null Beeld

1 jaar na de aanslagen: hoe bang zijn onze kinderen?

Zonder elkaar een mietje te noemen: we zijn het voorbije jaar allemaal bang geweest. Bang om het vliegtuig te nemen in Zaventem, om op een Brusselse metro te stappen, om een gek met een bom tegen het lijf te lopen. Als wij, grote mensen, de schrik al af en toe voelden opborrelen, hoe moeten kinderen zich dan hebben gevoeld?

'Als jij je angst niet onder controle hebt, zal je kind ook niet met zijn eigen angst leren omgaan'

Sinds 22 maart 2016 heeft kinderpsychiater Lieve Swinnen in haar praktijk De Hoeksteen geen kinderen over de vloer gekregen die bang zijn voor aanslagen.

Lieve swinnen «Niet dat er nu niet méér angst is. Die is er wel degelijk, maar het is een angst die wij, volwassenen, begrijpen. Ouders zijn er zelf mee bezig en vangen hun kinderen dus ook goed op.

»De dag van de aanslagen in Brussel begon elk kind dat hier op consultatie kwam, erover te vertellen. Ik werk altijd rond gevoelens – bang, boos, blij, bedroefd– en bij ‘bang’ vernoemen ze nu geregeld IS en terrorisme. Dat is niet nieuw – er zijn altijd thema’s geweest. In mijn kindertijd waren het de Chinezen: ik was doodsbang voor het Gele Gevaar (lacht). Het verschil is dat die thema’s vandaag dichterbij komen, zowel in het echt als via de media. Door de band genomen zijn er veel beangstigender situaties voor kinderen dan de aanslagen. Vechtscheidingen, bijvoorbeeld: daar zitten veel kinderen erg mee. Het meeste geweld gebeurt binnen het gezin, niet daarbuiten. Maar de aanslagen komen nu eenmaal in de media en de vechtscheiding van mama en papa niet.

»Begrijp me niet verkeerd: het is goed dat aanslagen in de media komen. Zo wordt er tenminste over gepraat. Denk maar aan het filmpje van dat jongetje en zijn papa na de aanslagen in Parijs: zo mooi hoe die papa aan zijn zoontje probeerde uit te leggen dat liefde alles overwint. Dat soort berichten zorgen voor een samenhorigheidsgevoel en dat pikken kinderen op.»

undefined

null Beeld

'Het meeste geweld komt voor binnen het gezin, maar een vechtscheiding komt niet in de media, die aanslagen wel'

HUMO Maar kinderen zijn vandaag niet banger dan vroeger?

Swinnen «Angsten zijn heel normaal in een kinderleven. Bangheid is één van de eerste emoties die baby’s ervaren als ze op de wereld komen. In elke fase van een kinderleven komen er andere angsten voor: het gaat van heel concreet – een baby schrikt van harde geluiden – tot abstract – een puber is bang om er niet bij te horen. Problematisch wordt het pas als de angst blijft duren wanneer het kind het object waarvoor het bang is, niet ziet en het zijn ontwikkeling belemmert. Dan kunnen we van een angststoornis spreken. Een voorbeeld: het is normaal dat een kind bang is voor de wiskundetoets van morgen, maar als die angst al weken op voorhand de kop opsteekt en zijn doen en laten bepaalt, dan is er een probleem.»

HUMO Hoe vaak komen angststoornissen voor?

Swinnen «Vaker dan je denkt. Maar liefst 15 tot 20 procent van de kinderen en jongeren maakt tijdens het opgroeien een angststoornis mee. Het is – en nu heb ik het over álle leeftijden – één van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen. Bij meisjes en vrouwen komen ze dubbel zo vaak voor als bij het mannelijke geslacht.»


Kaarsrechte letters

In het Angstcentrum, waar Jos Jazie kinderen en volwassenen door middel van cognitieve therapie leert omgaan met hun angsten, is er evenmin een toeloop van bange kinderen.

