Tjingeltjangel (9)

‘Sommigen noemen de Stones 'de beste groep van de wereld', maar aan die flauwekul doe ik niet mee’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-’n-roll. Deel negen: Rollende stenen vergaren geen mos!

Het is niet omdat in het begin van de jaren 60 het epicentrum van de populaire muziek zich in en om Liverpool bevond, dat de London Boys zich toen onbetuigd zouden laten. Door de enorme impact van de vooral instrumentale groep The Shadows en door het tiental hits dat dat ensemble in nauwelijks drie jaar scoorde ('Apache', 'Man of Mystery', 'F.B.I.', 'Kon-Tiki', 'Wonderful Land', 'Atlantis' en andere), waren ongeveer alle Britse jongelui weleens langs de muziekwinkel gepasseerd om zich daar een gitaar, een bas of een basisdrumstel aan te schaffen.

Luister onderaan dit artikel naar onze handige Spotify-playlist.

Na de komst van The Beatles zorgde dat aan beide oevers van de Thames voor een ware beatkoorts. Er kwam ook een oorlogje van tussen mods en rockers, waarbij de mods hun muzikale behoeften gingen zoeken bij Amerikaanse soul en kunstige ensembles als The Kinks, The Who en The Small Faces, terwijl de rockers zwoeren bij de oude gloriën uit de VS en de iets ruigere r&b-scene die zich in de Londense clubs als de Crawdaddy of de Ealing Jazz Club afspeelde. Daar kon je mensen als Alexis Korner of Cyril Davies aan het werk zien, sleutelfiguren die zo breeddenkend waren dat ze er geen bezwaar tegen hadden om jazz, blues en rock te vermengen tot een aantrekkelijk eigen genre dat we gemakshalve maar Britse blues zullen noemen. In alle geschiedenisboekjes over die tijd kom je, naast Korner en Davies, steeds weer dezelfde namen tegen: Graham Bond, Dick Taylor, Charlie Watts, Jack Bruce, Brian Jones, Ginger Baker, John Mayall, John McVie, Jeff Beck, Paul Jones, Eric Clapton. In wezen zijn dat allemaal legstukken van de Londense r&b-puzzel die slechts luttele maanden later zou leiden tot het ontstaan van The Bluesbreakers, Fleetwood Mac, Cream, The Yardbirds, Manfred Mann en The Rolling Stones.

LENNON-MCCARTNEY

Het fijne aan The Rolling Stones is dat je er in een verhaal als dit niet in de verleden tijd over hoeft te schrijven, want ze bestaan gewoon nog. Een paar weken geleden waren ze zelfs live vanuit hun woonkamers aan het werk en brachten die vier oude mannen een zeer aanvaardbare versie van hun levenslied 'You Can't Always Get What You Want' voor een globale tv-special die tegelijk ook een globale scheet in een fles bleek. Duizenden kilometers van mekaar zaten ze, ze speelden zo goed als akoestisch, maar toch zag en hoorde je 't meteen: die vier zijn nog steeds een groep. Sommigen zeggen dan 'de beste groep van de wereld', maar aan die flauwekul doe ik niet mee.

Ze zijn wel mijn favoriete band en dat zijn ze al sedert november 1963, toen ik in het grootwarenhuis Galeries Anspach, aan het Brusselse Muntplein, hun tweede single kocht. Hun eerste, 'Come On', een fijne cover van een simpel Chuck Berry-nummer, had ik stomweg gemist, maar 'I Wanna Be Your Man' hield ik na aankoop stevig vast. En toen ik er daarna mee op de koude trappen van de Grote Post ging zitten, ontdekte ik dat de toondichter en de tekstverzorger van dat nummer de volgende namen droegen: Lennon-McCartney. Door dat precieze moment, dat ik me haarfijn herinner, heb ik nooit geloofd in het sprookje dat er een conflict bestond tussen beide Britse topgroepen in wording. De jonge Stones hadden een hit nodig en de jonge Beatles hebben hen er één gegeven. Die oorlog heeft nooit bestaan, omdat Mick Jagger, Keith Richards, John Lennon en Paul McCartney zowel vrienden als verstandige jongelui waren, en goed wisten dat, alhoewel ze allebei van dezelfde rock-'n-rollbron gedronken hadden, de enen toch heel hun leven een bluesband zouden zijn en de anderen zeer naar het geniale neigden en bijzonder originele songschrijvers werden.

