Tjingeltjangel (10)

‘Ik ben The Kinks en The Who ontrouw geweest om tegelijk intensief van de Small Faces te gaan houden’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Vandaag deel 10: Swinging London!

Midden jaren 60 was het toen een nog steeds een tikkel dickensiaans aandoend Londen volop aan het metamorfoseren was tot een waarlijk hippe plek. Shiny happy people gaven er de toon aan om zo van een grauwe industriestad een ware tuin der lusten te maken. Ja, bij een bushalte zag je nog weleens een heer in streepjespak staan, met bolhoed en paraplu in de aanslag, maar daarnaast zat dan altijd weer een mooi meisje met groen haar, een rode zonnebril en een veelkleurige minirok.

Luister onderaan dit artikel of hier naar onze handige TjingelTjangel-playlist!

De plek waar je toen moest zijn, heette Carnaby Street, een onooglijke straat in de buurt van Oxford Circus. Het wemelde er van boetieks die rommel verkochten: psychedelisch bedrukte T-shirts, geurkaarsen en posters. Ik heb altijd een hekel gehad aan die straat en toen ik er een paar jaar geleden toevallig nog eens doorliep, overviel die hekel me weer. Andere T-shirts weliswaar, andere geurkaarsen en andere posters, maar nog steeds voor 150 procent Kut met Peren.

Desondanks heeft Sir Raymond Douglas Davies, de leider, zanger en bezieler van de essentiële popgroep The Kinks, destijds een mooie impressie geschreven en gezongen over die buurt en de rare vogels die haar bevolkten. Luister even mee naar het liefdevol kritische 'Dedicated Follower of Fashion': 'They seek him here, they seek him there / In Regent Street and Leicester Square / Everywhere the Carnabetian army marches on / Each one a dedicated follower of fashion / Oh yes he is (oh yes he is), oh yes he is (oh yes he is)'. Als je zo'n simpele song nu hoort, en ook weet dat die The Kinks een wereldwijde hit opleverde, dan ga je als bejaarde muziek-liefhebber pas écht beseffen dat die wereld helemaal veranderd is. Dat wat vandaag de jeugd opwindt, van een heel andere strekking is dan dit soort muzikale ansichtkaarten waarop, in dit geval, het leven in Swinging London beschreven werd.

Ik was er toen bij. In zekere zin. Eerlijker zou zijn om te zeggen dat ik er vanop een afstand naar stond te kijken, met slechts een paar pond in mijn broekzak. Te jong om een pub binnen te mogen. Te schuchter om zo'n meisje met groen haar aan te spreken. Te moe omdat ik 's nachts in die smerigste aller jeugdherbergen geen oog kon dichtdoen door een scheten latende Duitser en een slaapwandelende Scandinaaf.

Maar toch hield ik mijn oren open en liet ik daar met plezier de muziek toe die uit bars, boetieks en platenwinkels geknald kwam: 'Glad All Over' van de meer dan geweldige The Dave Clark Five, 'My Generation' van de werkelijk fenomenale The Who, het overdonderende 'All or Nothing' van de Small Faces, het krachtige 'Do Wah Diddy Diddy' van Manfred Mann.

Die Kinks in kwestie hebben zeker geen foutloos parcours gereden tussen 1964 en vandaag, en de nu en dan rijzende vraag of de groep nog wel bestaat, moeten we helaas negatief beantwoorden. De jarenlange vete tussen Ray en zijn broer Dave, de bedenker van al de straffe riffs, waaronder die van 'You Really Got Me', is weliswaar bijgelegd, maar de groep zelf lijkt uitgebrand of ten minste in diepe coma. Als troost is er het oeuvre. Dat behalve talloze fenomenale hitsingles ook nagenoeg volmaakte albums bevat als 'Face to Face', 'The Kinks Are the Village Green Preservation Society' en 'Muswell Hillbillies'.

Ray Davies, de songschrijver, voorzag ook anderen graag van een hit of hitje: 'This Strange Effect' (Dave Berry), 'I Go to Sleep' en 'Stop Your Sobbing' (The Pretenders), 'Days' (Kirsty MacColl), 'David Watts' (The Jam). Om Chris Spedding niet te vergeten en zijn schrijnende versie van 'I'm Not Like Everybody Else', wellicht het meest autobiografische Ray Davies-nummer ooit, en tegelijk een snijdende volzin waarin elke puberende jongere zich ongetwijfeld en terecht zal herkennen.

