1 jaar na het overlijden van Luc De Vos: 'Hij droeg een masker, maar wél van zijn eigen gezicht'

Terugblikken biedt troost voor de schielijke gebeurtenis die zich voltrok op 29 november 2014, in een appartement in Gent, toen enkele vitale organen van Luc De Vos – volkszanger, schrijver, dromer, charlatan – er doodgemoedereerd de brui aan gaven.

'Zeiknat van het podium strompelen, achterom kijken en die dampende overjaarse puber in zijn witte onderbroek zien puffen en blazen: dat beeld mis ik héél erg' Gorki-bassist Eric Van Biesen

Meer van die verlichte oneliners zijn overigens te vinden in ‘Ode aan Luc De Vos – Het verzameld werk van Humo’, de bijlage met alle interviews en recensies die door de jaren heen in uw lijfblad verschenen (en die hier te downloaden is). Humo vroeg drie intimi – zangeres Isabelle Adam, Gorki-bassist Erik Van Biesen en schrijver Christophe Vekeman – of zij de Luc De Vos die zich daarin blootgeeft kunnen rijmen met hun eigen beeld van de volkszanger.

HUMO Hoe herinneren jullie ’m het liefst?

Isabelle Adam «Als die doodgewone, schijnbaar onschuldige gast uit Wippelgem die je vaak door Gent zag slenteren, maar ook als dat kleine maar interessante boefje bij wie ik me altijd heel goed op m’n gemak voelde. We liepen elkaar in de jaren 90 weleens tegen het lijf achter de schermen bij ‘Margriet aan zee’ of de zomertalkshows van Ben Crabbé, en dan knikte hij me altijd heel vriendelijk gedag – een lieve, rustige, verlegen jongen, zo leek me. Jaren later leerde ik ’m wat beter kennen nadat we samen op het podium hadden gestaan tijdens de 01/10-concerten, en hij me hielp om een plaat te maken. Daarna kwam ik ’m nog vaak tegen op zijn dagelijkse ochtendwandeling, en dan sloegen we een praatje over niks bijzonders.»

Erik Van Biesen «Als een fantastisch muziekbeest. Vos was, behalve een goeie vriend, een muzikale zielsverwant. Hoe vaak belde hij me niet op, ’s avonds laat of ’s ochtends veel te vroeg: ‘Hey Biesen, moet je dit horen!’ En dan speelde hij zijn allernieuwste ideetje voor een song voor op de gitaar, waarna ik er mijn basgitaar bijnam en we als twee onnozelaars aan de telefoon zaten te jammen. Waarschijnlijk zat hij daar dan in zijn witte onderbroek met zijn gitaar op schoot, als hij al niet helemaal in zijn blootje zat (lacht).»

Christophe Vekeman «Als een echte zielsverwant met wie ik kon ouwehoeren tot Gods zegen er vanzelve op nederdaalde. Alleen: we hadden allebei het talent om die smalltalk te ontmaskeren, dus vaak vervielen we dan maar in stilte – ook niet onprettig. Luc was voorts onmogelijk te doorgronden: telkens wanneer je dacht dat je de bodem had bereikt – ‘Ja, zo zit hij in elkaar’ – zakte je er weer door.»Adam «Er hing inderdaad altijd zo’n zweem van geheimzinnigheid om ’m heen. Je dacht dat je ’m kende, maar uiteindelijk was dat niet zo.»

Vekeman «Luc hing aaneen van de tegenstrijdigheden. Was hij nu een groot denker, of toch maar een ietwat slimmere volksjongen? Een zanger die als bijbaantje ook een beetje schreef, of een schrijver die toevallig ook liedjes maakte? En in het dagelijkse leven was hij best schuchter, maar op het podium ontpopte hij zich moeiteloos tot een groot volksmenner. Hij stroomde bovendien over van de erotische fantasieën over allerhande al dan niet bestaande vrouwen, maar profileerde zich in zijn columns weleens als een ontspoorde homoseksueel. Echt: voor mij was Luc een wandelend spiegelpaleis, waarin hij nota bene zélf verloren liep. En dat had veel, zoniet alles te maken met zijn enorme gevoel voor ironie – een uitstekend middel om afstand te creëren tussen jezelf en de buitenwereld. Zijn grote kracht als kunstenaar was dat hij die afstand kon overbruggen met een enorme intimiteit: in zijn boeken en liedjes vertrouwde hij de lezer en de luisteraar de persoonlijkste dingen toe, en precies daardoor kon hij zoveel mensen roeren. Anderzijds: in het gewone sociale leven kun je onmogelijk tegelijk ironisch én intiem zijn. Probeer je het toch, dan strand je ergens ter hoogte van de onbeholpenheid. Die spreidstand moet voor hem ook best lastig geweest zijn: half Gent dacht immers dat ze met hem bevriend waren (lacht).»

