1 jaar later: reconstructie van de anti-terreuractie in Verviers 'Zodra je flikken ziet: boem-boem-boem!'

Met de inval in Verviers, de grootste antiterreuractie van de Belgische politie ooit, werd op 15 januari 2015 een aanslag verijdeld die de voorafspiegeling zou blijken van een nog veel grootschaliger golf van geweld in Parijs. Humo reconstrueerde de dagen, uren en minuten in de aanloop van een bloedig oorlogstreffen in een armtierig rijhuis.

‘Meneer de burgemeester, over enkele ogenblikken zal er een belangwekkende operatie op uw grondgebied plaatsvinden. Ik neem spoedig opnieuw contact met u op.’ Burgemeester Marc Elsen schrikt zich een hoedje wanneer hij op donderdag 15 januari rond kwart voor zes ’s avonds een telefoontje krijgt van André Desenfant, directeur-coördinator bij de federale politie, die een ultrageheime actie van de Speciale Eenheden van de federale politie (DSU) in Verviers aankondigt.

Marc Elsen «De operatie was zo geheim dat hij me zelfs niet kon zeggen waar het precies zou gebeuren. Ook mijn korpschef van de lokale politie wist van niks. Niet ver van het stadhuis, zo bleek, want bijna meteen daarna hoorden we het lawaai van schoten en drong de geur van zwavel tot in mijn kabinet door. Erg lang duurde het allemaal niet. De Rue de la Colline ligt maar op een paar honderd meter van het stadhuis, maar toen ik ter plaatse kwam, was de actie al afgelopen.»

Een agent van de Speciale Eenheden «Voor de inval begon, hadden we een lading explosieven op de twee verduisterde ramen aan de voorgevel van het huis geplakt. De ontploffing van de ramen was het startsignaal: zodra het glas brak – eerst rechts, dan links – vuurde een collega van de Franse veiligheidsdienst een speciale granaat naar binnen om de verdachten in het huis te verblinden en een paar ogenblikken te verlammen. Zo’n twintig collega’s stormden op de ramen af en onmiddellijk werd er langs beide kanten geschoten. Minutenlang. We hadden wel weerwerk verwacht, maar zeker niet zo lang en zo heftig. De verdachten bleven maar schieten, terwijl ze ‘Allahu akbar!’ riepen. Op een bepaald moment dreigden we zonder munitie te vallen. Een Franse granaat raakte de koelkast, die in brand vloog. Omdat er een houten vloer was, verspreidde het vuur zich snel. De brandweer durfde niet te blussen omdat het vuurgevecht nog aan de gang was. Een collega is toen met een brandslang het gebouw binnengedrongen om te blussen. Intussen moesten we ook de bovenburen, die nog in het huis zaten, evacueren.»

Op de tweede verdieping van de Rue de la Colline 32 zit de jonge bovenbuurvrouw, Stéphanie Riga, doodsbang in een hoekje van haar fauteuil te luisteren naar de knallen, sirenes en de zenuwachtige mannenstemmen op straat.

Stéphanie Riga «Ik durfde niet aan het raam te gaan kijken. Het hele gebouw daverde. Ik dacht: ‘Straks komt alles hier naar beneden.’ Toen werd er op de deur gebonsd: ‘Politie!’ Ik deed snel open, want ze dreigden ermee de deur in te beuken. Het waren mannen in gepantserde pakken met bivakmutsen, die zegden dat ik met hen moest meekomen. Ik trok snel mijn schoenen aan en volgde hen naar de zolderkamer, waar een student van 18 woonde. Ook hij was compleet verrast en trilde als een espenblad, de arme jongen. Intussen kwam de rook omhoog in de trappenhal, ik zag niks meer en kon haast niet ademen. De politie wilde ons via het dak laten ontsnappen, maar dat was te gevaarlijk omdat ze buiten nog altijd aan het schieten waren. Uiteindelijk zijn we toch langs de trap naar beneden gelopen – tussen twee van die gespierde ‘militairen’ in.

»Toen het schieten stopte, namen ze ons mee naar buiten. Op straat zag ik een jongen op zijn knieën zitten in zijn onderbroek, handboeien op de rug en een blinddoek om. Het was koud en hij kreeg schoppen van de politie. Hij had vrij lang haar met krullen. Ik had hem nog nooit eerder gezien in de Rue de la Colline. Later hoorde ik dat zijn twee vrienden, die op het gelijkvloers woonden, doodgeschoten waren. Aardige jongens, nochtans.»


