null Beeld Gie Knaeps
Beeld Gie Knaeps

humo's rock rallyde finale van 1996

Novastar wint Humo’s Rock Rally 1996: ‘Ik ben een klootzak om mee te werken’

(Verschenen in Humo in april 1996)

Enige verspreide, rechtstreeks dan wel over een geïnteresseerde schouder opgevangen meningen: ‘Het klinkt allemaal niet slecht, maar ik heb zo weinig echte songs gehoord.’ (Paul de Spiegelaere, producer en RR-winnaar in ‘80 met The Machines) ‘Wat mij vooral opvalt is dat de songteksten allemaal zo nietszeggend zijn.’ (Frank Vander linden, songschrijvende Mens) Ik ben heel goed bezig met allerlei tof nieuw materiaal. Waar heb je dat hemd trouwens gekocht?’ (Karl Eekardt, RR-winnaar in ‘92 met Charlie 45) ‘Evil Superstars rule.’ (Tom Barman, na het megafantastische, weergaloos ongelooflijke optreden van de Evil Superstars) Ik begin me ernstig zorgen te maken. lk droom de laatste tijd meer van Véronique De Cock dan van Sabine Hagedoren.’ (Rocky De Lentdecker, na de veertiende chocomelk on the rocks) bloody marvellous, Fawlty (muzikant en gastjurylid Brendan Croker, de finale-ambiance kernachtig samenvattend)

***

Zondag 37 maart Het was koud voor de tijd van het jaar, de autostrada ruiste rustig onder ons weg, in het raam blonk een prinsheerlijk lentezonnetje en uit de auto-stereo weerklonk, terwijl links en rechts een blikje pils kissend werd opengetrokken, de akoestische oerversie van ‘Strawberry fields’. Geen betere aanloop denkbaar voor de grote finale van Humo’s Rock Rally ‘96, de ontknoping van een heuglijke en voor alle partijen zeer weldadige tiende editie. Veel inzendingen (een kleine zevenhonderd tapes), over het algemeen veel publieke belangstelling voor de preselecties, twee gevarieerde halve finales en - na enig wik- en wiedwerk - elf goeie tot uitstekende finalisten in een bomvol Lunatheater: zoiets noemen wij een geslaagd evenement:

En dáar gingen ze. De ondankbare taak het feest te openen was voor 801 kd Concept weggelegd, maar dat was de frontman van dit bizarre gezelschap wel toevertrouwd: een vinnig, half uit elastiek vervaardigd kereltje dat zeer goed begrepen heeft dat live-muziek ook een kwestie van communicatie is. Helaas stonden zijn maatjes er als etalagepoppen bij, en moest hij het geheel te veel dragen, waardoor deze technisch sterke bende kracht en overtuiging miste. Maar laten we niet zeuren: 801 kd Concept blijft een groepje met veel lef, muzikale moed en creativiteit. Ze trapten af met twee nummers die gedeeltelijk nog in de stellingen stonden, samenwerpselen van funk en nijdige gitaren, van toetsen en trompetten en gekrabbel van een cello, maar hadden ons pas echt bij het nekvel met hun laatste song ‘Wrong = Deceit’, een broeierige ballad die spelenderwijze tot een mooie, groots openplooiende roeksong werd opgeblazen. Geef dit gezelschap twee jaar en de kans uit te groeien tot een hechte groep eh ze zouden brokken moeten maken. Voorts hopen wij van harte dat u hen op één of ander podium ooit eens ‘A day in the life’ hoort spelen, een cover waarmee ze ons in de halve finale abrupt de adem afsneden.

Geen feller contrast mogelijk met Sugar Kane, een kwartet uit West-malle dat het met hun rechtdoorzeese, van alle franjes ontdane, oerklassieke gitaarrock over een heel andere boeg gooide. Hun beste song ‘Rhythm king’ donderde alweer genadeloos over de hoofden, hun sound staat er als een huis en de zanger-gitarist weet de noodzakelijke dosis drama in zijn vocalen te leggen, maar het probleem van Sugar Kane blijft hetzelfde: een tikje meer uitstraling zou geen kwaad kunnen. Wie in deze drukbezette afdeling van de rock overeind wil blijven, moet aan de bevoegde commissie bovendien meer dan één kanjer van een song kunnen voorleggen. Sugar Kane: ze klonken als een soort Romans die The Beatles nog moeten ontdekken. Of nog: typisch zo’n groep die ballen heeft maar net als Roland Lommé niet weet waar ze nu ook weer hangen.