Jos Jazie «Kinderen kunnen zaken zoals de aanslagen van 22 maart doorgaans beter relativeren dan wij. Het hangt ervan af hoe snel het kind verbanden legt. Mijn ervaring is: hoe slimmer het kind, des te sneller het geneigd is dat te doen.»

HUMO U ziet in uw Angstcentrum vaker slimme kinderen?

Jazie «Eigenlijk wel, ja. Ik noem dat de ‘ja, maar’-kinderen: ‘Ja, maar...’ en dan komen ze weer met een andere uitleg voor hun angst.

»Ik vraag aan een kind nooit waarom het bang is, want het antwoord is altijd: ‘Daarom.’ Ik laat hen vertellen en probeer uit te vissen wat de redenering is achter zijn of haar gedrag. Zo kom ik van alles te weten en daarmee kan ik aan de slag.

»Gisteren had ik hier een meisje van een jaar of 17 met smetvrees. Niet dat ze bang is besmet te worden: ze is bang dat ze zelf iemand zou besmetten of zelfs vergiftigen. In mijn gesprekken vraag ik altijd naar de kindertijd. Bleek dat ze als kind heel traag schreef, omdat ze elke letter met een pootje naar boven of naar beneden kaarsrecht maakte en er ook nog een streep onder trok – je kon er een lat naast leggen, zo recht schreef ze. Op school zeiden ze dat ze wat achterstand had. Dat zie je wel vaker: de school begrijpt het verkeerd. Als dat meisje zichzelf bij elk dictee dwong om de letters zo recht mogelijk te schrijven en er een streep onder te trekken, dan kón ze dat dictee niet op tijd af hebben. Dat had niets met intelligentie te maken, maar wel met een dwangstoornis – die rekenen we ook bij de angststoornissen. Van de korte woordjes – dit, dat, hier – telde ze ook telkens het aantal letters. Waarom? ‘Dat moest,’ zei ze.»

HUMO Zegt u nu dat ze niet met die smetvrees had gezeten als de dwang die ze als kind had, op tijd was behandeld?

Jazie «Dat kan. Ik pleit ervoor om scholen en leerkrachten beter in te lichten over angstproblemen bij kinderen. Als ze de signalen herkennen, zullen ze het kind misschien minder snel klasseren: ‘Die is verlegen’ of ‘Die heeft een achterstand.’

»Ook ouders zouden die signalen moeten herkennen. Dat is niet altijd even gemakkelijk: bij kinderen uit angst zich vaak als boosheid. Stel dat de leraar tegen Kareltje zegt dat hij voor de klas moet komen staan en Kareltje is daar doodsbang voor – dat kan een sociale angst zijn – dan wordt hij misschien boos: ‘Nee, ik wil niet!’ Misschien wordt hij zelfs agressief. Dan zou de leraar de moeite moeten doen om te achterhalen waar die agressie vandaan komt.

»Of neem nu pesten: bij het merendeel van de kinderen die worden gepest, is er eveneens vaak sprake van zo’n sociale angst. We kunnen wel veel uitleg geven over pestgedrag en stickers tegen pesten uitdelen – dat is zeker niet verkeerd – maar misschien kunnen we ook de sociale angst van die kinderen aanpakken en hun weerbaarheid versterken. Dan zouden ze minder snel ten prooi vallen aan pesters.»

HUMO Komen dwangstoornissen en sociale angst vaak voor bij kinderen?

Jazie «Dwangstoornissen komen meer voor dan je zou denken. Het heeft ook een functie: elk kind vertoont gedurende een korte periode wel dwangmatig gedrag. Het geeft hen een gevoel van controle en veiligheid. ‘Als ik de dingen zo doe, dan gebeurt er straks niks met papa en mama’ – dat gevoel. Op een gegeven moment ebt de dwang vanzelf weg, behalve wanneer het kind er erg vatbaar voor is. Dan wordt het perfectionistisch en gaat het ritueeltjes gebruiken.»

undefined

null Beeld


Platgeknepen hand

Jazie «Ik zie hier vaak ouders die gebukt gaan onder een groot schuldgevoel: ‘Heb ik mijn eigen angsten overgebracht op mijn kind?’»