Biddend ten onder

Er vallen twee doden bij de politieoperatie, die nauwelijks tien minuten heeft geduurd. Het appartement is vernield, deels door de brand, deels door het vuurgevecht, de muren zitten onder het bloed, tussen kapotgeschoten meubels liggen overal patronen. De agenten van de DSU vinden het doorzeefde lichaam van Soufiane Amghar achter in de slaapkamer, met twee leeggeschoten kalasjnikovs naast zich: één aan zijn voeten, de andere langs zijn zij. Zijn huisgenoot Khalid Ben Larbi, een kanjer van honderd kilo, ligt stuiptrekkend in de keuken boven op zijn kalasjnikov. Hij sterft ter plekke aan zijn kogelwonden – een dertigtal – terwijl hij de naam van Allah prevelt. Of smeekt hij om genade? Uit de geluidsopnames in het huis valt volgens sommigen niet duidelijk op te maken of hij in zijn laatste ogenblikken hoopt op mededogen, dan wel biddend ten onder gaat.

De derde man, de 25-jarige Marouane El Bali, is tijdens het vuurgevecht door de keuken en de slaapkamer naar de badkamer geslalomd, en probeert via het raam te vluchten langs de achterkoer, maar loopt daar recht in de armen van een agent van de Speciale Eenheden. ‘Dat de derde man het overleefd heeft, is eigenlijk een mirakel,’ zegt een lid van de DSU. ‘Mijn collega schatte in een fractie van een seconde in dat de verdachte geen direct gevaar vormde. Hij heeft dus ook niet geschoten. Zoiets vergt ervaring en koelbloedigheid, en voor mij is het een bewijs dat de inval op een heel professionele manier is gebeurd.’ El Bali, de man die buurvrouw Stéphanie in slip op straat heeft gespot, komt er letterlijk met één schram aan zijn hand van af, van een glasscherf van het badkamerraam. De Molenbekenaar is 27 minuten voor de inval bij de twee terreurverdachten in Verviers aangekomen, en beweert aanvankelijk dat hij ‘toevallig’ op bezoek was.

'De terreur­verdachten van Verviers wilden chef van de federale politie Catherine De Bolle ontvoeren en onthoofden.'

Volgens het federaal parket vormen de drie mannen de kern van een Belgische terreurcel die op het punt staat ‘in de komende uren’ een aanslag te plegen op een politiecommissariaat. ‘Mogelijk waren ze van plan zich als agenten te vermommen om dichter bij hun doelwit te geraken.’ In het appartement worden naast vier oorlogswapens ook vier handvuurwapens gevonden, munitie, een flinke som geld, chemische producten om bommen te fabriceren, verschillende gsm’s en walkietalkies, een GoPro-camera en politie-uniformen die nog in hun verpakking zitten. Uit telefoontaps weet de politie dat de jongens in Verviers hun orders krijgen van ene Abou Omar, een alias voor Abdelhamid Abaaoud, de beruchte Molenbekenaar die ook een belangrijke rol zal spelen in de aanslagen van Parijs op 13 november 2015. Abaaoud maant zijn kompanen in Verviers aan tot voorzichtigheid: ze moeten zo vaak mogelijk van telefoon en simkaart veranderen – zelf wisselt Abaaoud op korte tijd vijf keer van telefoon en van nummer – en ze dienen hun auto’s te controleren op afluisterapparatuur, zeker onderaan.

Een agent van de Speciale Eenheden «De mannen in Verviers waren extreem nerveus. In de dagen voor de inval zetten ze de wekker om kwart voor vijf ’s ochtends om te controleren of ze niet werden geobserveerd. Ze wisten dat we pas vanaf vijf uur ’s ochtends huiszoekingen konden doen en hielden zich klaar met hun wapen in de aanslag. Tijdens het afluisteren hoorden we de ene duidelijk tegen de andere zeggen: ‘Vergeet niet te laden,’ waarna we het geklik van een lader hoorden.»

De Belgische politie ontvangt na de actie in Verviers wereldwijd felicitaties omdat ze, precies een week na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher in Parijs, een nieuw bloedbad in België hebben verijdeld. Plots is er het besef dat er ook in ons land slapende terreurcellen van jihadisten bestaan, die vanop afstand geactiveerd of aangestuurd kunnen worden. ‘We wisten toen al dat Verviers nog maar het topje van de ijsberg was,’ zegt Jaak Raes, baas van de Staatsveiligheid, daar vandaag over.

