humo gidst
Humo's Albums van de week: de beste poptunes van het moment, een heerlijk ouderwets klinkende plaat en een conceptuele identiteitscrisis
Wet Leg : ‘Wet Leg’ ★★★½☆
In juni 2021 werd hun ‘Chaise Longue’ uitgeroepen tot de opwindendste debuutsingle sinds ‘I Bet You Look Good on the Dancefloor’ van Arctic Monkeys. In juli was het al drummen voor de kleine Latitude-festivaltent waar ze hun tweede concert speelden. Nog een single later schitterden ze bij Jools Holland en verkochten ze in geen tijd een intercontinentale tour uit. Intussen is ‘Chaise Longue’ al 12,5 miljoen keer beluisterd op Spotify. Viraal gaan wordt vandaag gedefinieerd met twee woorden: Wet Leg.
Late twintigers Rhian Teasdale en Hester Chambers blijven er cool onder. Wet Leg ontstond als een wild idee na een nog wilder IDLES-concert op End of the Road 2019, maar de luwte van een lockdown was nodig om het duo weer samen te brengen op thuisbasis Isle of Wight. Songs schrijven stond in de warme lente van 2020 op plaats drie in hun lijst met prioriteiten – na longboarddansen en rolschaatsen – maar precies dat gebrek aan ambitie deed Wet Leg ‘klikken’. Het mocht punky klinken, met luide gitaren, en allesbehalve serieus. De garagerockende aussies The Chats zorgden voor inspiratie.
Wat opvalt aan ‘Chaise Longue’, is hoe áf dat liedje klinkt, alsof er een jarenlange finetuning aan vooraf is gegaan. ’t Is een opstoot van punkpop en héérlijk clevere nonsens. Elders op ‘Wet Leg’ horen we postpunk in de baslijnen (‘Too Late Now’). Onbeleefde, catchy gitaarriffs. Absurd sarcasme, half gezongen, half gedeclameerd. Killer hooks verstopt onder Pavement-nonchalance. De grungepop van ‘Being in Love’ kampeert ergens tussen Enon en The Breeders. ‘Angelica’ laat The Ronettes surfen op een tsunami van gitaren, terwijl ‘Wet Dream’ swingt als glampop met discohandclaps.
Kurkdroog, sardonisch, tongue in cheek, surreëel: het humorarsenaal waarmee Teasdale break-ups onderspit of verbaal zwavelzuur over haar ex sprayt (‘Piece of Shit’) is breed. Ze zingt over echt – nee, écht – willen uitgaan vanavond en dan toch thuis op de sofa blijven liggen (‘Angelica’). Blaast triviale ervaringen op tot iets universeels. ‘Oh No’ puurt maximale impact uit een telegramstijl die we allemaal begrijpen: ‘I went home / All alone / Checked my phone / Oh no / Oh my God / Life is hard /Credit card / Oh no’.
Baanbrekend is ‘Wet Leg’ niet. De dames hebben wél de beste poptunes van het moment en hun disses schroeien als vlammenwerpers (‘Wet Dream’). Wet Leg maakt liedjes om silly dance moves bij te verzinnen in de auto in de file. O, wat kijken wij ernaar uit om keihard ‘What?!’ terug te brullen wanneer Teasdale ons tijdens ‘Chaise Longue’ vanop een podium toeschreeuwt: ‘Excuse me?!’ In een indiebandje spelen mag weer onversneden fun zijn. Naar popliedjes luisteren ook. (hs)
Beluister ‘Wet Leg’ op Spotify »
Father John Misty: ‘Chloë and the Next 20th Century’ ★★★½☆
In ‘Goodbye Mr. Blue’, het tweede nummer op zijn vijfde plaat, klinkt Father John Misty als een nieuwerwetse versie van John Lennons favoriete drinkebroer Harry Nilsson: je kunt diens ‘Everybody’s Talking’ bijna meelippen, op een riedel die recht uit de folkscene van Laurel Canyon uit de jaren 70 lijkt overgevlogen. Josh Tillman is het nog niet verleerd. Grootmeester van cinematografische melancholische pop met rijke arrangementen alsof het geen geld kost: als een verwend kind van Dusty Springfield en João Gilberto, zo klinkt hij hier. Toeter noch bel wordt in de kast gehouden, Tillman gaat glorieus all out. Dat zorgt voor een bijzonder genoeglijke, heerlijk ouderwets klinkende plaat, waar folk en bossanova en fijnzinnige folk elkaar afwisselen, op een tapijt van smachtend georkestreerde violen waar Frank Sinatra nog een punt aan had kunnen zuigen.
