'Ga naar Google Maps, typ ‘good kid, m.A.A.d city house’ in, en je zult zien dat zijn ouderlijk huis een Graceland voor rapfans is' Beeld Getty Images
'Ga naar Google Maps, typ ‘good kid, m.A.A.d city house’ in, en je zult zien dat zijn ouderlijk huis een Graceland voor rapfans is'Beeld Getty Images

VoorpublicatieDe biografie van Kendrick Lamar

‘Ik was amper 4, maar ik besefte al dat mijn vader een dief was’

Hij heeft er maar 33 jaar op moeten wachten: de eloquentste rap superstar van zijn generatie, die in 2018 een Pulitzerprijs won voor zijn teksten op ‘DAMN.’, kreeg een eerste volwaardige biografie. ‘Kendrick Lamar’ leest als een schelmenroman, gidst u doorheen de making-of van minstens drie tijdloze platen, toont zijn impact op raciaal gespleten en bescheten Amerika, van da hood in Compton tot in Hollywood, en van Rodney King tot Black Lives Matter. Donderdag komt de Nederlandse vertaling uit, wij geven u drie sleutelpassages cadeau.

Kendrick groeide op in een arbeidersmilieu, eerst in een flatgebouw aan East Alondra Boulevard, later in een blauw huisje aan West 137th Street, met zijn moeder Paula Oliver en zijn vader Kenny Duckworth. In 1984, drie jaar voor zijn geboorte, waren zijn ouders vanuit de South Side van Chicago naar Compton verhuisd. Kenny had in het beruchte appartementencomplex Robert Taylor Homes gewoond en was lid geweest van een straatbende, de Gangster Disciples. Paula, die bang was dat hij er het leven bij zou inschieten of in de gevangenis zou belanden, had gedreigd hun relatie te beëindigen als hij niet uit de bende stapte. ‘Ze zei: ‘Ik ga niet iets met je beginnen als je niet probeert vooruit te komen. Een mens kan niet zijn hele leven op straat doorbrengen’,’ vertelde Kendrick in 2015 in Rolling Stone. Het gezin moest regelmatig de bijstand in, maar er stond altijd eten op tafel en er lagen altijd cadeaus onder de kerstboom. Soms dreigden de voedselvoorraden op te raken, maar juist op die momenten hadden ze veel aan elkaar. Kendrick, Paula en Kenny waren een hecht gezin.

In 1992, toen Kendrick 4 was, zag hij rookpluimen opstijgen uit de straten van Los Angeles tijdens de ernstige rellen na de vrijspraak van vier witte politieagenten die de ongewapende zwarte automobilist Rodney King hadden aangevallen. Kendrick vertelde in Rolling Stone dat hij met zijn vader over Bullis Road in Compton reed en mensen zagen rennen. ‘We bleven staan. Mijn vader ging de AutoZone binnen en kwam weer naar buiten met vier banden. Ik begreep dat hij die niet had gekocht. Thuis hoorde ik hem en mijn ooms dingen zeggen als: ‘We gaan dat halen, en we gaan dit halen. Verdomme, wat gaan wij een boel shit binnenhalen!’ Ik begreep dat ze uit stelen gingen. Later hoorde ik op het nieuws over Rodney King en al die shit. Ik zei tegen mijn moeder: ‘Dus de politie geeft een zwarte man een pak rammel en iedereen wordt gek? Oké, ik snap het.’’

Op zijn 5de zag Kendrick dat een drugsdealer van nog geen 20 werd neergeschoten voor zijn flatgebouw. ‘Er stond een man te dealen en toen maakte iemand met een geweer een groot gat in zijn borst,’ vertelde Kendrick aan radio-omroep NPR. ‘Dat deed iets met me. Het maakte me duidelijk dat zo’n gebeurtenis iets was waaraan ik misschien gewend moest raken.’