Daags na de inval wordt het terreurniveau in ons land verhoogd van 2 naar 3 en verschijnen para’s in het straatbeeld om rechtbanken, politiecommissariaten en politieke instellingen te bewaken. In tal van steden mogen politieagenten enkel met kogelvrije vesten naar buiten. De terreurverdachten waren van plan om een aanslag te plegen op een Brussels of een Molenbeeks politiekantoor. Ze hadden ook een villa in Denderleeuw gehuurd waar ze een hogere politieofficier naartoe zouden brengen om hem daar te onthoofden voor het oog van de camera. De beelden zouden op het internet gegooid worden – uitstekende propaganda voor IS. In de afgeluisterde gesprekken vielen onder meer de namen van de Molenbeekse politiecommissaris en van de baas van de federale politie, Catherine De Bolle. Het onderzoek van de Brusselse onderzoeksrechter Isabelle Panou naar de terreurcel in Verviers loopt nog, maar wordt wellicht afgesloten op 15 januari 2016, precies één jaar later.















'Marouane El Bali sprong door het venster van de badkamer naar de achterkoer en overleefde zo de inval.' Het onderkomen pand in Verviers


Doorzeefd

In juli 2015, een goeie vijf maanden na de inval, dient de familie van de doodgeschoten terreurverdachte Soufiane Amghar een klacht in tegen de politie wegens moord. ‘De familie Amghar is helemaal niet uit op sensatie,’ zegt hun advocate Virginie Taelman.

Virginie Taelman «Het zijn eenvoudige mensen uit Molenbeek die willen begrijpen wat er met hun zoon is gebeurd. Ze hebben het gevoel dat ze niet alles weten en dat er met opzet dingen voor hen verborgen worden gehouden. Ze willen niet afgescheept worden met de redenering: ‘Het was een terrorist, dus het is normaal dat hij dood is.’

»De ouders van Soufiane Amghar zijn in april 2014 zélf naar de politie gestapt om de verdwijning van hun zoon aan te geven. ‘We denken dat hij in Syrië zit.’ Wie doet dat, zijn eigen zoon bij de politie aangeven? Daar beloofden ze een onderzoek. ‘Maakt u zich maar geen zorgen,’ zeiden ze, ‘we houden u op de hoogte.’

»Er kwam geen nieuws van de politie na de inval in Verviers. Maar drie dagen later kreeg de familie Amghar ’s morgens vroeg de politie over de vloer: een gespierde huiszoeking, waarbij de hele familie in het salon bijeengedreven werd. Daar vernamen ze dat Soufiane was doodgeschoten, bijna terloops: ‘Uw zoon is trouwens omgekomen bij de inval in Verviers.’ Drie dagen later! Zo behandel je de familie van een overledene toch niet? Nadien hebben ze hemel en aarde moeten bewegen om het lichaam van hun zoon te kunnen recupereren. Het was in een catastrofale staat, doorzeefd met veertig kogels. Ook daar heeft de familie vragen over. Leefde hun zoon nog toen de laatste kogel werd afgevuurd? Was het echt nodig om met zoveel geweld in het huis binnen te vallen? Amghar was even voordien nog naar buiten gelopen om een durum te halen. Dan hadden ze hem toch gewoon op straat kunnen arresteren?»

Ook Sébastien Courtoy, de advocaat van terreurverdachte Marouane El Bali die de raid overleefde, heeft vragen bij het geweld en de doden die zijn gevallen.

Sébastien Courtoy «Laat me duidelijk zijn: die twee jongens in Verviers hadden oorlogswapens en munitie verzameld, ze kwamen allebei terug van Syrië én ze zaten ondergedoken. Ze waren duidelijk iets van plan. Maar er was geen onmiddellijk gevaar voor een aanslag. Dat is achteraf alleen maar door het parket beweerd om de inval te rechtvaardigen. Er was geen énkele aanwijzing dat die jongens daags nadien een commissariaat of een ander doelwit zouden aanvallen. Er was dus ook geen enkele reden om het huis in Verviers die avond binnen te vallen en de verdachten dood te schieten.»

'Er was géén onmiddellijk gevaar voor een aanslag. Dat is achteraf alleen maar door het parket beweerd om de inval te rechtvaardigen' Advocaat Sébastien Courtoy

Naast het terreuronderzoek in Brussel loopt er een tweede onderzoek in Verviers bij onderzoeksrechter Marc-Albert Jamin naar de manier waarop de inval gebeurde. Volgens advocaten zou de inval in het huis gefilmd zijn, maar weigert de politie de beelden te tonen.