HUMO Dat kan toch? Na de aanslagen voelde ik me geruster als ik mijn zoontje met de fiets naar school bracht in Brussel in plaats van met de tram. Nu is hij zelf niet meer zo happig op die tram.

Jazie «Zo makkelijk breng je iets niet over op je kind. Het is best mogelijk dat een moeder van drie haar eigen perfectionistische, dwangmatige kantje doorgeeft aan één kind, omdat dat er vatbaar voor is, terwijl de andere twee er totaal geen last van hebben. Maar er bestaat natuurlijk wel een soort overdracht. Ik heb een keer een meisje met een panische angst voor honden behandeld, ook al was ze nooit aangevallen of gebeten door een hond. Ik vroeg aan haar mama: ‘Bent u bang voor honden?’ ‘Een beetje,’ zei ze, ‘maar ik laat dat nooit aan Liesje merken.’ Natuurlijk doet die moeder dat wel: als ze samen op straat wandelen en er komt een hond langs, dan voelt Liesje haar moeder in haar hand knijpen. Mama doet dat niet bewust, ze hoeft zich daar niet schuldig over te voelen. Maar ze zou er wel goed aan doen haar eigen angst te leren begrijpen. Daarom betrek ik de ouders altijd bij de therapie. Het heeft geen zin om alleen met de kinderen te werken.»

‘Angst zit overduidelijk in de genen,’ zegt Lieve Swinnen. ‘Je bent bang van aard of je bent het niet. Sommige kinderen zijn nooit bang – die hebben het gewoon niet in zich.’

HUMO Bange ouders krijgen bange kinderen?

Swinnen «Deels wel, ja. Maar als een kind de aanleg voor angst heeft geërfd, hoeft die aanleg zich nog niet te uiten.

»Zelf ben ik ook bang van aard. Ik heb – of beter: ik hád – een konijnenfobie. Geen van mijn drie zonen heeft die overgenomen. Ze vinden het te absurd voor woorden om bang te zijn voor een konijn (lacht). Maar mijn jongste zoon kreeg je bijvoorbeeld niet mee naar een pretpark. Van de drie had hij vroeger ook het meest last van heimwee. Die angst zat duidelijk in zijn aard, maar het heeft ook te maken met wat hij als kind heeft meegemaakt: toen hij 2,5 was, kreeg zijn oudere broer leukemie en was ik plots veel uit huis. Dat maakte hem heel aanhankelijk. Tot hij een jaar of 12 was, bleef hij wel een kwartier zwaaien als hij op schoolreis vertrok. Dat was pure scheidingsangst – van alle angststoornissen komt die het vaakst voor bij kinderen. Die ene gebeurtenis had dat bij hem uitgelokt.

»Als ouder hoef je je zeker niet schuldig te voelen. Je kunt het ook anders bekijken: je kind neemt niet alleen je aanleg voor angst over, maar ook positieve dingen, zoals je normen en waarden. Alleen moet je je ervan bewust zijn: ‘Als ik mijn angst als volwassene niet onder controle heb, dan is de kans groot dat mijn kind er ook niet mee zal leren omgaan.’»

HUMO Een ouder die sinds de aanslagen zelf de deur niet meer uit durft, brengt die angst wel over op zijn kind?

Swinnen «Ja, en dat kan soms ver gaan. Ik heb een gezin in begeleiding dat níéts meer buitenshuis doet. Ze kwamen hier omdat de zoon thuis agressief gedrag vertoonde – buitenshuis lukte alles prima. We kregen dat maar niet opgelost, tot we de thuisbegeleiding naar het gezin stuurden. Daar bleek dat mama de centrale factor was: bij ons leek ze heel normaal, maar thuis werd duidelijk hoe angstig ze eigenlijk was. Ze durfde het huis niet meer uit en daardoor gijzelde ze het hele gezin. Het gedrag van de zoon bleek een signaal te zijn van een probleem binnen het gezin. Toen we dat wisten, konden we eerst de angst van mama aanpakken en daarna het probleem van de zoon.»

