UNITED STATES - DECEMBER 22:  Kurt Cobain attending the 1993 MTV Video Music Awards at Universal City, CA 09/02/93  (Photo by Vinnie Zuffante/Getty Images) Beeld Getty Images
UNITED STATES - DECEMBER 22: Kurt Cobain attending the 1993 MTV Video Music Awards at Universal City, CA 09/02/93 (Photo by Vinnie Zuffante/Getty Images)Beeld Getty Images

Postuum

Van de doden niets dan goeds? Slechte postume platen werden zelfs Amy Winehouse en Kurt Cobain niet bespaard

Over de doden niets dan goeds? Bij voorkeur. Maar helaas geldt ook: van de doden nog weinig goeds. Met postuum uitgebrachte platen kunnen erfgenamen beter opletten. De legende leeft voort, maar de smet op een reputatie blijft ook vaak eeuwig.

Gunter Van Assche

Zo maakte de muziekindustrie pas nog post mortem een slachtoffer. Amper twee dagen na de dood van Aaron Carter werd diens laatste wapenfeit Blacklisted uitgebracht, waarmee de platenbusiness zich van zijn kilste kant toonde. Dat zesde studioalbum van de Amerikaanse popzanger zou eigenlijk pas 7 december moeten verschijnen, op de 35ste verjaardag van de voormalige kindster. Producers Morgan Matthews en John Wyatt besloten evenwel om de release drastisch te vervroegen. Zijn lichaam was nog niet koud, of de plaat verscheen reeds op alle streamingkanalen. De officiële reden was om ‘Aaron te eren en zijn uitzonderlijke kunstvaardigheden te delen met de fans die wereldwijd rouwen om het verlies van hun idool’.

Het managementteam van Carter dacht daar kennelijk toch wat anders over. Ze noemden die eenzijdige beslissing op hun beurt ‘obsceen, respectloos, en ingegeven door harteloos geldgewin’. Niet veel later werd het album dan ook niet zo verwonderlijk alweer van streamingdiensten verwijderd. Wat mogelijk meespeelde in die beslissing: de postuum uitgebrachte plaat klonk banaal, de songs inwisselbaar. Recensenten hielden ook de lippen stijf op mekaar, want hoe oneerlijk is het om de mantel der liefde boven te halen wanneer een hoorbaar getroebleerde artiest uitgemolken wordt tot aan zijn doodsreutel?

Het is jammer genoeg geen alleenstaand geval in de heikele muziekbusiness. In de eeuwige jachtvelden grazen voornamelijk cashkoeien. En tijdens de feestdagen halen hebberige muziekmogols hun scherpste klauwen boven. Niet het minst in de reissue-industrie, wanneer de artiest in kwestie zelf nog weinig in de pap kan brokkelen.

Overschotjes

Erfgenamen, louche vrienden en platenbonzen lijken alleszins opvallend weinig lering te trekken uit de zucht naar kwaliteitscontrole en het perfectionisme waar artiesten bij zwoeren tijdens hun leven. Die gedachte was overigens wél de voornaamste beweegreden voor een labelbaas van Amy Winehouse om haar demo’s en stemoefeningen meteen te vernietigen na haar overlijden. Die barmhartige daad legde uiteindelijk weinig zoden aan de dijk. Vijf maanden na haar dood kwam Lioness: Hidden Treasures uit. Een lichtjes misleidende titel voor een vrachtje onaffe songs. Winehouse liet voor haar overlijden immers geen schatkist aan kant-en-klare songs na. Wel een rist demo’s, covers en rariteiten. Of iets minder eufemistisch uitgedrukt: schetsen, aanzetjes, probeersels.