Volkswagen en Renault

‘Het waren nette, beleefde jongens,’ vertelt Stéphanie Riga (28) over haar onderburen, terwijl ze een zelfgerolde sigaret dichtlikt. ‘Altijd een vriendelijke ‘bonjour’ en ‘au revoir’ als ze buiten op de stoep een sigaretje stonden te roken.’ Ze zit in de vlekkerige divan in haar onderkomen appartementje, waar ze een jaar geleden bijna de hemel op haar hoofd voelde neerkomen.

Amghar en Ben Larbi waren enkele maanden voor de inval op het gelijkvloers ingetrokken. Veel kwamen ze niet buiten, en de zwarte luxaflex voor de ramen was altijd naar beneden. ‘Eén keer in december zijn ze komen aankloppen omdat de elektriciteit bij hen was uitgevallen, ze hadden te veel apparaten aangesloten,’ herinnert Stéphanie zich. ‘Ik heb hen toen het nummer van de huisbaas gegeven.’

'Een paar uur voor de inval zei de ene verdachte tegen de andere: 'Morgen gaan we geschiedenis schrijven.' Er was geen twijfel: vrijdag zouden ze een aanslag plegen' Een politiebron

Stéphanie weet niet dat haar vriendelijke onderburen worden geschaduwd door de politie, en dat een camera in de straat filmt wie er in en uit het huis loopt. De politie is een onderzoek gestart op basis van een rapport van de Staatsveiligheid op 14 december 2014. Ze hebben de informatie uitgediept van een zogenoemde walk-in, een informant die uit de terreurcel van Verviers is gestapt. Hij is op eigen initiatief naar de politie gegaan en heeft in ruil voor een nieuwe identiteit in het buitenland het netwerk van Abaaoud blootgelegd. Het zijn, behalve de twee verdachten in het safehouse in Verviers, een tiental verdachten uit – wie verbaast het nog? – Brussel en Molenbeek. Hun profiel is meestal hetzelfde: het zijn kleine criminelen met een verleden van diefstallen, drugs of overvalletjes in de metro. Jongens die allesbehalve met religie bezig zijn en weinig vooruitzichten hebben. Soufiane Amghar staat bijvoorbeeld bekend bij het gerecht als een kleine oplichter die in politie-uniform bejaarde dames misleidt en berooft. De meesten zijn opgegroeid in dezelfde buurt en onder elkaars invloed geradicaliseerd.

Wekenlang wordt telefoonverkeer afgeluisterd, codetaal ontcijferd, en worden verdachten geschaduwd. ‘In de aanloop naar Verviers hebben we zoveel technische middelen en manschappen moeten inzetten dat het alle andere gerechtelijke onderzoeken in België hypothekeerde,’ zegt een politiebron. ‘In die dagen hebben alle andere criminelen vrij spel gehad. Gelukkig wisten ze dat zelf niet.’

Soufiane Amghar en Khalid Ben Larbi, twee jeugdvrienden uit Molenbeek, zijn op 8 april 2014 naar Syrië vertrokken. Hoelang ze daar precies blijven, is niet duidelijk – sommige bronnen spreken van één maand, andere van drie. Daarna keren ze, allebei afzonderlijk en in het grootste geheim, terug. De ene duikt onder in Duitsland, de andere in Frankrijk, waar ze op verdere orders wachten.

In november 2014 keert ook hun Brusselse kompaan Mohamed Arshad Mahmood (26) uit Syrië terug. Hij is een Belg van Pakistaanse afkomst en voormalig trambestuurder bij de MIVB. In Syrië heeft hij orders gekregen van Abdelhamid Abaaoud. Hij vindt een goedkoop appartement in Verviers voor 415 euro per maand dat kan dienen als safehouse. Arshad Mahmood bemeubelt het, vervangt de afzichtelijke rode gordijnen door zwarte luxaflex en gaat dan zijn twee handlangers oppikken in Frankrijk en Duitsland – aan de telefoon hebben de verdachten het over ‘Renault’ en ‘Volkswagen’ om de landen niet te noemen, er is al betere codetaal gebruikt. Het Molenbeekse duo neemt zijn intrek in de Rue de la Colline 32, een groezelig huis in een onopvallende straat, niet ver buiten het centrum van Verviers.

