Arcade FireBeeld Arcade Fire

10 jaar 'The Suburbs'

Lies! Lies! De 10 beste songs van Arcade Fire

Chris Martin had hen reeds de beste band van het moment genoemd en David freakin’ Bowie ramde hen al jaren door de strot van eender wie hij ontmoette, maar het is vandaag exact tien jaar geleden dat Arcade Fire officieel tot wereldgroep verheven werd. 

Op 2 augustus 2010 verscheen namelijk ‘The Suburbs’, naar algemene consensus de plaat van dat jaar en misschien zelfs van het decennium. Arcade Fire blijft dan ook het zeldzame indiegroepje met een prestigieuze Grammy voor Best Album of the Year op de schouw. Onze man sloot zich met de volledige catalogus van de jarige Canadezen op, scrupuleus op zoek naar hun tien allerbeste nummers.

10. We Used To Wait (2010)

First things first. Je hebt meer kans op de vorming van een Belgische regering dan dat je een song vanuit ‘Everything Now’ in deze top zult terugvinden. De laatste plaat van Arcade Fire was niet zó rampzalig als velen claimden, maar ze kan wel onmogelijk tegen het vroegere werk van de Canadezen op. Kort door de bocht: liever het slechtste nummer vanop ‘Funeral’ dan het beste vanop ‘Everything Now’.

Nu we dat hebben uitgeklaard: heel wat songs vanop ‘The Suburbs’ hadden hier niet misstaan. ‘Suburban War’, ‘City With No Children’, het titellied. Maar die clash tussen dat simpel pianoriedeltje en die verdraaid tegendraadse drum in ‘We Used To Wait’ is ronduit onweerstaanbaar. Eentje voor de luchtdrummers!

9. Intervention (2007)

Niets zo consistent in de carrière van Arcade Fire dan hun je-m’en-foutisme. Het orgel is een van de minst coole instrumenten die een indiegroepje kan aanwenden, maar Arcade Fire maakte er een Gotische pronkstuk genaamd ‘Intervention’ mee. De song werd opgenomen in de oude kerk die de band had gekocht en omgevormd tot een studio. Het hoeft je dus niet te verbazen dat frontvrouw Régine Chassagne nog voor het Middeleeuwse troubadourgroepje Les Jongluers De La Mandragore heeft gespeeld.

8. Wake Up (2004)

U2, nochtans een band met geen tekort aan stadiumrocksongs, bestormde tijdens hun ‘Vertigo’-tournee het podium op de tonen van ‘Wake Up’. Die iconische gitaarriff bestaat eigenlijk uit slechts één noot, maar dat belet Arcade Fire niet om er iets formidabel van te maken. De cleverste zet? Die tempowissel op het einde, waarbij het epische lied ineens vervelt tot een intiem sprookje, inclusief belletjes.

7. Afterlife (2013)

Toegegeven: de lyrics in het refrein zijn wat knullig. ‘Can we work it out? Scream and shout, ‘till we work it out?’ Alsof zanger Win Butler het Grote Rijmboek voor Dummies heeft nageslagen. Maar de rest van de song sprankelt als een discobal. Bongo’s! Een toeterende sax! Nile Rodgers-gitaarlijntjes! Producer James Murphy van LCD Soundsystem doet het gelaagde ‘Afterlife’ zweven.

6. Keep The Car Running (2007)

Er was een periode in het leven van Dave Grohl dat hij dagelijks ‘Keep The Car Running’ door de boxen knalde, in de ochtend, net voor de koffie. Een mandoline, een rollende baslijn, wat handgeklap en de drumpartij uit Bruce Springsteens ‘Dancing In The Dark’: de ingrediënten zijn simpel, maar het opzwepende ‘Keep The Car Running’ blijkt een van de duurzaamste songs vanop het ietwat bombastische ‘Neon Bible’. Toptip: uiterst geschikt als wekker.

5. Neighborhood #1 (Tunnels) (2004)

‘Neighborhood #1’, de opener van ‘Funeral’, was voor velen de eerste song die zij van Arcade Fire hoorden. Het lied transporteert je naar een ondergesneeuwd dorpje in Canada, waar de kids het moeten stellen zonder hun ouders. De orkestrale punk - met vleugjes David Bowie en Talking Heads en bákken eigenheid – doet je smachten naar een allang vervlogen tijd van onschuld, toen je lei schoon was en de toekomst nog vol kansen zat. De rauwe romantiek van ‘Neighborhood #1’ is nog even innemend als het was in de winter van 2005, toen wij nergens heengingen zonder ‘Funeral’.

4. No Cars Go (2007)

‘No Cars Go’ is zo’n straffe song, dat Arcade Fire het tweemaal heeft opgenomen: eerst als een kleinere song voor hun debuut-ep uit 2003 en daarna als het epische hoogtepunt aan het eind van ‘Neon Bible’, hun moeilijke tweede plaat uit 2007. Een verschroeiend tempo, een grootse opbouw en een mannenkoor dat zelfs de Sint-Pietersbasiliek zou kunnen vullen. Op ‘No Cars Go’ bewijst de groep dat bombast niet per se stinkers oplevert.

3. Ready To Start (2010)

The businessmen are drinking my blood, like the kids in art school said they would,’ zingt Win Butler boven een opgewonden gitaar, een voortstuwende drumpartij en een synthesizerlijntje récht uit de eighties. ‘Ready To Start’ komt met een onweerstaanbare drang om uit de startblokken te schieten en de middelvinger op te steken naar eenieder die in je weg staat. De videoclip, waarin de Canadezen als wildebrassen op hun instrumenten meppen, brengt de song helemaal tot leven.

2. Sprawl II (Mountains Beyond Mountains) (2010)

Arcade Fire is in die mate een collectief dat enkele van hun beste nummers niet eens door Win Butler worden gezongen. Régine Chassagne schittert op ‘Sprawl II’, het aanstekelijkste lied in hun discografie. De dromerige discobeat is, achteraf gezien, een voorbode voor al de synthpop die de Canadezen nog zouden maken, maar in 2010 klonk het grensverleggend. ‘They heard me singing and they told me to stop, quit these pretentious things and just punch the clock.’ ‘Sprawl II’ geeft je tegelijk een schop in de kont en een klop op de schouder.

1. Rebellion (Lies) (2004)

Arcade Fire levert al meer dan vijftien jaar de schoonste brokken rebellie af, maar ‘Rebellion’ vanop hun debuut blijft ongeëvenaard. ‘Sleeping is giving in, no matter what the time is,’ poneert Win Butler, waarna hij de leugens van de zogenaamde volwassenen aan de kaak stelt. ‘Lies! Lies!’, schreeuwt het groepje op de achtergrond, in opstand tegen de geestdodende sleur van het leven. ‘Rebellion (Lies)’ is een glorieus meesterwerkje dat al sinds 2007 geheel terecht in ‘De tijdloze’ staat.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234