null Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee

1991Marnix Peeters op stap met Charles et les Lulus

‘Is het hier nu zo warm of heb ik in mijn broek gescheten?’

Het boeiende leven der rockers: het is woensdagochtend, half elf. Het vriest. Terwijl Radio de laatste file voor gesloten verklaart, neemt de ochtendblues bezit van café Le Coq, de place to be vlakbij de Brusselse Beursschouwburg. Tegenover mij aan tafel zitten twee Lulus: Roland Van Campenhout en Adriano Cominotto. Ze zwijgen, drinken koffie. Buiten wordt de Roby Sterren Voor Sterren-bus geladen. Een halfuur later (een uur te laat) arriveert Arno. Hij heeft gisterenavond de Beaujolais Nouveau geproefd. ‘Hij stinkt’ zucht hij, en bestelt ter verzachting van het leed een Orangina on the rocks. Nog een kwartier later is het kwartet compleet: drum-Lulu Piet Jorens is een paar uur geleden in aanvaring gekomen met een weerspannige vangrail. Hij heeft nauwelijks een paar uur geslapen, en staat beteuterd naar z’n gehavende Japanner te staren.

Marnix Peeters

‘Gaat gij mee, vent?’ vraagt Arno mij. Ik ga mee. ‘Ge hebt toch uw slaapzak bij?’ Hij denkt ondanks alles aan alles. Morgenavond spelen Charles et les Lulus een concert in de Bretoense stad Rennes, op de dertiende aflevering van het Transmusicales-festival. Transmusicales is een vierdaagse muziekhappening waar meer dan vijftig groepen aantreden; van Leon Redbone en Chris Whitley over Son of Bazerk en Galliano tot James en het gevaarlijke Nirvana. Een uniek gebeuren: een blik op de Franse hitparade bewijst dat.

Wat doen vier doorgewinterde rockers tijdens een acht uur durende rit met een autobus? Zich te buiten gaan aan drank en drugs en vrouwen? Hun broek afsteken naar onschuldige schoolmeisjes? De chauffeur lastigvallen met hun zat gebral? Niets van dat alles, vrienden. Ze slapen. Ze drinken koffie en coca-cola. Ze bespreken technische details met crew en manager. En als na een tijdje de verveling toeslaat, brengt de jonge Kurt van Eeghem soelaas: manager Ton Van Draanen heeft een videocassette met een partij belegen ‘Hitrings’ meegebracht. ‘Chicago’ van The Strings. ‘Iedereen doet’ van De Waterlanders, met de inmiddels beroemde Hilde van Mieghem de eerste Belgische softrap, en ander halfvergaan geweld van (— tel de keren dat u ‘Ah ja!’ zegt —) Der Polizei (met Stoy Stoffelen), Luna Twist, Red Zebra, P.P. Michiels (de gewraakte video van ‘Females’), zelfs ‘Nee oh nee’ van De Kreuners, live op Werchter ‘81.

‘Hij was toen al lelijk, die Grootaers,’ schalt Roland.

ROLAND «Die ‘Suspicion’ van Toy, ‘Don’t talk to the liar’ van The Bet... Vandaag vegen de meeste groepjes daar vierkant hun kas aan. Blijkbaar zat er in de jaren ‘81-’82 ook nog genoeg geld in de BRT-kas om fatsoenlijke filmpjes te maken. Om een nummer in te blikken kreeg je toen een hele dag, en als je meer tijd nodig had, kon dat geregeld worden. Vandaag maak je ofwel een schandalig dure hi-tech video, of niks. Terwijl zo’n tussenweg toch haalbaar moet zijn.»

‘You’ van Scooter vult het scherm.

ROLAND «Wat is er van die zanger geworden, Piet van den Heuvel

COMINOTTO «Die zingt backings bij The Scabs

ROLAND «Hij zou beter leads zingen in plaats van zijn tijd te verprutsen. ‘t is zonde, zo’n goeie zanger.»