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken wordt duidelijk dat Abdelhamid Abaaoud, die aan de touwtjes trekt, van plan is om naar België te komen. Volgens de politiediensten bevindt hij zich zelfs al in de buurt van Verviers. Hij raadt zijn kompanen aan om hun wapenarsenaal in een box of een garage te bewaren. Er is sprake van wapens met afgezaagde lopen, granaten en kogels die door een helm dringen. De aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher op 7 januari 2015 in Parijs worden verheerlijkt. Over de politie valt het onheilspellende zinnetje: ‘Zodra je de flikken ziet: boem-boem-boem!

Op 12 januari slaagt de politie erin om afluisterapparatuur in het huis van Verviers te verstoppen. Ze kunnen dan live de gesprekken volgen, en wat ze horen, is verontrustend. Staatsveiligheid, OCAD, parket en politie houden crisisvergaderingen. De premier en de minister van Justitie worden op de hoogte gebracht. Is er werkelijk een aanslag op til? Een bron uit het onderzoek is formeel: ‘Dat was zeker het geval. Een paar uur voor de inval hebben we de ene verdachte tegen de andere horen zeggen: ‘Demain, on fera l’histoire’ – Morgen gaan we geschiedenis schrijven.’ Er was geen twijfel: ze zouden vrijdag toeslaan.’

'In Verviers werden in totaal 213 kogels afgevuurd: 179 door de federale politie, 34 door de terreurverdachten'


Een gezellige avond

Donderdagavond, iets na vijf uur, krijgen Amghar en Ben Larbi bezoek uit Molenbeek. Het is Marouane El Bali (25), een vriend van Amghar. Die is even naar de kruidenier gelopen en ontmoet El Bali voor het huis. Ze gaan naar binnen. Ben Larbi, die de bezoeker nog nooit gezien heeft, schrikt zich een ongeluk en duwt El Bali een wapen onder de neus. Dan hoort hij van Amghar dat het oké is, maar de toon is gezet. ‘Je hebt me doen schrikken,’ zegt El Bali nors.

Buiten schemert het. In de Rue de la Colline zetten een dertigtal agenten van de Speciale Eenheden zich schrap. ‘We wisten dat El Bali in aantocht was, we hadden gewacht tot hij in het huis was, omdat hij een belangrijke logistieke rol speelde,’ zegt een bron binnen het onderzoek.

Binnen is de sfeer niet echt hartelijk. Amghar heeft aan Marouane El Bali gevraagd om voor wapens, valse papieren en een politiescanner te zorgen. El Bali heeft toegestemd, maar nog altijd niks geleverd. Die avond is hij door het duo in Verviers geconvoceerd. ‘Waar zijn de wapens?’ vragen de twee. El Bali, die met lege handen is gekomen, zegt dat de wapens besteld zijn. ‘Wat voor wapens zijn het?’ vraagt Amghar. ‘Kalasjnikovs? Uzi’s’?’ El Bali doet alsof hij er niet zoveel van kent:

- ‘Wapens met een lange loop.’

- ‘En een houten greep? Een kalasjnikov heeft een houten greep.’

- ‘Weet ik veel. Met een lader in het midden.’

Als het over de valse papieren gaat, kaatst El Bali de bal terug: ‘Jullie zijn in Syrië geweest, kunnen jullie zelf niet aan papieren geraken?’ Dat ligt moeilijk, legt Amghar uit. Sinds hun reis naar Syrië zijn ze in een gegevensbank van de politie terechtgekomen. Ze moeten zich dus koste wat het kost koest houden. ‘Ik sta ook geseind,’ repliceert El Bali – wat overigens niet blijkt te kloppen. Wanneer de gastheren vernemen dat hij ook geen politiescanner heeft kunnen vinden, is het ruzie in de barak. ‘Het is momenteel te link in Molenbeek,’ zegt El Bali. ‘Er rijden overal flikken in anonieme wagens rond.’ Hij dist een verhaal op over een neef van hem die bij de firma Sixt werkt, een wagenverhuurbedrijf waar de politie de wagens huurt. Waarheid of verzinsel? Dat is niet duidelijk.

Wat wel duidelijk is, is dat El Bali niet op zijn gemak is. Amghar en Ben Larbi vragen hem of hij blijft eten, maar El Bali slaat de uitnodiging af. ‘Dan drink je toch een glas thee met ons.’ Dat kan hij moeilijk weigeren.