HUMO Wordt een bang kind later ook een angsthaas?

Swinnen «Angsten hebben de neiging te komen en te gaan. Als het in je aard zit, dan is het zeker niet abnormaal dat je er in een aantal fases van je leven last van zult hebben, bijvoorbeeld bij stressmomenten. Angst hoort dan als het ware bij je.»


Slikken is stikken

Swinnen «Vandaag zag ik een meisje met een zogenaamde gegeneraliseerde angststoornis: ze is buitensporig bang voor van alles. Ze had zich hier een paar jaar geleden met mama aangemeld omdat ze bang was om fouten te maken op school – faalangst is één van de belangrijkste redenen waarom ouders met hun kind naar ons komen. Maar intussen is ze ook bang om ergens te gaan logeren, om te stikken en om niet te kunnen inslapen. Angst heeft iets van een olievlek die zich uitbreidt. Binnenkort is er een clubkampioenschap in haar turnclub. Ze is daar zo bang voor dat ze al weken het hele huis op stelten zet: ze blijft maar piekeren. Volgens haar mama is ze twee tot drie uur per dag met haar angsten bezig. Da’s veel, hoor.

»Haar mama doet haar uiterste best haar ervan te overtuigen dat ze niet bang hoeft te zijn, maar dat heeft absoluut geen zin. Angst is een gevoel, ze is niet rationeel, en je kunt je kind pas helpen als je op dezelfde golflengte zit.»

HUMO Het heeft dus geen zin te zeggen: ‘Monsters bestaan niet’?

Swinnen «Nee. Je kind wil erkenning voor zijn angst: ‘Ik zie dat je bang bent. Da’s vervelend voor jou, hè.’ Door die erkenning zakt de emotie een beetje en komt er ruimte vrij voor advies. Hoe zijn we zelf? Als ik straks thuiskom en tegen mijn man zeg dat ik een rotdag heb gehad, dan wil ik niet horen: ‘Ach, zo erg zal het wel niet zijn.’ Nee, ik wil erkenning.

»Hoewel angst niet rationeel is, is het mechanisme erachter, het gepieker, dat wel. Eigenlijk dénk je jezelf bang: ‘Wat als er weer een aanslag komt?’ Het is dus in dat denkproces dat we moeten ingrijpen.»

‘Wat je zeker niet moet doen,’ zegt Jos Jazie, ‘is tegen je kind zeggen: ‘Doe niet zo flauw.’ Nee, het kind doet niet flauw. Het is bang. Bangheid gelijkstellen aan lafheid, dat is middeleeuws.’

Jazie «Ik probeer altijd samen met het kind te achterhalen hoe het komt dat hij of zij bang is. Zo’n gesprek kan al vanaf de leeftijd van 6 jaar.

»Neem nu Lore: ze was 6, toen ze met haar mama bij mij kwam omdat ze niet meer wilde eten. Ze bleek een slikprobleem te hebben: ze was bang dat ze niet meer zou kunnen ademen als ze eten zou doorslikken. Ik vroeg haar het gaatje te tekenen waar volgens haar het voedsel door moest in haar keel. Ze tekende een minuscuul cirkeltje. Toen heb ik haar uitgelegd dat het gaatje echt wel groter is dan dat, en dat er, naast dat ene gaatje, nog een tweede gaatje in haar keel zit, waardoor de lucht naar haar longen kan. ‘O,’ zei ze. Daar had ze nog niet bij stilgestaan.

»Daarna ben ik met haar beginnen te oefenen. Ze was vooral bang dat er pitjes in haar keel zouden blijven steken, zoals ze het noemde. Daarom at ze bijvoorbeeld geen brood meer met graantjes erin en werd al haar eten gepureerd. Eerst heb ik een klein stukje brood met haar gegeten, daarna een kom soep met balletjes erin. Dat ging aanvankelijk moeilijk, maar ze deed het wel. En ze merkte dat ze niet stikte. Zo hebben we stap voor stap het verband ‘slikken is stikken’ kunnen doorbreken.

