Green Day Beeld Koen Keppens
Green DayBeeld Koen Keppens

ConcertHella Mega Tour

Nostalgie naar de nillies op de ‘Hella Mega tour’: Green Day raapte op wat het matige, matige Fall Out Boy liet liggen

17 juni 2020. Op die dag zouden Green Day, Fall Out Boy en Weezer in het Sportpaleis spelen. Maar hun verhaal is dat van bijna elke band de laatste twee jaar: het concert werd om virale redenen uitgesteld. Dinsdag stonden ze er dan eindelijk: drie bands tegenover achttienduizend fans, die hun geduld dubbel kregen terugbetaald in wereldhits.

Jasper Van Loy

Natuurlijk hebben wij gelachen met de Hella Mega Tour, zoals dit monsterverbond heet. We zagen in ons hoofd al hoe Billie Joe Armstrong van Green Day op een dag de zoveelste vensterenveloppe in zijn bus vond, een met zwarte kohl omrande blik op zijn steeds roder kleurende banksaldo wierp en dacht: met welke van mijn generatiegenoten krijg ik samen de meeste tickets en T-shirts verkocht? Armstrong werd dit jaar vijftig, een man begint dan weleens aan zijn pensioenspaarfonds te denken.

Maar met de jaren sleet het cynisme, en het laatste brokje smolt weg zodra we aan het Sportpaleis kwamen. Daar stond om halfzes ’s avonds, tien minuten voor het begin van deze vijf uur durende throwback tuesday, al een rij van zo’n tweehonderd lopende meter muziekliefhebbers in alle denkbare uitvoeringen. Jongedames die nerveus aan hun Fall Out Boy-hoodie stonden te frunniken, vaders met jeansvesten vol stoffen lapjes, dertigers die in de reflectie van het raam hun piekjes inspecteerden terwijl ze op hun smartphone nog de laatste werkmail van de dag beantwoordden. In het Sportpaleis hadden ze even geen job en was hun grootste zorg weer hun laatste schoolrapport of hun crush op Silke van 1B.

Lees ook

Het beste en slechtste van Werchter Boutique: meesterlijke Stromae, onfortuinlijke Gorillaz en een grote teleurstelling

Herinnert u zich trouwens nog dat alle drie de bands bij de aankondiging van de Hella Mega Tour een nieuwe single uitbrachten? Maakt niet uit hoor, geen enkel van die nummers was dinsdag in het Sportpaleis te horen. Het volk kwam niet om te ontdekken, het kwam om te herbeleven. Het kwam voor de fun, voor de hits, en om de pinnenarmbanden nog eens te luchten.

In die zin was de hippe Australische punkband Amyl and The Sniffers, die als eerste de circle pit in gang mocht proberen te krijgen, een heus anachronisme. Amyl heet eigenlijk Amy Taylor, haar strot is zo vertederend als een vakbondsstaking en ze deelt haar looks met die van de jonge Debbie Harry: zelfde blonde coupe, zelfde zwart omrande ogen, zelfde attitude van kom-me-maar-halen. Om haar heen staan drie rouwdouwen die hun gitaar op de juiste plaats hebben. Voor punkers wil dat zeggen: ter hoogte van de knieën.

Weezer Beeld Koen Keppens
WeezerBeeld Koen Keppens

We hebben helaas geen sterren te veil, omdat we de helft van hun korte set misten door een klein oponthoud met een scanner aan de persingang, maar wel complimenten voor Taylor en haar agressieve snuivers. Ze speelden vinnig, lieten zich niet imponeren door de galmende halflege arena en alleen al slotnummer ‘Hertz’ is het waard om deze knokploeg in een zaal te gaan bezoeken zodra het kan.

Achter Taylor zag je al de turquoise contouren van wat tien minuten later het decor van Weezer (★★★☆☆) zou worden. De jongens hadden hun best gedaan: we kregen tien meter hoge bliksemschichten, een muur van Marshall-versterkers met naast appelblauwzeegroen ook tinten paars en roze erin, het kitscherige lichtpaneel in de vorm van het bandlogo en een monsterlijk drumstel met vier staande en zes liggende basdrums, de naam van de band uitgespeld op de vellen.