De drie gaan in het salon zitten, nippen van hun thee en kijken televisie. Er is een bericht over krantenwinkels in Jette die bedreigingen hebben ontvangen omdat ze het nieuwe nummer van Charlie Hebdo verkopen. De mannen kijken en geven commentaar. Ben Larbi en El Bali zitten op de bank, Amghar staat achter hen. Dan volgt een explosie en een verblindend licht: de Speciale Eenheden zijn aan hun inval begonnen. Over hoelang het vuurgevecht precies duurt, lopen de versies uiteen. ‘Bijna tien minuten,’ zegt de politie, terwijl terreurverdachte El Bali het over ‘hooguit twee minuten’ heeft. Er zijn in totaal 213 kogels afgevuurd: 179 door de federale politie, 34 door de terreurverdachten.

Het vuurgevecht laat een diepe indruk na bij de buurtbewoners van de Rue de la Colline. De auto van Geneviève Duchesne, die tijdens de raid in de straat stond geparkeerd, is doorboord met drie kogelgaten van kalasjnikovs – ‘van portier tot portier, gaten zo groot als een stuk van 2 euro’. Overbuurman Frédéric Hausman beleeft zijn 15 minutes of fame op CNN omdat hij de hele operatie gefilmd heeft vanuit zijn woonkamer:

Marouane El Bali ontkent dat hij heeft geschoten. De kruitsporen die op zijn handen en in zijn broekzakken werden teruggevonden, zouden er door contaminatie zijn gekomen: in het appartement bleven de kruitdampen nog uren hangen, en de man werd bij zijn arrestatie gefouilleerd en uitgekleed. Sébastien Courtoy, de advocaat van El Bali, wil niet ingaan op de details van het onderzoek, maar preciseert dat zijn cliënt allesbehalve een islamist was.

'De politie ontdekte de terreurcel van Verviers dankzij de informatie van een insider die in ruil voor een nieuwe identiteit in het buitenland het netwerk van Abaaoud blootlegde.'

Courtoy «Een islamist springt niet door het raam als de politie hem aanvalt, die vecht terug voor Allah. Hij en Amghar waren oude vrienden, allebei kleine delinquenten uit dezelfde buurt. Ik wil van El Bali niet het grote voorbeeld voor de jeugd maken, maar hij had weinig redenen om mee te werken aan een aanslag. Mijn cliënt had werk als bewakingsagent en stond onder meer in voor de veiligheid op verschillende Europese toppen en tijdens het bezoek van president Obama. Daar was hij bijzonder trots op.»

Een Molenbeekse vriend vertelt dat hij El Bali de avond voor de inval in Verviers nog in een café aan het metrostation Zwarte Vijvers heeft zien zitten. ‘Hij rookte joints en amuseerde zich kostelijk,’ zegt de jeugdvriend, die in de nasleep van Verviers zelf ook even als terreurverdachte werd aangehouden – onterecht, bleek later. ‘Zes dagen na de inval ben ik Marouane in de gevangenis tegengekomen. Ik herkende hem haast niet. Hij had zes dagen gehuild. Zijn broer werkt nu dag en nacht om zijn advocaat te kunnen betalen, en hij heeft ook al een collecte gedaan in Molenbeek, waar iedereen hem kent.’


Op de vlucht

Een kwartier na de inval in de Rue de la Colline volgen op verschillende plekken in het land huiszoekingen. Twaalf in totaal, waarvan de meeste in Molenbeek en Brussel. Er worden acht verdachten opgepakt. In de Molenbeekse cafés gaat het nieuws over de politie-interventies rond als een lopend vuurtje. Souhaib El Abdi, een vriend van Amghar en Ben Larbi, hoort dat de politie hem zoekt en slaat op de vlucht. Hij schakelt zijn oudere broer Ismaël in omdat die een auto én een rijbewijs heeft, en smeekt hem om hem ‘ergens buiten België’ te brengen. Het duo vertrekt in vliegende vaart, totaal onvoorbereid, de babystoel nog op de achterbank. Ze willen naar Nederland vluchten, maar op de Brusselse ring ter hoogte van Anderlecht vergissen ze zich van afslag, waardoor ze plots op weg naar het zuiden zijn. De broers worden nog dezelfde nacht gearresteerd aan de Frans-Italiaanse grens.

‘Het was direct duidelijk dat Ismaël El Abdi niets met het terreurnetwerk te maken heeft,’ zegt zijn advocaat Xavier Carette. Voor zijn jongere broer Souhaib ligt dat anders. De jongeman heeft in Molenbeek een bloeiend handeltje in valse papieren. In het najaar van 2014 is hij door Arshad Mahmood benaderd, de man die ook het appartement in Verviers huurde, met de vraag om een reeks valse paspoorten en rijbewijzen te laten maken. In opdracht, zo ontdekken de speurders, van niemand minder dan Abdelhamid Abaaoud. Bij Souhaib El Abdi thuis vinden de onderzoekers een reeks pasfoto’s van de Belgische terrorist, telkens in andere vermommingen: met bril, met baard, snor of pruik, en dan weer zonder.

