De broers Gibb: Robin (links), Maurice (midden) en Barry (rechts). ‘Niets is belangrijker dan familie. Als we nooit succes hadden gehad, hadden we misschien meer plezier gemaakt.’ Beeld NBCUniversal via Getty Images
De broers Gibb: Robin (links), Maurice (midden) en Barry (rechts). ‘Niets is belangrijker dan familie. Als we nooit succes hadden gehad, hadden we misschien meer plezier gemaakt.’Beeld NBCUniversal via Getty Images

Barry Gibb, laatste der Bee Gees

‘Ik zou al mijn hits inruilen voor nog een paar jaar met mijn broers’

Sinds zijn broers Andy, Maurice en Robin in respectievelijk 1988, 2003 en 2012 stierven, is Barry (74) de laatste der Gibbs. De man die ooit zei ‘niet te begrijpen wat mensen leuk vinden aan feestjes’, leerde met de Bee Gees zijn volk discodansen. Zeker in 1978, toen ze maar liefst acht nummer 1-hits hadden, waren ze de allergrootste groep ter wereld.

Borstharen Barry, die zelden of nooit over zichzelf praat, maakt voor één keer een uitzondering; hij heeft met ‘Greenfields’ een nieuwe plaat te verkopen. ‘Eindelijk kan ik mijn vleugels spreiden en doen wat ik zélf wil.’

Op ‘Greenfields’ worden twaalf oude Bee Gees-hits door middel van evenveel duetten nieuw leven ingeblazen. Uit de Humo-recensie (★★★☆☆): ‘Het is een opfrisbeurt die gelukkig meer naar americana neigt dan naar middle of the road.’ Ook kunt u via Apple TV+ sinds kort kijken naar de (goede!) nieuwe Bee Gees-documentaire: ‘How Can You Mend a Broken Heart’. Genoeg redenen om met Barry te praten, die ons via videocall te woord staat vanuit zijn huis in Miami.

BARRY GIBB «Ik draag op dit moment geen broek. Ik hoop dat je dat niet erg vindt? Dat is de gewoonte hier (lacht).»

– Je levensloop is getekend door verhuizingen. Je bent als nomade opgegroeid, en dat is eigenlijk nooit veranderd.

GIBB «Absoluut. Mijn zigeunerbloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik ben geboren in Engeland, in Groot-Manchester, maar rond mijn 10de móésten we daar weg. Omdat het ons er te koud en mistig was, maar ook omdat we nogal vaak met de wet overhooplagen.»

– Spijbelen, kruimeldiefstallen, brandstichting...

GIBB «We spreken over de jaren 50: eigenlijk was mijn jeugd redelijk typisch voor die naoorlogse jaren in zulke grauwe buurten. Maar op een dag stond er een politieagent voor onze deur. Hij zei tegen mijn moeder: ‘Als ik jullie was, zou ik een verhuizing naar Australië overwegen. Hier lopen je kinderen een te grote kans om vroeg of laat in de gevangenis te belanden.’»

— Droomde je er toen al van om muzikant te worden?

GIBB «Ja. Dat is begonnen toen ik Elvis, Tommy Steele en Lonnie Donegan leerde kennen. Hun muziek maakte iets in me los. En dus liep ik op mijn 9de de hele dag rond te toeteren: ‘Ik word later popster!’ Mijn broers Maurice en Robin, toen 6, vroegen al vrij snel of ze ook mochten meedoen. Et voilà, ons eerste groepje was geboren: The Rattlesnakes – een naam die we later veranderden in Wee Johnny Hayes and the Bluecats

– Jullie vader was, behalve bakker en fotograaf om de rekeningen te betalen, ook muzikant. Drummer en bandleider, meer bepaald.

GIBB «Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde hij al drums in een band die was opgericht om de Amerikaanse troepen te vermaken. Er was in ons gezin altijd muziek. En toen ook mijn oudere zus platen begon te kopen – The Everly Brothers en zo – was het hek helemaal van de dam. We all freaked out. Dit moest en zou onze toekomst worden, hell or high water.

