Beethoven Beeld Print Collector via Getty Images
BeethovenBeeld Print Collector via Getty Images

allerzielen

Veel mensen draaien Chopin, Brahms of Schubert op hun begrafenis. Maar met welke muziek gingen de componisten zelf het graf in?

Hun eigen werk kreeg eeuwigheidswaarde en klinkt regelmatig bij uitvaarten, maar met welke muziek gingen Chopin, Brahms, en Schubert eigenlijk zelf het graf in?

Peter van der Lint

Lees ook: De beste begrafenissongs: ‘Die keer dat ik Dimitri Vegas en Like Mike moest opleggen, zal ik niet gauw vergeten’

Vraag iemand welke muziek er op zijn of haar begrafenis moet klinken, en bijna iedereen heeft een antwoord. In de nalatenschap van een dierbare overledene vinden de treurende achterblijvers vaak een briefje met daarop een lijstje mooie liedjes of klassieke stukken. De doden willen hun geliefden daarmee nog een keer laten weten wat ze mooi vonden in het leven, waarvan ze ontroerd raakten. Luister nog één keer naar mij, via de muziek die ik uitkoos voor mijn uitvaart.

In de klassieke top tien voor begrafenissen en crematies komen composities voor van Mozart, Purcell, Barber, Bach, Beethoven, Chopin, Schubert en Brahms. Mensen kiezen voor deze laatste gang vaak klassieke muziek, die vroeger vaak niet voor niets ‘serieuze muziek’ genoemd werd. De ultieme troostmuziek, met soms een verzoek van de dode erin verwerkt. Een verzoek om niet vergeten te worden: ‘When I am laid in earth, remember me, remember me’, zoals de koningin zingt in Purcells Dido and Aeneas.

Maar wat klonk er eigenlijk op de begrafenissen van al die grote componisten zelf? Hadden componisten iets van zichzelf ‘klaarliggen’ voor dat laatste moment, wilden zij het liefst hun eigen muziek – Remember me – of verkozen zij muziek van anderen? Een greep uit de vele verhalen die overgeleverd zijn.

Mahler

Stil. Muisstil was het tijdens de begrafenis van Gustav Mahler op 22 mei 1911. En het regende in Grinzing. In die buitenwijk van Wenen was op de route van de kleine kapel naar het kerkhof slechts het klokgelui van de parochiekerk te horen. Mahler had aangegeven dat zijn begrafenis zo sober mogelijk moest zijn. Opvallend voor een man die de bombast in zijn muziek niet schuwde, en die veel muziek schreef waarin de dood een belangrijke rol speelde.

Verdi

Tien jaar eerder, in 1901, werd in Milaan operacomponist Giuseppe Verdi ter aarde besteld. Ook hij had, net als Mahler, gevraagd om gepaste stilte en soberheid. Dat lukte niet erg. Na de bekendmaking van zijn dood gingen in Milaan alle winkels en theaters drie dagen dicht. Op de dag van zijn begrafenis stonden de Milanezen rijen dik langs de straten en pleinen, waar de affuit met zijn kist langskwam. En het verhaal wil dat er ergens langs de stoet iemand ineens ‘Va, pensieri, sull’ali dorate’ (Vlieg, gedachten, op gouden vleugels) begon te zingen: het beroemde slavenkoor uit Verdi’s opera Nabucco. Zestig jaar na de première was dat koor zo’n beetje uitgegroeid tot het alternatieve volkslied van Italië. De melodie werd en masse door de menigte opgepikt en stroomde als een golf door het centrum van Milaan, langs de Scala waar zoveel van zijn opera’s opgevoerd waren. Zo nam een volk afscheid van een volkscomponist.

Troonopvolger Giacomo Puccini was zo van de kaart van het overlijden van Verdi dat hij een requiem componeerde. Indachtig de overledene en zijn verzoek tot soberheid is het een dodenmis van slechts vijf minuten. Het is het kortste requiemmetje ooit.

Requiem. Het woord is gevallen. Componisten konden als weinig anderen de dood en de troost verklanken middels de aloude dodenmis – de Latijnse Missa pro defunctis. Talrijk zijn de verhalen over de dodenmissen die componisten al dan niet voor zichzelf schreven. Of over de bijgelovige angst om aan het schrijven ervan te beginnen – dat was immers de goden verzoeken.

Mozart

Het Requiem in d van Mozart spreekt wat dat betreft het meest tot de verbeelding, vooral vanwege die geheimzinnige opdrachtgever ervan. En vanwege het feit dat Mozart tijdens het componeren stierf. De dodenmis was grotendeels onaf. Mozarts eigen begrafenis was maar een armoedige aangelegenheid. De goddelijkste onder de componisten kreeg de miezerigste begrafenis denkbaar. Zonder muziek. Op het kerkhof, waar een goedkoop graf derde klasse was gegraven, was slechts een handvol mensen. Zelfs mevrouw Mozart was afwezig. Alma Mahler ontbrak trouwens ook op de begrafenis van haar man. Op doktersadvies.