‘Don’t Be Cruel’ van The Machines speelt.

ROLAND «Dit was het begin van het einde. The Machines zijn als eerste groep uit die Belgian Wave naar Engeland getrokken om zogezegd met een beroemde producer te gaan samenwerken. Zij waren de eersten die zich lieten oplichten. Er zijn er nog veel gevolgd, en ze zijn er één voor één ingebLeven. Ik begrijp niet waarom die gasten zoveel voor Het Succes overhebben. Ze zouden beter een voorbeeld aan ons nemen. Wij zijn tenminste gelukkig (schatert)

WIE KLEIN NIET BEGEERT

Arno is wakker. Hij heeft in het videorekje een cassette van Vaya Con Dios gevonden. ‘’t Is mijn genre niet’ zegt hij, ‘maar ons Dani heeft zo’n schone stem’. Volgt: een unieke Arno-interpretatie van ‘What’s a woman’. De cover wenkt. Tussen de clips door interviewt Marcel Vanthilt Mevrouw Klein. ‘Ik let heel goed op met drank en sigaretten’, zegt ze. ‘Kwestie van mijn stem te sparen.’ De manager: ‘Zie je wel, Arno?’

ARNO «Ah jok. Maar ik moet me daar niks van aantrekken. Ik kan daar tegen.»

VANTHILT «Wie vind je de beste zangeres ter wereld, Dani?»

KLEIN (twijfelt)

ARNO «Arno Hintjens! Zegt het toch, meiske! Ge moet ti daar niet voor schamen!»

ROLANS (in de marge) «Is dat hier zo warm of heb ik in mijn broek gescheten?»

DE HUISVUIL BLUES

Het is dinsdagavond, half elf. Het hele gezelschap doet zich te goed aan een berg couscous, in een Algerijns restaurant in hartje Rennes. Het lijkt wel een ‘Chateau van Hove’ in rockformaat: er wordt luidop gesmakt, druk gediscussieerd en ongegeneerd schunnig gedaan; de disgesprekken gaan over collega-muzikanten, over de business, de vrouwen, kortom: niks voor kleine oortjes. Het grootste struikelblok heet Bea Van der Maat. Arno gewaagt van een ‘knap wijveke’, Roland niet: ‘Smijt daar een brood naar, en het komt gesneden terug’. Gevoelige vrouwenzieltjes gelieven zich te onthouden. De manager houdt zijn hart vast: na het eten kondigt Arno aan dat hij een stapje in de wereld gaat zetten. Morgenvroeg, om tien uur, wordt er gesoundcheckt. ‘Overdrijf niet met de guestlist, he Arno. En geef ze asjeblieft het juiste telefoonnummer.’

DE MANAGER «Het zal niet de eerste keer zijn dat hij per vergissing mijn telefoonnummer aan een meisje geeft. En ik hoop maar dat hij het niet te bont maakt. Ik heb ooit stoten beleefd... ik heb hem een uur voor het concert uit een café moeten gaan halen, hij zag er nog juist goed genoeg uit om met het groot huisvuil mee te gaan. Het rare is: als Arno een nachtje door gaat, is hij ‘s anderendaags meestal in supervorm. Dat maakt het voor een manager zeer moeilijk om de grens te trekken: hoe ver laat ik het komen? Wat kan wel en niet door de beugel?»

AD COMINOTTO « Meestal blijft de schade beperkt. Tijdens lange tournees durven we wel eens, euh, gecontroleerd uit de bol gaan, maar we proberen onszelf een zekere discipline op te leggen.»

ROLAND «Ton is een heel goeie manager. Hij heeft enorm veel ervaring. Hij kent het Europese circuit op zijn duimpje. En hij slaagt erin ons op het rechte pad te houden. Wij zijn alle vier echte muzikanten, he. Organiseren is niet onze sterkste kant. Als we Ton niet hadden, zouden we overal en altijd te laat komen. We zouden na een concert zelfs vergeten ons geld te vragen. Dat soort dingen.»