»Op de boot naar Australië herdoopten we ons tot Barry and the Twins. Dat veranderde pas in de Bee Gees toen de belangrijkste dj van Brisbane ons thuis kwam opzoeken. Hij zei dat we een mooie toekomst voor ons hadden liggen, en hij nodigde ons uit voor zijn radioprogramma. Dat was dan meteen de eerste keer dat we een echte microfoon voor ons kregen.»

– Weet je nog waarom je überhaupt zelf songs begon te schrijven? Zangers waren in die tijd zelden songwriters, en omgekeerd.

GIBB «Roy Orbison was mijn voorbeeld. Ik had een zwak voor de manier waarop hij zijn nummers schreef. ‘Crying’, ‘In Dreams’ of ‘Blue Bayou’: songs die maar blíjven opbouwen, steeds meer laten zien en grootser worden. Het heeft iets van Italiaanse opera. Ik denk niet in vakjes en genres, ik stel me alleen de vraag: vind ik het mooi? De rest doet er niet toe.»

– Omdat in Australië het echte succes uitbleef, besloot de familie in januari ’67 terug naar Engeland te verhuizen. Klopt het dat jullie, nadat jullie waren aangekomen, meteen op weerstand botsten?

GIBB «Ja. Het was heel vroeg in de ochtend, en nog donker. Ons schip was net aangemeerd, wij stonden op de kade. Tien meter verder stonden vier jongens die er precíés uitzagen als The Beatles. Geen idee wat ze daar deden, maar ze vroegen: ‘Wat doen jullie hier?’ – ‘We zijn een band, en we zijn naar hier gekomen om het te maken.’ Waarop zij, in koor: ‘Nee, nee, ga terug naar Australië. Hier is het voorbij. Niemand biedt nieuwe bands nog contracten aan.’ (lacht) Echt waar. Maar we hadden net vijf weken op een boot gezeten, geen haar op ons hoofd dacht eraan om terug te keren.

»We haalden onze inspiratie uiteraard bij The Beatles, net als iedereen toen, maar ook bij The Hollies, The Fortunes... We gingen er bovendien van uit dat we minstens even goed waren (glimlacht). Maar goed, we waren jong en wisten van niets. Ik was wel écht onder de indruk van Swinging London anno 1967. De stad was fantastisch. Het was, terugkijkend, precies alsof je door een ‘Austin Powers’-film stapte.»

– Heb je er de échte Beatles ook ontmoet?

GIBB (knikt) «Ik herinner me een avond in de Londense club The Speakeasy. Erg underground: voor de deur stond een doodskist, en je had een lidkaart nodig om binnen te mogen. De leden van The Stones, The Beatles, The Who: iedereen die een beetje privacy zocht en zich onder gelijkgestemde zielen wilde begeven, trok naar The Speakeasy. Tijdens mijn eerste avond leerde ik er al Pete Townshend kennen. Spannend: mijn allereerste ontmoeting met een echte rockster! Het werd nog spannender, want hij zei: ‘Would you like to meet John?’‘Are you kidding me?!’ Natuurlijk wilde ik John Lennon ontmoeten! Die bleek maar een beetje verderop te zitten, met zijn rug naar ons gekeerd. Ik zie hem nog zitten, met zijn bontjas aan. Pete zei: ‘John, dit is Barry Gibb, one of the new kids.’ Waarna John – hij draaide zich zelfs niet om! – achterwaarts zijn hand naar me uitstak: ‘Pleased to meet you.’ (lacht) Ik heb daarna lang gezegd: ‘Ik heb de rug van John Lennon ontmoet!’ Dat was trouwens meteen mijn enige ervaring met John.

»Paul McCartney leerde ik wel iets beter kennen. Hij is bijvoorbeeld naar ons allereerste concert in The Saville Theatre komen kijken, toen we in het voorprogramma van Fats Domino stonden. Paul was zeer lief, maar eerlijk: ik had vooraf liever níét geweten dat hij in de zaal zat. Het joeg ons de stuipen op het lijf, en we bakten er die avond weinig van.

