null Beeld Herman Selleslags
Beeld Herman Selleslags

75 jaarWarren Zevon

Warren Zevon kon als geen ander over ‘the good, the bad and the ugly’ zingen

Warren Zevon zou vandaag 75 jaar geworden zijn. Op 7 september 2003 overleed hij aan longkanker. Lees hier het In Memoriam dat Charlie Poel schreef:

Charlie Poel

‘Het is onzin te beweren dat alleen de goeien te vroeg sterven en de klootzakken blijven leven’, maar toch komt die oprisping weleens bij mij op wanneer iemand uit mijn kennissenkring voortijdig overlijdt. Warren Zevon (spreek uit: Zieven, zoals Jackson Browne ooit aan Marc Didden toevertrouwde) is op 7 september 2003 op 56-jarige leeftijd thuis in Los Angeles gestorven, en ik zie plots weer overal klootzakken om mij heen.

Hij was, om het met de woorden van zijn maat Bruce Springsteen te zeggen, ‘a moralist in cynic’s clothing’, die als geen ander over ‘the good, the bad and the ugly’ kon zingen. Ik heb Warren Zevon nooit ontmoet. Laat staan dat ik ooit met hem gesproken zou hebben - fijne (ex-)collega’s als Marc Didden (die mij Zevon leerde kennen), Rudy Vandendaele en Frank Vander linden hebben dat wel gedaan, en ik weet bijna zeker dat zij de bandjes met die gesprekken in een schrijn bewaren - maar toch heb ik hem altijd als een intieme vriend beschouwd van wie ik onderweg een paar lessen heb kunnen leren. Zo nu en dan, fuck everybody, bijvoorbeeld, zoals zijn vader-gangster-beroepsgokker hém op zijn sterfbed had voorgehouden. Een laatste raad van zijn ouwe man (die er nog aan toevoegde: ‘And never look back’) die Warren Zevon tot eigen schade en schande ter harte heeft genomen. Want zijn fuck you-mentaliteit, zijn fascinatie voor de dood, wapens en slechteriken (moordenaars, verkrachters, huurlingen, malafide politici, psychopaten, gangsters) en zijn jarenlange drankverslaving hebben ervoor gezorgd dat hij nooit de roem heeft gekregen die hij op basis van zijn songs hóórde te krijgen.

Men wordt duizelig van de rij schitterende nummers die Zevon bijeen heeft geschreven. Ze zijn overzichtelijk verzameld op de dubbel-cd ‘Sleep When I’m Dead. An Anthology’ uit 1996: 44 standards. Doe daar nog de verschroeiende liveplaat ‘Stand in the Fire’ uit 1981, ‘Life’ll Kill Ya’ uit 2000 én ‘The Wind’ bovenop, en men zal eindelijk U zeggen tegen uw platencollectie. Het grote commerciële succes werd nooit Zevons deel (zijn enige hit was ‘Werewolves of London’ in 1978), maar hij kreeg wel levenslange erkenning van zijn fans én van alle groten, die hem hand- en span-diensten leverden of nummers van hem opnamen: Bob Dylan, Bruce Springsteen, Neil Young, The Everly Brothers, The Eagles, Linda Ronstadt, het voltallige R.E.M. (met Peter Buck, Mike Mills en Bill Berry vormde hij ooit nog het goddelijke hobbygroepje Hindu Love Gods), Jackson Browne, Ry Cooder en anderen. In een interview in Humo 3250 van 17 december 2002, toen de wereld net had vernomen dat Zevon aan de ongeneeslijke longkanker mesothelioom leed, zei Jackson Browne over het succes van zijn vriend: ‘Warren heeft nu het soort succes dat er echt toe doét: in de loop der jaren heeft hij een trouw publiek opgebouwd dat hem begrijpt en apprecieert. Er is geen groter succes denkbaar dan geliefd en bewonderd te worden om wat je hebt verwezenlijkt.’ Zelf zei Zevon: ‘Als ik op mijn leven terugkijk, denk ik soms: ooit had ik het maffe idee dat ik een popster wilde zijn, en eigenlijk is die droom uitgekomen. De songs die ik in mijn hoofd had, die heb ik ook geschreven.’

