ROCK RALLYDe preselecties in Turnhout en Leuven

'Op de dunne grens tussen verschrikking en verwondering'

De kop is eraf, Humo's Rock Rally 2020 raast door het land! Voor het eerst trokken we voor een preselectie naar Turnhout, waar slechts één groep een thuismatch speelde en hiphop de boventoon voerde. In Leuven werd het een niet altijd even blij weerzien met maar liefst vijf groepen die al eens eerder hun kansen hadden gewaagd. Van metal, reggae, funk en blues voorlopig geen spoor, maar laten we niet te vroeg victorie kraaien, de weg is nog lang.

DE WARANDE, TURNHOUT

OUTER

Humo's Rock Rally 2020 werd afgetrapt door Outer, een groep die zichzelf omschreef als 'een filmische blend van modern klassieke piano, dreampop en elektronica', wat na hun set door één jurylid werd vertaald als: 'Ik moest aan Proximus en Wim Mertens denken.' Er werd met nog andere woorden geen klein beetje binnen de lijntjes gekleurd van een genre waarvan Sigur Rós de contouren heeft uitgezet. Er werd mooi gezongen, afgemeten en vakkundig gespeeld door prima muzikanten, maar het was allemaal bijzonder braaf en kil, en een song om je tussentijds even aan te verwarmen, bleef achterwege. Het was goed dat Outer als eerste stond, later op de avond had Klaas Vaak tijdens hun setje wellicht vrij spel gehad.

CLCKWS

Clackwos, Clickwus of misschien wel Cleckwas, dachten wij, maar CLCKWS bleek simpelweg voor Clockwise te staan, een nogal voor de hand liggende groepsnaam waar ook live geen verrassingen van kwamen. Ze hadden punkrock geschreven met de handleiding erbij, en leken pas op het podium te beseffen dat een beetje originaliteit misschien toch niet slecht ware geweest. 'We zijn een punkband,' zei de gitarist die al koprollend het podium was opgekomen, 'dus waar gaat het over? De gebruikelijke clichés: tegen de huidige maatschappij en zo.' Zelfkennis is soms het begin van het einde.

DAVID JAHMILL

David Jahmill had niet de slechtste songs van de avond, maar wellicht wel de meest onafgewerkte. Zwoele, zielvolle hiphop die in een ideale wereld dichter bij Anderson .Paak had moeten belanden dan in Turnhout het geval was, en door Jahmill en de gladde groep in zijn rug bijzonder aarzelend gebracht werd. De songs begonnen, en werden - alsof iemand zijn wekker had gezet - zo'n drie minuten later weer stilgelegd. 'Dat was de eerste track,' zei Jahmill. En bij aanvang van de laatste: 'Zullen we nu maar het derde nummer spelen?' En dat deden ze, maar overtuigend was het allesbehalve.

SPLINTR

SPLINTR bracht elektronische dansmuziek met live-elementen en deed dat goed. Twee drummers aan weerszijden van het podium die elkaar tegenritmes voor de voeten wierpen, en daartussen een gitarist die meer synthklanken uit zijn instrument haalde dan de twee keyboardspelers naast hem. De muziek van SPLINTR zat vol stoorzenders die zich gaandeweg ontpopten tot de ruggengraat van de song, de opbouw van hun set was nagenoeg perfect voor wat je in vijftien minuten kunt doen, en de cover van 'Eggshell' van Autechre mocht er meer dan wezen. SPLINTR moest het hebben van de eeuwige opbouw zonder één keer echt te ontploffen, waardoor de helft van de jury toch op zijn honger was blijven zitten.

RUBUS OF FENCES

Aan zelfvertrouwen ontbrak het de 27-jarige Bram Van Hecke uit Antwerpen niet. Moederziel alleen ging hij de confrontatie met het publiek aan alsof hij in zijn vrije tijd wel vaker volgelopen dorpspleinen had toegesproken. Iemand op de eerste rij werd gevraagd de smartphone op hem te richten waarop hij zowaar een boodschap voor zijn moeder poneerde, en als hij tussen de nummers zijn gitaar moest stemmen, dan nam hij daar zonder gêne uitgebreid de tijd voor. Wat daartussen gebeurde - laten we het 'het spelen zelf' noemen - speelde zich af in sferen waar Damien Rice thuis is, en kabbelde voorzien van een ongeloofwaardige dosis pathos van links naar rechts en weer terug. De cover van 'Bittersweet Symphony' van The Verve was te hoog gegrepen, en dat waren zijn eigen songs eigenlijk ook. In het jurylokaal bleek niemand bij Rubus of Fences ook maar iets gevoeld te hebben. Wat volledig overeenkwam met mijn ervaringen.