Hoe vaak galmt ‘Child in time’ van Deep Purple wel niet door de huiskamer van Arid. En beseffen deze toch door allerhande modern lawaai geïnspireerde jongelieden wel hoezeer ze nog tot aan de knieën in de seventies staan, meer bepaald in het drijfzand van haargroepen als Uriah Heep en Nazareth? Het waren vragen die in ons hoofd woekerden tijdens de luide, nogal onevenwichtige set van deze zeer jonge en nog zoekende groep. zoekende groep. Geen kwaad woord over zanger Jasper Steverlinck: wij hebben het voor beweeglijke frontmannen wie het menens is. Men herkent het aan de bezetenheid die in hun blik smeult, een passionele ondertoon in de stem die de echten van de poseurs onderscheidt. Arid had een paar potente stampers in huis - ‘Cell’ en vooral het uitstekende ‘Keepin’ up with the Jones’s’ beukten een eind weg op de wijze van Metallica en Stone Temple Pilots - maar vaak moest de song het deemoedig tegen de sound afleggen, bleek de vorm boeiender dan de inhoud. Arid: een goeie groep in de knop. Benieuwd wat de lente voor hen brengt.

Cameron had brute pech. Ze moesten een gevecht aanbinden met een mank lopende geluidsmix, in een concours waar de zenuwen in normale omstandigheden al tegen een noodvaart door de keel gieren een op voorhand verloren strijd: gitaren bleven steken achter het gedreun van de ritmesectie, de anders zo gloedvolle stem van Majorie Jammaers moest trouwens nog op een tweede front aan de slag: ze kon het ook nog eens opnemen tegen een begeleidingsgroep die lang niet haar klasse heeft. De bassist liep haar in het midden van het podium geregeld stomweg voor de voeten en hun gitarist die duidelijk liever ellenlange solo’s zou spelen bij Iron Maiden dan zich neer te leggen bij de Wetten Van De Song, was ook nauwelijks een hulp. Terwijl we erop stonden te kijken, vroegen we ons af hoe dit zou klinken wanneer Jammaers zich door een swingend stel Southern rockers of zwarte muzikanten zou laten begeleiden. Het potentieel is er, zegt men in zo’n geval.

Waarna wij met een niet onelegant sprongetje bij de Hoodoo Club terechtkomen, mannen uit Limburg die geen geheim maken van wat er zo al in hun platenkast steekt: veel zware, donkere gitaren zo te horen; dreigende rock uit de Australische outbacks ook, en moderne country-rock á la The Long Ryders en Giant Sand. Uit die invloeden weten ze een stevige, hechte sound samen te smeden. Wanneer die om goeie songs wordt gegoten - ‘Beercans and spoons’ bijvoorbeeld, of het nijdige, aan de vettige countryblues van Green On Red herinnerende ‘Spit it in her face’ - slaan ze vonken, maar even vaak staan ze gewoon braaf hun helden na te spelen. Een verdiende finalist, maar mogen zij snel in een of andere schone spiegel een eigen smoelwerk ontdekken: dan zit er toekomst in.

De kortste set in de finale kwam van Stonedigger, een viertal dat bondig te omschrijven valt als this year’s Metal Molly. Net zoals het trio uit Tremelo in de vorige editie van Humo’s Rock Rally waren zij de besten in het genre van de snedige, met vrolijke melodieën afgelijnde, tussen derde en vierde versnelling heen en weer schakelende gitaarpop. In het Lunatheater kwamen ze net iets minder fris en vinnig voor de dag dan in de halve finale; ook al omdat ze van podiumopsteliing waren veranderd. En een van de vaste wetten in de rock’n roll is nu eenmaal never- change a winning line-up. Maar: we sturen Stonedigger met onze zegen de wijde wereld in: het alweer heerlijke ‘Mow the carpet’ bewijst dat ze een knappe song uit de mouw kunnen schudden, en de attitude hebben ze in ieder geval.

