xBeeld x

Kerkhof der vergetenen

Marc Didden herdenkt muzikale helden van weleer

Het leven is aan de levenden, maar zo rond Allerzielen komen er weleens welluidende klanken van de dichtstbijzijnde dodenakker aanwaaien. Oud goud heet dat. Onbekend ook, vaak. Maar onherroepelijk voorbij. Artiesten gaan namelijk ook dood, soms zelfs terwijl ze nog leven. Wanneer het applaus plots verstilt, gaapt voor sommigen de vreselijke vergeetput. Voor anderen bestaat er zoiets als een revival. Dan ontdekt een nieuwe generatie wat lang geleden mooi was. Hulde dus aan enkele vergeten helden van weleer.

Wat rijmt er op 'herfst'? Niemendal, dat zal zelfs de domste dode dichter u vertellen, gesteld dat u erom vraagt. En van dode dichters gesproken, een leraar Nederlands vroeg me eens tijdens een mondeling examen of ik niet toevallig een rijm wist op 'bliksem', afgezien dan van het voor de hand liggende Hemiksem. Mijn antwoord kwam snel en luidde als volgt: 'Geefde-gij hem een mot, of geef-ekik z'em?' Ik was geslaagd, maar niet cum laude. Straattaal paste namelijk niet in het leslokaal Nederlands.

De herfst, ach, qu'est-ce que c'est? Voor mij: najaarsklassiekers en natte voeten, bleitfilms en bloemen op het graf van bompa's die ik nooit heb gekend, een studentenlief proberen uit haar jeans te praten terwijl John Sebastian van The Lovin' Spoonful 'You and Me and Rain on the Roof' zong uit een radio die eruitzag als een wafelijzer en ook zo klonk. Tijd ook om de weltschmerz wat op te poken en uit vaders platenkast nog één keer Mahlers 'Kindertotenlieder' te ontlenen. Wachten op de winter, bij kaarslicht op een chiantifles.

Toen ik laatst binnen het kader van dit weekblad door mijn platenkelder waadde, kwam ik voortdurend singles, ep's, lp's en dubbellp's tegen van mensen die ooit in mijn en andermans leven belangrijk waren geweest, maar die om de één of andere reden op het kerkhof der vergetenen waren terechtgekomen, om in novembermodus te blijven. The Fortunes, Crispian St. Peters, Sam the Sham & the Pharaohs, Tommy James & the Shondells, wat heb ik hen allemaal graag gehoord. Graag genoeg om ze in vinylvorm uit de platenbakken van warenhuizen als de Bon Marché of de Innovation mee naar huis te sleuren en ze daar tot vandaag toe te bewaren. Ja, zelfs in de geestelijk en fysieke onmogelijkheid verkerend om ze van de hand te doen. Bij het cd-rek, zelfde cinema: zelden of nooit draai ik nog zo'n schijfje van Nick Lowe, The Moody Blues, John Hiatt, Elliott Murphy, Steel Pulse, The Allman Brothers Band of Rory Gallagher. Maar ze met de vuilnisman meegeven, dat zie ik tot de dag na mijn 100ste verjaardag niet zitten.

Je hebt nu eenmaal, als het goed gaat, maar twee oren ter beschikking en pakweg 24 uur in een dag. Daarom zijn zowel u als ik wellicht volgende artiesten vergeten, ook al zijn ze niet allemaal en technisch gesproken morsdood. Neem nu bijvoorbeeld Helen Shapiro, die leeft bij het ter perse gaan nog helemaal en ze is zelfs niet eens stokoud. Toch ligt haar carrière al een halve eeuw achter haar. Dat komt omdat ze haar eerste hits had toen ze pas 14 was, in een wereld die toen nog vrij van The Beatles was. Al hebben die wel ooit in haar voorprogramma gespeeld, want begin jaren 60 was Helen Shapiro niets minder dan de Top U.K. Female Artist. Helemaal verdiend ook, want haar hitsingles 'Walkin' Back to Happiness', 'You Don't Know' en vooral 'Queen for Tonight' galmden toen tot groot genot van allen uit allerhande luidsprekers, tot ver buiten het Verenigd Koninkrijk.

Helen Shapiro was op het eerste gezicht een eenvoudig Joods meisje uit Bethnal Green, een wijk in het Londense East End waar veel Russische immigranten huishielden en, net als haar ouders, in de kledingindustrie werkten. Wat maakte dat eenvoudige kind dan zo uitzonderlijk, zult u zich afvragen? Wel, ik zal het u zeggen: haar stem. Geen slechte eigenschap voor iemand die zangeres wil worden. Helen Shapiro zong en zingt zoals alleen Helen Shapiro dat kon en kan. Dat wil zeggen: als een flink uit de kluiten gewassen misthoorn. Wat meteen verklaart waarom haar klasgenootjes haar destijds Foghorn als koosnaam gaven. Kinderen kunnen wreed zijn, dat is juist. Maar soms hebben ze ook wreed gelijk. Luister één keer naar 'Queen for Tonight' en weet waarom de massa, vlak vóór de sixties gingen swingen, helemaal overstag ging voor deze Helen, die vandaag de dag jazz en blues zingt in het nachtclubcircuit.

