Tjingeltjangel (13)

‘‘Pet Sounds’ van The Beach Boys? Ik word gelukkiger van hun best-of’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Deel dertien: ‘California Dreamin’’!

Als u zich afvraagt wat iemand bedoelt wanneer die tijdens een feestje het begrip 'California sound' laat vallen, dan kunt u ofwel op Wikipedia een beroep doen, ofwel op mij. Ik zou u alvast zeggen dat die California sound eigenlijk niet bestaat. Omdat de staat Californië in feite groter is dan het gemiddelde Europese land, bijvoorbeeld, en men daar dus begrijpelijkerwijs andere muziek maakt in het zuiden, dat op een bepaald moment overloopt in Mexico, dan in het noorden, dat al wat naar Alaska begint te ruiken. Californiërs zijn dus soms mensen van de zee, soms van de bergen, soms van de vallei, soms van de woestijn. Velen zijn échte grootstedelingen (uit Los Angeles of San Francisco), anderen gewoon dorpelingen. Boeren. Aardbeientelers of wijnmakers. Songschrijvers of surfers.

Luister onderaan dit artikel naar onze handige Spotify-playlist!

Die laatsten, vooral actief op de wilde baren tussen San Diego en Santa Monica, hebben behalve plankvaste benen ook hun eigen muziek. Die heet, om redenen die ik niet meteen kon achterhalen, surf music. Als u zich de eerste noten herinnert van Dick Dales 'Misirlou', dat u wellicht leerde kennen via de film 'Pulp Fiction', dan weet u precies wat de juiste ingrediënten van surfmuziek zijn: sea, sex and sand.

Ook essentieel in dat marktsegment: 'The Little Old Lady From Pasadena' door het begaafde duo Jan & Dean, 'Surfin' Bird' door de wat wildere The Trashmen, maar toch vooral 'Surfin' U.S.A.', een aanpassing van de Chuck Berry-klassieker 'Sweet Little Sixteen' en een ware ode aan het Californische leven door een familiebedrijf genaamd The Beach Boys. Die band was van in het begin het geesteskind van de redelijk geniale, gekke professor Brian Wilson, die de aanvankelijk eenvoudige surfgroep ombouwde tot één van de grote spelers op de Amerikaanse rockkaart.

The Beatles waren fans, net zoals ongeveer alle andere collegae. Hun lp 'Pet Sounds' wordt door vele cognoscenti als een absoluut meesterwerk beschouwd, maar ik geef toe dat ik gelukkiger word wanneer ik hun bijna eindeloze reeks hits eens na elkaar door de koptelefoon jaag. 'California Girls', 'Dance, Dance, Dance', 'Darlin'', 'Fun, Fun, Fun', 'Help Me, Rhonda', 'Sloop John B', 'I Can Hear Music' en natuurlijk het gouden trio 'Good Vibrations', 'Heroes and Villains' en 'God Only Knows'. Beter dan goed! Op zulke feestdagen zing ik achteraf graag mee met Joni Mitchell: 'California, I'm your biggest fan.'

LAUREL CANYON BLUES

Joni Mitchell kan het weten. Als jonge singer-songwriter vluchtte zij weg uit de Canadese koude om via New Yorks Greenwich Village een poging te ondernemen om van haar balpen en gitaar te leven. Maar ze kwam pas tot volle artistieke wasdom toen ze terechtkwam in de beroemde kunstenaarskolonie van Laurel Canyon. Het ware canyongevoel werd overigens mooi gevat op de concept-lp 'Blues from Laurel Canyon', van de bleke Brit John Mayall.

Joni raakte daar bevriend met Stephen Stills en Neil Young, toen nog gewoon leden van Buffalo Springfield. Young kende ze trouwens nog van in de folkclubs van Toronto. Ze papte er ook aan met de rustige Engelsman Graham Nash, kon het goed vinden met The Mamas and the Papas - auteurs van het officieuze Californische volkslied 'California Dreamin''. Naast de geweldige Linda Ronstadt en de al even verbazende Bonnie Raitt werd ze daar algauw erkend als dé Lady of the Canyon, wat ze trouwens ook was, naast nog van alles anders.

