Raymond van het Groenewoud & Marc Didden op de première van Diddens film 'Brussels by Night'Beeld Humo

TjingelTjangel (19)

‘Raymond wilde ooit de grootste zijn, nu is hij dat geworden’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Vandaag deel 19: Local heroes!

Belpop. Het is een woord dat me al jaren irriteert. Niet wanneer men het over het gelijknamige en zeer lovenswaardige Canvasprogramma heeft, natuurlijk, maar wel als ik aan die menselijke zoekmachines denk die van Belpop als het ware een genre op zich gemaakt hebben. Een muzieksoort die interessant zou zijn omdat ze ooit door iemand binnen de grenzen van onze druilerige driehoek is gemaakt.

Luister hier of onderaan dit artikel naar de handige Spotify-playlist.

Elke vorm van muzikaal nationalisme (en zeker regionalisme, West-Vlaamse vrienden!) moet hevig bestreden worden. Het is geen punt dat in een land als het onze muziek wordt gemaakt, het is gewoon een evidentie. Net zoals dat in Mexico of Portugal, in Scandinavië of Polen, in Schotland of Spanje al eeuwen gebeurt.

Daarom zou ik het ook toejuichen als veel van onze radio's eens verder gingen zoeken dan de US of de UK, Nederland of Vlaanderen om hun playlists vol te plamuren. Ik ben er zeker van dat er op deze wijde wereld prachtige songs bestaan die ons nooit bereiken, omdat wij toch zo vrijwel exclusief Angelsaksisch denken.

Betekent het voorgaande dat ik het niet voor inlandse muziek zou hebben? Welnee, want net zoals wij over goede voetballers en wielrenners beschikken, over uitmuntende schilders en excellente dichters, over grote architecten en bijzondere filmmakers, over wereldvermaarde dansers en boeiende toneelmakers, beschikken wij ook, en dat wellicht sinds het begin der tijden, over duizelingwekkend goede zangers en zangeressen, geweldige muzikanten en superieure liedjesschrijvers.

BOBBEJAAN EN BREL

Dat wist ik al toen ik nog een kind was en blij werd wanneer in ons huis met evenveel plezier naar Jacques Brels 'Le plat pays' als naar Bobbejaan Schoepens 'Café zonder bier' werd geluisterd. Of wanneer de luidspreker van onze oude Novak-radio begon te trillen door de warme stem van Louis Neefs. Ook blij wanneer mijn oudste broer met de single 'Kili Watch' van The Cousins binnenkwam. Of mijn vader tijdens zijn lunchpauze een 45 toerenplaatje van Will Tura voor mij had gekocht, en wel 'Jij bent nu 17 geworden' (Palette PB 40099), ook al was ik toen nog maar 15. Hij had zich stomweg vergist.

Willy Sommers kon ik ook wel hebben, en dat lang vóór de tweedegraadse adoratie tijdens dat festival in Limburg waar allerlei aandacht zoekend janhagel rond hem heen danste. Ik vind 'Als een leeuw in een kooi', dat Roland Verlooven voor hem heeft geschreven, misschien wel het mooiste levenslied in onze taal. Er zit veel wanhoop in die tekst. Net zoals in veel nummers van Tura ('Het kan niet zijn', 'Ik mis je zo', 'Linda'). Toch doen taalkundigen daar in de regel smalend over. Maar ze vergeten dat die teksten vooral niet voor taalkundigen bedoeld zijn. Ze zijn, zoals een commentator bij de uitvaart van Johnny Hallyday op France 2 zei, 'des mots pour ceux qui ont peu de mots dans leurs vies'. Taal voor ontaligen, dus.

Ontalig, dat waren de woorden van de Antwerpse folkrocker Ferre Grignard misschien ook, maar die hadden het bijkomende voordeel dat je ze nauwelijks verstond. Ferre had zijn heel eigen soort Engels uitgevonden en dat beviel mij en mijn vrienden zeer. Zijn eerste single, de protestsong 'Ring, Ring, I've Got to Sing', had een wereldhit moeten zijn en dat was hij in zekere zin ook. Wat daarna kwam, bleef mij ook nog lang boeien ('Drunken Sailor', 'Hash Bamboo Shuffle', 'The Zoo', 'Yellow You, Yellow Me'), maar Ferre zelf was er blijkbaar en op den duur iets minder in geïnteresseerd. De laatste optredens die ik van hem zag, in cafés en op kleine festivals, toonden maar een schaduw van het talent van de man die daar vooraan wat wankel op een barkrukje zat.