»Angst heeft bij kinderen zelden een eenvoudige oorzaak. Meestal speelt er van alles mee en nemen kleine gebeurtenissen gigantische proporties aan in hun hoofd. Als een kind ooit een onprettig gevoel heeft ervaren in een lift, dan is dat soms al genoeg om dat gevoel te veralgemenen: ‘Als het in een lift kan gebeuren, dan kan ik me op andere plekken ook onprettig voelen.’ In het slechtste geval gaat het de ene na de andere afgesloten ruimte mijden. Op zo’n moment grijp je beter in.»

HUMO Maar niet te hardhandig?

Jazie «Zacht maar toch dwingend, dat vind ik de beste aanpak. Natuurlijk zou je een kind met een liftfobie gewoon de lift in kunnen stampen. Dan heb je twee mogelijkheden: ofwel is hij er in één keer van af, ofwel maak je het nog erger. De tussenweg is beter: hoe kan ik op een vriendelijke manier met het kind onderhandelen om toch in de lift te stappen? Misschien kun je een stappenplan met hem opstellen. Voor volwassenen met een liftfobie weet ik hier in de buurt een oude gammele lift zijn. Daar oefen ik dan met hen: eerst één stap in de lift, dan eruit. Achteraf denken ze: ‘Als het me in die gammele lift lukt, dan kan ik elke lift aan.’»

undefined

null Beeld

'15 tot 20 procent van de kinderen en jongeren maakt tijdens het opgroeien een angststoornis mee'


Moederkloek

HUMO Ik hoor mezelf nogal vaak ‘Pas op!’ zeggen tegen mijn zoontje. Doe ik dat beter niet?

Jazie «Met dat soort signalen moet je voorzichtig zijn: je kind gaat anders denken dat het voortdurend op z’n hoede moet zijn. Je kunt beter met hem praten: ‘Hoe zou jij kunnen leren om goed op te passen, bijvoorbeeld als je met de fiets op straat rijdt?’ Maar geloof me: ik weet best hoe moeilijk dat is voor ouders. We zijn allemaal bezorgd.

»Mijn eigen moeder was overbezorgd. Toen ik 16 weken oud was, heb ik mijn linkeroog verloren in een afschuwelijk accident. Ik heb daar geen trauma aan overgehouden, want ik was nog te jong – pas vanaf je 3de maak je bewust dingen mee en kun je een trauma oplopen. Mijn moeder heeft mijn hele jeugd lang als een moederkloek over me gewaakt. Dat was begrijpelijk – als ik mijn andere oog ook kwijtspeelde, dan was ik blind – maar ik kreeg het er op den duur benauwd van. Op mijn 18de ben ik zelfs naar Leiden gaan studeren, om vanonder haar vleugels uit te raken. Was dat haar schuld? Nee. Ik heb haar daar nooit voor veroordeeld. Ze heeft er niet bewust voor gekozen om mij bang te maken.»

HUMO Bent u zich in angst gaan specialiseren door het angstige gedrag van uw moeder?

Jazie «Nee. Ik raakte geboeid door het wetenschappelijk onderzoek over angst. Ik heb ooit een vrouw kunnen helpen die al twaalf jaar niet meer buiten was geweest, omdat ze ooit een paar paniekaanvallen had gekregen. Ik heb vier dagen met haar gewerkt en daarna kon ze weer in haar eentje gaan shoppen. Wetenschappelijk onderzoek heeft ons geleerd wat paniek is, hoe we ermee kunnen omgaan en hoe we het vermijdingsgedrag kunnen doorbreken.»

HUMO Kan angst bij kinderen soms zo ingrijpend zijn dat ze niet meer buitenkomen?

Jazie «Ik heb nu een jongetje van 8 jaar met een dwangprobleem in behandeling. Hij is een hele tijd niet naar school gegaan omdat het niet meer ging – zijn angst leidde tot agressie. Intussen staan we zover dat hij wél weer naar school gaat en hebben we zijn ritueeltjes kunnen afbouwen, maar het probleem is heel hardnekkig.»