‘Overschotjes van wat kon zijn’, schreef de New York Times zelfs over die ‘Verborgen Schatten’. The Independent kreunde op zijn beurt: ‘Deze songs versterken het idee dat Winehouse in elke zin van het woord wasted was.’ En The Guardian besloot wijselijk: ‘Als de artiest nog had geleefd, zouden heel wat vroegere opnames nooit het daglicht gezien hebben.’ Ondanks alle kritiek over lijkenpikkerij was het album in ons land wel al meteen goed voor goud, en in de Britse hitlijst kwam de plaat linea recta binnen op nummer één.

Heel wat gezaghebbende stemmen vonden de nieuwe Amy Winehouse duidelijk niet sterk genoeg om aan de buitenwereld prijs te geven. Maar aan die gedachte had de platenfirma vierkant lak, nét als de fans. Postume plaatjes vullen geen gaatjes, behalve dat in de begroting van een major label. En in de platenkast van de rabiate fan.

Die postume industrie hoeft evenwel niet per definitie onkies te zijn. De zegeningen van muzikale grafplundering gaan terug tot eeuwen geleden, en leverden heel wat schatten op. Frédéric Chopin bracht ‘Fantaisie-Impromptu’ nooit zelf uit, maar die compositie groeide postuum uit tot een van zijn bekendste werken. Aanvankelijk werd het stuk evenwel afgekraakt: ‘walgelijk zoet, sentimenteel en zonder nobelheid’, zo noemde de negentiende-eeuwse Amerikaanse cultuurcriticus James Huneker die compositie. De tijd gaf Huneker uiteindelijk wel ongelijk, al huiveren we bij de vermoedelijke reden waarom Chopin zijn werk nooit zelf had uitgebracht: opvallende gelijkenissen werden getrokken met Ludwig van Beethovens ‘Mondscheinsonate’. Mogelijk wilde Chopin zijn poging tot plagiaat toedekken, maar kwam de dood roet in het eten strooien.

Ook Giacomo Puccini’s werk stierf niet samen met hem. Zo werd de opera ‘Turandot’ twee jaar na zijn dood afgewerkt door een andere componist. En blueslegende Robert Johnson zag zijn muziek nooit op vinyl verschijnen, maar na zijn dood in 1938 groeide hij wel uit tot ‘de eerste rockster ooit’ volgens The Rock and Roll Hall of Fame. Zo kwam het postuum alsnog van pas dat hij zijn ziel volgens de overlevering op een kruispunt aan de duivel had verkocht.

Het iconische ‘Peggy Sue Got Married’ en andere songs van Buddy Holly mikten naadloos op de hitlijsten na zijn dood in februari 1959. Beeld Getty
Het iconische ‘Peggy Sue Got Married’ en andere songs van Buddy Holly mikten naadloos op de hitlijsten na zijn dood in februari 1959.Beeld Getty

Nog meer genereuze grafvlijt? Het iconische ‘Peggy Sue Got Married’ en andere songs van Buddy Holly mikten naadloos op de hitlijsten na zijn dood in februari 1959. Ritchie Valens, die samen met Holly stierf in het neergestorte vliegtuig, bracht zelfs drie albums uit na zijn dood. Over vliegtuigongelukken gesproken: een maand nadat Otis Redding stierf in een crash, werd ‘(Sittin’ On) the Dock of the Bay’ uitgebracht, een van de meest onsterfelijke soulsongs ooit. Hank Williams bezweek op zijn beurt aan een combinatie van alcohol, morfine en nog een handvol ander lekkers waardoor zijn hart het begaf, maar met ‘Your Cheatin’ Heart’ tekende hij postuum nog voor een legendarische country-standard.

En dichter bij huis bracht Arno Hintjens onlangs een wonderlijke plaat uit die voorbij het graf blijft gonzen: ‘Opexis een slotakkoord dat je doet slikken. Le plus beau wist dat zijn dagen geteld waren en dat dit album zijn laatste wapenfeit zou worden. Die laatste plaat klinkt dan ook bewust als een emotioneel adieu. Al na de eerste song ‘La Vérité’ hang je bijvoorbeeld onverbiddelijk in de touwen. ‘Hier, c’était le passé’, klauwt Arno naar de duisternis. ‘Aujourd’hui la vérité’. Zijn stem klinkt hoorbaar verzwakt, nog meer verweerd dan anders. Maar je merkt ook dat Arno in muziek de moed vond om zijn terminale kanker even te parkeren. Je hart bloedt soms wanneer je hem haast letterlijk zijn laatste adem hoort uitblazen in de songs.