HUMO In 2004 zei hij nog: ‘Misschien ben ik ondertussen wel mijn eigen karikatuur geworden, maar ik leg me daarbij neer. Een karikatuur van jezelf zijn heeft ook een positieve kant: je vermijdt er de nuance door, want op de duur nuanceer je alles zodanig dat je helemaal niets meer zegt.’

Vekeman «Dat doet me denken aan wat ons beider held Gerard Reve in 1969 zei bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs: ‘Ik ben een charlatan, ik speel een rol, maar het krankzinnige is dat ik die rol werkelijk bén.’ Luc zette zichzelf neer als een stripfiguur, maar toch straalde hij een enorme authenticiteit uit – hij droeg een masker, maar wél van zijn eigen gezicht. ’t Was zijn manier om als beroemdheid toch enigszins elegant door het leven te gaan.»

HUMO ‘Ik zou wensen dat ik een melkboer was’, zo klonk het in 1996, ‘ergens in Vlaanderen, getrouwd, met zeven kinderen. Op voorwaarde dat ik dan geen enkel verlangen meer zou voelen, dat de chaos uit mijn hoofd zou verdwijnen. Ik zou willen zijn zoals die miljoenen mensen die nog nooit een plaat hebben gemaakt of een boek geschreven, en die perfect tevreden zijn. Dan zou de rust nederdalen in mijn leven. Dan zou alles perfect zijn.’

Vekeman «Luc behoorde alleszins níét tot de mensensoort die het leven als iets vanzelfsprekends ervaart: hij voelde de noodzaak om iets te scheppen, precies om beter met leven en dood te kunnen omgaan. Hij mocht daarbij graag het verleden idealiseren, omdat hij de – zijn woorden – ‘post-postmoderne samenleving’ te complex vond: die van vroeger lag ’m veel beter, omdat ze overzichtelijker was, of minder verscheurd. Luc geloofde heel erg in een wereld waarin je je handen waste met een stuk zeep, niet met de vloeibare variant die uit een pompje tevoorschijn kwam (lacht).»


Arbeidsvreugde

Een citaat uit 2004: ‘De mensen denken dat ik die liedjes uit de mouw schud, maar dat klopt niet. In januari bedenk ik één geschikte zin, in mei voeg ik er nog een paar geschikte zinnen aan toe, en in november maak ik de tekst af: zo gaat het meestal. Aan een prozaboek werk ik met veel meer plezier; ik hou er veel arbeidsvreugde aan over, ’t is te zeggen: het gevoel dat ik gearbeid heb. Ik denk dat ik alleen maar van arbeiden gelukkig word.’

Vekeman «Luc had een haast buitenaards arbeidsethos: mensen die op hun luie krent bleven zitten vanuit de gedachte dat we straks toch allemaal dood zijn, daar had hij een enorme hekel aan. Hij was op en top van het – ik citeer even de beroemde televisie-inspecteur Jack Frost – ‘chop-chop’-type: hard werken, dat moesten we doen! De opdracht die hij in mijn exemplaar van zijn laatste boek ‘Paddenkoppenland’ schreef, luidt dan ook: ‘Vekeman, doe je best.’»

Adam «Ik heb met hem een paar songs geschreven voor mijn plaat ‘De macht der gewoonte’, en dat ging wel een beetje zoals in dat citaat. Maar uiteindelijk kwam er altijd iets moois uit – ’t was hard werken, maar er hing ook magie in de lucht.»

Van Biesen «Tijdens repetities kwam Luc soms aanzetten met één akkoord en één zin, en die laatste ging dan nog vaak van (zingt) ‘Het moet hard zijn, tèè dèè tom taa-daa-daa!’ Maar meer hadden we niet nodig – hup, we waren al vertrokken! Songs schrijven ís natuurlijk werken, maar het voelde toch eerder als spelen.»