Grocer Jack kon op veel bijval van het publiek rekenen, maar wie door hun beenharde, moordend strakke, ter hoogte van Urban Dance Sqaud en Rage Against the Machine te situeren funkmetal heen trachtte te kijken, merkte dat de grote sterkte van dit ensemble jammergenoeg ook zijn zwakte is: ritmesectie en gitaar pootten namelijk zo’n forse, uit plaatstalen grooves samen gelaste muur neer dat een frontman al van zéér goeden huizen moet komen om daar niet bleek tegen af te steken. Het dient echter gezegd dat de zanger van Grocer Jack stevig van zich afbeet, de clichés van het genre kundig haar zijn hand zette en - geen geringe prestatie - geen moment in overacting verviel. ‘Een paar jaar gevangenis zou hem deugd doen,’ merkte één jurylid gevat op, maar hoe ver kan men gaan in naam van de rock’n’roll? Soit, Grocer Jack stond in deze finale op zijn plaats (ze grepen pas in de laatste rechte lijn naast eremetaal) en met stoottroepen als ‘Incredible’ en het beresterke ‘Mainman’, een song met het postuur van een dokwerker die na zijn werkuren nog met gewichten aan de slag gaat, kunnen ze vast en zeker menige festivaltent platspelen.

Een vleugelpiano op het podium van Humo’s Rock Rally! En een lieftallig meisje aan het klavier? Ja, het is ver gekomen. Of beter: An Pierlé heeft het in deze RR-editie ver geschopt, en volkomen terecht, zo bleek nogmaals in het Lunatheater. Voor hetzelfde geld waren haar broze, hypergevoelige liedjes in het rumoer van ongeïnteresseerd, om decibels schreeuwend volk verzwolgen, had men collectief de schouders opgehaald om vervolgens spoorslags naar de bar te spurten, maar het tegendeel gebeurde: tijdens de set van An Pierlé kon men een speld horen vallen. Dat ze een publiek bovendien uitstekend weet te bespelen, demonstreerde Pierlé in het laatste nummer ‘Siamese Twins’: even voelde men de aandacht verslappen, werd links en rechts één boeiend gesprek over het weer aangeknoopt maar, An Pierlé wist haar gehoor met het slotakkoord (die truuk met de klapperende tanden-percussie!): toch weer bij het nekvel te stekken. An Pierlé, zo kon men in de wandelgangen opvangen, werd uitbundig getipt voor een podiumplaats maar dan wel door lui dié niet gehoord hadden dat ‘Are friends electric’, de beste song die ze in huis had, er een van Gary Numan is. Maar zoals zij een absolute parel puurde uit die ijskoude elektro-deun: wij hebben al voor minder onze hoed gelicht. An Pierlé heeft een mooie toekomst voor zich, op meer dan één terrein: straks staat ze als actrice in ‘Faeces’, de nieuwe produktie van de Blauwe Maandag Compagnie. Wij stonden gisteren óok in faeces, op de Meir in Antwerpen, maar dat is eer ander verhaal.

Dames en heren!

Waarna wij moeten overgaan tot het kronen der hoofden, het uitdelen van het eremetaal.

Over Sheffield Wednesday kon weinig discussie bestaan. Een stel typische Kempenkerels was dit: geen gezwets, kapsones achtergelaten aan de dichtstbijzijnde kapstok, zonder omwegen recht op doel af. Beginnen met een kortafgeknepen song van krap één minuut; de breed uitwaaierende rocker ‘Bacon & icecream’ (mooie titel!) er achteraan gooien en - nog voor men goed en wel doorheeft wat er allemaal gaande is - in stijl afsluiten. Voeg daaraan toe een zanger waar qua energie en presence in deze editie van Humo’s Rock Rally niemand tegenop kon en men hoefde niet langer te twijfelen: dit was klasse die om het erepodium schreeuwde: 150.000F en een derde stek, omdat de groep iets minder scherp stond dan in de halve finales, èn, omdat er anderen en beteren waren.