Talent was overigens geen zeldzaam goed daar in Antwerpen, in die dagen. The Pebbles heersten er als een rockgroep met een eigen sound, met steengoede optredens en een lange resem hits (behalve van 'Seven Horses in the Sky' en 'Get Around' hield ik ook veel van hun late single 'No Time at All'). Ze zijn vast en zeker de voedstervaders van alles wat er sindsdien in de koekenstad rockt. Daarom: hulde!

Ook heel diep in mijn hart gegrift: de aanstekelijke en ontroerende avonturen van vredelievende vaganten als Wannes Van de Velde en Roland. Op mijn eeuwigdurende playlist staat Wannes' 'Ik heb mijn hart gesloten' héél hoog genoteerd, en van de talrijke platen die mijn kameraad Roland Van Campenhout sedert eind jaren 60 achter zijn naam heeft staan, geniet ik nog altijd van zijn eersteling 'A Tune for You' (op CBS! Zoals Dylan!) en 'Little Sweet Taste' (uit 1994). Maar als ik instant geluk nodig heb, leg ik 'De nomaden van de muziek' (2000) op, een zeer geslaagde samenwerking tussen de Roland in kwestie en bovenvermelde Wannes. Toppunt van vreugde op die plaat: 'Comme facette mammeta', een Napolitaans volkslied, gebracht in een feilloze mix van Antwerps, Booms en Italiaans.

Waarmee we vanzelf in de buurt komen van twee werkelijke helden van de vaderlandse muziekgeschiedenis: Rocco Granata en zijn planetair vermaarde 'Marina' (als sentimentele aap vond ik mezelf echter beter terug in 'Buona notte bambino', dat ik later tot mijn verbazing ook hoorde in Rainer Werner Fassbinders film 'Händler der vier Jahreszeiten'). Een andere mijnwerkerszoon van Italiaanse komaf, Salvatore Adamo, schonk het Franstalige chanson tijdloze songs ('Mes mains sur tes hanches', 'La nuit', 'Quand les roses' en het wat sombere 'J'ai pas demandé la vie') en droeg die de wereld rond in het Italiaans, maar ook in het Nederlands, Duits, Engels, Japans, Spaans, Portugees en Turks. Ik had het voorrecht één keer in mijn leven warm te eten met zowel Rocco als Salvatore. Ik was beide keren erg geïmponeerd door de twee sterke, maar alleraardigste persoonlijkheden van die talentvolle mannen.

Verder ben ik zelden onder de indruk geweest van binnenlandse artiesten die zich van het Engels bedienden om iets te betekenen. Wat niet wegneemt dat op de jukebox in mijn hoofd weleens iets van Tjens Couter, The Scabs, The Machines, The Kids, The Black Box Revelation, Compact Disk Dummies of K's Choice ronddraait.

Wat dEUS betreft, ben ik een levenslange fan, en voor wat de gebroeders Soulwax & Bijhuizen wereldwijd gepresteerd hebben: niets dan respect.

MOERSTAAL

Dat Vlamingen en Nederlanders af en toe in het Nederlands zingen, vindt men in sommige kringen raar ('Je moet toch internationaal denken!'), maar ik vind het eerder logisch. Bij mensen als Peter Koelewijn of Boudewijn de Groot mag ik er niet aan denken dat ze in het Engels zouden zingen. Bij Johan Verminnen, Kris De Bruyne, Noordkaap, De Mens en De Kreuners al evenmin. Stromaes Frans past hem even goed als zijn flamboyante pakken. Net zoals het Brussels de ideale taal is voor Zwangere Guy en het misschien wel even interessante collectief Stikstof. Maar wie mij er helemaal van overtuigd heeft dat de moerstaal de enige is waarin een artiest zich voluit kan veruitwendigen, is de heer Raymond van het Groenewoud.

Ik werkte mij de afgelopen weken - met véél plezier, moet ik daar gauw bij zeggen - door dat merkwaardige kleinood dat 'Archivaris' heet en waarop de kunstenaar aan de hand van vier tjokvolle cd's en een fijn boekje met uitleg zelf terugkijkt en vooral luistert naar zijn eigen muzikale leven. Een hartverwarmende reis. Voeg daar de uitzonderlijke kwaliteit van Raymonds recente precoronaire concerten in de Roma en de AB bij, en zijn zo goed als feilloze laatste langspeelplaat 'Speel', en geloof me dan maar op mijn woord: hij wilde ooit de grootste zijn, nu is hij dat geworden!

Volgende week: En toen was er niets meer (slot)

Luister hier naar onze Tjingeltjangel-playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234