Thé LauBeeld Humo / Jelle Vermeersch

In memoriam Thé Lau: rouw, rauw, rouw

(Verschenen in Humo op 30 juni 2015)

Thé wilde het scherp en simpel. Koning van de kaalslag, heerser over de essentie, meester van het metrum.

De dichter is een ziener: ‘Het feest is geëindigd zoals het begon / Lach nog eenmaal voor mij, wees tevreden’ zong Thé Lau in 1993 in ‘Feest’. ‘Eén van mijn beste songs,’ vond hij toen ik ’m aan het eind van vorige zomer in Amsterdam ging interviewen – zijn laatste roman, ‘Juliette’, zou dra van de drukker komen.

We hadden elkaar nooit eerder ontmoet toen ik ’m die zaterdagmiddag in zijn stamcafé in een Amsterdamse volksbuurt begroette. Het stortregende, ook de zomer terminaal. Thé werd net een broodje kroket geserveerd: ‘Niet goed voor de cholesterol, maar dat maakt nu toch niet meer uit.’ Bij die eerste scheve grijns wist ik meteen: ‘Wij zouden vrienden kunnen zijn.’

Het werd een lang gesprek, gemarineerd en doorrookt, rigoureus en ondoordacht: ‘In principe ben ik gesloten; ik heb gewoon geheimen, van nature. Maar nu interesseert dat me niet meer zo.’ En dus sprak hij zonder reserve over seks (‘De orgie van het derde hoofdstuk, daar ben ik bij geweest’), drugs (‘Mijn debuut heb ik op coke geschreven’) en rock-’n-roll (‘Ik zing eigenlijk niet zo graag’). Maar het mooist kraste hij wijsheden over leven en dood: ‘Ik vind dat ik moet kunnen wennen aan het feit dat ik het leven moet loslaten.’ Hij was tevreden het feest aan het afsluiten, sinds hij wereldkundig gemaakt had dat de in zijn longen uitgezaaide keelkanker ’m voor een onverbiddelijke deadline geplaatst had: ‘Mij is een stroom respect en liefde tegemoetgekomen. Die had ik in andere omstandigheden nooit gehad. Ik had net zo goed dronken van de brug kunnen donderen. Dan hadden golven zich boven me gesloten en was mijn laatste gedachte geweest: ‘Het is kennelijk toch allemaal voor niets geweest.’ Nu weet ik: het is niet allemaal voor niets geweest.’

Die middag en avond was Thé een man van veel woorden, terwijl ik tijdens de voorbereiding op ons gesprek het oeuvre van een man van weinig woorden aangetroffen had. Ik ontdekte een artiest die meer van de taal en minder van de riff was dan doorgaans wordt aangenomen. ‘Ik zoek naar het woord dat alles open maakt’ luidt het in ‘Open’. Dat is het helemaal: Thé wilde het scherp en simpel. Koning van de kaalslag, heerser over de essentie, meester van het metrum. Uitgebeende kwintessens. Daar getuigen songs als ‘Blauw’, ‘Rigoureus’ en ‘Feest’ van, maar hij was er naar eigen zeggen pas bewust achter gekomen dankzij de haast waarmee zijn ziekte ’m dwong de cd ‘Platina Blues’ af te werken.

Toen ik de week nadien, de opnames van het gesprek uittikkend, een paar dagen met de gestaag rauwer wordende stem van Thé leefde, hoorde ik ook herhaaldelijk tegen elkaar tikkend glaswerk: ‘Als je helemaal uit Antwerpen bent gekomen, kunnen we maar beter blijven toosten, toch?’ En dus hieven we telkens weer het glas en passeerde nog maar eens ‘Iedereen is van de wereld’ op de jukebox in mijn hoofd. Ik hoorde ook opnieuw Marijke, het licht van Thés leven, het café binnenkomen. Ze monsterde fronsend de volle asbak en onbegrijpend onze lege glazen en schoof aan met een nieuw rondje. De volgende uren zei de klok niet tik, tik.

Thé had een erg vrolijke tijd gehad, mailde hij: ‘Nog één of twee van zulke gesprekken en ze kunnen me na afloop direct naar het kerkhof brengen. Maar wat vond ik het leuk. Sorry voor de drankrekening.’ En een paar dagen later volgde het bericht dat mijn slotzin ’m bijna ‘een hartklap van het lachen’ bezorgd had. Dat kwam zo. Hij had onlangs ‘Singing in the Rain’ ontdekt en prees de film bij een portie cholesterolverhogende snacks met een heerlijke ode, scheef grijnzend. In één kortademige adem zette hij de druilerige streek die het leven ’m geleverd had en de stortregens van de terminale zomer voor schut. Die levensles had ik niet eens ironisch tot volgend slotakkoord en eresaluut benut: ‘Als ik iets van Thé Lau geleerd heb, dan is het wel de heilzaamheid van te zingen in de regen.’

Heel af en toe dooft een interview niet gauw uit. Ik heb Thé nog een enkele keer teruggezien, we smeedden na ons definitieve interview ook een plannetje. Hij grossierde immers in plannen, wilde bezig blijven, op het podium staan zolang het enigszins kon, dat ene hem resterende productieve uur per dag aan een laatste verhalenbundel besteden. Ik hoorde ook geregeld van die plannen en zijn gezondheid via vriend en uitgever – in die volgorde – Oscar van Gelderen en via Marijke, in mailtjes haar liefde naar zijn voorkeur voor scherp en simpel T noemend: ‘Volgend jaar wil hij overwinteren in een warm land, want die snerpende regen, kou en wind vegen hem plat onderuit.’

Het miezert, de zomer marginaal. Ik heb zojuist gekeken en beleefd. Rouw, rauw, rouw. Uit de jukebox in mijn hoofd knalt ‘Opgejaagd’: ‘Het komt altijd als je ’t niet verwacht / ik luister naar het kloppen van m’n hart / ik adem zwaar maar ik lach zacht’. En dan toch weer ‘Feest’.

Het feest is geëindigd zoals het begon, Marijke, T lacht nog eenmaal voor jou.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234