We danken het wel aan Mozarts weduwe Konstanze en zijn leerling Süssmayer dat er überhaupt een complete partituur van zijn dodenmis kwam. Een voltooid requiem dat al snel heel populair werd. Een mythische status kreeg, ondanks het feit dat de meeste noten dus niet van Mozart zelf waren. Het was ook geliefd onder vakbroeders van Mozart. Zijn Requiem klonk opvallend vaak bij begrafenissen of herdenkingsdiensten van latere componisten.

Beethoven

Op de begrafenis van Beethoven in 1827 bijvoorbeeld. Wenen pakte uit. De stad hield ervan om beroemde inwoners met alle egards en bombast te begraven. Collega-componisten Hummel, Czerny en Schubert hielpen de kist dragen. Er klonken twee van de stemmige Equales die Beethoven voor trombones had gecomponeerd. Ignaz von Seyfried, een leerling van Mozart, had er toepasselijke verzen uit het Miserere ondergezet, zodat de muziek door mannenkoor kon worden gezongen. Er klonk een arrangement voor vier trombones en mannenkoor van Beethovens dodenmars uit zijn Pianosonate op. 26. En daarna dus Mozarts Requiem, althans een paar delen eruit.

Schubert

Schubert stierf een jaar na Beethoven en werd drie graven verwijderd van zijn grote voorbeeld ter aarde besteld. Om daar te komen moest de stoet op een regenachtige novemberdag een lange weg afleggen. Schuberts vriend Franz von Schober had een nieuwe tekst gemaakt op Schuberts lied Pax vobiscum – Der Friede sei mit euch. Het heette nu An Franz Schuberts Sarge. Zes dagen later klonk op een herdenkingsdienst eveneens Mozarts Requiem. Het was Schuberts lievelingscompositie, net als van Antonin Dvorák. Tijdens diens herdenkingsdienst in Praag in 1904 werd het eveneens uitgevoerd.

Chopin

Ook Frédéric Chopin had op zijn sterfbed aangegeven dat Mozarts dodenmis op zijn begrafenis gezongen moest worden. Chopin werd in 1849 opgebaard in de crypte van de Église de la Madeleine in Parijs, die helemaal was behangen met zwarte draperieën. Toen de kist uit de crypte omhoog werd gedragen klonk Chopins eigen Marche funèbre op het orgel van de Madeleine. Onder de kistdragers waren componist Meyerbeer, schilder Delacroix en pianobouwer Pleyel.

De uitvoering van Mozarts mis in de Madeleine had nog heel wat voeten in de aarde, omdat vrouwen niet in de kerk mochten zingen. De aartsbisschop van Parijs gaf uiteindelijk dispensatie, maar de dames moesten achter een zwart gordijn hun partijen zingen. Bij de solisten zong de vermaarde sopraan Pauline Viardot, wier stem volgens ooggetuigen ‘boven alles en iedereen uit golfde’.

Mendelssohn

Twee jaar eerder werd in de Paulinerkirche in Leipzig het lichaam van Felix Mendelssohn-Bartholdy uitgeleide gedaan. Zijn kist werd onder anderen gedragen door zijn collega’s Schumann, Gade en Moscheles. Een houtblazerskapel blies een arrangement van Beethovens Trauermarsch uit zijn Twaalfde pianosonate.

Er klonk ook muziek van Mendelssohn zelf, een Lied ohne Worte en een orgelbewerking van het klaaglied van Kreon uit Antigone. Mooist van al was het troostende koor Siehe, wir preisen, die erduldet haben uit het oratorium Paulus, gezongen door een koor van vierhonderd zangers. Als dat de traanklieren niet in werking zette, dan deed dat in elk geval de afsluiting wel: Wir setzen uns mit Tränen nieder uit Bachs Matthäus-Passion, het werk dat Mendelssohn voor de geschiedenis herontdekt had.

Brahms

Voor Johannes Brahms zette Wenen een van de grootste begrafenissen in de geschiedenis van de stad op. Op die zesde april 1897 gonsde het in het bedroefde Wenen van de bedrijvigheid en de massa’s die op de been waren. In de haven van Hamburg, Brahms’ geboortestad, hingen die dag de vlaggen halfstok. Grappig wel dat de serieuze Brahms vlak voor zijn dood nog de première bijwoonde van Strauss’ vrolijke hoempapa operette Die Göttin der Vernunft.