Tom Helsen om maar eens iemand te noemen, pas negentien jaar oud en al in staat om een vaderlandse rockklassieker als ‘Hotelloung’ akoestisch te spelen zonder dat de intrinsieke kracht eruit wegsijpelt, om mooie songs als ‘Like her vacation’ of ‘Rebecca’ te schrijven ook: de wereld bekeken vanop de bedrand en door het grijze waas van pissende motregen; de aandoenlijke, milde melancholie van jongelieden die net diep genoeg over de dingen nadenken. Helsen, zo bleek uit zijn drie passages op Humo’s Rock Rally, leert zeer snel: dat songs van dit slag niet dichtgeplamuurd moeten worden niet nodeloos gepulk op de gitaren, dat een functionele rustpauze nuttiger kan zijn dan een akkoord te veel. Het valt op hoe wendbaar zijn zangstem is, alsof hij in een handomdraai drie verschillende stemmen uit zijn keelgat kan toveren: zeer handig wanneer je maar over één instrument beschikt om de aandacht vast te houden. Over het slappe koord tussen pathetiek en gevoel bereikte Tom Helsen zonder kleerscheuren de overkant. Hij mocht er de zilveren medaille en een cheque van 250.000 F in ontvangst nemen. Laten we nuttigs doet met de centen, vlak haast onze kantoren een café openen bijvoorbeeld.

Er kan er, zo heeft recent onderzoek uitgewezen, maar één de beste zijn en dat was Novastar. Een groep niet een Lichtende Leider, (het was er zelfs op het podium aan te merken: de bassist kroop haast achter het drumstel) en als die het talent en de podiumpersoonlijkheid van Joost Zweegers heeft, is daar niks tegen. Hij was de enige zanger waarvan we wilden geloven dat hij met iedere vezel in zijn lijf achter elke fraai gezongen lettergreep stond en hij zond songs de zaal in als ‘Ten-eleven’ en ‘Wrong’ (zonder twijfel het beste nummer dat we zondag in de Luna te horen kregen, graag snel op single) parels gedragen door een kristalheldere stem, mooi gedoseerd gitaar-werk en een ritmesectie die - behalve dan in de eerste song - perfect aansloot. Dit trio klinkt niet hip: men zal er in vele clubs zijn neus voor ophalen, men zal hen nooit met een sok rond hun lul op Abbey Road betrappen en de akoestische oerversie van ‘Strawberry fields’ ligt hen wellicht nader aan het hart dan de nieuwe van Rage Against the Machine, maar dat zal hen niet tegenhouden.

Luid applaus, honderden schouderkloppen en niet te vergeten: een cheque ter waarde van vierhonderdduizend frank.

Allemaal winnaars

Maar Novastar was niet de enige winnaar van Humo’s Rock Rally ‘96. Ook de andere tien groepen in de finale hebben de kans aangegrepen zich op een groot podium en in goeie omstandigheden aan het publiek te tonen, en de wereld te bewijzen wat ze waard zijn. Prachtig om zien was het hoe groepen met weinig of geen podiumervaring voor een gehoor van bijna tweeduizend koppen boven zichzelf uitgroeide, hoe ze de enthousiaste reacties (u was een prachtig en medevoelend publiek, waarvoor alleen maar hulde) soms onbeholpen, met enige géne haast, in ontvangst namen. Versterkers die op de finale sportief aan elkaar werden uitgeleend; Joost Zweegers die met An Pierlé backstage een weddenschap over de winnaar aanging (op het meisje niet de piano stemde en verloor); Sheffield Wednesday, die met een bus supporters naar thuisstad Retie trokken waar in een op voorhand gereserveerd zaaltje - men weet namelijk maar nooit - een feestje werd gebouwd; RR ‘94-oudgedienden Metal Molly en de fenomenale Evil Superstars die er in afwachting van het juryrapport een lap van jewelste op gaven, ook dat was HUMO’S Rock Rally ‘96. Straks verschijnt er nog een cd met een overzicht van de elf finalisten en kan voor hen het echte werk beginnen: veel optreden, dromen de deur uitjagen en niet de ogen wijd open de wereld instappen. Wij hebben op de receptie na de finale alvast een vet platencontract in de wacht gesleept. Nu de anderen nog.

P.S.: met dank aan alle organisatoren, de onvermoeibare Humo-promotie, het even onwankelbare Humo-secretariaat, de mensen van JDM die betrouwbaar als steeds de technische onmkadering verzorgden, alle deelnemers en iedereen die de moeite nam om, verspreid over het land, naar een stel groepjes te gaan kijken die het nog allemaal moeten bewijzen. Keep up the good works!