‘Eigenlijk was Abdelhamid Abaaoud de man die we het liefst hadden gepakt bij de actie in Verviers,’ zegt een politiebron. ‘Dat dat niet is gelukt, zegt iets over de urgentie van de inval. We hoopten de schuilplaats van Abaaoud te vinden om hem tegelijk met de andere verdachten te kunnen arresteren. Maar omdat we niet meer konden wachten, is hij kunnen vluchten.’ Met catastrofale gevolgen, zo zal blijken. Abaaoud neemt direct na de inval de benen naar Griekenland. Onderweg wordt hij gecontroleerd door de politie, maar hij raakt vlot door de controle met valse papieren. ‘Dankzij God,’ schrijft hij later op Facebook. De speurders pikken zijn spoor op in Athene, waar hij opnieuw, onder het oog van de internationale veiligheidsdiensten, van de radar verdwijnt. Via een lek in de pers was Abaaoud te weten gekomen dat hij in de Griekse hoofdstad werd gezocht.

In Athene wordt wel ene Omar Damache (33) ingerekend, een Algerijn die ervan wordt verdacht onderdak te hebben verleend aan Abaaoud. De man zelf, die door de Grieken aan België werd uitgeleverd, ontkent in alle talen.


Flierefluiter

Abdelhamid Abaaoud heeft eind 2014 in Syrië een heldenstatus bereikt als de Belgische terreurtoerist die lachend de lijken van gesneuvelde afvalligen voortsleept met zijn terreinwagen. Bij de Belgische politiediensten staat de 26-jarige Belg nog niet bekend als de grote beramer van aanslagen. Daar komt verandering in na Verviers, waar hij als het brein wordt beschouwd. ‘Of toch minstens als hoger middenkader,’ zegt afscheidnemend directeur van OCAD André Vandoren daarover. ‘In Verviers was Abaaoud méér dan een uitvoerder. Hij coördineerde mee het evenement, maar hij had wellicht nog mensen van IS, Belgen in Syrië, boven zich.’ Later brengt de politie Abaaoud ook in verband met de verijdelde aanslag, afgelopen zomer, op de Thalys in Brussel. De aanslagen van 13/11 in Parijs worden zijn grote triomf na alle eerdere mislukte pogingen, met 130 doden op één avond.

Dat Abaaoud in Parijs een leidende rol had, en dat er in speurderskringen met een zeker respect over hem wordt gesproken, wordt in Molenbeek weggelachen door iedereen die de kruidenierszoon ooit heeft gekend. ‘Abaaoud was geen groot licht, en allesbehalve een brein,’ zegt een vriend die nachtenlang met hem in de cafés aan de Brusselse Beurs uitging, en hem vaak stomdronken van de grond moest rapen. ‘Hij was een clown en een dronkenlap.’

‘Dat kan wel zijn,’ zegt een onderzoeker, ‘maar Abaaoud heeft nadien wel bewezen dat hij érg goed was in wat hij deed. Hij was een lefgozer die mensen kon aansturen, met een geweldig netwerk. Zelfs een alcoholicus kan een ‘held’ worden in de juiste omstandigheden.’

'Clown en dronkenlap Abaaoud ontpopte zich volgens de speurders tot een lefgozer die mensen kon aansturen.'

Samen met enkele jeugdvrienden, onder wie de vandaag overal gezochte terrorist Salah Abdeslam, pleegt Abaaoud als jonge twintiger verschillende diefstallen en overvallen, waardoor hij geregeld enkele maanden in de gevangenis belandt. Tijdens verschillende verblijven achter de tralies ontmoet hij moslimconsulent Chebli en een imam die niet bij naam genoemd wil worden. Zij omschrijven hem in die periode als ‘een kerel die met alles bezig is behalve religie’. De grote ommekeer begint in de gevangenis, maar krijgt volgens de moslimgeleerden zijn beslag in Egypte. Dáár is hij echt geradicaliseerd.

De imam «Een vriend van Abaaoud heeft me ooit verteld dat hij samen met hem in Marokko op vakantie was. Abaaoud zat in een dip. Hij zag in dat hij erg laag was gevallen. Hij rookte en – vooral – hij dronk veel te veel. Hij was verslaafd. Het was tijd om zich te bevrijden. Hij streefde ‘een versterving’ na, ‘een uitdrijving’. En hij is naar Egypte vertrokken, waar hij in Caïro de Koran is gaan bestuderen.»

