Tjingeltjangel (17)

‘Mijn favoriete Talking Heads-track is tegelijk ook zonder meer mijn favoriete song’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Vandaag deel 17: ‘En soms is het gewoon kunst’.

Ik hou van rock en ik hou van kunst, maar als die twee gaan samenwonen, ben ik zo gauw mogelijk weg. Deep Purple in Concert: niets voor mij. Rockopera's, al zijn ze van de gouden hand van Pete Townshend of Ray Davies, hebben mij nooit echt kunnen boeien. Behalve de drie minuten durende parels die er soms in verborgen zitten - ik denk aan 'Pinball Wizard' van The Who of 'Victoria' van The Kinks. Lou Reeds 'Metal Machine Music' daarentegen, dat in sommige kringen nog steeds als een 'interessant experiment' wordt beschouwd, voelde bij mijn eerste en enige beluistering aan als een slijpschijf dwars door mijn brein. En ik zou nog één en ander kunnen vernoemen, al vergeet ik al dat arty farty gedoe uit de jaren 80 en 90 voor hetzelfde geld met veel plezier.

Luister onderaan dit artikel naar onze TjingelTjangel-playlist

Voor Brian Eno's muzikale onderzoekswerk bij Roxy Music hield ik dan wel weer graag mijn oren open. Ook Eno's eigen quasi-experimentele platen als 'Music for Airports' of 'Music for Films' deugen, al was ik ook wel ontroerd wanneer hij in die dagen een gooi deed naar het hitwezen en een single als 'The Lion Sleeps Tonight' uitbracht, of een rauwe, nerveuze stamper als 'King's Lead Hat', wat overigens een anagram is van Talking Heads, waarmee we zonder het te weten al meteen de twee bands benoemd hebben waarover we het deze week willen hebben in ons hoofdstuk 'Art Rock': Roxy en de Heads.

DO THE STRANDZKY

Terwijl de as van de sixties nog smeulde, leek het begin van de seventies even een terugkeer naar de normaliteit. Op de steeds zeldzamer wordende jukeboxen vond je hits terug als 'Spirit in the Sky' van Norman Greenbaum, 'Rose Garden' van Lynn Anderson, Gilbert O'Sullivans 'Clair' of 'Never Marry a Railroad Man' van Shocking Blue, alsook geweldige andere singles die tot vandaag puntgaaf blijven klinken. Ik moet dan aan Rod Stewarts 'Maggie May' denken, aan Led Zeppelins 'Whole Lotta Love' of T. Rex' magische 'Get It On (Bang a Gong)' en 'Jeepster'. Om Elton Johns 'Rocket Man' en het aanstekelijke 'Crocodile Rock' vooral niet te vergeten.

Hoe dan ook weet ik nog dat ik verschrikkelijk blij was toen ik voor het eerst 'Virginia Plain' van Roxy Music op de radio hoorde. Een frisse orkaan van kwaliteit. Die ene song droeg alles in zich wat Roxy later zo groot zou maken: elegantie, kracht, eigenzinnigheid, stijl, drive, verrassende instrumentatie en gedurfde woordkeuze in de teksten. Of begrijpt u zonder enig opzoekingswerk wat zanger-componist Bryan Ferry precies bedoelde met zinnen als 'Make me a deal and make it straight / All signed and sealed, I'll take it / To Robert E. Lee I'll show it / I hope and pray he don't blow it 'cause / We've been around a long time just try try try tryin' to / Make the big time' of slotverzen als 'Far beyond the pale horizon / Some place near the desert strand / Where my Studebaker takes me / That's where I'll make my stand / but wait / Can't you see that Holzer mane? What's her name Virginia Plain'? 'Virginia Plain' was een visitekaart van formaat.

Was het kunst wat ze maakten? Wie zal het zeggen? Was het kunstig? Zeer zeker. Maar ze leverden zeker niet alleen stijl af, maar altijd ook veel soul. Bryan Ferry's idolen waren Elvis en Dylan, zoals dat bij vrijwel alle kunstschoolstudenten uit die tijd was. Maar Ferry en zijn hoogbegaafde vrienden en bandgenoten als Brian Eno, Andy Mackay en Phil Manzanera liepen ook hoog op met Bowie en The Beatles, Motown en Wilson Pickett, Zappa en King Crimson. Al die invloeden lieten ze druppelsgewijs toe op hun prachtig uitziende eerste vijf lp's, te weten 'Roxy Music' (1972), 'For Your Pleasure' (1973), 'Stranded' (1973), 'Country Life' (1974) en 'Siren' (1975).