»Later werd Maurice trouwens de buurman van Ringo, in Hampstead. Die twee zijn nog echt goede vrienden geworden. Ik blijf dat surreëel vinden, want voor ons waren The Beatles goden die de hele wereld veranderd hebben.»

Barry Gibb Beeld press
Barry GibbBeeld press

– Jullie manager was de befaamde Robert Stigwood.

GIBB «Robert was fantastisch. Voor mij is een manager iemand die uit het niets nieuwe mogelijkheden creëert, de lat hoog legt en dan zegt: ‘Spring er nu maar over.’ Stigwood was een genie op dat vlak.»

– ‘Bee Gees’ 1st’, uit 1967, is een fascinerende plaat, alleen al omdat op de twee kanten een compleet ander genre staat. Psychedelica op de A-, en country en soul op de B-kant.

GIBB «Het is wat ik daarnet al zei over vakjes. We hebben nooit gevonden dat we ‘een bepaald type song’ moesten schrijven. Robin schreef bijvoorbeeld in een heel andere stijl dan ik. Wel werd het gaandeweg een beetje een wedstrijd tussen ons: wie van ons twee kon de meeste hits schrijven?»

– Maurice vertelde soms over die keer dat hij toevallig Brian Epstein had ontmoet, de legendarische Beatles-manager. Die zou toen gezegd hebben: ‘Geloof mij: jullie song ‘Massachusetts’ wordt een wereldwijd succes’. 48 uur later overleed Epstein. Eén van de laatste dingen die hij dus deed, was correct voorspellen dat jullie een hit zouden scoren.

GIBB «Ik herinner me dat, toen ‘Massachusetts’ daarna daadwerkelijk op nummer 1 stond, ik aan onze manager Robert vroeg: ‘En, hebben we het nu gemaakt?’ Hij antwoordde: ‘Nee. Doe maar gewoon voort, ik zal het je wel zeggen wanneer je het gemaakt hebt.’ Onze voeten bleven altijd netjes op de grond.»

– Het was ook in die tijd dat je je tweede vrouw, Linda, leerde kennen: bij ‘Top of the Pops’.

GIBB «Zij was daar toen net hostess geworden. Tussen twee liveoptredens draaide ze plaatjes. Ze volgde er Samantha Juste op: die had dat jaren gedaan, maar was er – na haar huwelijk met Monkees-zanger Micky Dolenz – toen net mee gestopt.»

– Linda werd op de set begeleid door de later wegens misbruik in opspraak gekomen presentator Jimmy Savile.

GIBB (kort) «Daar heb ik niets over te zeggen. Ik noem ‘die persoon’ niet bij naam.

»Anyway, toen mijn broers en ik die week uitgenodigd waren om in ‘Top of the Pops’ te spelen, had Linda ‘Massachussetts’ zelfs nog nooit gehoord. Maar het klikte. Al vrij snel nadat onze blikken aan elkaar waren blijven haken, hebben we ons teruggetrokken om euh, een beetje te knuffelen in een naastgelegen BBC-studio. We bevonden ons op de set van ‘Doctor Who’ en deden het ín een TARDIS (de iconische blauwe teletijdmachine, red.) (lacht).»

– Vijftig jaar later zijn jullie nog steeds samen.

GIBB «En ‘Doctor Who’ bestaat ook nog steeds!»

– Nu ik eraan denk: klopt het verhaal dat Jimi Hendrix aanwezig was op je 21ste verjaardagsfeestje?

GIBB «Ja. In Hamburg was dat. In een etablissement met een zeer bedenkelijke reputatie (lacht).»

– Wie was daar toen nog?

GIBB «Dave Dee, onder andere. Hij en ik waren heel close, toen.»

– Dave van de groep Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich. Ben je nooit bang geweest dat het met de Bee Gees zou lopen zoals met hen? Hun personeelsverloop is legendarisch. Ze zitten daar intussen – geen grap – al aan hun derde Mick en derde Beaky.