Lees ook

Mis niets van de festivals met Humo’s Fabuleuze Festivalsgids

Voor de neutrale kijker is het onbegrijpelijk dat te midden van de potsierlijke liflafjes plots iemand als Rivers Cuomo verschijnt. De blik op halfzeven, de halflange manen vers uit het frietvet – zou hij ook graag champignonkroketten eten? – en misschien wel hetzelfde ruitjesoverhemd om de schouders dat hij in 1995 al droeg toen hij eenvoudig klinkende, maar moeilijk te bedenken wereldhits als ‘Buddy Holly’ en ‘Hash Pipe’ uit zijn geblokte mouw schudde. De fans snappen het dan weer perfect. Weezer heeft namelijk een jaar of zes geleden beslist om hun status van has-beens om te turnen naar een meme. Ze namen een bewust brak coveralbum op, brachten dan hun zesde naar zichzelf genoemde plaat uit en wonnen met heerlijke titels als ‘OK Human’ en ‘Van Weezer’ zieltjes bij de postironische jeugd.

Het gevolg is een halfvol Sportpaleis dat meer uitkeek naar ‘Africa’ of ‘Enter Sandman’ dan naar ‘Say It Ain’t So’. Je kunt daarover neuten dat je niet naar een show gaat om de band met de karaokeklassiekers van een ander te zien scoren, maar dan heb je Weezer niet gesnapt en zag je niet wat wij zagen: een fijn concert, puntig gespeeld en een mooie manier om wat lucht uit het immer opgeblazen concept rock-’n-roll te laten. Extra nostalgiepunten: iemand had Rivers Cuomo blijkbaar de speech van de burgemeester in Samson & Gert geleerd en hij bracht die in schattig Nederlands te berde. Aan allen die Weezers status als muzikale grap hebben omarmd, proficiat! Aan allen die hun status als muzikale grap níét hebben omarmd, proficiat!

Fall Out Boy Beeld Koen Keppens
Fall Out BoyBeeld Koen Keppens

De roadies van Fall Out Boy (★½☆☆☆) haalde de pastelfantasie van Weezer in rap tempo weg en zetten twee kale nepbomen in de plaats. Jazeker Bartel, nepbomen, en na een uur punkpop snapten we nog steeds niet wat die daar stonden te doen. Misschien symboliseerden ze het gevoel wortel te schieten, want wát was dit voor een matige, matige show.

Er was heus wel wat te zien. We kregen filmpjes van een wat oudere acteur die over sterrenstof zeurde, vervolgens wat animatiebeelden van ruimtereizen en op het einde een halve natuurdocumentaire over een bos in de regen. Helaas zit er nog meer betekenis in David Attenborough die het recept voor zemelenbrood voorleest dan in deze poging tot visuals.

Ergens halverwege de set gaat het licht uit en wanneer het weer aanfloept, zit drummer Andy Hurley op een tuinhuis. Niet zomaar een tuinhuis, lieve kijkbuiskinderen, maar een verdomd lelijk tuinhuis: ik ken amateurtoneelgroepen waar de plaatselijke Sus & Klus het beter gebricoleerd krijgen. De meeste amateurtoneelgroepen spelen trouwens ook met meer vuur dan Fall Out Boy. Vlammenwerpers genoeg op het podium, maar speelplezier? Niet op te betrappen. Frontman Patrick Stump liet de bindteksten zoals gewoonlijk over aan bassist-posterboy Pete Wentz, maar ook die keek alsof zijn boekhouder achter de coulissen op hem stond te wachten met de kwartaalcijfers. .

Natuurlijk krijgt een meebruller als ‘Sugar, We’re Goin Down’ wat handen op elkaar, maar enkel na een beleefd verzoek. Pas bij ‘This Ain’t a Scene, It’s an Arms Race’, halverwege de set, wordt de eerste bescheiden moshpit genoteerd. Net daarvoor kregen we ‘Save Rock and Roll’, waarvan we nog altijd niet weten of Stump de zangpartij van zijn toenmalige duetpartner Elton John nu briljant imiteerde of playbackte.

