Marc DiddenTjingeltjangel (6)

Hoe Roy Orbison de bekendste zingende treurwilg uit de rockgeschiedenis werd

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Deel zes.

Terwijl de wereld zich, zonder het te weten, al aan het voorbereiden was op de komst van vier jongens uit Liverpool, klonken uit de nog overal talrijk aanwezige jukeboxen onsterfelijke hits van Neil Sedaka ('Oh Carol'), Del Shannon ('Runaway'), Ricky Nelson ('Hello Mary Lou') of Johnny Kidd & the Pirates ('Shakin' All Over') mij en vele anderen als hemels manna in de oren.

Toch was het eerder de angelieke muziek van de broers Donald en Phillip Everly die mij van de fifties naar de sixties droeg. De complementariteit van hun stemmen was zo uitzonderlijk dat ze met-een een geheime code vormde waarvan het ondenkbaar was dat iemand die ooit zou kraken. The Everly Brothers waren, ook al waren ze slechts met twee, uniek. Ze erkenden natuurlijk wel hun roots in de muziek die ze gehoord hadden in het Kentucky van hun jeugdjaren - Hank Williams, Elvis Presley, Buddy Holly - wat van hen toch een soort van rockende hillbillies maakte. Maar ze waren vooral steengoed. Hun grote geluk was dat ze naast hun natuurlijke vocale talenten ook goed ontwikkelde neuzen hadden bij het zoeken naar een repertoire. Dat vonden ze vaak bij het echtpaar met hemelse namen als Felice en Diadorius Boudleaux Bryant. Die voorzagen Don en Phil behalve van hun debuutsong 'Bye Bye Love' ook nog van onder andere 'Wake Up Little Susie', 'All I Have to Do Is Dream', 'Take a Message to Mary', 'Sleepless Nights' en andere bewijzen van onder de drieminutengrens blijvende eeuwige schoonheid, zoals het pakkende en alom bekende en zeer vaak gecoverde 'Love Hurts'.

De broers konden mekaar weliswaar en gaandeweg niet meer uitstaan (Don was en is een uitgesproken Democraat, de in 2014 overleden Phil een militante Republikein). In hun latere periode ontmoetten ze mekaar alleen nog op de scène, waarop ze elk uit een andere kant van de coulissen gewandeld kwamen. Toch zijn ze er nog wel in geslaagd samen enkele mooie hits te schrijven. Ik denk dan bijvoorbeeld aan 'Cathy's Clown', 'The Price of Love' (zie ook Bryan Ferry) en 'Gone, Gone, Gone' (zie Robert Plant en Alison Krauss). Ze kregen later ook een fijne en zelden gehoorde song van superfan Bob Dylan cadeau ('Abandoned Love'), terwijl hun laatste hit ooit, 'On the Wings of a Nightingale', een godsgeschenk van twee andere bewonderaars was en wel Paul McCartney (woorden en muziek) en Dave Edmunds (productie). Opdracht: vind ergens een 'Greatest Hits' van de Everly's en geniet van elke groef.

SAMEN ONDER DE TREURWILG

Op die compilatie treft u misschien ook wel 'Claudette' aan (de B-kant van 'All I Have to Do Is Dream', 1958), een vroege song van de toen nog ontluikende singer-songwriter Roy Orbison. Het lied won nog aan betekenis toen de ware Claudette in 1966 omkwam tijdens een motortochtje met haar man. Haar dood zou van Orbison - overigens de originele man in black - de bekendste zingende treurwilg uit de rockgeschiedenis maken. Een treurwilg die overigens wél kon zingen als de goden en met ogenschijnlijk tranerige ballads als 'Only the Lonely', 'In Dreams', 'Crying', 'It's Over' of 'Running Scared' beknopt maar glashelder kon bewijzen dat liefde als ze slecht afloopt verschrikkelijk pijn kan doen. Met uptemposongs kon Roy anders ook wel overweg, daar getuigen de zum-zum-zuma's op 'Lana' op overtuigende wijze van, alsook het gegrom van de bronstige beer tijdens 'Oh, Pretty Woman'.