HUMO Hoe bent u van uw konijnenfobie verlost geraakt, dokter Swinnen?

Swinnen «Het klinkt onnozel, maar op den duur konden we met het gezin niet meer gaan fietsen. Toen een paar hazen ons pad kruisten tijdens een fietstochtje, heb ik de hele buurt bij elkaar gegild. Ik heb mijn man toen beloofd er iets aan te doen. Ik ben begonnen met een konijn als screensaver op mijn computer. Nu is die angst er nog wel, maar ze bepaalt mijn leven niet meer.

»Het komt hierop neer: hoe zorg ik ervoor dat de impact van de angst op mijn leven niet te groot wordt? Neem nu dat meisje met haar gegeneraliseerde angststoornis: onlangs was ze naar de Efteling gegaan. Ze durfde er niet eens op een kleine glijbaan. Haar mama kon daar niet bij: ‘Zo’n onnozele glijbaan!’ De vraag is: is het essentieel dat ze van die glijbaan durft? Ik vind van niet. Maar dat ze volgend jaar niet mee durft op zeeklassen, dáár wil ik met haar aan werken. Het zou jammer zijn als ze dat zou missen. In de therapie probeer ik samen met haar gedachten te ontwikkelen die haar sterker kunnen maken.»


Bang op de bus

HUMO Wordt er bij kinderangsten ook naar medicatie gegrepen?

Swinnen «Ja, maar dan moet de angst al heel ernstig zijn. Bij dat meisje gaan we nu wel medicatie opstarten. Ze volgt al even therapie en ze doet het heel goed, maar zodra ze bang is, slaagt ze er niet in toe te passen wat ze hier heeft geleerd. We moeten er dus eerst voor zorgen dat die angst minder sterk is. Daarvoor krijgt ze nu antidepressiva – die werken ook tegen paniekstoornissen – maar we zijn er heel voorzichtig mee. Medicatie gebruiken we ook alleen in combinatie met therapie.

»Ik moet nu denken aan een jongen van 14 die een angst voor bussen had ontwikkeld. Hij was een keer misselijk geworden op een bus en die angst had zich uitgebreid naar sociale angst – hij durfde niet meer naar fuiven. Op den duur was het probleem zo erg dat we ook bij hem met medicatie moesten beginnen, maar die hebben we intussen kunnen afbouwen. Het gaat nu goed met hem. Hij blijft een rustig type dat er niet van houdt om elk weekend op stap te gaan, maar zijn leven is genormaliseerd.»

HUMO Neemt hij intussen weer de bus?

Swinnen «Dat weet ik eigenlijk niet. Maar sommige dingen zijn ook niet meer van belang als je ouder wordt. Ik ken genoeg mensen die nooit in een lift stappen. Als je daar geen last van hebt, hoef je er niets aan te doen.»

HUMO Sommige berichten zijn erg somber: onbehandelde angststoornissen bij kinderen worden in verband gebracht met latere depressie, alcoholmisbruik en suïcide.

Swinnen «Het klopt: angststoornissen houden een risico in op andere problemen, zoals depressie. Maar we mogen ook niet overdrijven: als we alle percentages zouden optellen van hoe vaak een stoornis voorkomt, dan zouden er geen normale kinderen meer bestaan. We mogen niet doemdenken, maar aandacht voor angst mag er zeker zijn. Heb je een makkelijk temperament, maak je je nooit ergens zorgen over en heb je een gemiddelde intelligentie, dan is het leven makkelijk. In het andere geval doe je er toch goed aan je kind te helpen om veerkracht te ontwikkelen. Ze zeggen wel dat je veerkrachtiger wordt door negatieve ervaringen, maar juist het omgekeerde is waar: het zijn net positieve dingen – iets wat je goed kunt, mensen die je opvangen – die je veerkracht verhogen.

»Als ouders zich afvragen of hun kinderen hulp nodig hebben, dan is mijn advies: ‘Vraag het hen zelf eens.’ Willen ze af van hun faalangst of liftfobie, dan kun je maar beter stappen ondernemen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234