ZWARTE HUMOR

De allerlaatste tien daarvan, plus de toepasselijke Dylan-cover ‘Knockin’ on Heaven’s Door’ staan op ‘The Wind’, de cd waarmee Warren Zevon afscheid neemt van zijn dierbaren en van ons, zijn fans. Hij begon er driftig aan te werken toen de dokter hem de fatale diagnose had meegedeeld en maakte nog net de release mee (in de VS werd de cd eind augustus uitgebracht, hij kwam meteen binnen op 16 in de Billboard top-100). De behandelende geneesheren gaven Zevon een jaar geleden nog amper drie maanden te leven - de jaarwende zou hij wellicht niet halen - maar kijk, door er zo vaak en zo onbeschroomd over te zingen was Zevon beste maatjes geworden met de dood, en kon hij bij Hein uitstel losweken om de cd af te werken én in juni de geboorte van de tweeling van zijn dochter Ariel te vieren. ‘Begin ‘augustus’, zei zijn 34-jarige zoon Jordan Zevon (executive producer van ‘The Wind’, en background vocals op het nummer ‘Prison Grove’) tegen Larry Kratz, ‘ging het nog altijd redelijk met Warren’.

JORDAN ZEVON «Hij probeerde zoveel mogelijk te rusten. ‘s Avonds keek hij naar de praatshow van David Letterman, een vriend, en naar beroerde tv-films. En hij bracht veel tijd door bij de familie. Toen de opnamen voor de cd achter de rug waren, wilde hij zoveel mogelijk bij zijn kleinkinderen zijn. Dat was voor hem van levensbelang.»

Maar op zondag 7 september 2003 waren Zevons longen dus op. Zijn wedloop tegen de dood tijdens de opnamen van ‘The Wind’ is vastgelegd in een documentaire vol zwarte humor. In plaats van een behandeling tegen kanker te ondergaan, sloot de man die in 1976 ‘I’ll Sleep When I’m Dead’ schreef, zich dus liever op in een opnamestudio, samen met zijn oude vriend en producer Jorge Calderon.

JORDAN ZEVON «Het was voor hem de enige keus. Daar hoefde hij echt niet over na te denken. Muziek maken zou hem helpen; al zijn aandacht ging erheen. De muziek heeft hem aangemoedigd, en hem overeind gehouden tot zijn dood.»

GRAFSCHRIFT

De eerste woorden van ‘Dirty Life & Times’, het openingsnummer op ‘The Wind’, tonen Zevons vastberadenheid om zijn lot onder ogen te zien: ‘Some days I feel like my shadow’s casting me,’ zingt hij. ‘Some days the sun don’t shine/Sometimes I wonder what tomorrow’s gonna bring/When I think about my dirty life and times.’ Voor die song kreeg Zevon steun van flink wat sterren: Ry Cooder op gitaar, Don Henley op drums, en Dwight Yoakam en Billy Bob Thornton namen het arrangement voor hun rekening. Bij de opname-sessies kwamen nog andere beroemde vrienden een handje helpen: Tom Petty, Jackson Browne, Emmylou Harris, David Lindley, T-Bone Burnett, Jim Keltner, Joe Walsh en Bruce Springsteen, die bij iedere schreeuw van Zevon in ‘Disorder in the House’ zijn gitaar een dreun geeft met een ruigheid die je op zijn eigen plaat ‘The Rising’ nergens hoort.

JORDAN ZEVON «Door die buitengewone steun van collega-muzikanten kregen de opnamesessies een ongelooflijke vibe. Toen ben ik pas gaan beseffen hoeveel mensen om mijn vader gaven, wat voor goeie vrienden hij had, en welke impact hij op hun leven heeft gehad.»

Maar ‘The Wind’ is zeker geen voortijdige wake geworden waarbij beroemde vrienden de uitdovende Zevon uit het voetlicht verdringen: het is de hele tijd onmiskenbaar zijn muziek. ‘The Wind’ is aangrijpend en griezelig tegelijk. Het is wellicht ook de eerste keer in de geschiedenis van de rockmuziek (of van de muziek tour court) dat een ster zijn eigen grafschrift zingt.

