Marc DiddenTjingeltjangel (1)

‘The Beatles hebben zich uitgesloofd om aan de wereld uit te leggen hoeveel invloed Fats Domino wel had’

Marc Didden gaat wandelen in zijn geheugen en serveert: een persoonlijke geschiedenis van zo goed als een eeuw rock-'n-roll. Deel één.

Het is allemaal de schuld van mijn moeder. En van mijn vader. En als ik schuld zeg, bedoel ik eigenlijk verdienste. Want ik mag nooit vergeten dat muziek al in mijn allerprilste leven werd binnengesmokkeld door mijn beide ouders, omdat zij er zelf zo zielsveel van hielden. Mijn moeder Yvonne, die over een aardige zangstem beschikte, kon goed overweg met de classics uit haar eigen jeugd: Cole Porters 'Begin the Beguine', Charles Trenets 'Y a d'la joie' en het liefst van al Adalbert Lutters 'Hör' mein Lied, Violetta', dat zij vooral meezong in de versie van Bobbejaan Schoepen.

Frans, mijn vader, was daarentegen niet echt voor de lichte muziek. De namen van zijn helden begonnen dikwijls met een B, wat ons algauw bij Brahms, Bach en Beethoven brengt. Die laatste was zijn échte favoriet. In die mate dat bij ons op de buffetkast een donker en levensgroot gipsen beeld stond dat de kwaaie kop van Ludwig van moest voorstellen. Ik was er doodsbang van en liep er altijd met een boog omheen.

Toen mijn oudste broer René op een dag rock-'n-roll in huis bracht (Bill Haley & His Comets, 'Rock Around the Clock', 78 toeren, schellak!) meldde pa droogweg, en na slechts één gedwongen beluistering: 'Zet die tjingeltjangel af!'

Mijn moeder kon er beter tegen. Ze zou gaandeweg vallen voor de lightversie van de eerste vormen van rock die zich manifesteerden in de personae van Pat Boone en vooral Ricky Nelson, een bijzonder knappe jongeman die rocksongs kon doen klinken alsof ze uit een pralinedoosje kwamen. Maar wanneer haar rechtstreeks gevraagd werd wie van die twee haar échte favoriet was, antwoordde mijn moeder telkens weer en zonder aarzelen: 'Fats Domino.'

Dat was geen slechte keus. Bovendien had die Domino, alvast volgens de ware kenners, in het gezegende jaar 1949 de eerste rock-'n-rollsingle ooit uitgebracht, die bovendien nog een hit werd ook. Dat plaatje heette 'The Fat Man' en is 71 jaar later nog steeds een zeer beluisterbaar stukje lillend lawijt. Een wonderlijke boogiewoogieachtige pianoriedel, een pompende baslijn, soulvol en sterk gebrachte lyrics, een wah-wah-wah wanneer woorden tekortschieten en zachtjes inschuivende blazers net wanneer je zou gaan denken: waar blijven ze? De rock was vertrokken en de roll evenzeer. Wegens 'The Fat Man' mogen wij allemaal en in koor zeggen: 'Dank u wel, dikke man.' Ook al was 'The Fat Man' eigenlijk een herwerking van Champion Jack Duprees iets aangebrandere 'Junker Blues'.

1949 was sowieso al een bijzonder jaar. De NAVO werd toen gesticht, alsook de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek. De RCA deed de eerste succesvolle testen met de kleurentelevisie. Fausto Coppi won de Tour de France. En in het moederhuis van Hamont werd op donderdagavond 28 juli de toen nog zeer jonge Marc Didden geboren. Dus is het toevallig zo dat uw reporter het levenslicht zag in hetzelfde jaar als de uitvinder van zijn favoriete stuk tjingeltjangel.

Als u Antoine 'Fats' Domino niet kent, dan hoorde u wellicht wel ergens eens de evergreen 'Blueberry Hill' in zijn uitvoering. En raad ik u tevens aan kennis te nemen van andere hits van hem, zoals 'Let the Four Winds Blow', 'I'm Ready', 'So Long', 'I'm Walkin'', 'Ain't That a Shame' of 'Walking to New Orleans'. Allemaal rotgecoverd door menige grote naam, maar nooit zo overweldigend en onschuldig gebracht als door Fats, bijna altijd met de hulp van zijn beste vriend, coschrijver en producer Dave Bartholomew.