FILIBUSTER

Filibuster legde in Turnhout drie persiflages neer: een schabouwelijke Sonic Youth in de eerste song, een grieperige The Cure in de tweede, en een Pavement aan de beademingsmachine in de derde. 'Klinkt als harmonieuze herrie, melodieus kabaal, of dissonante pop,' hadden zij ons in hun bio gewaarschuwd. Aan herrie, kabaal en dissonantie inderdaad geen gebrek, maar harmonie, melodie en pop, daar ontbrak het wat aan.

IDENTITY

Waar Rubus of Fences het alleen deed met zijn akoestische gitaar, had Killian Mertens uit Mechelen zijn vriend de laptop meegebracht. Het zag er wat knullig uit, telkens als hij zich moest omdraaien om op play te duwen, en dat Mertens het charisma van de gemiddelde loketbediende uitstraalde, hielp het plaatje ook niet echt vooruit. Maar dan begon hij te rappen en verscheen Identity, nog steeds een loketbediende, maar wel eentje van wie je vermoedt dat hij messen in zijn sokken heeft zitten, en een kalasjnikov onder de toonbank heeft liggen. Tupac en Biggie heeft hij naar eigen zeggen het hoogst zitten, maar hij deed Klaus nog het meest denken aan een soort genetisch gemanipuleerde Busta Rhymes. Zijn eerste en zijn laatste song staken erboven uit, en zijn tweede was ook niet slecht. Goed dus.

CESAR QUINN

Cesar Quinn was de eerste groep die zich vestimentaire vragen had gesteld en aldus bij rolkragen en nerdy witte hemdjes was beland. Ernstige jongelingen die begonnen met het zeven minuten durende 'Turquoise', een song waarin gezwollen emoties, oeverloze pretentie en pseudodiepzinnigheid het planmatig tegen elkaar opnamen. Het had heel erg fout kunnen gaan met Cesar Quinn, maar net omdat hun setje zich voortdurend afspeelde op de dunne grens tussen verschrikking en verwondering, bleef de jury met een geïnteresseerde frons achter.

ILA

Twee jaar geleden in Genk deed ILA het solo en werd ze overstemd door een bus zatte punkrockers die maar niet naar huis wilden gaan, in Turnhout was ze frontvrouw van een weerbarstig indietrio dat met twee gitaren en drums zo nu en dan zeer interessante dingen deed. In zijn beste momenten deed ILA, de groep, denken aan PJ Harvey ten tijde van 'Rid of Me', in zijn mindere momenten aan iets dat vanwege een gebrek aan beklijvende songs niet door de preselecties geraakt. ILA ging ervoor, maar haar boosheid kwam niet altijd even geloofwaardig over. Twijfelgeval.

GSD

GSD, een Nederlandstalig hiphopduo, was de enige groep die in De Warande een echte thuismatch speelde, en liet herhaaldelijk weten het allemaal te doen 'voor de Kempen, voor Turnhout, en voor Paul'. Die laatste was een dierbare vriend die in 2008 overleed en de rechtstreekse aanleiding was geweest voor het oprichten van GSD. Ze maakten een wat gekke entree: in de beats zat venijn, maar zowel de rhymes als het voorkomen van rappers Anis en Richie hadden een te hoog knuffelgehalte om indruk te maken. Bij de tweede song, 'Wacht op ons', kwam dat knuffelgehalte dan weer aardig van pas. Er werd een zangeres bijgehaald voor iets dat veel te zoet en kleverig was voor ons smaakpalet, maar goed gedaan was het wel. En die zangeres kon zingen.