Toen Kendrick op zijn 8ste van de Ronald E. McNair Elementary School naar huis liep, langs het hamburgerrestaurant Tam’s op Rosecrans Avenue, zag hij een man die eten bestelde in de drive-through neergeschoten worden. De jonge Kendrick moest het evenwicht vinden tussen ethisch besef en het straatleven. Was hij te vaak in de fout gegaan, dan had Kendrick – die nu met zijn muziek de hele wereld rondreist – nooit zijn geboortestad verlaten. Het is verleidelijk om te zeggen dat zijn succes was voorbestemd, maar om de top te bereiken, had hij ook wat geluk, een boel goodwill en de steun van zijn familie en vrienden nodig.

De jonge Kendrick wil overkomen als een jongen van de straat en is aan het oefenen. Zijn vrienden raken zo opgewonden dat hij zijn teksten niet kan afmaken. Beeld Humo
De jonge Kendrick wil overkomen als een jongen van de straat en is aan het oefenen. Zijn vrienden raken zo opgewonden dat hij zijn teksten niet kan afmaken.Beeld Humo

Zo had hij behoefte aan een vriend als Matt Jeezy, met wie hij in de klas zat op McNair. Ze woonden vlak bij elkaar en gingen vaak basketballen met andere jongens uit de buurt. Sommigen zouden elkaar later vermoorden, omdat ze zich hadden aangesloten bij verschillende bendes. Matt en Kendrick dachten niet in rood en blauw. ‘Kendrick en ik werden weleens gepest omdat we geen gangstas waren,’ vertelt Jeezy. ‘We gingen wel met die gasten om, we lieten ons met hen in, maar ze wisten dat we niet bij een bende wilden of dat soort dingen. De meiden én de jongens plaagden ons, maar dat hoorde erbij als je in Compton opgroeide.’

Matt en Kendrick zagen de bendeleden dagelijks. Ze hadden aanzien. Als je in Compton succes wilde hebben, moest je met die bendecultuur kunnen omgaan zonder in de verleiding te komen. Hoewel vader Kenny soms illegale dingen deed om aan geld te komen, schermden Kendricks ouders hem af van de gevaren van de straat.

Rond zijn 13de maakte Kendrick kennis met creatief schrijven toen hij op het Vanguard Learning Center zat. Hij kreeg les van Regis Inge, een docent Engels die zijn leerlingen ook poëzie liet lezen. De sfeer op school was slecht; in een nabijgelegen gevangenis woedde een oorlog tussen een zwarte bende en een bende latino’s. De haat en woede waren overgeslagen naar de straten van Compton. Leerlingen die altijd gemoedelijk met elkaar waren omgegaan, communiceerden opeens niet meer met elkaar. Inge wilde met poëzie de kou uit de lucht halen. Als de kinderen hun frustraties op papier zetten, dacht hij, zouden ze minder snel hun toevlucht nemen tot fysiek geweld.

Er speelde natuurlijk meer dan alleen het bendegeweld. Veel leerlingen hadden het ook thuis zwaar. Ze kregen niet altijd goed te eten of hadden een slecht zelfbeeld. Anderen moesten naar school terwijl de politie net hun huis was binnengevallen om hun familieleden te arresteren. ‘Poëzie gaf hun de kans om hun emoties op te schrijven, zodat ze minder boos naar school zouden komen,’ vertelt Inge. ‘Veel jongens konden zomaar om half acht ’s ochtends met elkaar beginnen knokken.’

Opscheppen is in hiphop heel normaal. Gewoon zeggen dat ze de beste zijn, is voor veel rappers niet genoeg. Ze willen je ervan overtuigen dat ze over water kunnen lopen en het vervolgens in wijn kunnen veranderen. Anderen zijn nog stoerder: val me niet lastig of ik jaag je een kogel door de kop. Kendricks vroege rhymes zijn dus nauwelijks verrassend: hij bootste na wat anderen, die soms al rapten voor zijn geboorte of duizenden kilometers verderop in The Bronx woonden, al deden sinds het ontstaan van de hiphopcultuur.

