Marc DiddenTjingeltjangel (2)

Wie mag de koning van de rock-'n-roll genoemd worden?

Als we er even van uitgaan dat rock-'n-roll een republiek is, dan mag het verbazing wekken dat men zich in bepaalde kringen voortdurend afvraagt wie dan wel de echte koning van de zaak mag genoemd worden. 

Laten we er vooral niet moeilijk over doen en van bij het begin stellen dat er oorspronkelijk een resem voorlopers en -loopsters bestond die muziek maakten die leek op wat wij nu rock noemen. Onbekende helden waren het die de goudmijnen aanboorden waar muziekjes bewaard werden die verzameld werden door immigranten uit het oude Europa, slaven en ex-slaven uit zwart-Afrika, uit Appalachia en Acadië. Kortom, een amalgaam van songschrijfkunst dat noemers kreeg die de ene keer Folklore heetten en de andere keer Blues, Rhythm 'n' Jazz of Race Music. Belangrijk is dat jonge mensen die nu muziek gaan maken, of ernaar gaan luisteren, niet denken dat zij het warme water hebben uitgevonden.

Dat bestaat namelijk allang. Speur maar eens naar leven en werk van een zekere Wynonie Harris, een schalkse schurk die met duivels plezier beoefenaar was van een genre dat Dirty Blues heette, een omschrijving waarvan ik alleen kan zeggen dat die woorden de lading passend dekken. Dirty Blues hield zich niet zozeer bezig met het hoofse of romantische karakter van het menselijk verkeer, maar eerder met het uitwisselen van bepaalde lichaamsvochten. Die verwijzingen werden, nauwelijks verdoezeld, in Harris' songs gebouwd, wat eerder geile hits opleverde met titels als 'I Like My Fanny Brown', of 'I Like My Baby's Pudding'. Maar Wynonie's echte claim to fame is natuurlijk dat hij al in 1948 in Swingtown opviel met zijn versie van Roy Browns 'Good Rocking Tonight', dat pas écht een wereldhit zou worden in 1954, in de uitvoering van een zekere Elvis Aaron Presley, uit Tupelo.

DAAR IS DE KONING

Goed. Daarmee is eindelijk de naam der namen gevallen. En zou ik een kroon op zijn aanvankelijk nog smalle hoofd kunnen zetten met de stellige bewering dat hij en hij alleen aanspraak zou mogen maken op het epitheton King.

In de tweede helft van de jaren '50 was hij dat ontegensprekelijk, al zijn er ook argumenten tegen dat koningschap. Dat hij zijn eigen repertoire niet schreef vinden sommigen een manco. Zijn veelal belabberde filmcarrière gaf ook al geen blijk van een sterke ruggengraat of een strak levensplan. Dat hij daarna, moe gefilmd, terug naar zijn fans wilde keren om op te treden, maar artistiek toch vooral strandde in het zand van Las Vegas, met hier en daar een lijzige karateslag als bonus, is ook geen vrolijk verhaal. Maar goed, toch zeg ik u: Elvis is de Koning!

Waarom? Ik heb de bewijzen hier bij me. En wel in de vorm van een prachtig parallellepipedum genaamd 'Elvis Presley The Album Collection' (2016). Er zitten zestig cd's in die box, alsook een boekwerk waarin alles staat wat de in Elvis gelovende gemeenschap nodig heeft om wegwijs te raken binnen deze zondvloed aan Presley-platen. Laten we wel wezen: het gaat hier niet om uitsluitend meesterwerken. U mag van mij de soundtracks van 'Fun in Acapulco', 'Girl Happy' en 'Harum Scarum' meteen wegschenken aan een tombola in Türkistan, maar pas toch op met die van 'Spinout', want daarop staat als bonustrack een meer dan vijf minuten lange en innig mooie versie van Bob Dylans 'Tomorrow is a Long Time', al modelleert Elvis zijn lezing toch vooral op die van Odetta. Let ook op dat u de goed verborgen latere hits 'Guitar Man' en 'U.S. Male' niet weggooit. Voor Elvis op zijn best moeten we vooraan in de doos zitten. Daar zitten dicht bij mekaar geprangd 'Elvis Presley' (met onder andere 'Trying to Get to You', 'Money Honey', 'Just Because' en zijn versie van 'Blue Suede Shoes', 'Tutti Frutti' en andere 'I Got a Woman''s). Ook fabuleus: 'Elvis' ('When My Blue Moon Turns to Gold Again', 'Old Shep' en 'Ready Teddy'). En de soundtracks die er wél toe doen: 'Loving You', 'King Creole', zelfs 'G.I. Blues'. Om nog te zwijgen over 'A Date with Elvis' en 'For LP Fans Only'. Om dan, na zijn legerdienst, weer terug te keren met de even betoverende als soliede lp 'Elvis Is Back!'. Daarna komen nog een aangename verrassing of twee ('From Elvis in Memphis' en 'Elvis Country') en een eindeloze stroom liveplaten waarvan ik helaas alleen 'That's The Way It Is' en 'On Stage' kan aanbevelen. Ook altijd welkom wanneer u op zoek bent naar enige words of wisdom: de in wijwater gemarineerde gospelplaten als 'His Hand in Mine', 'How Great Thou Art' en 'He Touched Me'.