Chebli «Hij was veranderd toen hij van Egypte terugkwam: hij droeg andere kleren en had een baard. Ik weet niet wie hij allemaal in Egypte heeft ontmoet. Mogelijk zat hij bij de Takfir wal-Hijra (ook bekend als Martelaren voor Marokko, een extreem genootschap van soennieten en een spin-off van de Moslimbroeders, die zelfs andere moslims als afvalligen en ongelovigen beschouwen, red.).»

De imam «Begin 2014 is hij, na een korte trip naar Egypte, doorgereisd naar Syrië, waar zijn nieuwe leven als IS-militant begon.»


500 kogels

De Belgische jihadist blinkt uit in zijn public relations en timmert zorgvuldig aan zijn duivelse imago. Er zijn de stralende selfies met kalasjnikovs op Twitter en Facebook. Er is de hallucinante video met de lijken in de woestijn. Er is de theatrale ontvoering van zijn 13-jarige broertje Younes na schooltijd, waarvoor hij even van Syrië naar België is overgewipt. Er is zijn eigen dood die hij in scène zet. Na de verijdelde aanslag van de terreurcel in Verviers geeft hij een interview in Dabiq, een onlinetijdschrift van IS, waarin hij pocht dat hij onder het oog van de politie in Verviers aanwezig was, en ongrijpbaar bleef voor alle veiligheidsdiensten in de wereld.

'De politie hoopte ook Abaaoud in Verviers te arresteren, maar kon niet langer wachten op zijn komst omdat de aanslag 'in de volgende uren' gepland was. Daardoor kon de topterrorist ontkomen, met catastrofale gevolgen'

In mei 2014 krijgt Abdelhamid Abaaoud een expliciete vermelding in een rapport van de Amerikaanse inlichtingendiensten, die waarschuwen voor nog meer aanslagen van teruggekeerde IS-strijders in Europa. ‘Abaaoud zou een schitterende geheim agent zijn,’ zegt een onderzoeker. ‘Hij is een James Bond, maar dan aan de verkeerde kant.’

Abdelhamid Abaaoud blijft maandenlang één van de meest gezochte jihadisten ter wereld. In het najaar van 2015 mengt hij zich in de vluchtelingenstroom naar Europa om Frankrijk ongemerkt binnen te komen. ‘Een aantal van de terroristen in Parijs zijn met een vals Syrisch paspoort het land binnengekomen,’ aldus een Franse politiebron.

In Parijs wordt duidelijk dat de jihadisten lessen geleerd hebben uit wat er – in hun ogen – is misgelopen in Verviers, zegt de baas van de Staatsveiligheid Jaak Raes in een recent interview met De Standaard.

Jaak Raes «De terroristen van Verviers zaten allemaal samen in één huis. Die van Parijs niet, ze zijn van overal gekomen naar verschillende adressen. En er zijn wellicht communicatiemiddelen gebruikt die wij niet kunnen afluisteren, apps waar zelfs een aantal zeer krachtige buitenlandse diensten machteloos tegenover staan (de beveiligde chatdienst Telegram, red.).»

De avond van 13 november 2015, wanneer de hel losbreekt in Parijs, herbeleeft Stéphanie Riga in Verviers de nachtmerrie van haar leven.

Riga «Alles kwam terug. De angst, de paniek, de nachtmerries. Ik slaap nog altijd met een mes onder mijn bed. De meeste buurtbewoners waren overstuur toen bleek dat in Parijs dezelfde dader in het spel was.»

Het laatste spoor van Abdelhamid Abaaoud voor hij gevat wordt, zijn camerabeelden in de Parijse metro, waar je hem over een toegangspoortje ziet springen op zijn oranje sneakers, terwijl de aanslagen nog in volle gang zijn. Vijf dagen na de dodelijke golf in Parijs vallen de Franse Speciale Eenheden een appartement in Saint-Denis binnen, waar Abaaoud zich met zijn nicht en een tweede medeplichtige heeft verschanst. De inval is bijzonder bruut en gewelddadig. De kruidenierszoon uit Molenbeek die een versterving wilde doen voor zijn losbandige jeugd en James Bond-allures kreeg, eindigt er volgens justitieminister Koen Geens met ‘vijfhonderd kogels’ in zijn lijf.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234