IGLESIASTICIUE

Woensdagochtend, half elf. Het vriest stenen uit de grond. In zaal Cité, waar Charles et les Lulus aan hun soundcheck beginnen, is het niet veel warmer. Een drietal bejaarde paysans kijkt zwijgend toe. Een jongedame met een veel te kort rokje houdt een oogje in het zeil. ‘t Is fris aan de vis, he madame.’ zegt Arno. Als hij ‘It’s all over now’ inzet, zet z’n microfoon het op een hels gepiep: ‘Ad, doe uw broek toe. Het fluit!’ Een Spaanse TV-ploeg wil een interview. ‘Hello Spain’, zegt Arno, ‘my name is Julio Iglesias.’ Vijf minuten later houden de verbouwereerde Spanjolen het voor bekeken. ‘Weet ge wat dat is?’ orakelt Arno. ‘Die zuiderse volkeren hebben geen gevoel voor humor. Heel triestige mensen.’ ‘s Namiddags mogen Charles et les Lulus live op TV Rennes-Canal 9. Na een korte akoestische set volgt weer een interview.

INTERVIEWER «U speelt straks in de Cité. Vindt u dat een goede zaal?»

ARNO «Ecoute, mon petit coco. Si on paye, on joue. On est très social. Nous, on joue dans ton toilette, si (stottert) ah godverdomme, si tu payes. Excusez-moi, eh monsieur. Mais il y a quel-que chose dans ma téte qui ne marche plus. Je dois penser. Et quand je pense, je pense. »

Einde interview.

PAULA D’HONDT

ARNO «Het zijn rare gasten, die Fransen. Ik ben blij dat ik uit Parijs weg ben. Ik heb in Laken een huis gekocht, wist je dat al? Zeer schoon, met een grote tuin. (Op samenzweerderige toon) Nu Jan Decorte verkozen is, ga ik proberen een postje in de regering te versieren. ik heb geld nodig om mijn huis af te betalen. Het liefst zou ik koninklijk commissaris voor de migranten worden. En Paula D’hondt mag mijn secretaresse spelen. Hahá! Maar nu moet ge mij met rust laten, ik moet mij concentreren op het concert.»

Hij bedoelt op een ‘meisje dat Françoise heet.

KNOP HAAR RECHTS

Arno wordt herkend door een paar Belgische fans: twee jongemannen die tot de — tot op heden onbekende — VZW ‘Knop Naar Rechts’ blijken te behoren. Arno wil hen interviewen. Ik leen hem mijn recorder.

ARNO «Wat is dat, de Knop Naar Rechts?»»

VZWKNR «De VZW heeft tot doel de meest representatieve Belgische groep te vormen, de Belgjan All Stars. We zitten nog in een beginstadium, maar als alles volgens plan gaat, moet die groep er volgend jaar komen.»

ARNO «Wie zitten daar in, in die Belgian All Stars?»

VZWKNR «De voorlopige samenstelling is als volgt: Boogie Boy, lead vocals. Eric Melaerts, gitaar. Ben Crabbé, drums. Bea van der Maat, backing vocals. Knars Tootens — dat is de artiestennaam van Tars Lootens, keyboards.»

ARNO «Maar dat zijn allemaal vedetten van de TV!»

VZWKNR (lacht) «Inderdaad.»

ARNO «Dit is om te lachen, zeker? Hé, HUMO, ze zijn met mijn kloten aan het spelen. Ik stop ermee.»

ROLAND «Mag je meespelen met de All Stars? »

ARNO «Ik? Geen denken aan. Met die mensen zou ik nooit overeenkomen. Ik ben van sterrenbeeld Stier. En volgens de Chinese astrologie ben ik een Buffel. Zie je mij al tussen al die schapen staan? Die gasten verafgoden zichzelf.