Als ik dat quasi foutloze kwintet in mijn mentale achteruitkijkspiegel aanschouw, kan ik alleen maar buigen voor hoeveel meesterschap toen tot stand kwam in zo'n korte tijd. Vernieuwing en vertier: het komt zelden voor. En bovendien klinken die platen vandaag nog helemaal eigentijds. In de jaren 80 is Roxy Music, ook door de talloze personeelswijzigingen en het massale mainstream succes, een 'normalere' rockgroep geworden, met toch nog mooie en tijdloze hits als 'Angel Eyes', 'More Than This', 'Dance Away' of 'Avalon' op het palmares. Op dit moment is de groep niet officieel ontbonden maar wel slapend. Ferry houdt zich op discrete wijze met zijn solocarrière bezig en werd ook weer in zijn schildersatelier gesignaleerd. Ik had het voorrecht hem een paar keer te mogen ontmoeten in mijn dagen als inktkoelie bij de firma Dupuis. Hij was met voorsprong de aardigste rockster die ik ooit tegenkwam. Volgende zomer komt hij naar Deurne en Oostende. Wat goed nieuws is voor Deurne en Oostende. Mijn favoriete Roxy-song, voor het geval u dat wilt weten, is 'Do the Strand'.

QU'EST-CE QUE C'EST?

Het tweede grote geschenk dat de seventies de mensheid schonken heette Talking Heads. Ik heb die atypische New Yorkse band ontdekt in 1977 via een klein rek met singletjes dat zich op de toog bevond van de Brusselse platenzaak Caroline. Ik pikte er 'Uh-Oh, Love Comes to Town' uit en was meteen verkocht. Midden de wijds overslaande punkgolven en de overal opdoemende new wave had dit gezelschap van netjes uitziende New Yorkse jongelui onmiddellijk een eigen toon te pakken. Ze maakten een nieuwe soort muziek die vooraf alleen nog maar in het hoofd van hun leider David Byrne bestond. Byrnes ietwat bizarre teksten, verkapte ritmiek en slangenmensperformances waren ronduit uitzonderlijk (en perfect gevat in wat volgens mij de enige goede concertfilm ooit is geworden, 'Stop Making Sense', van Jonathan Demme). Samen met zijn kompanen Tina Weymouth, Chris Frantz en Jerry Harrison maakte David Byrne van Talking Heads wellicht de meest importante rockgroep die de VS ooit voortbracht. Ze waren zeker zo indrukwekkend als hun eigen idolen, The Velvet Underground, en als u absoluut een bewijs wilt van hun bijzonderheid: ze zijn werkelijk met niets of niemand te vergelijken.

Hun oeuvre liegt er trouwens niet om. Talking Heads is zowat de enige groep die z'n Volledige Werken zonder enige miskleun ertussen op de schouw kan zetten. Hun studio-lp's '77' (1977), 'More Songs About Buildings and Food' (1978), 'Fear of Music' (1979), 'Remain in Light' (1980), 'Speaking in Tongues' (1983), 'Little Creatures' (1985), 'True Stories' (1986) en 'Naked' (1988) vertonen nauwelijks zwakke plekken en handvollen hits van een zeer hoog gehalte. 'Psycho Killer', ook wel bekend als 'Qu'est-ce que c'est', is er daar één van. Maar 'Burning Down the House', 'Road to Nowhere', 'Once in a Lifetime', 'And She Was' of 'Girlfriend Is Better' zijn minstens even beklijvend en blijken ook bijzonder goed bestand tegen de gevreesde tand des tijds. En alhoewel de Heads een uiterst zorgvuldige studiogroep waren, hebben ze hun verbluffende optredens ook kunnen vastleggen op de live-lp's 'Stop Making Sense' (soundtrack bij de hoger vermelde film) en de wat onderschatte dubbelaar 'The Name of This Band Is Talking Heads' - alleen al de moeite vanwege hun cover van Al Greens 'Take Me to the River'. Mijn favoriete Talking Heads-track is tegelijk ook zonder meer mijn favoriete song, altijd ergens zwevend in mijn top 5 aller tijden. Ik heb het hier over 'Heaven', een nummer dat afkomstig is van de lp 'Fear of Music'. Als u het één keer gehoord hebt, zult u beseffen: rock is kunst. Soms.

Volgende weekA Tale of Two Kevins!

Luister naar onze Tjingeltjangel-playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234