In het volle besef dat hij de release mogelijk niet eens meer zou meemaken, legde Arno zijn muzikale testament bewust vast met ‘Opex’. Bij heel wat andere artiesten is die controle er na de dood niet meer. Het gevolg laat zich raden. Geen kladje, mislukt experiment of halfslachtig concertopname lijkt nog veilig voor een muzikant na zijn dood.

Slordige demo’s

Maar zijn peperdure vinylboxen en postume compilaties écht wel zo’n zegen? Haal die hebberige klauwen toch uit de kluizen! Door dat schraapwerk wordt namelijk net zo goed gekrabd aan de legendarische reputatie die artiesten jarenlang zorgvuldig hebben opgebouwd. Meestal bestaat er een perfecte reden waarom deze songs nooit uitgebracht werden: het zijn slordige demo’s en experimentele huisvlijt. Een heimelijke controlefreak als Kurt Cobain had bijvoorbeeld nooit zijn fiat gegeven voor With the Lights Out (2004). Die lijvige Nirvana-boxset dreef immers een groothandel in tweederangsmateriaal, waarin het grunge-icoon soms effenaf in zijn flanellen hemd gezet werd. En de hebberige fan werd financieel uitgekleed.

Premature opnames kunnen maar beter zelden de weg vinden naar postume platen. Kijk alleen al naar 2Pac, wiens reputatie na zijn dood onnodig averij opliep toen minderwaardige ‘lost tapes’ opgekalefaterd werden. Voor elke Gil Scott-Heron en Johnny Cash die vlak voor hun dood of postuum eerherstel kregen, is er een gênant ‘Tim’ (2019) van Avicii, ‘Dream of a Lifetime’ (1985) van Marvin Gaye of Doo-op (1992) van Miles Davis. Het was voor de Queen-fans ook een pijnlijke klus om zonder verpinken te zeggen dat ‘Made in Heaven’ (1995) geen walgelijke stinker was nadat Freddie Mercury aan de gevolgen van aids bezweek. En de samenwerking van John Lennon en Yoko Ono was bij leven en welzijn al geen hoogvlieger, maar het postuum uitgebrachte ‘Milk and Honey’ (1984) vormt zonder meer een blaam op de Beatle.

Ian Curtis (Joy Division). Beeld Redferns
Ian Curtis (Joy Division).Beeld Redferns

Toch bestaat de kans dat muziek na de dood van de artiest vanzelf een verrassend nieuw leven gaat leiden. Jeff Buckleys restjes op ‘Sketches for My Sweetheart the Drunk’ (1998) bleken ook maar een béétje minder onsterfelijk dan zijn enige volwaardige plaat 'Grace’ (1994): Pukkelpop eert nog elk jaar het prachtige ‘Everybody Here Wants You’ op het hoofdpodium. De akoestische sessies van Nirvana kregen ook al redelijk wat lof vooraleer Cobain de hand aan zichzelf sloeg. Maar pas na zijn zelfdoding nam die elegische ‘Unplugged in New York’ mythische proporties aan. De kaarsen en grafbloemen rond het podium droegen daar allicht ook toe bij. Hetzelfde geldt voor ‘Closer’ (1980) van Joy Division, waarbij fans meer dan veertig jaar na datum nog steeds allerhande boodschappen en signalen proberen te puren uit de teksten van zanger Ian Curtis die zich twee maanden voor de release ophing. ‘This is the crisis I knew had to come’, zingt hij op morose toon in ‘Passover’. ‘Destroying the balance I’d kept / Turning around to the next set of lives / Wondering what will come next.’ Eenzelfde doodsvoorspelling speelt bij Mark Linkous van Sparklehorse en Vic Chesnutt. Niet lang voor beide heren de hand aan zichzelf sloegen, sloegen die zingende treurwilgen hun handen ook ineen opDark Night of the Soul’. Zo laten ze zich in een verkillend ‘Grim Augury’ flankeren door doodsklokken, alsof ze hun laatste uur voelden naderen.