En ja, The Beatles waren objectief vele malen beter dan The Rolling Stones. Maar subjectief zitten de Stones veel dieper in mijn hart gegroefd. Toen ikzelf ooit drummer wilde worden, oefende ik vooral op hun 'Tell Me', wat me, behalve veel schaamrood, ook een levenslange bewondering voor Charlie Watts heeft opgeleverd. Ik vind hem nog steeds een geweldige kerel, zelfs nadat ik hem in 1976 had geïnterviewd en hij tijdens het hele gesprek maar drie keer écht antwoordde op mijn vragen, en ook onverminderd in zijn krant bleef doorlezen. Bij dezelfde gelegenheid vroeg ik aan Mick Jagger of het fijn was Mick Jagger te zijn. Hij geeuwde toen en liet door zijn lichaamstaal merken dat hij niet zo van die vraag hield. Toen zei hij toch vriendelijk dat hij gewoon Mick Jagger wás, al jaren, en met veel plezier bij hetzelfde orkestje zong, en dat hij verder wellicht dezelfde zak was als iedereen. Na een tijdje vulde hij nog aan: 'Soms vraag ik me weleens af wat het zou betekenen om niet Mick Jagger te zijn.'

Later zag ik hem terug in de file bij de kassa van een theater aan Charing Cross Road in Londen. Een securityman bood hem aan zijn tickets op te halen, maar mijn favoriete zanger bleef gewoon geduldig in de rij staan. Rock-'n-roll!

LEVEN EN WERK

Net als bij hun concullega's The Beatles is het niet makkelijk om leven en werk van The Rolling Stones in een paar pennentrekken vast te leggen. Tot en met hun laatst verschenen single, 'Living in a Ghost Town' (april 2020), een lui stuk bluesrock met wat reggaetinten erin, blijf ik fan. Dat betekent dat ik zo goed als iedere dag - en zeker eens per week - een single, een ep, een lp of een cd van mijn lievelingsgroep uit de kast haal en beluister. Ik krijg warme gevoelens telkens als ik 'Tumbling Dice' hoor, of de intro van 'The Last Time'. De hypereenvoudig lijkende drum rolls van op 'Not Fade Away' maken me blij. De riff die Keith Richards op een nacht bedacht en die uiteindelijk '(I Can't Get No) Satisfaction' werd, was voor mij meteen werelderfgoed.

Ik ben ook even gek van de zachte Stones ('Sitting on a Fence', 'As Tears Go By', 'Wild Horses') als van de wildemannen op 'Paint It, Black', 'Jumpin' Jack Flash', 'I Go Wild' of nog een halve handvol verborgen parels die te vinden zijn op iets mindere platen als 'Steel Wheels', 'Voodoo Lounge' of 'Bridges To Babylon'.

Ik hou er ook van wanneer Mick zwijgt en Keith zingt. Zijn 'The Worst' staat altijd in mijn Stones-top drie.

Men zegt dat de Stones live beter zijn dan op de plaat. Dat zou kunnen. Het eerste concert van hen dat ik zelf meemaakte, was dat in Hyde Park, in 1969. Het was matig. Het beste was alweer in Hyde Park, maar dan in 2013. Dat kreeg ik te zien via de BBC. Merkwaardig feit: hier was een groep aan het werk die 44 jaar na datum vele malen beter was geworden dan in haar zogenaamde hoogdagen.

Wie de Stones thuis live wil horen, heeft veel keus: het begon voor mij bij de ep 'Got Live If You Want It', ik geniet nog steeds van 'Get Yer Ya-Ya's Out!' en reken 'Stripped' zeker tot de Stones op hun best. Enkele tracks daarop stammen trouwens uit een optreden in Paradiso, in Amsterdam. 'A Brussels Affair' is dan weer helemaal in 1190 Brussel opgenomen en enkel digitaal gedistribueerd. Steengoed, zegt men mij, maar nog nooit gehoord wegens mijn eigen digibete zelf.

Ten slotte, omdat deze pagina's bijna vol zijn, nog de onmisbaarste studio-lp's, op een drafje: 'The Rolling Stones' (1964), 'Aftermath' (1966), 'Beggars Banquet' (1968), 'Let It Bleed' (1969) en natuurlijk het magnum opus 'Exile on Main St.' (1972), naar het schijnt ook de favoriet van Satan zelve. Een kenner, zoals bekend!

Volgende week: Swingin' London!

De playlist:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234