GIBB «Bij groepen die niet uit broers bestaan, is het risico altijd groter dat ze versplinteren. Broers blijven bij elkaar. Onze vader deed ons als kind vaak naar The Mills Brothers luisteren, die van songs als ‘You Always Hurt the One You Love’. We begrepen de boodschap: ‘Broers horen elkaar te steunen.’»

– Ik wilde toch iets vragen over die korte periode dat de Bee Gees even waren gesplit. Dat was in 1969, en...

GIBB «Nee. Daar praat ik niet meer over.»

– Ik begin erover omdat ik onlangs las over de Hither Green-treinramp van 1967, waarbij je broer Robin betrokken was. Dat moet een geweldige impact op hem nagelaten hebben.

GIBB «Ik weet nog dat het inderdaad een enorme shock was. (Denkt na) Maar mijn broers zijn intussen overleden: ik wil het alleen nog over positieve dingen hebben – dat respect ben ik hun verschuldigd.»

– Maar zou Robins trauma één van de redenen kunnen zijn geweest waarom de chemie tussen jullie even opgebrand leek?

GIBB (wuift weg) «Er zijn veel redenen waarom de chemie op was. Het reilen en zeilen van de muziekbusiness zelf is daar één van. Ik heb een enorme passie voor muziek, voor zingen, optreden en platen opnemen, maar vraag me niet of ik ook maar iets begrijp van hoe de muziekindustrie in elkaar zit. Because I don’t

– Na een paar moeilijke jaren ervoeren jullie na de release van het geweldige ‘Main Course’ in 1975 een tweede opstoot van populariteit. Voelde dat als een genoegdoening na de magere jaren?

GIBB «Het voelde geweldig. De tweede helft van de jaren 70 waren góéd, en niet alleen voor ons. Er was weinig oorlog in de wereld. Niemand leek kwaad, mensen waren bovenal blij. Men wilde dansen. Arnold Schwarzenegger zei ooit dat ‘Saturday Night Fever’ veel mensen naar de gym gelokt heeft: de dansvloer werd de best denkbare reden om fit te worden.»

– Jullie muziek bij die film – met onsterfelijke hits als ‘Stayin’ Alive’, ‘How Deep Is Your Love’ en ‘You Should Be Dancing’ – werd niet, zoals meestal het geval is, achteraf als extra laag aan die film toegevoegd. Het was net omgekeerd.

GIBB «Yes! Om een voorbeeld te geven: John (Travolta, red.) vond ‘Stayin’ Alive’ een fantastisch nummer, maar wist niet hoe hij erop moest dansen. Hij zei tegen Robert: ‘Ik kan er niet op dansen, maar ik kan er wel op wándelen.’ And that’s what happened.»

– Kun je er eigenlijk zélf op dansen?

GIBB «Ik heb nooit kunnen dansen. Ik ben zelfs nooit in Studio 54 geweest, de legendarische New Yorkse club waar disco, en dus ook onze muziek, zijn hoogdagen kende. Ik kon niet dansen, but I had the time of my life anyway

– Veertig jaar later, in 2017, stond je op het hoofdpodium van rockfestival Glastonbury: ook daar had je overduidelijk de tijd van je leven.

GIBB (blaast) «Die dag was... onwaarschijnlijk. Een publiek van 230.000 mensen, met daarbij heel veel jonge mensen die zich hadden verkleed als mijn broers en ik op de hoes van de ‘Saturday Night Fever’-soundtrack. Precies dezelfde jasjes. Ik overdrijf niet als ik zeg dat die dag zonder meer perfect was. Nadat we ‘To Love Somebody’ hadden gebracht, hield het applaus zelfs niet meer op. Ik begreep niet wat er gaande was, maar ik zat op een wolk.»

– Je schreef ‘To Love Somebody’, één van jullie grootste hits, in eerste instantie voor Otis Redding.