HET DEPOT, LEUVEN

HUGS OF THE SKY

22 en 24 zijn ze nog altijd maar, Sigi en Boris Willems, maar al vele jaren draaien ze mee in Humo's Rock Rally. De ene keer is het de groep van Boris en houdt Sigi zich nuttig bezig op de achtergrond, de andere keer die van Sigi, waarop Boris de hand- en spandiensten voor zijn rekening neemt. Twee jaar geleden belandde het Ugly Weirdo van Sigi nog in de finale, dit keer was Boris weer aan zet. En beter zou het in Leuven die avond niet meer worden. The Hugs begonnen traag en zompig met iets dat het midden hield tussen The Stooges en Tame Impala, schakelden in song nummer twee over op weirde stonerrock, en deden het licht uit met 'The Red Button', een track waaraan ruim twee minuten lang geen touw vast te knopen viel, tot er ineens toch een song de kop opstak. Het zingen lieten de Willemsen overigens over aan ene Matthieu Vanmarsenille, een statig en hoog opgeschoten jongmens die Klaus deed denken aan Woody Harrelson met een Fellaini-pruik, en wiens gebrek aan podiumpresence het plaatje gek genoeg helemaal afmaakte.

ROSELIEN

Ook Roselien hadden we al eerder gezien. Het meisje van 18 dat in 2012 met haar akoestische gitaar een schuchtere poging had ondernomen in dit concours, was een flinke jongedame geworden. Ze deed het op elektrische gitaar dit keer, maar was nog steeds alleen. Misschien waren haar kompanen op de vlucht geslagen voor haar songteksten, want hoe goed Roselien ook kan zingen, gitaarspelen en zelfs hier en daar een zweem van een melodie verzinnen, voor wat zij uitkraamde mag wat Klaus betreft de Nobelprijs voor Plaatsvervangende Schaamte worden uitgereikt. In opener 'Shine' ging het van 'I don't belong with that guy' en 'I got loads of inner work to do', de tweede song had - 'Làà-dadà-Làà-dadà' - nauwelijks een tekst, maar pas in song nummer drie, 'Ain't Gonna Marry You', werden alle cringe-records verpulverd. Komt-ie (even gaan zitten misschien): 'I don't need a garden, I don't need kids / I just need my DAW and my beats / I don't need a man, I'm doing good / And I get my sensual sensations from the world wide web, dude.' Rijmen, Klaus heeft het nooit gekund.

THE FATBIRDS

The Fatbirds is een groepsnaam waarbij je pretpunk, bluesrock of olijke hiphop verwacht, maar het kwintet dat in Leuven aan ons verscheen, deed mij veeleer aan 10,000 Maniacs denken, en een minder fortuinlijk jurylid aan Tanita Tikaram. The Fatbirds waren geen goed geoliede machine, maar hun eerste song, 'Leaving Tonight', had een meer dan behoorlijk refrein dat wel gediend was van wat gerammel, en wist drie minuten lang de aandacht behoorlijk vast te houden. Daarna was het minuscule vat van The Fatbirds echter onherroepelijk leeg, en bleef er alleen nog gerammel over, de niet onaangename, wankele stem van zangeres Sarah ten spijt.

R-MIND

Olijke hiphop kwam er alsnog van. R-Mind was de 19-jarige Armin Mola die de jongere bezoekers herkenden van passages op Ketnet en VTM Kids, en de juryleden van twee jaar geleden, toen hij zich voor de beats liet begeleiden door DYCE van Rewind Productions (zilver in 2016). Over DYCE later meer. Mola, R-Mind dus, bracht verstaanbare, Nederlandstalige hiphop met een hoog Kabouter Plop-gehalte, waarin desondanks de grote onderwerpen niet geschuwd werden. In 'Geef (niet) op' ging het over zijn moeilijke jeugd, in 'Gass' moest De Grote Snoeier Jan Jambon het op knullige wijze ontgelden. Maar: R-Mind had skills, flow, en wat hij te zeggen had, was minder belangrijk dan de manier waarop hij het zei. Als afsluiter deed hij er nog een nummertje in het Engels bij, en dat had niet gehoeven.

ARRANDT

Klaus kan zich vergissen, maar Arrandt hadden we volgens mij nog nooit eerder gezien. De 19-jarige zangeres Hannah De Greef had haar moeder meegebracht op viool, en een groep rond zich verzameld waarvan de muzikanten elk op hun instrument behoorlijk uit de voeten konden, maar samen niks wisten teweeg te brengen. Het kabbelde maar wat heen en weer, met strijkers erbij. Hun tweede song kon bij Klaus op herkenningsapplaus rekenen omdat het een bewerking was van 'Bluebird' van Charles Bukowski, een gedicht waarin de schrijver toegeeft een klein vogeltje in zijn hart te hebben zitten, dat hij bedwelmd met whisky en sigarettenrook en gevangen houdt omdat het de verkoop van zijn boeken zou kunnen schaden. Mooi gedicht, wankele song, (voorlopig) overbodige groep.