Heiligschennis

Bij postume releases kan het dus vriezen of dooien. Brengt ons bij de vraag: wie draagt de grootste schuld voor ondermaats materiaal? De geldgraaiende erven, of de fans die smachten naar een geluid voorbij de tombe, zelfs al gaat het om dodelijk vermoeid gereutel? Elliott Smith draaide zich acht jaar geleden vast ook om in zijn graf toen beslist werd om postuum drie elektronische dancetracks uit te brengen. Je hoort Smith schuttingtaal samplen terwijl een knullige beat uit de boxen pruttelt. Hoewel bekend was dat de songschrijver graag experimenteerde, werd dat ‘nieuwe werk’ terecht onthaald op massaal boegeroep. Heiligschennis, klonk het bij de verongelijkte fans. Zeker omdat ‘From a Basement on the Hill’ (2004) eerder al bewees dat postuum gescharrel niet gratuit hoefde te klinken. Hoewel Smith nooit schuwde om zijn persoonlijke worstelingen in zijn teksten te gieten, was ‘Basement’ ronduit confronterend. In ‘A Fond Farewell’ flirt hij bijvoorbeeld al met het idee van zelfmoord en in ‘Strung Out Again’ snijden zijn woorden door merg en been: ‘I know my place / Hate my face / I know how I begin / And how I’ll end.’ Oorspronkelijk was die plaat bedoeld als een dubbelaar, maar daar kwam zijn plotse dood tussen fietsen. Met de postume hulp van producers en vrienden kreeg je een plaat die zeker niet af klonk, maar wel even bloedmooi als schrijnend was.

Aaron Carter.  Beeld Getty Images
Aaron Carter.Beeld Getty Images

Het blijft alleen een moreel dilemma: moet elke rondslingerende opname postuum het daglicht zien? En wil je zelfs als fanatieke archivaris je idool na de dood de mist horen ingaan? Die drang om alles te bezitten, tot zelfs de meest waardeloze spielerei, neigt eerder naar muzikaal masochisme.

De ‘27 Club’, het beruchte kransje artiesten dat zijn laatste adem uitblies op 27 jaar, blijkt al jaren het meest gegeerd slachtoffer voor postume plundering. Toen hij stikte in zijn eigen braaksel had Jimi Hendrix bijvoorbeeld amper vier langspelers achter zijn naam staan. Sindsdien verschijnen zowat elk jaar ‘nieuwe’ cd-boxen, en worden demo’s opgepoetst. Heel wat van die platen zijn helaas wraakroepend waardeloos. Maar het kan ook anders. Dat bewees de muziekspecial ‘Other Voices’, die na de dood van Amy Winehouse een prachtig grafschrift bedacht. Op een stormachtige winteravond in 2006 vloog Winehouse naar het afgelegen vissersdorp Dingle, ergens in het zuidwesten van Ierland. Ze bracht er adembenemende, akoestische versies van alle pareltjes van ‘Back to Black’ die op dat ogenblik pas waren verschenen. Omdat haast alle vluchten naar Ierland geannuleerd waren door de strenge winter, kon ze amper twee muzikanten van haar begeleidingsband meenemen. Die gedwongen striptease doet haar muziek wonderen. Een piepklein kerkje vormde het decor voor een gigantisch talent. Die aflevering kan tot op vandaag tellen als een postuum eerherstel voor een zangeres, die in haar laatste levensjaren - ze bezweek in 2011 aan alcoholvergiftiging - een schim van zichzelf was geworden.

(DM)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234