GIBB (knikt) «Eind 1967 heb ik hem in New York ontmoet. Het was Robert die me had gevraagd: ‘Zou je het zien zitten om eens iets voor Otis te schrijven? Hij komt vanavond langs om er met jou over te praten.’ De kiem van ‘To Love Somebody’ ontstond diezelfde avond. Helaas leefde hij daarna niet lang genoeg meer om het nummer ook zelf te kunnen opnemen (Redding overleed op 10 december ’67 in een vliegtuig-ongeluk, red.).»

TAMELIJK BEROEMD

– Hoe is ‘Greenfields’ tot stand gekomen?

GIBB «Het was mijn zoon die me de muziek van Chris Stapleton leerde kennen, en ik werd door hem omvergeblazen. Je hoort meteen: die muziek is door mensen gemaakt, en niet door computers. Het deed me goesting krijgen om zelf ook weer muziek te maken. Omdat ik van country en bluegrass houd, besloot ik dat soort plaat te maken. Ik vroeg Dave Cobb, de producer van Stapleton, en hij zag het zitten. En toen heb ik al die helden gevraagd: Alison Krauss, Too Much Heaven, Gillian Welch en Dave Rawlings… ‘Words of a Fool’ van Jason Isbell is één van mijn favoriete tracks.»

In duet met Dolly Parton voor zijn nieuwe plaat ‘Greenfields’: ‘Ik hou van country, muziek die door mensen is gemaakt, en niet door computers.’ Beeld press
In duet met Dolly Parton voor zijn nieuwe plaat ‘Greenfields’: ‘Ik hou van country, muziek die door mensen is gemaakt, en niet door computers.’Beeld press

– Hoe raar voelde het toen je, jaren na de dood van je broers, op je eentje weer muziek begon te maken? En was dat met de blik in de achteruitkijkspiegel, of net níét?

GIBB «Ik doe altijd maar voort, I just keep moving until I won’t any more. Uiteraard is het zonder mijn broers niet meer hetzelfde, anderzijds hoeft nu niet elke beslissing meer door het hele comité genomen te worden. Ik kan – nu er voldoende jaren voorbij zijn gegaan – eindelijk mijn vleugels spreiden en doen wat ik zelf wil.»

– Tijdens een zeer ontroerende scène in de recente documentaire ‘How Can You Mend a Broken Heart’ zeg je dat je al je hits zou inruilen voor nog een paar extra jaar met je broers.

GIBB «Of course. Niets is belangrijker dan familie. Het is de basis van alles. Als de Bee Gees nooit een hit hadden gescoord, was dat trouwens ook geen ramp geweest. Dan hadden we samen meer plezier gemaakt. Fame is like a drug. Daardoor bekroop ons gaandeweg het gevoel dat we zelfs onderling met elkaar in competitie lagen, waardoor de sfeer minder leuk werd. En dan waren wij nog maar ‘tamelijk beroemd’. Sterren als Michael Jackson hadden ‘ultra fame’, het soort roem waaraan je kapotgaat.

»Ik kende Michael redelijk goed, en het viel altijd op hoe eenzaam hij was. Hij was zo beroemd dat het voor hem onmogelijk was geworden om nog iemand te vertrouwen. Want dat is wat roem teweegbrengt: je gelooft simpelweg niet meer dat iemand nog je vriend wil zijn zonder dat daar een onderliggende reden voor is. Maar elke mens zoekt en smacht naar de volstrekt onvoorwaardelijke liefde, en dus reisde Michael jarenlang de wereld rond, op zoek naar mensen die net zo beroemd waren als hij. Hij liep er meestal bij alsof hij elk moment het podium op moest. Hij wist niet meer hoe hij normaal kon doen, en wilde dat hij iemand anders was.

»Dat soort roem heb ik nooit gekend. Ik ben erin geslaagd om het circus op een afstand te houden. Ik heb mijn kinderen liefhebbend én aanwezig kunnen grootbrengen en heb mijn mentale gezondheid ongeschonden kunnen houden, of toch ongeveer. Waarschijnlijk is dat mijn voornaamste verwezenlijking.»

© Mojo

‘Greenfields’ van Barry Gibb is nu uit bij Capitol - EMI.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234