De zwarte stoet ging langs de Musikverein concertzaal waar de ingangen en pilaren met zwarte doeken behangen waren. Dragers waren hier onder anderen Dvorák, Busoni en pianist Emil Sauer. Bij de Musikverein stopte de stoet en zong een vrouwenkoor Brahms’ Fahr wohl. In de protestantse kerk klonk nog vocale muziek van Bach, Mendelssohn en Schubert. Brahms laatste rustplaats was op het Zentral Friedhof waar hij in de buurt bij Schubert, Beethoven en Johann Strauss ligt. Het monument van Mozart staat er ook.

Strauss

Richard Strauss had een hele specifieke wens voor zijn eigen begrafenis. Hij wilde graag dat het terzet uit zijn opera Der Rosenkavalier gezongen zou worden. En die wens werd op 12 september 1949 ingewilligd, nadat Georg Solti eerst de Marcia funebre uit Beethovens Derde symfonie had gedirigeerd. Strauss gebruikte het thema daaruit in zijn Metamorphosen, een van zijn laatste werken. Solti herinnerde zich later hoe de drie sopranen tijdens het terzet een voor een in tranen uitbarstten en soms niet verder konden zingen. Toch kwamen ze samen aan het eind. Bij de climax wees weduwe Pauline in extase naar de kist en riep: “Richard! Richard!”

Sjostakovitsj

De begrafenis van Dmitri Sjostakovitsj op 14 augustus 1975 kan niet anders dan omschreven worden als streng en koud. En dat ondanks de hitte van de Russische zomer. Dat betekende dat alle orkestmusici in Moskou de stad uit waren, en dat er in de grote hal van het conservatorium ingeblikte muziek uit krakende luidsprekers klonk. Later op het kerkhof speelde een militaire kapel de Marche funèbre uit Chopins Derde pianosonate en het volkslied van de Sovjet-Unie. De kwaliteit van de uitvoering was volgens alle ooggetuigen beneden elke kwaliteit.

Bach en Händel

Laten we besluiten met de twee Duitse tegenpolen van de barokmuziek Bach en Händel. Vooral ook omdat hun begrafenissen zo totaal verschillend waren. Bach de provinciale meester in Leipzig, Händel de kosmopoliet in Londen. Beiden kregen overigens op latere leeftijd te maken met verschillende stadia van blindheid.

Händel werd in Londen geadoreerd. Zelf had hij de wens te kennen gegeven om in Westminster Abbey bijgezet te worden. En dat gebeurde in 1759 ook. Nog altijd is zijn graf daar te bezoeken. Twee jaar later kwam er in een nis een standbeeld, gemaakt door Roubiliac. Händel kijkt daar op zijn eigen graf neer. Op de bladmuziek die Händel vasthoudt, staan noten en tekst van een aria uit zijn oratorium Messiah: ‘I know that my Redeemer liveth’. Die muziek klonk overigens niet op zijn begrafenis. Afgezien van de wens om in Westminster Abbey te liggen, wilde Händel vooral soberheid. Tijdens de dienst klonken de Funeral Sentences van William Croft uit 1724. Die worden overigens nog steeds gebruikt bij Britse staatsbegrafenissen, zoals onlangs bij die van Elizabeth II.

Negen jaar vóór Händel stierf zijn jaargenoot Bach in Leipzig. Van zijn begrafenis is niet meer bekend dan dat de componist in een eiken kist lag en dat die in de Johanneskirche in Leipzig plaatsvond. Er is indirect bewijs dat tijdens die dienst het dubbelkorige motet Lieber Herr Gott, wecke uns auf van Bachs oom Johann Christoph gezongen is. Maar bij alle biografen die erover schrijven, proef je vooral hun hoop dat dat inderdaad gebeurd is. We kunnen ons namelijk niet voorstellen dat iemand die zoveel kerkmuziek schreef, leider was van zijn eigen koorschool en cantor van de belangrijkste kerken in Leipzig, zonder muziek ten grave werd gedragen.

Geen enkele biograaf komt met sluitend bewijs. En over het graf van Bach is ook al zoveel onduidelijkheid. Hij werd begraven op het kerkhof van de Johanneskirche, maar zonder zerk. In 1800 verschenen al alarmerende berichten dat Bachs graf onvindbaar was. Later werd ergens op dat kerkhof een eiken kist opgegraven, maar of de overblijfselen van de componist er ook daadwerkelijk in lagen is nooit bewezen. De kist is herbegraven in de Thomaskirche, Bachs jarenlange werkplek. Er ligt daar nog steeds een mooie, zwarte sluitsteen met Bachs naam en zijn jaartallen erop. Maar of hij ook echt in de kist ligt daaronder, is zeer twijfelachtig. Het enige wat we van die persoon zeker weten is dat hij uit Leipzig kwam. Schrale troost.

(Trouw)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234