Roy Orbison was de held van vele helden: zowel Elvis Presley, de vier Beatles, Bruce Springsteen, Jackson Browne, Tom Waits, Elvis Costello, Jeff Lynne, Tom Petty, George Harrison, Emmylou Harris, Bonnie Raitt als k.d. lang verafgoodden hem. Bob Dylan bezorgde hem een mooie oude dag als stichtend lid van de Traveling Wilburys en vlak na zijn dood (6 december 1988) verscheen nog de sublieme lp 'Mystery Girl' die hij ineengestoken had with a little help from his friends Lynne, Petty en Bono. Daar zat ook nog een vette en ultieme hit in, 'You Got It', een song die hij slechts één keer live speelde, nog voor de bijbehorende lp uit was, en wel in de Koekenstad op 18 november 1988, tijdens het Diamond Awards Festival.

MODERN BELCANTO

Dat er eind jaren 50, begin jaren 60 graag en goed gezongen werd, zult u wel merken als u uw oor eens te luisteren legt bij hierboven vermelde helden van het moderne belcanto zoals dat door de Everly's en Orbison beoefend werd, maar ook door bijvoorbeeld de werkelijk onderschatte Canadese hartendief Paul Anka of de subtielste soulzanger Sam Cooke. Heerlijk was ook al die prachtige samenzang die beoefend werd door folkachtige, eerder in de academische sfeer badende blanke jongens als The Brothers Four, The Four Aces, The Four Freshmen, later The Highwaymen of The Kingston Trio.

Eens de sixties in gang schoten, mocht er wat meer pep in de koorzang voorzien worden. En dat gebeurde ook toen zwarte jongens hun op straat geleerde zangtechnieken gingen uitoefenen als leden van vocal groups als The Drifters of The Coasters. Beide ensembles werden vaak van uitmuntend songmateriaal voorzien door de legendarische hofleveranciers van Elvis, Jerry Leiber en Mike Stoller. Denk aan The Drifters en hoor in uw hoofd: 'On Broadway'. Denk aan The Coasters en zing samen met mij : 'Yakety Yak'.

Niet dat de meisjes zich onbetuigd lieten. The Shirelles ('Will You Love Me Tomorrow?'), The Ronettes ('Be My Baby'), The Marvelettes ('Please Mr. Postman'), The Shangri-Las ('Leader of the Pack'), The Chiffons ('One Fine Day'), The Crystals ('Da Doo Ron Ron'), de vroege Supremes ('Where Did Our Love Go?'): wat zij brachten leek op lichte kost, maar het waren vaak en vooral kortstondige operettes die terloops diep inzicht gaven in de ziel van de mid-20ste-eeuwse vrouw.

Helemaal op zichzelf staan eigenlijk The Four Seasons. We hebben het hier over een viertal jongens uit New Jersey, allen van Italiaanse komaf. Ze heetten eerst The Four Lovers, maar desondanks hield lange tijd helemaal niemand van hen. Pas toen leadzanger Frankie Valli vriend en toetsenist Bob Gaudio erbij haalde, en de groepsnaam gewijzigd werd naar The Four Seasons, gingen de zaken rollen.

Strakke maatpakjes, goed geknoopte dassen, overdosissen Brylcreem en ragfijne falsetstemmetjes bleken de gouden sleutel op de deur van het succes te zijn. Maar vooral de inbreng van producer en cosongwriter Bob Crewe leverde in enkele jaren een repertoire op dat indrukwekkend genoemd kan worden. Vanaf hun eerste hit 'Sherry' (1961) tot en met hun laatste 'December 1963 (Oh, What a Night)' (1975) schitterden deze Jersey Sängerknaben, met in het VK en de States zelfs een godenstatus. Af en toe kende hun carrière wel een dipje, soms was Frankie Valli even een succesvol soloartiest. In elk geval zullen 'Big Girls Don't Cry', 'Walk Like a Man' en 'Rag Doll' eeuwig bestaan. De belangstelling voor de groep leefde weer op in 2005 via de op hun leven en muziek gebaseerde succesvolle Broadwaymusical 'Jersey Boys'. Er kwam zelfs een gelijknamige film van, geregisseerd door Clint Eastwood. Beroeps- en amateurcritici vonden hem 5/10 waard. Ik hou het op 4,5!

LOVE ME DO

Toen werd het 5 oktober 1962. Die dag verscheen op het Parlophone-label een singletje met op ene kant 'Love Me Do' en op de andere 'P.S. I Love You'.

Artiesten: The Beatles. Niemand had ooit van ze gehoord. Maar de debutanten haalden er wel de 17de plaats mee in de Britse charts. Niet slecht. PS Ze veranderden er tegelijk ook de wereld mee!

Volgende week: Yeah! Yeah! Yeah!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234