SHEFFIELD WEDNESDAY: ‘Jongens jongens jongens’

23, 23, 21, 20 en 18 zijn Gert Gitaar, Gino Bas, Bart Zang, Wim Gitaar (geen familie) en Wim Drum: samen bijna even oud als wij ons voelen [daarnet al zappend per ongeluk in ‘Het Spijt Me’ terechtgekomen), samen tevens Sheffield Wednesday, de Nummer Drie van Rock Rally 1996. Vlak na de bekendmaking van de uitslag, in een achterkamertje van het Lunatheater, trillen ze nog na. ‘De Kempen zijn niet zo stil als het liedje wil,’ flapt iemand eruit, na vijf minuten lang ‘Jongens jongens jongens’ en ‘Hoe is ‘t mogelijk’ te hebben gezucht. Eerst een rijtje met idolen: Radiohead, The Posies, Swervedriver, Afghan Whigs, The Tragically Hip en Noordkaap (‘Machtige teksten,. machtige muziek’). De jury heeft een uitstekende keuze gemaakt, vinden ze. Novastar heeft verdiend gewonnen. Tom Helsen was indrukwekkend. Maar zelf hadden ze niet op een podiumplaats gerekend. Waaraan hebben ze die, denken ze zelf, verdiend? ‘Misschien aan onze présence. Wij zijn een heel energieke groep. En onze nummers zijn sterk. En we doen ons best om origineel te zijn. Je kunt ons moeilijk met andere groepen vergelijken. We bijten ons niet in één genre vast. Groepen die dat wel doen, gaan er maar al te vaak aan kapot.’ Twee jaar geleden hadden ze, als River Phoenix, al ‘ns meegedaan. In september vorig jaar splitte de groep. De fut was eruit. Te veel meningen verschilden. Maar al na een paar weken sloeg het heimwee toe. Geschillen werden bijgelegd, plooien gladgestreken, Sheffield Wednesday was een feit. ‘We kunnen niet zonder elkaar,’ zegt Gert Gitaar, de stem vochtig van emotie. ‘We willen het ver schoppen. En zoveel mogelijk plezier blijven maken. Voor een Belgische groep is liet niet gemakkelijk oen van je muziek te leven, maar mogelijk is het wél. Wij zijn misschien minder geniaal dan dEUS of de Evil Superstars, maar we gaan alles op alles zetten. We willen bewijzen dat we het kunnen. We gaan ons de komende maanden volop op het schrijven van nieuwe nummers concentreren. Keihard werken. De lat ligt plots, dankzij onze podiumplaats, een heel stuk hoger.

TOM HELSEN: ‘Ik wilde nog twee jaar wachten’

HUMO Wie ben jij?

TOM HELSEN «Ik ben Tom Helsen en ik maak liedjes. Ik ben negentien jaar en woonachtig te Keerbergen.»

Hij zit ongelovig, verdwaasd bijna, voor zich uit te staren: een bleke, schriele, baardloze jongen. Hij maakt een wanhoopsgebaar met de armen; alsof hem net iets vreselijks is overvallen: ‘Ik begrijp het niet: hij stond bij vrienden op het balkon toen Guy Mortier hem ter podium riep. ‘Ik had alle hoop opgegeven. Ik had een heel andere uitslag verwacht. Met 801 kd Concept en An Pierlé erbij. Novastar is een goeie winnaar.’

Hij schrijft al twee jaar songs, ‘maar pas een half jaar geleden begon het ergens op te lijken. Eigenlijk was ik niet eens van plan aan Humo’s Rock Rally deel te nemen. Ik wilde nog twee jaar wachten, en dan moest ik de halve finale halen. Mijn broer heeft me overgehaald om toch een cassette op te sturen. Het was een bar slechte opname. Ik had er niks van verwacht.’ Van Graham Parker en Roddy Frame, aan wie Rocky De Lentdecker in zijn halve finale-verslag refereerde, heeft hij nog nooit gehoord. ‘Ik luister veel naar The Velvet Underground. Ik ben dol op de Evil Superstars.’ En op dEUS, natuurlijk, van wie hij ‘Hotellounge’ coverde: ‘Ik ben ontzettend fier op dEUS. Ik begrijp niet waarom zoveel mensen hen van arrogantie beschuldigen. Eindelijk hebben we hier in België een creatieve, vernieuwende rockgroep die het ook in het buitenland goed.Dat is uniek.’