Het Californische klimaat bleek voor nog meer vrouwelijk talent uiterst gunstig. Laten we even stilstaan bij de verrukkelijke Bonnie Raitt, die erg lang moest wachten eer ze enig commercieel succes kende - ze brak pas door met haar tiende bluesrock-lp 'Nick of Time' - maar binnen het milieu was ze al jaren gekend als een wonder woman die kon zingen en slidegitaar spelen als de beste, die altijd geweldig opwindende optredens gaf en daarna haar muzikanten ook nog eens onder tafel kon drinken. Een superbegaafde vrouw, die ook een zeer goed oor heeft voor covers. Hoor wat ze met Dylans 'Standing in the Doorway' doet, met Talking Heads' 'Burnin' Down the House', en hoe ze pijnlijk precies 'Guilty' van Randy Newman brengt. Die laatste is de ultieme West Coast-singer-songwriter, die zijn liefde voor Los Angeles ook letterlijk hard maakte in de song 'I Love L.A.', overigens niet zijn beste nummer.

Maar na die terechte lof voor Bonnie, Joni en Linda wil ik hier toch graag een lans breken voor de zeer vaak onderschatte Cher. Jawel die. Van de plastische chirurgie. Van de homodancings. Van de Internationale Disco-Hymne 'Believe'. De Godin der Travestieten. Voor mij was zij zo tegen het midden van de jaren 60 nog vooral de helft van het kleurrijke duo Sonny & Cher maar altijd al een uitzonderlijke persoonlijkheid en dito zangeres. Hoe zij samen met haar songschrijvende man Sonny Bono zulke uitmuntende pophits als 'I Got You Babe' of 'The Beat Goes On' helemaal de hemel in tilde, hoe zij solo met Bob Dylan omging ('All I Really Want to Do'), hoe sterk zij het origineel van 'Bang Bang' zong (niet van Nancy Sinatra dus, folks), hoe zij met de haren los in de wind zo'n verhaal als 'Gypsys, Tramps and Thieves' ten beste gaf: topklasse. Een tip: kijk eens naar haar video voor 'Walking in Memphis'!

Ook in het stuk Californië dat men de Bay Area noemt, waren vrouwen van stavast actief, zoals Janis Joplin, die zichzelf door overmatig gebruik van drank en drugs niet genoeg tijd heeft gegund om haar enorme talent helemaal uit te bouwen. Maar diep toch maar eens haar lp 'Pearl' op. En bewonder. En zing daarna 'Oh, Lord, won't you buy me a Mercedes Benz?'.

Ook groots: Grace Slick, die met The Jefferson Airplane even schitterde en zichzelf werkelijk en terecht onsterfelijk maakte met ware hits als 'White Rabbit' en 'Somebody to Love'.

Terwijl we in de buurt van San Francisco zijn, zou ik u ook over The Grateful Dead moeten onderhouden, maar ik moet u bekennen dat ik die groep en haar repertoire niet zo goed ken. Ik hield wel altijd van de persoonlijkheid van hun 'leider' Jerry Garcia, maar ik bezit slechts twee platen van hen. Eentje daarvan is een ware parel in mijn verzameling en heet 'Workingman's Dead'. De andere is helaas één van de slechtste platen die ooit door de mens gemaakt zijn en heet simpelweg 'Dylan & the Dead'. Absoluut te mijden. Enfin, ik hoor ze niet zo graag, maar voel u zeer vrij om dat zelf wél te doen. Veel geluk daarbij.

Terug naar L.A. dan maar. En dan past het natuurlijk om The Doors te vermelden. Al moet ik hier opnieuw schuld bekennen: ik ken ook die groep erg slecht. De hits wel, natuurlijk, met een rare voorkeur voor 'Roadhouse Blues'. Ik vond hun zanger destijds wel een verschrikkelijke aansteller, en durf nauwelijks toe te geven dat ik eigenlijk liever The Monkees hoorde. Vooral wanneer ze songs van Neil Diamond kregen, zoals 'I'm a Believer' en 'A Little Bit Me, a Little Bit You'. Eenvoud kan wel degelijk deugd doen.

Maar het mag ook wat ingewikkelder soms: denk aan zonnekind Zappa (waarover binnenkort veel meer) of het werk van Captain Beefheart, de Vincent van Gogh van de rock. Ik vind zijn discografie nog steeds interessant en verheffend studiemateriaal, maar ik heb nog het meest genoten van de twee concerten die ik van hem meemaakte en waarvan vooral georganiseerde chaos en milde waanzin mij bijblijven, zoals die ene keer in de Brusselse Galerij 44, waarna ik dacht dat iemand mijn fiets gestolen had, tot ik besefte dat ik helemaal geen fiets had.

Volgende weekCowboys zonder paarden!

De playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234