HUMO Kritiek deerde ’m niet langer, zo verklaarde hij in 2000: ‘Je moet je neerleggen bij het feit dat je de beste bent in wat je doet. Ik ben de beste Luc De Vos die er bestaat, en de beste Gorki-zanger aller tijden.’

Adam «Bij de cd-voorstelling van ‘De macht der gewoonte’ in de AB was ik vreselijk zenuwachtig, maar Luc stelde me gerust: ‘Je moet je niet zo druk maken, Isabelle, zo belangrijk is dat toch allemaal niet? De mensen die er zijn zullen het wreed goed vinden. Je moest eens weten hoeveel dingen ik fout heb gedaan, en toch sta ik hier nog altijd.’ Hij vond dat iedereen ’m maar moest nemen zoals hij was, en daar heb ik veel van geleerd.»

HUMO Twee jaar later klonk hij nog zelfzekerder: ‘Ik vind mezelf de beste tekstschrijver van het Nederlandse taalgebied: ik ben eenvoudig en ik spreek duidelijk tot de mensen.’

Van Biesen «Teksten als die van Vos vind je inderdaad nergens anders, jong! ’t Was ronduit geweldig hoe hij de dingen onder woorden kon brengen. En soms pakten ze je pas jaren later. Het overkwam me wel vaker dat ik in een situatie kwam waarin één van zijn songteksten die me voordien als absurd in de oren had geklonken, plots van a tot z klopte. Zo’n tekst als die van ‘We zijn zo jong’: dat kruipt zo verschrikkelijk hard onder je vel, niet normaal.»


Witte onderbroek

HUMO Mag ik aannemen dat jullie ’m missen?

Van Biesen «Elke dag, makker. Ook al omdat het nog al Gorki is wat de klok slaat in mijn studio: er hangen posters en foto’s, en ook zijn gitaar staat hier nog. Nu ja: ik heb net een nieuwe plaat van mezelf gemaakt (onder de naam Biezen, verschijnt in 2016, red.), dus ik ben wel een beetje van Gorki aan het loskomen. Maar zeiknat van het podium strompelen, achterom kijken en die dampende overjaarse puber in zijn witte onderbroek zien puffen en blazen: dat beeld mis ik héél erg.

»Hij is veel te vroeg gegaan. Net nu we godverdomme een beetje doorhadden hoe het moest (lacht).»

Adam «Sinds zijn dood is hij geen dag uit m’n hoofd geweest; ik heb zelfs een keertje over ’m gedroomd. Ik woon al een tijdje niet meer in Gent, maar als ik er kom, heb ik het gevoel dat het niet meer hetzelfde is. Zeker tijdens de Gentse Feesten: dan verwachtte ik ’m elk moment tegen het lijf te lopen.

»Gelukkig kan ik nog naar zijn muziek luisteren: ik heb mijn lievelingsliedje ‘Veronica komt naar je toe’ vaak opgezet in de auto, en luidkeels meegezongen. En ik luister ook dikwijls naar oude demo’s waarop de jongens van Gorki mij begeleidden. Vroeger werd ik altijd blij als ik ’m zag, nu word ik toch nog een beetje blij als ik ’m hoor.»

Vekeman «Ik troost mezelf met zijn teksten, die je de indruk geven dat hij rechtstreeks tegen je praat. Kort na zijn overlijden was ik heel verdrietig dat hij er niet meer was, maar tegenwoordig ben ik ook weleens blij dat hij, al was het maar via het papier, juist nog wél aanwezig is. Het valt me wel heel zwaar om naar zijn muziek te luisteren: de weemoed daarin komt veel harder binnen, en dat lijkt het gemis nog te verhevigen. Hem lezen is troostend, naar zijn nummers luisteren schrijnt – heel gek.»

HUMO Zullen we Reve nog één keer parafraseren? ‘Het oeuvre van Luc De Vos is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.’

Vekeman «Graag, en laten we er maar voor zorgen dat Luc niet de weg van Reve opgaat. Die is immers bijna tien jaar dood, en als schrijver is hij bijna helemaal weggedeemsterd – je moet naar ’m zoeken in de boekhandel. Ik hoop dat Luc ons veel langer mag bijblijven. ‘Dat hebben we dan wel verdiend’, om een allerlaatste keer naar Reve te verwijzen.»


Lees de digitale special 'Ode aan Luc De Vos', het verzameld werk van Humo

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234