‘Het was nog maar de vierde keer dat ik met een degelijke installatie optrad.’ zegt hij. ‘Preselecties en halve finale inbegrepen. lk had absoluut geen last van zenuwen. Ik speelde vroeger op school geregeld op vrij podia. Daar heb ik mijn podiumvrees leren overwinnen. Het maakt me niet uit of ik in een klein café of voor een overvolle Luna sta. Ik kijk niet echt naar het publiek.’

HUMO Je maakte een erg zelfverzekerde indruk.

TOM HELSEN « Ik ben zelfverzekerd. Op muzikaal vlak toch. Vaak denk ik, als ik andere muzikanten bezig zie: ‘Dat kan ik ook.’ Jullie hebben mijn vermoeden bevestigd.

»Ik volg les aan een privé-jazz-school in Antwerpen. Ik beschouw het als een voorbereidend jaar: ik kan er geen erkend diploma behalen, maar ik zou graag naar het Conservatorium gaan, of naar Lemmens in Leuven. Ik wil van muziek mijn leven maken. De kans is klein dat je in dit land met je eigen mu-ziek genoeg geld kunt verdienen om van te leven, maar dan ga ik wel les geven in één of ander muziekschooltje, en doe ik in m’n vrije tijd ‘mijn eigen ding. Ik ben van plan groot te worden in de muziek. Het benieuwt me hoe ver je kunt geraken. Dat wil ik voor mezelf uitvissen.»

Een vat geven en wat materiaal kopen (‘Ik heb letterlijk niks’), en de rest op een spaarboekje zetten: ziedaar de bestemming van de tweehonderdvijftigduizend baarden die Helsen dankzij zijn tweede plaats in de wacht sleepte. ‘Ik ga niks overhaast doen. Ik ben nog jong. Ik heb alle tijd.’ Een paar seconden stilte, een diepe zucht: ‘Ik begrijp er niets van.’

Novastar: ‘Ik ben Paul McCartney’

‘Is het al twaalf uur?’ vraagt Joost Zweegers, alsof hij wilde dat er aan deze dag zo snel mogelijk een eind kwam. Hij wordt, zo blijkt, op maandag 1 april vijfentwintig. Een mooier verjaardagscadeau (de eerste plaats in Humo’s Rock Rally, een schitterende toekomst in de muziek én vierhonderdduizend ruggen) is nauwelijks denkbaar.

HUMO Je had het verwacht, hè Joost?

JOOST ZWEEGERS «Echt waar: nee. Ik had op An Pierlé getipt, afgaande op de reactie van het publiek. Ik weet van mezelf dat ik goeie songs kan schrijven, maar ik kende de criteria van de jury niet. Het was me ook niet om die podiumplaats te doen. Ik heb aan de Rock Rally meegedaan om de waarde van mijn nummers te testen; om te zien hoe het publiek erop zou reageren, of de songs overeind zouden blijven. Daarom heb ik op de finale géen cover gespeeld, maar ‘Ten-Eleven’, een nieuw nummer dat ik vorige week pas heb geschreven. Ik vind het fantastisch dat het op deze manier gelukt is.

»Ik ben in Nederland geboren, maar ik woon al twintig jaar in België. Eerst in Neerpelt, nu in Bo-cholt. Binnenkort verhuis ik naar Antwerpen. Mijn ouders zijn indertijd niet om fiscale redenen naar België verhuisd, maar gewoon omdat ze Holland kotsbeu waren. Ikzelf ken de beide werelden heel goed, en België bevalt me tien keer beter. Ik haat de Hollandse mentaliteit.»

HUMO Met welke muziek ben je opgegroeid?

ZWEEGERS «Mijn eerste plaat was er een van André Hazes (lacht). Als kind was ik dol op zijn muziek. Ik zong zijn liedjes op familiefeesten.