Jazz en blues zingen in het nachtclubcircuit, dat was ook het beroep van Bessie Smith (1894-1937), de zwarte vrouw die honderd jaar geleden de onomstreden titel van Empress of the Blues met trots mocht dragen. Ze is vandaag ook een beetje vergeten en gaat in hippe kringen iets minder vlot over de tong dan pakweg Billie Holiday of Nina Simone. Toch is haar bijdrage aan al de muziekjes waar wij van houden, even belangrijk en dus niet gering. En aan hen die twijfelen of ze het écht wel had, raad ik de beluistering aan van haar versie van 'Nobody Knows You When You're Down and Out'. Een songtitel die bittere waarheid werd voor haar toen ze begin jaren 30 niet meer modern werd bevonden en van zeer succesvol, inclusief foto op de cover van Time Magazine, naar overbodig moest leren te schakelen. Gelukkig (nou ja!) moest ze die ellende niet te lang verbijten, want in 1937 verloor ze bij een vreselijk verkeersongeluk eerst een arm en daarna het leven. Als u ooit nog eens in Amsterdam bent, fiets dan eens over de Bessie Smithbrug, want een lijst van Amsterdamse bruggen bevestigt mij dat die daar écht bestaat.

Wie volgens mij beslist geen brug naar zijn naam heeft, zelfs geen deurklink of een fietsgleuf, is Jesse Winchester, één van de fijnzinnigste Amerikaanse singer-songwriters die in de marge van de folk en country heeft bestaan. Vanaf de allereerste keer dat ik Winchesters meesterwerkjes 'Yankee Lady', 'Biloxi' of 'Mississippi You're on My Mind' hoorde, wist ik hoezeer ik van hem zou gaan houden. Zijn beste songs zijn uit pure heimwee geschreven in het koude Montréal, waar de jongen uit het warme Zuiden van de States in zelfgekozen ballingschap ging leven wegens dienstweigering in verband met de Vietnamoorlog.

Zeer lang geleden heb ik met die Jesse een lange wandeling gemaakt in Boechout, met de feestvilla De Sfinks als begin- en eindpunt. En ik zeg u: nooit in mijn hele leven ontmoette ik een verlegener, bescheidener en zichzelf wegcijferender man dan Jesse Winchester. Succes kon hem, net zoals alles, letterlijk gestolen worden. Al wordt zo'n uitspraak wel verzacht door de gedachte dat The Everly Brothers, Elvis Costello of Willie Nelson je songs coveren.

THUIS IN DE CANON

Wie ik ook écht mis en wie geen mens nog lijkt te kennen, is Doug Sahm. Met wat geluk laat een oldiesprogramma nog eens 'She's About a Mover' horen, of de tex-mexriedel 'Mendocino', uit de periode dat Doug nog Douglas heette en zich Sir liet noemen binnen de grenzen van zijn gelijknamige Quintet. Prima pop, hoor, en een adequaat Amerikaans antwoord op de Britse popinvasie die in 1965 de States van kust tot kust overspoelde. Maar waar het bij Sahm over gaat, is waarom hij soloartiest was. Als u niet wegwijs raakt uit zijn discografie, ga dan voor zijn solodebuut 'Doug Sahm & Band' (1972), waarop hij en zijn talrijk opgekomen gasten een stevige brug leggen tussen oude country en nieuwe rock. Al deed hij dat eigenlijk ook al met zijn kwintet. Getuige daarvan is de wonderlijke song 'At the Crossroads', waarin de overtuigde Texaan zijn thuisstaat huldigt met de zin 'You just can't live in Texas / If you don't have lot of soul'. Ik weet dat ik u dat al eens eerder meldde, maar ik doe het toch nog eens.

Afsluitend vraag ik u nog een gedachte te wijden aan The Dave Clark Five, de Britse rockgroep die net na The Beatles en vlak vóór de The Rolling Stones op zeer intense wijze heel Amerika veroverde. Hun monsterhits 'Glad All Over', 'Bits and Pieces', 'Over and Over' en 'Catch Us If You Can' horen thuis in de canon van de hedendaagse volksmuziek, die pop en rock toch eigenlijk zijn. Niet meer, maar ook niet minder.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234