Muziek om te beluisteren met een smoking aan, terwijl u aan een zoveelste negroni nipt. (mc)
Beluister ‘Chloë and the Next 20th Century’ op Spotify »
Kae Tempest: ‘The Line Is a Curve’ ★★★☆☆
De eerste twee platen van de Britse Kae Tempest lieten zich beluisteren als romans op een beat, met personages zoals Becky de sekswerker en Gemma de drugsverslaafde, die in en uit elkaars leven stapten. Kae, sinds 2020 non-binair, houdt het op vierde plaat ‘The Line Is a Curve’ opvallend cryptisch en bij momenten zelfs vaag. De poëet zet de luisteraar nog meer op een afstand, door voor het eerst features te gebruiken. Grian Chatten van Fontaines D.C. leest een gedicht in niemendalletje ‘I Saw Light’, Lianne La Havas fluistert een zalvend refrein in ‘No Prizes’, Kevin Abstract van hiphopcollectief Brockhampton bouwt een feest in ‘More Pressure’. Rick Rubin, de producer van de uitstekende vorige plaat, dient hier louter als adviseur. Dan Carey keert terug als geluidsarchitect: hij levert een dozijn diverse instrumentals, van pompende techno (‘Move’) over Pink Floyd-achtige synthbedjes (‘These Are the Days’) tot een akoestische ballade (‘Grace’). Ik bespeur niets van de klasse van carrièrehoogtepunt ‘Europe Is Lost’, of het moet ‘Salt Coast’ zijn, waarin Kae boven dreunende synthesizers het Verenigd Koninkrijk fileert: ‘There you are/Hedonistic, self-destructive, insecure/Trying to get away from the mistakes you’ve made before.’ (jmi)
Beluister Kae Tempest op Spotify »
PUP: ‘The Unraveling of Puptheband’ ★★★★☆
Op de vierde plaat van de Canadese punkband PUP schreeuwt zanger Stefan Babcock zich een weg door het dilemma waar elke punkband ooit mee heeft geworsteld: of je blijft ondergronds dezelfde vier akkoorden raggen voor de vrienden van je vrienden, of je steekt je teen in de mainstream, waar producers je voor je het weet een piano opsolferen.
De producer in kwestie is Peter Katis, de man die The National en Interpol groot maakte, en hij zet de piano meteen op de voorgrond in de eerste van drie kleine sketches waarin PUP zich voordoet als een multinational met een directieraad die zanikt over akkoordenprogressies. Gelukkig blijft er nog veel over van het geluid dat PUP groot maakte. ‘Totally Fine’ is meer van het vertrouwde goeds, met gitaren op drift en driestemmige angstkreten, en zo staan er nog een paar nummers op deze plaat. Het experiment zit ’m in de staart: ‘Grim Reaping’ wordt door euforische blazers naar een climax getild, ‘Cutting off the Corners’ leeft van beukwerk op de toetsen en op ‘Habits’ experimenteren de puppy’s van de punk zowaar met hiphopbeats.
Je eigen identiteitscrisis in een conceptplaat gieten kan snel uitdraaien op navelstaarderij, maar hier pakt het goed uit. Zelfs de grootste purist zal het moeten toegeven: de nieuwe PUP is allerminst van de hond.
Beluister ‘The Unraveling of Puptheband’ op Spotify »
Denzel Curry: ‘Melt My Eyez See Your Future’ ★★★★☆
Op voorgangers ‘TA13oo’ en ‘ZUU’ rapte Denzel Curry - Zel voor de vrienden - al veel van zich af boven verschroeiende trapbangers. ‘Melt My Eyez’ is heel wat anders. Terwijl Denzel in het reine probeert te komen met beroemdheid, innerlijke demonen, verleden, mentale gezondheid en zijn plek in hiphop, zingt een engelenkoor en bespeelt jazzman Robert Glasper de toetsen in opener ‘Melt Session #1’. ‘Walkin’ heeft dezelfde sfeer als Kendrick Lamars ‘To Pimp a Butterfly’. JPEGMAFIA, Thundercat, T-Pain en slowthai werkten mee. Zel zelf is overduidelijk met de films van Akira Kurosawa bezig. Hiphopgoden aan wie wij moeten denken zijn Nas, A Tribe Called Quest en OutKast. Zin die het thema én het ritme vat: ‘Keep on walkin’, ain’t no stoppin’/ In this dirty, filthy, rotten, nasty little world we call our home’. 6 mei. AB. (gvn)
Beluister ‘Melt My Eyez See Your Future’ op Spotify »
HUMO GIDST NOG MEER:
Vlaanderens mooiste, stilmakende melancholie, prille liefdesperikelen en een crowdpleaser: dit zijn de bioscoopfilms van de week