten op de Vier!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234