JORDAN ZEVON «We hebben het daarover gehad, en we konden niemand bedenken die dat al eens eerder had gedaan. We konden ook niemand bedenken die een documentaire over zijn laatste opnamesessies had laten maken.»

In de documentaire wordt Zevons strijd getoond om, zoals hij zegt, ‘zoveel mogelijk songs zo snel op te nemen als ik kan.’ Maar met de kanker die zijn energie aftapte, was dat niet makkelijk. In een bepaalde scène zegt producer Calderon voorzichtig tegen Zevon dat hij hem graag beter zou horen zingen in ‘Disorder in the House’. ‘Doe het morgenochtend, als je weer fris bent,’ zegt Calderon, waarop Zevon fijntjes antwoordt: ‘Maar Jorge, ik ben aan het doodgaan. Fris zal ik nooit meer zijn. Fris staat niet meer in mijn woordenschat.’

Op weg naar de galg

De barsten en tranen in Zevons verzwakkende stem zijn hoorbaar op ‘The Wind’, maar zijn woorden en ideeën komen ontroerend helder over en geven een beeld van een man die zijn lot minzaam, edelmoedig en met humor tegemoet ziet - al is dat misschien niet zo verrassend voor iemand die een plaat ooit de titel ‘Life’ll Kill Ya’ meegaf. In de sombere folkballade ‘Prison Grove’ neemt Zevon de rol over van een gevangene op weg naar de galg. Hij worstelt met de emotionele bijverschijnselen van zijn ziekte in ‘Numb As a Statue’. Hij neemt afscheid van een dierbare in ‘Please Stay’, dat de regel bevat waar de titel van de hele plaat aan is ontleend: ‘Will you stay to the end/When there’s nothing left but you and me and the wind.’ Fans van het eerste uur zullen de allusie op ‘Hasten Down the Wind’ herkennen, een liedje van Zevon dat zijn solo-carrière op gang hielp toen Linda Ronstadt het in 1976 tot titelsong van haar hitplaat maakte. Zevon toont zijn kenmerkende opstandigheid in de snauwende Chicagoblues ‘Rub Me Raw’, waarin hij gromt: ‘I don’t want your pity or your 50 dollar words/I don’t share your need to discuss the absurd.’ Maar op de emotionele afsluiter van de plaat houdt hij op met tieren en vraagt hij familie, vrienden en iedereen die ooit heeft meegebruld met ‘Werewolves of London’: ‘Keep me in your heart for a while.’

JORDAN ZEVON «Van alle songs op de plaat heb ik het daar het moeilijkst mee. Ik luister ernaar, ik hou ervan, ik vind het een heel goeie song. Maar voor mij is het tegelijk een hele, hele moeilijke.»

Men zou ‘The Wind’ een Best Of kunnen noemen, maar dan één met allemaal nieuwe nummers. Want dit is loepzuivere Zevon: de rockers (‘Dirty Life a Times’, het met Springsteen gezongen, heerlijk felle ‘Disorder in the House’, ‘Numb As a Statuel), de onbekommerde party crasher (‘The Rest of the Night’), de ballads (het wat zwakkere ‘She’s Too Good for Me’ en het aan Johnny Cash herinnerende ‘El Amor de Mi Vida’), de blues (‘Prison Grove’ en ‘Rub Me Raw’), de schitterende teksten (zinnen als ‘It’s hard to find a girl with a heart of gold/When you’re living in a four letter world’ of ‘I may have to beg, borrow or steal some feelings from you/So I can have some feelings too’ konden alleen maar uit de pen van Wanen Zevon vloeien), de brutale eerlijkheid (het autobiografische ‘Dirty Life & Times’ - lange tijd ook de werktitel voor de cd), de zelfspot (‘Knockin’ on Heaven’s Door’). Resten nog de prangende afscheidssongs op ‘The Wind’: ‘Please Stay’ (gezongen met Emmylou Harris, ‘Please stay, please stay, two words I thought I’d never learn to say’) en het worgende slotlied ‘Keep Me in Your Heart’ - geen mens die er onberoerd bij blijft. Wij hebben gejankt, en zullen dat bij volgende luisterbeurten ongetwijfeld nog, doen. Bij het afscheid van een intieme vriend mag dat.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234