SHAKESPEARE

Stevie Wonder, in wie wij zoals het hoort een blind vertrouwen koesteren, beweert daarentegen dat de enige échte stichter-vader van de rock Chuck Berry heet. Point taken, Steve. Sterker nog: als er een poëzieprijs bestond die rockdichters bekroonde, dan zetten ook wij voor de volledige 100 procent in op Chuck. Hoe Charles Edward Anderson (1926-2017) de rijke Engelse taal, samen met al haar metrummogelijkheden en haar rijkelijk rijmarsenaal, voor zijn songschrijverskar kon spannen, is werkelijk indrukwekkend! Hoe hij daar dan nog een elastieken gitaarsolo aan kon toevoegen, onderwijl een sierlijke duckwalk uitvoeren en er nog een gekke bek of twaalf bij trekken! Ronduit indrukwekkend.

De lijst van Berry's Greatest Hits is op zich alleen al rockgeschiedenis. Speel na mekaar 'Maybellene', 'Carol', 'Nadine', 'Johnny B. Goode', 'Roll Over Beethoven', 'Come On', 'No Particular Place to Go', 'Sweet Little Rock 'N' Roller', 'Too Much Monkeybusiness', 'Memphis Tennessee', 'You Never Can Tell' en 'Brown Eyed Handsome Man' en laat uw innerlijke sint-vitusdans ontbranden.

En krab vooral daar waar het jeukt. Luister daarna ook eens naar wat The Beatles en de Stones, The Beach Boys, Bruce Springsteen, The Kinks, The Who, alsook Chucks vrienden en tijdgenoten - Carl Perkins, Buddy Holly en Elvis zelve - ermee aanvangen en stel met ons vast wat een spirit, vakmanschap en muzikaliteit aan dat repertoire zit. Met nauwelijks een uitschuiver. Al hield ik bepaald niet van zijn laatste grote hit, het ietwat vulgaire 'My Ding-A-Ling', dat we dan weer kunnen thuisbrengen onder de rubriek Dirty Blues. Toen Dylan ooit zei dat Chuck eigenlijk de Shakespeare van de rock was, had hij beslist niet 'My Ding-A-Ling' in gedachten en wellicht evenmin het ook al middelmatige 'Too Pooped to Pop'.

Over alles wat dirty was kon Chuck Berry als ervaringsdeskundige een aardig woordje meespreken. Behalve dat hij daar liefst en in alle talen over zweeg. Berry wordt door vriend en vijand aanzien als een superieur gitarist, componist, songschrijver en zanger, maar scoort als mens een stuk minder. Hij had een lastig karakter, gaf bijna altijd bewust minderwaardige optredens met een vaak snel ter plaatse geregelde pick-up band. Als het publiek om een bisnummer vroeg, eiste hij meteen meer geld van de promotor. Zijn platenopnames klinken vaak slordig, omdat Berry daar écht weinig tijd wilde insteken. En zelfs tegen mensen die het goed met hem meenden in zijn magere jaren - ik denk aan Eric Clapton en Keith Richards - deed hij regelmatig erg vervelend.

Chuck Berry

Maar een eeuwigdurende schandvlek op zijn reputatie zou toch zijn levenslange gewoonte zijn om het niet nauw te nemen met de seksuele moraal. Of met de moraal, tout court. Chuck Berry belandde een paar keer langdurig in de nor en wanneer hij too pooped to pop was of zijn ding-a-ling even buiten werking verkeerde, werd hij zonder meer een vieze voyeur die zijn geluk haalde uit het observeren van plassende vrouwen in het wc van het restaurant dat hij uitbaatte.

De songs, de riffs, de duckwalk: die zijn samengeteld ontegensprekelijk cultureel erfgoed van de XXste eeuw. Maar er zit jammer genoeg een geurtje aan. Dat van damesurine.

Volgende week: Somethin' Else

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234