Op YouTube staat een video van Lamar als tiener. Hij draagt kruisen in zijn oorlellen en spuwt agressieve rhymes uit terwijl zijn vrienden achter hem staan. Hij kijkt weg van de camera, alsof hij weet dat hij de beste is. Hij trekt de capuchon van zijn sweatshirt tot over zijn kortgeschoren hoofd en staart in de lens met het zelfvertrouwen van iemand die alles al heeft meegemaakt. Kendrick, die in deze fase van zijn carrière wilde overkomen als een jongen van de straat, is aan het oefenen. ‘Creep into ya house, you hear footsteps slowly as I tippy-toe,’ sist hij met toegeknepen ogen, het spleetje tussen zijn tanden goed zichtbaar. ‘I’m wise like my pops but I’m young, muthafuckas / I’m the one, muthafuckas / Plus around hustlers, you want it? They can serve you like a butler’. Zijn vrienden raken zo opgewonden dat Kendrick zijn tekst niet kan afmaken. Het is duidelijk: de mensen dragen hem op handen. Zijn rhymes klinken authentiek, omdat hij zowat op straat is geboren. En omdat hij misschien effectief overwoog om je huis binnen te sluipen.

PLASMA-TV’S PIKKEN

‘good kid, m.A.A.d city’ verscheen op 22 oktober 2012 en was meer dan zomaar een te gek album. Het was een verfijnd meesterwerk dat de hooggespannen verwachtingen ruimschoots overtrof. Het klonk niet van begin tot eind als een West Coast-album; nummers als ‘Sherane a.k.a. Master Splinter’s Daughter’, ‘The Art of Peer Pressure’, ‘Sing about Me, I’m Dying of Thirst’ en ‘Real’ hadden de openheid van de zuidelijke rap en Kendrick klonk hier en daar als André 3000 van OutKast. Hij had dezelfde ademloze flow, alsof hij gewoon tegen je zat te praten, en doorspekte zijn rhymes met dezelfde rijke symboliek. Kendrick had het nummer ‘Bitch, Don’t Kill My Vibe’ aan André laten horen, maar die was bezig met de film ‘Jimi: All Is by My Side’ over het leven van Jimi Hendrix en had er even geen ruimte voor in zijn hoofd.

Het album opent met een nummer over Sherane, een meisje dat Kendrick op een feestje had ontmoet en met wie hij naar bed wilde. Ze woonde ‘down the street from Dominguez High (...) borderline Compton or Paramount’. Volgens het nummer was haar moeder verslaafd aan crack en zaten familieleden van haar in bendes. Aan het begin van het verhaal rijdt de 17-jarige Kendrick in het busje van zijn moeder over Rosecrans Avenue met een liter Grey Goose-wodka in de achterbak en nauwelijks voldoende benzine om zijn bestemming te halen. Als hij aankomt, ziet hij twee jongens in zwarte hoody’s. Misschien is het een hinderlaag, of misschien is hij gewoon op het verkeerde moment in de verkeerde buurt. Als hij het tweetal ziet, gaat zijn telefoon. Het is zijn moeder, Paula, die zich afvraagt waar Kendrick verdomme uithangt met haar busje.

Dan volgt ‘The Art of Peer Pressure’, over de inbraak die bijna leidde tot zijn arrestatie. Kendrick en zijn vrienden rijden over straat, ‘Four deep in a white Toyota / A quarter tank of gas, one pistol and orange soda’. Het is half drie ’s middags. Ze racen over de 405 Freeway en luisteren naar een cd van Young Jeezy. De zon gaat al onder als ze bij het huis komen dat ze al enkele maanden willen beroven. Kendrick gaat binnen door een raam aan de achterkant. Hij is niet kieskeurig: spelcomputers van Nintendo, dvd’s, plasmatelevisies, alles is welkom. Dan rijden ze weg uit de buurt, min of meer achtervolgd door de politie. ‘We made a right, then made a left, then made a right / Then made a left, we was just circlin’ life (…) / But they made a right, then made a left / Then made a right, then another right / One lucky night with the homies.’

Die avond rookte Kendrick voor het eerst wiet. ‘Usually I’m drug-free’, verkondigt hij. ‘But shit, I’m with the homies.’ Vier nummers later, op ‘m.A.A.d city’, komen we erachter dat de joint was versneden met cocaïne. Dat verklaart waarom hij als volwassene geen drugs meer gebruikt: ‘Imagine if your first blunt had you foamin’ at the mouth’.