SELL ME YOUR COAT

Het is moeilijk om vriendelijk te blijven bij een groep die iets schabouwelijks doet in een genre dat je verre van genegen is. 'Sell Me a Coat' van David Bowie deed dienst als intromuziekje, en het contrast met wat Sell Me Your Coat daarop liet volgen, kon niet groter zijn. Gestileerde emopunk, niet bijzonder strak gespeeld, niet krachtig gezongen, ontdaan van strofes en refreinen die naam waardig. Ik had bijna gezegd: 'Stel u een vijfderangs-Zornik voor', maar misschien moet u dat maar niet doen. Ze sloten af met een cover van 'Drown' van Bring Me the Horizon, en dat zal veruit het pijnlijkste zijn geweest wat Klaus die avond te beurt is gevallen. En daar zat Sell Me Your Coat niet eens voor zo heel veel tussen.

SHE BAD

She Bad begon aarzelend met een zangeres die schijnbaar haar opwarmingsoefeningen was vergeten te doen en een groep die in weken niet meer gerepeteerd leek te hebben. Gaandeweg vonden ze elkaar weer, in 'Comparing', een song die niet veel om het lijf had maar waarin ineens de energie van het vroege U2 de kop opstak. Een invloed die chronologisch werd verdergezet met 'Joshua Tree'-gitaren in 'One Millions', veruit hun beste song, al duurde het twee minuten en een uitbarsting of twee te lang.

DYCE

En daar was DYCE, alias Dennis van Rewind Productions, alias de dj van R-Mind van twee jaar geleden. Nooit eerder deed iemand met het zilver van een vorige editie op zak nog een tweede keer mee aan Humo's Rock Rally, maar aangezien DYCE vier jaar na zijn successen met Rewind nog steeds pas 20 is, valt er voor carrièrewendingen van alles te zeggen. DYCE is viertalig (Russisch, Spaans, Nederlands, Engels), kan dansen, weet hoe hij een publiek moet bespelen en maakt naar verluidt ook zijn podiumoutfits zelf. Vervelen deed hij in Leuven dan ook geen seconde, maar zijn geschiedenis met het op humor, plezier en jeugdig spektakel geschoeide Rewind Productions indachtig, bleven de leden van de jury wat op hun honger zitten. Opener 'Reckless' was steengoed, maar 'Race' - met een luchtig Spaans gitaarmotiefje en lieflijke raps - leek eerder een geval van 'gewaagd maar net niet gehaald'. De afsluiter werd dan weer overeind gehouden door de vocale acrobatieën die aan het snelste van Eminem deden denken. DYCE was goed maar niet groots.

MILPOOL

Wat was er in hemelsnaam met Milpool gebeurd? Nog een finalist van vier jaar geleden, en in de demoselectie blijkbaar ook nog overtuigend genoeg om naar Leuven te worden geroepen. Het begon nog enigszins oké met 'Mary' (songs die 'Mary' heten zijn altijd goed), een gammel vehikel dat aan Pavement en Grandaddy deed denken, maar verder had Milpool niets meegebracht dat de naam song waardig was. Zeggen dat zij het een en ander probeerden op te vangen met enthousiasme, is ook de waarheid geweld aandoen: Milpool leek op het podium zelfs te moeten vechten tegen de slaap. En zoals u weet: niets zo aanstekelijk als een geeuw. Milpool: vroeger waren ze beter.

NEW TRASH

New Trash dan nog. Hun eerste song heette 'Broll', en u kunt niet geloven hoe hard ik mijn best moet doen om daar geen flauwe grap mee te maken. 'Broll' was brol, dat zeker, maar moest het qua onbestemde, saaie, langdradige, punk ruim afleggen tegen afsluiter 'Element'. Saaie, langdradige punk: het zou zomaar een genre kunnen worden.

Klaus hangt de hanenkam alvast halfstok en zegt u: tot volgende week!

Volgende preselecties op vrijdag 31 januari in N9@cc De Herbakker in Eeklo en zaterdag 1 februari in De Posthoorn in Hasselt. Alle info over programma & bands: humo.be/rockrally. Op digitale radiozender Willy stelt Sofie Engelen elke woensdagavond vanaf 20 uur de kandidaten van komend weekend voor.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234