SPICHTIGE HOOFDJES

Behalve van The Kinks ben ik ook een levenslange bewonderaar van The Who gebleven, en vooral van hun hopman Pete Townshend. Ik vind de 'Greatest Hits' van The Who ook écht The Greatest Hits van die periode. En veel van hun lp's draai ik nog steeds met plezier. 'Tommy': zelden. 'Who's Next': regelmatig. 'Live at Leeds': zo dikwijls als mogelijk en altijd 100 procent r&b, het is te zeggen: volle bak. Misschien is het wel de beste liveplaat ooit, drijvend op het waanzinnige drumwerk van Keith Moon.

Ik ben The Kinks en The Who ook weleens ontrouw geweest om tegelijk intensief van de Small Faces te gaan houden. Ze waren écht small en hadden van die spichtige kinderhoofdjes, maar als hun leadzanger Steve Marriott zijn keel opentrok en Ronnie Lane, Ian McLagan en Kenney Jones invielen, veranderden deze minimensjes in misschien wel de echte uitvinders van de hardrock. Hun beste single is 'Itchycoo Park', hun baanbrekendste lp heet een beetje ongelukkig 'Ogdens' Nut Gone Flake' en daarop staat godzijdank ook de luie evergreen 'Lazy Sunday'. Door een gunstige speling van het lot kon ik door de jaren heen met zowel Ray Davies, Pete Townshend als Steve Marriott professioneel getinte gesprekken voeren in respectievelijk Londen, Amsterdam en Maastricht. Ik was telkens diep onder de indruk van mijn voormalige jeugdhelden. Ik begreep ook waarom het mijn helden waren geweest en nog steeds zijn.

AS TEARS GO BY

Swinging London was iets van een speeltuin voor de hippe jongens van de hierboven vermelde groepen en hun talrijke collega's, maar denk niet dat de meisjes van toen er alleen bij wijze van modisch accessoire bij liepen. Algauw doken er dames op die een serieuze bijdrage leverden aan de fluwelen evolutie die de Carnabetian Army bewerkstelligd had. Cilla Black, bijvoorbeeld, was razend populair, maar ondanks chaperons als The Beatles werd ze nooit écht hip bevonden. Toch was ze een onderschatte zangeres, die geweldig wegkwam met een nummer als 'Anyone Who Had a Heart' van Burt Bacharach en Hal David, dat kort daarvoor al eens onsterfelijk was gemaakt door Dionne Warwick.

En toen was er Sandie Shaw, waarvan men vooral weet dat ze ooit aan het Eurovisiesongfestival heeft meegedaan, op blote voeten nog wel, maar vergeten is dat haar '(There's) Always Something There to Remind Me', 'Girl Don't Come' en 'Long Live Love' perfecte popsongs zijn. Sandie Shaw, nu 73 en officieel met pensioen, blijft een sociaal activiste en een vrouw met uitgesproken meningen over alles en iedereen. Toen ze 15 was, en smoorverliefd op John Lennon, merkte ze snel dat die liefde niet wederkerig was. 'Fout van hem!' zegt ze nu. 'Ik was een betere vrouw voor hem geweest dan Yoko. En als iemand op hem geschoten had terwijl ik naast hem liep, had ik de kogel wel opgevangen!'

Marianne Faithfull

Marianne Faithfull dan, ooit door Stones-manager Andrew Oldham aan Mick Jagger en Keith Richards voorgesteld als 'an angel with big tits'. Hij sloot Mick en Keith op in een bezemhok en beval ze een hit te schrijven voor haar. Dat lukte, zie 'As Tears Go By'. Haar kinderlijke stem hield het vol tot eind jaren 60, met mooie, fragiele hits als 'This Little Bird' of 'Summer Nights', tot ze begin jaren 70 brak door drank en drugs. De comeback kwam er met de onmisbare lp 'Broken English' en de hit 'The Ballad of Lucy Jordan'. Sindsdien loopt haar carrière moeizaam, met hoogtepuntjes en tegenvallende platen. Optredens gaan weleens de mist in, maar een live-lp als 'Blazing Away' lijkt te bewijzen hoe groots ze als performer kan zijn. Dat ze een taaie tante is, bewees ze vorige maand nog toen ze dankbaar een Londens ziekenhuis verliet na een overwinning op het coronavirus. Maar mijn ware koningin der zestiger jaren heette Dusty. Waarover binnenkort zeker meer.

Volgende week: Sweet Soul Music!

Luister naar onze 'Tjingel Tjangel'-playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234