Lamar in 2013, enkele maanden na de release van ‘good kid, m.A.A.d city’. ‘Hij eert daarop zijn oom Tony, die een prachtige toekomst voorspelde voor zijn neefje, maar twee kogels door zijn hoofd kreeg in een filiaal van Louis Burgers voor hij die voorspelling kon zien uitkomen.’ Beeld Retna/Photoshot
Lamar in 2013, enkele maanden na de release van ‘good kid, m.A.A.d city’. ‘Hij eert daarop zijn oom Tony, die een prachtige toekomst voorspelde voor zijn neefje, maar twee kogels door zijn hoofd kreeg in een filiaal van Louis Burgers voor hij die voorspelling kon zien uitkomen.’Beeld Retna/Photoshot

Kendrick dook voor ‘good kid, m.A.A.d city’ diep in het tumultueuze verleden dat hij achter zich had gelaten. Hij smeekte de jongeren in Compton om te dromen van een leven dat verder reikt dan de stadsgrenzen. In ‘m.A.A.d city’ horen we dat hij slechts een maand lang een echte baan heeft gehad, in de security – hij werd na drie weken ontslagen omdat hij een inbraak beraamde. Hij mocht dan een rijzende ster zijn met een platendeal en cosigns van belangrijke mensen, Kendrick maakte nog gewoon deel uit van de gemeenschap en voelde dezelfde pijn als anderen. In ‘Money Trees’ mijmerde hij over arme tijden, toen hij pittige saus op zijn noedels deed en cyphers rapte. Geld speelde nog geen rol. Hij eert zijn oom Tony, die een prachtige toekomst voorspelde voor zijn neefje, maar twee kogels door zijn hoofd kreeg in een filiaal van Louis Burgers voor hij die voorspelling kon zien uitkomen. ‘He said one day I’ll be on tour, ya bish (...) / A Louis belt will never ease that pain’.

‘good kid’ maakte Kendrick beroemd. Er kwamen zoveel fans naar zijn ouderlijke huis om foto’s te nemen van het busje van zijn moeder, dat hij het moest verstoppen. Ga naar Google Maps, typ ‘good kid, m.A.A.d city house’ in en je zult zien dat het huis een soort Graceland voor rapfans is geworden. Het album werd zelfs materiaal voor een vak essays schrijven aan Georgia Regents University, gedoceerd door Adam Diehl, die Kendricks teksten gebruikte als toegangspoort tot het werk van schrijvers als Gwendolyn Brooks, James Joyce en James Baldwin. In een interview met USA Today zei Diehl: ‘Het gaat op Kendricks album over bendegeweld, over de ontwikkeling van kinderen en gezinnen in de binnensteden, over drugsgebruik en de war on drugs... Al die hete hangijzers van onze tijd zijn in Compton heel normaal.’

Diehl liet het daar niet bij en zou vijf jaar lang vakken onderwijzen waarin hij Lamars werk gebruikte. ‘good kid, m.A.A.d city’ heeft de tand des tijds doorstaan. Het wordt inmiddels gezien als één van de beste albums van de jaren 10 en één van de beste hiphopalbums aller tijden.

DOODSE BLIK

‘DAMN.’ kwam uit op Goede Vrijdag, 14 april 2017, met een sobere cover zonder franjes die sterk contrasteerde met de hoezen van Kendricks eerdere albums. Na de polaroids van ‘good kid’ en het gefotoshopte Witte Huis van ‘To Pimp a Butterfly’ zagen we nu een simpele foto van Kendrick in een wit T-shirt voor een rode muur. Hij houdt zijn hoofd schuin en heeft een doodse blik. Hij oogt vermoeid en gedeprimeerd, en dat was ook de bedoeling. Het album verscheen na de inauguratie van Trump en Kendricks gezicht drukte de gevoelens uit waarmee we allemaal zaten. We waren uitgeput en bang voor wat er met de wereld zou gebeuren.