Domino was ook veel meer dan de optelling van al zijn hits, al had hij die in overvloed zolang hij die maar bij het mooie, paarsgekleurde label Imperial bleef uitbrengen. Na de overstap richting ABC Records bleek de bron eerder snel op te drogen. Het label drong hem een smoothere, naar country neigende sound op en dat resulteerde in nog slechts één echte hit, 'Red Sails in the Sunset', net zoals hij later nog even zou schitteren met een cover van 'Lady Madonna', een nummer dat Lennon & McCartney hadden geschreven met hem in het achterhoofd.

The Beatles hebben zich trouwens van het begin af uitgesloofd om aan de wereld uit te leggen hoeveel invloed Fats wel had en wat voor een legende hij in hun ogen was. Ook menige reggae en ska-artiest geeft grif toe dat de basis voor hun muziekjes veel te danken heeft aan Fats Domino's backbeat. En als u nog een geloofwaardige getuige wilt, luister dan ook eens naar wat Elvis Presley, een zanger die later zeker nog zijn plaats krijgt in dit feuilleton, te zeggen heeft: 'Veel mensen denken dat ik met dit zaakje begonnen ben. Maar rock bestond al lang toen ik eraan kwam. Eigenlijk kunnen alleen zwarten dit soort muziek zingen. Laten we dus eerlijk zijn, ik kan niet zingen als Fats Domino. Ik weet dat.'

Mooi van Elvis, en bescheiden ook. Eveneens waar dat hij niet zwart was, maar rock komt natuurlijk van de hersenen, het hart en de heupen, en over dat laatste lichaamsdeel beschikte Fats niet echt.

BILLIE BESSIE

Valt het wetenschappelijk te bewijzen dat rock-'n-roll écht door Fats werd uitgevonden? Wie zal het zeggen? Alleen is het zeker dat er tegelijk met de man uit New Orleans in de onderbuik van de Verenigde Staten nog talloze anderen bezig waren met een sound die de hegemonie van de blanke swingbands en bijbehorende crooners voorgoed zou doen wankelen, en tegelijk ook de bakermat zou uitrollen voor alles wat later r&b, soul, blues of jazz zou heten. Men noemde dat toen allemaal, weinig subtiel, race music, omdat platenbonzen in de gesegregeerde VS ervan uitgingen dat de muziek die door zwarte artiesten werd gebracht, zich uitsluitend tot een zwart publiek zou richten. Zoals wel vaker voorkomt in de geschiedenis van de lichte muziek, hadden de platenbonzen het mis.

Billie Holiday en Bessie Smith, Louis Armstrong en Ella Fitzgerald, Miles Davis en Thelonious Monk, Nat King Cole, Ray Charles en onze vriend Domino werden door het blanke publiek bijna van bij hun debuut opgepikt, gerespecteerd en, zeker in Europa, verafgood. Op het oude continent heerste, tenminste officieel, geen rassenscheiding en dus mochten die zwarte artiesten ook voor het eerst in hun leven op de prachtige planken van deftige muziektempels staan en konden zij, na het gedane werk, eindelijk eens in een proper bed slapen, in een écht hotel.

Vrouwvriendelijk als ik ben, wil ik er ook graag twee dames bij halen die aan de basis van de rock stonden. Ze heetten Ma Rainey en Sister Rosetta Tharpe. Die laatste naam klinkt zelfs als rock-'n-roll, maar zoek haar 'Up Above My Head' eens op en u zult meteen beseffen wat voor een impact zij heeft gehad. Ze zong eigenlijk gospel, desgevraagd in de stripteaseclubs van Philadelphia, maar ze speelde daar altijd een gemeen stuk gitaar bij, waarvan alvast Johnny Cash, de al genoemde Fats Domino en Little Richard grote fans waren. Ook andere jongens die er iets van kenden, Eric Clapton, Jeff Beck en Keith Richards, deden er niet flauw over dat ze Rosetta enorme schatplicht verschuldigd waren.

Sister Tharpe en Ma Rainey, die van haar eigen Gertrude Pridgett heette en letterlijk uit de 19de eeuw stamde (want geboren in 1886!) en indruk maakte met opnames als 'Bo-Weavil Blues' (1923!!) en 'See See Rider' (1925!!!), legden ontegensprekelijk een stevige basis voor al het moois wat nog komen zou. Blijf bij ons, want we will rock you.

Volgende week: 'Good Rockin' Tonight'

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234