»(Vijf minuutjes later) Weet je dat ik thuis geen enkele plaat van mijzelf heb? Niet van TC Matic, niet van Arno solo. Ik heb zelfs geen exemplaar meer van ‘Charles et les Lulus’. Je weet hoe dat gaat, hè. Als er eens iemand blijft slapen, beginnen ze ‘s morgens in mijn platenkast te rommelen. Zo van: ‘Oh, die heb ik nog niet.’ En dan denk ik: ik vraag er nog wel eens een paar aan de platenfirma. Maar dat komt er nooit van. Ik kan me daar echt niet mee bezighouden.»

DEDJU!

Woensdagavond, half tien. Een uur voor het Lulus-concert staat Arno in de kleedkamer zijn hemd te strijken. Om de zenuwen te kalmeren: ‘Ik geraak dat blijkbaar nooit kwijt. Ik ben voor elk optreden poepnerveus. Roland is net een blok ijs en ik sta mij hier op te vreten. Dedju!’

ROLAND «Ik ben ooit maar een keer zenuwachtig geweest. Voor een optreden in cafe de Muze in Antwerpen, een jaar of twintig geleden. ik stond klaar om het podium op te stappen, toen ik Ferre Grignard zag binnenkomen. Ik schrok zo dat ik geen noot meer gespeeld kreeg.»

ARNO (Voor de spiegel, met de handen in het haar) «Arno, Arno, waarom zijde geen taxichauffeur geworden ? Of dokter? Godverdomme toch.»

De zenuwen spelen hem wel degelijk parten. ‘Ants in my tea ‘komt maar traag op gang, en tijdens ‘Girnme that harp, boy’ raakt Charles respectievelijk zijn mondharmonica en zijn tekst kwijt. Pas na ‘Little Red rooster’ en ’It’s all over now’ wordt de juiste cadans gevonden: de uitverkochte Cité davert en stoomt, het applaus houdt minutenlang aan. Volgen : een indrukwekkend ‘Eyesight to the blind’ (met Roland in de hoofdrol), ‘Stealin’, een extra opgedreven versie van ‘Walkin’ the dog’ (TC Matic revisited) en — tot groot jolijt der Fransen — ‘La Paloma’, met de obligate Dame Uit Het Publiek.

‘Les Bretons, ils sont comme les Flamands’, zegt Arno. ‘Ils boivent de la bière.’ Het bisnummer heet ‘Drink till I sink’. De Bretoense weerstand is finaal gebroken.

ADIEU COCO

Arno is razend. ‘Waar was dat tweede mondmuziekske, godverdomme.’ En: ‘Het eerste kwartier trok op niks.’ Maar er is geen tijd voor slecht humeur. Virgin France heeft een persconferentie belegd. Er zijn meer dan twintig journalisten. ‘Is er iemand van Libération? vraagt Arno. ‘Ah ,bien, parce que moi, je porte gauche.’ De Lulus worden voorgesteld. ‘Celui-ci, c’est Roland Van Campenhout. Et lá, c’est Adriano Cominotto. Le troisième, le percussioniste, il fait du kaka.’ Het wordt even héél stil. Hoe ziet de toekomst eruit voor Charles et les Lulus? ‘Na de Franse tournee stoppen we ermee,’ zegt Roland. ‘Eigenlijk wilden we gewoon een tiental clubconcerten doen, alleen in België. Het is zelfs nooit de bedoeling geweest een plaat te maken. Ondertussen zijn we al op tournee geweest door Scandinavië, Nederland en Zwitserland, en hebben we in Belgie alleen al meer dan 15.000 exemplaren van ‘Charles et les Lulus’ verkocht. Het wordt stilaan tijd om opnieuw aan onze soloprojecten te werken.’

ARNO «Misschien komen we over een paar jaar weer samen. Maar als we zo doorgaan staan we morgen in de Top 50. Het is hoog tijd om iets anders te doen. Zoals Sartre zei: ‘Après nous, les mouches’

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234