CD★★★★★

Vijf sterren is veel te weinig voor ‘Goats Head Soup’ van The Rolling Stones

Het is dat Gaia nog niet bestond, anders zou de tijgergelijke verdediger van de dierenrechten Michel Vandenbosch de Stones in 1973 tot in de hel achtervolgd hebben met protestbrieven: wie maakt er nu soep van geitenkoppen? De Jamaicanen, blijkbaar. Teentje look erbij, en een familiepak Alka-Seltzer voor de vertering achteraf. Amper een jaar na hun zompige, donkere meesterwerk 'Exile on Main St.' namen The Rolling Stones deze plaat op in sunny Jamaica: Jagger was dankzij zijn huwelijk met Bianca Pérez-Mora Macias toegetreden tot de jetset der allerrijksten, Keith rookte tijdens zijn verblijf de hele jaarvoorraad ganja van het eiland op.

Lees hier ons interview met Mick Jagger en Keith Richards, naar aanleiding van deze heruitgave van ‘Goats Head Soup’.

Ik was vergeten hoe goed de plaat wel is, met de kwikzilveren, vingervlugge Mick Taylor, die de groep een muzikaliteit gaf die ze sindsdien niet meer hebben gehad. Ron Wood is een sympathieke peer, maar blijft een gitarist van het kaliber 'van dik hout zaagt men planken': hij mist de finesse van de timide, angelieke Taylor. Naast de existentiële donkerte van 'Exile' klinkt 'Goats Head Soup' haast licht: dat is te danken aan de omgeving, ongetwijfeld beïnvloed door soul en reggae. Richards werd verliefd op het land, ook al omdat hij ongeveer nergens anders nog binnen mocht, en bleef er een tijd wonen met zijn familie.

De groep werd omringd door een fine fleur van vrienden en sessiemuzikanten, van wie velen op toetsen: Nicky Hopkins, Billy Preston, Ian Stewart en Jagger zelf beroeren het ivoor met enthousiasme. Als een vuurspuwende rots in de branding klinkt op vele nummers de uit duizenden herkenbare sax van Bobby Keys, die samen met copain Richards van 'Coming Down Again' bijvoorbeeld een beklijvende drugssong heeft gemaakt. Van dat gezelschap zijn alleen de Glimmer Twins nog in leven: in de jaren 70 was het beroep van rockmuzikant even riskant als dat van formule 1-piloot in de jaren 60. Veel te vaak verdween er iemand door de achterdeur van het leven omdat de drugs van een slecht jaar waren.

Onbedreigd het bekendste nummer van de plaat is 'Angie': nog altijd in elke top tien van elke Tijdloze Honderd te vinden, ontroering met violen en een tekst vol verlangen. Totale tegenpool is het lillende 'Star Star', een stalen erectie van een song die eigenlijk 'Starfucker' heet, maar dat mocht zo niet op de hoes.

In de prachtige luxeboxset met essays en fotografieën zitten nog drie nummers uit die tijd, die ze eigenlijk vergeten waren op de plaat te zetten: zo rijk is hun archief. Geen van de drie zouden misstaan hebben op de originele release, zeker het jagende 'Scarlet' niet, met Jimmy Page op wilde sologitaar, maar ook de wat op 'Brown Sugar' lijkende stamper 'All the Rage' maakt de beentjes los.

Helemaal leuk zijn de livetracks die in 1973 opgenomen werden in Vorst Nationaal en nu voor het eerst, kristalhelder klinkend, op een plaat staan. Wat een rijkdom, met Jagger die tijdens 'Angie' bewijst dat hij ook wat Frans kent: 'Il est temps de dire adieu.' 'Brussels Affair' alleen al bewijst de tijdloze pracht en kracht van deze groep.

Vijf sterren voor 'Goats Head Soup' is veel te weinig. 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234