Aan de oppervlakte zat dit optreden prima ineen, maar dat zeiden ze vroeger ook van asbestdaken. Wie dieper graaft, vindt bij Fall Out Boy veel overbodige rommel, zowel muzikaal als visueel. Klapper ‘Thnks fr th Mmrs’ maakte iets goed op het einde van de set, maar echte herinneringen? Mochten we geen notities hebben gemaakt voor deze kroniek, dan waren we drie vierde van de show al vergeten voor we thuis waren.

Green Day - Hella Mega Tour - Antwerpen Sportpaleis - 21/06/22 - Koen Keppens Beeld Koen Keppens
Green Day - Hella Mega Tour - Antwerpen Sportpaleis - 21/06/22 - Koen KeppensBeeld Koen Keppens

De groep die we écht moeten bedanken voor de herinneringen, is Green Day (★★★½☆). Nochtans werden we van hun intro een beetje chagrijning. Het origineel van ‘Bohemian Rhapsody’ volledig afspelen en het publiek laten meezingen op het ritme van de zaallichten: gemakzuchtig. Vervolgens een bezopen roze konijn over het podium jagen met de ‘Blitzkrieg Bop’ op de achtergrond: beetje raar.

Maar dan! Dan stormde Billie Joe Armstrong het podium op met de gretigheid van zijn vroegere reputatie en schudde hij zomaar vier wereldhits uit zijn korte mouwen: ‘American Idiot’, ‘Holiday’, ‘Know Your Enemy’ en ‘Boulevard of Broken Dreams’, in één ademstoot achter elkaar. In die tijd was er al een fan op het podium gehaald en zagen we meer moshpits dan tijdens de hele show van Fall Out Boy. Alles wat zij hadden laten liggen, raapte Armstrong met uitgestreken gezicht op.

Daarna volgde een reeks oudjes, aan elkaar genaaid met nóg oudere oudjes: tussen ‘Welcome to Paradise’ en ‘Hitchin’ a Ride’ kwam een riff van Black Sabbath gefietst, niet veel later speelde de band een cover van KISS’ ‘Rock and Roll All Nite’. Nog even over ‘Hitchin’ A Ride’: dat nummer is een toonbeeld van wat ik de Green Day Shuffle noem, de swingende groove die ook in ‘Holiday’ zit en waarin ik de band altijd beter heb gevonden dan in het rechtdoor naar voren raggen.

Om die reden is ook ‘Minority’ een nummer om te koesteren. Iedereen kijkt bij zo’n lekkere beat dan naar de smoelentrekkende drummer Tré Cool, maar we moeten kritisch zijn en toegeven dat de man al eens een stokje buiten de maat durft te meppen. Mike Dirnt zit er daarentegen altijd pal op met zijn bas die tot in het oneindige van dum dumde dum dumde dum doet. Heerlijke muzikant, net als de drie extra leden die Green Day live heeft meegebracht. Die hielden zich met hun gitaren en keyboards wat op de achtergrond, maar werden achteraf wel met naam en toenaam voorgesteld. Fijn om te zien na de show van Fall Out Boy, die duidelijk wel wat meer hulp op tape hadden staan.

Na ‘Minority’ werd het pas echt gezellig en op een fijne manier chaotisch. Armstrong liet zoals altijd een fan gitaar spelen op ‘Knowledge’ en de ritmische tandem Cool-Dirnt ging aan het jazzen met één van hun achtergrondmuzikanten op saxofoon. En wat speelt die blazer dan om ons, kinderen van het nostalgisch kapitalisme, blij naar huis te sturen? ‘Careless Whisper’ van George Michael, jawel.

Ga weg met uw gepraat over punk: Green Day schonk het Sportpaleis een pópshow, en nog een verdomd goeie ook. ‘Shout’ van The Isley Brothers was het perfecte vehikel voor Armstrong om zijn talent als volksmenner te laten zien (‘A little bit louder now! A little bit louder now!’) en een trio van ‘Wake Me Up When September Ends’, ‘Jesus of Suburbia’ en ‘Good Riddance (Time of Your Life)’ bleek een smakelijk dessert na een copieuze maaltijd. Vijf uur in één zaal is een stevige avond en het zal allemaal wat zwaar op de maag van de punkpurist hebben gelegen, maar voor de rest was het genieten van deze rit naar de Herinneringssteeg.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234