»Als tiener was ik nauwelijks in muziek geïnteresseerd. Ik had andere dingen aan mijn hoofd (lacht). Pas toen ik zestien was, ben ik opnieuw beginnen zingen. Ik heb een paar groepen gehad, maar het wilde niet lukken.»

HUMO Vier jaar geleden zat je al in de finale, met The Sideburns.

ZWEEGERS «Ach... Het was leuk, en ik ben trots op wat we toen bereikt hebben, maar het heeft geen belang. Alleen wat ik nu doe, telt.

»Ik vond nooit de geschikte mensen.. Het was nooit... professioneel genoeg naar mijn zin. Muziek is mijn leven. Ik hou niet van amateurisme. Je weet hoe het gaat, in groepen: de een heeft geen tijd. meer, de ander vindt een lief... Er zijn weinig mensen die dezelfde zotheid hebben als ik. Er zijn er weinig die mij kunnen volgen. Ik ben met niks anders bezig. Mijn bed staat verborgen tussen gitaarrekken en drumstellen. Er is niks anders in mijn leven dan muziek. Ik speel onder andere in een Beatles-covergroep. Ik ben Paul McCartney. Ik ga hoogst waarschijnlijk mee schrijven aan die musical van Stijn Meuris en Wim de Wilde.

»Ik ben geobsedeerd door muziek. Mijn lief is het afgetrapt, na een relatie van vijf jaar. Ze hield het niet meer uit. Het is bijna... ziekelijk. Ik weet niet waar het vandaan komt. Ik heb het zeker niet van mijn ouders geërfd. ‘t Was niet bepaald een muzikale boel, thuis. Ik ben vrij vroeg thuis weggegaan, en ik ben gestopt niet studeren. Ik wilde er voor de volle honderd procent tegenaan kunnen gaan.»

HUMO Ben je een veelschrijver?

ZWEEGERS «Absoluut. Maar ik gebruik niet veel. Ik ben heel kritisch. Ik ben... een klootzak, om mee te werken. Een echte… tiran. Tegen mijn medemuzikanten zeg ik: ‘Kijk; je mag meedoen, maar je moet doen wat ik zeg.’ Novastar is mijn project. Ik bepaal wat er gebeurt, en hoe.

» Ik ben zeker van mijn stuk. Als we vandaag niet gewonnen hadden, was ik zeker niet depressief naar huis gereden. Ik geloof in mezelf. Na de halve finale dacht ik: als ze mij niet in de finale laten, dan hebben ze er niks van begrepen. Maar jullie hebben echt naar de songs geluisterd, dat is heel duidelijk.»

HUMO En wat nu, Joost? Een kratje Johnny Walker Blue Label, en op naar de meisjes?

ZWEEGERS «Ik moet opletten, want mijn ouders lezen Humo. Dus ga ik - zeker weten - geen ongelooflijke joint rollen als ik thuiskom. Vooral géén (lacht). lk ga het geld morgen niet opdoen aan instrumenten en apparatuur; mijn huis staat nu al vol gitaren. Ik. wil een fantastische plaat maken, maar ik ga er de tijd voor nemen. Ik heb al een plannetje in m’n achterhoofd. Het heeft geen zin snelsnel een contract bij een Belgische platenfirma te tekenen, vervolgens mijn ziel in een plaat te stoppen die misschien wel veel gedraaid wordt maar die niemand koopt. Daarvoor is mijn bezieling te groot. Ik zou nog liever mijn nummers alleen voor mezelf opnemen, dan een plaat te maken die na drie maanden in de uitverkoopbakken ligt. Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Dan maak ik mezelf van kant.»

HUMO Bij manier van spreken, mogen we hopen.

ZWEEGERS « Nee! Er is voor mij niks anders. ik wil niks anders. Dát is de realiteit. Ik moet doordacht te werk gaan, vanaf nu. Ik mag me niet laten vangen. Want fuck de muziekbusiness in België! Er zijn hier maar een paar mensen die op een ernstige manier met muziek bezig zijn, die weten wat een song is, die weten waarover ze spreken. Alle anderen lullen er maar op los. Ik wil zo ver mogelijk uit hun buurt blijven. Ik zal mijn eigen weg wel vinden.»

HUMO Stuur een kaartje.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234