Toch waren sommige fans teleurgesteld over de cover. Niet erg spitsvondig, vonden ze. De titel was ook een raadsel. Stond ‘DAMN.’ ergens voor? Was het een afkorting? Er moest toch een diepere betekenis zijn? Het kon toch niet gewoon ‘DAMN.’ zijn? Grafisch ontwerper Vlad Sepetov wilde een agressieve cover die irritatie zou opwekken. Hij wilde met een simpel beeld een discussie uitlokken. ‘Ik heb alles wat ik van mijn docenten heb geleerd in de wind geslagen,’ schreef hij drie dagen voor de release op Twitter. ‘Het is niet superpolitiek zoals ‘To Pimp a Butterfly’, maar het heeft energie.’

Er deed ook een complottheorie de ronde: er werd gefluisterd dat Kendrick op paaszondag nog een album zou uitbrengen dat ‘NATION.’ heette. Dan zou zijn output voor 2017 dus een dubbelalbum zijn met de titel ‘DAMN.NATION’. Kendrick lachte dat verhaal weg en zei dat het bij ‘DAMN.’ zou blijven – hoewel het briljant zou zijn geweest om die tweede plaat uit te brengen. Deze theorie had natuurlijk alles te maken met Kendricks hongerige fanbase en de hoge eisen die aan het idool werden gesteld. ‘To Pimp a Butterfly’ had zo’n enorme impact gehad op de cultuur dat de fans hunkerden naar zo veel mogelijk muziek van hem. De critici liepen met het album weg en waren vooral onder de indruk van het slotnummer ‘DUCKWORTH.’, waarin een krankzinnig verhaal wordt verteld over een toevallige ontmoeting tussen Kendricks vader, Kenny, en een zekere Anthony uit Watts, die Kenny’s zoon twintig jaar later een platencontract zou aanbieden en hem naar de top van de muziekindustrie zou loodsen.

Het is weer zo’n nummer waarin Kendrick pronkt met zijn talent als verhalenverteller. In een song die vier minuten lang voortdurend van gedaante wisselt, vlecht hij zijn tekst met grote precisie door de beats van producer 9th Wonder heen. Lang voordat Anthony Tiffith de platenmagnaat Top Dawg werd, was hij een jongen van de straat. Toen hij op een dag een filiaal van Kentucky Fried Chicken binnenliep, zag hij ‘a light-skinned nigga that talked a lot / With a curly top and a gap in his teeth’. Dat was Kendricks vader, ‘Ducky’, die achter de toog van het fastfoodrestaurant stond. Tiffith stond in Ducky’s rij om de KFC te beroven. Ducky wist dat Tiffith het filiaal eerder al – ‘back in ’84’ – had beroofd, en dat er toen schoten waren gevallen. Hij gaf Tiffith gratis kip en biscuits om hem te paaien. Volgens het verhaal mocht Tiffith hem zo graag dat hij niet op hem schoot. Wie had ooit kunnen denken dat ze elkaar jaren later via Kendrick opnieuw zouden ontmoeten en zouden lachen om het incident in de KFC?

‘Mijn pa kwam naar de studio toen ik daar met Top Dawg zat,’ vertelde Kendrick aan Zane Lowe. ‘Hij wist dat ik samenwerkte met hem, maar mijn pa kende hem niet onder die naam. Hij ging uit zijn dak toen hij de studio binnenwandelde en zag dat Top Dawg die kerel van toen was. Ze kunnen er nog altijd smakelijk om lachen. Elke keer als ze elkaar zien, vertellen ze hetzelfde verhaal.’

‘DAMN.’ was in allerlei opzichten een logisch eindstation na ‘Section.80’, ‘good kid’ en ‘To Pimp a Butterfly’. Eerder was Kendrick altijd ín de wereld geweest, een rapper die probeerde zijn weg te vinden. Nu veranderde hij in iets anders, een bijna mythisch wezen. Nee, perfect was hij niet, en ja, hij had tekortkomingen. Maar hij straalde een andere energie uit. Het was bijna koninklijk.

‘Kendrick Lamar’ (oorspronkelijke titel: ‘The Butterfly Effect’) van Marcus J. Moore verschijnt op 4 maart bij Uitgeverij Volt.

null Beeld Humo
Beeld Humo
Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234