'1 op de 20 Humo-lezers krijgt ooit te maken met darmkanker' Het Lieve Leven: maag- en darmspecialist Luc Colemont

‘Ongelooflijk wat ik in de dikke darm zoal aantref: Matchbox-autootjes, vibrators, ringen, dildo’s, stukken tuinslang...’ Dokter Luc Colemont (59) is tegenwoordig met geen steekvlam uit het nieuws te branden. Maart is immers de internationale maand van de darmkanker, en tegen deze silent killer vecht de flamboyante gastro-enteroloog al zijn halve leven.

'Sommige patiënten smeken ons hun partner vooral niet te vertellen wat we in hun dikke darm hebben aangetroffen. Gelukkig is er zoiets als het beroepsgeheim'

Al jaren schreeuwt Colemont zijn grote boodschap van de daken: ‘Iedere dag krijgen 13 Vlamingen te horen dat ze darmkanker hebben. Iedere dag zijn er 5 begrafenissen door darmkanker. Ongeveer 1.800 Vlamingen zullen in 2016 aan darmkanker sterven. Dat is bijna 5 keer zoveel als in het verkeer. Vanaf de leeftijd van 50 jaar zie ik de frequentie van darmkanker geleidelijk aan toenemen. Maar er is ook goed nieuws: wanneer de kanker in een vroeg stadium ontdekt wordt, heb je 90 procent kans om te genezen.’

Hallo Guy Mortier, Raymond, Jan Mulder, Margriet Hermans: rep je als de wiedeweerga naar de darmkliniek voor een grote kop laxerende thee. Als je vervolgens enkele kwartieren op de wc hebt doorgebracht met kreten en gefluister en veel broekaka, tot je hardlijvige colon poepschoon is gespoeld, mag je als beloning naar de operatietafel. Waar dokter Colemont je een plastic tuinslang in de aars zal pleuren, voorzien van een breedbeeldcamera waarmee hij met kennersoog je dikke darm zal onderzoeken, op zoek naar poliepen, al dan niet bloedend, al dan niet verkankerd. A splendid time is guaranteed!

Ja, flamboyante Luc mag met recht beweren: ‘Ik ben geboren uit chocogloren en de zucht van de ziedende plee.’ Maar eerst wilde ik van hem weten waar precies hij vandaan komt.

Luc Colemont «Ik ben afkomstig uit Hasselt. Mijn papa was er directeur van een groothandel in verf en glas. Eigenlijk wilde hij arts worden, maar op z’n 18de kreeg hij tuberculose. In die jaren was tbc nog niet overwonnen. De behandelende prof deed z’n ronde en papa hoorde hem fluisteren: ‘Deze jongen heeft nog enkele maanden te leven. Maar wij hebben nu een nieuw medicament, streptomycine, waarmee wij hem misschien kunnen redden.’ Uiteindelijk is hij 65 geworden. Maar van de unief kwam niets meer in huis.

Papa was een fantastische vader. Ik heb er mijn hele leven naar opgekeken. Hij was streng maar had een gouden hart. Zijn levensles was: ‘Je moet elkaar iets kunnen gunnen’, je geeft iemand iets zonder op een wederdienst te rekenen. Hij deed dat voor ons, de kinderen, maar ook voor zijn medewerkers, die hem op handen droegen. ‘Ik gun je dat’ – mooi, hè. Andere levenslessen, of juister stelregels van hem waren: ‘Wenen helpt niet’, ‘Eerst het werk en dan het spel’, en ‘Iedere dag je tanden poetsen’ (glimlacht).»

HUMO Een wijze vader.

Colemont «Hij vond dat je in het leven niet flauw mocht doen. Je moet tegen een stootje kunnen. Hij was een doener, een echte ondernemer, met een groot gevoel voor creativiteit. Nog zo’n sleutelwoorden van hem: ‘courage’, ‘duty’ en ‘fair play’. Moedig zijn, je plicht doen, en altijd sportief en eerlijk blijven. Zo zijn wij opgevoed. Hij was erg Angelsaksisch gericht, bewonderde president Kennedy. Toen JFK werd doodgeschoten, was dat ook voor hem een zwarte dag.

»Wij kregen thuis zakgeld. Maar ook daarover had papa een filosofie: één derde van dat bedrag moest je sparen, één derde mocht je opmaken aan wat je zelf wilde, en met het laatste derde kon je cadeautjes kopen voor de verjaardag van je vriendjes. Hij vertelde ons dat John Kennedy dat ook zo deed.»

HUMO Je vader is omgekomen in een vliegtuigcrash.

Colemont «Vijf mei 1993, die datum vergeet ik nooit. Voor mij is dat een scharniermoment geweest: er is een vóór en een na, in alles wat ik doe. Goed, ik was op dinsdagnamiddag in het ziekenhuis aan het werk en kreeg midden in de consultatie een telefoontje van mijn jongste broer Patrick: ‘Luc, bel dringend naar Kenia. Papa heeft een accident gehad.’ Ik wist dat papa één week op zakenreis in Afrika was. In Kenia kreeg ik meteen een neurochirurg aan de lijn. Papa bleek in een crash met een klein privévliegtuig te zijn betrokken. ‘His condition is critical and poor,’ ik herinner mij die woorden nog precies. Als dokter weet je het dan… Ik heb onmiddellijk contact opgenomen met dokter Beaucourt. Die zei mij: ‘Luc, drink straks een whisky, kruip in je bed en tracht wat te slapen. Ik boek tickets voor jou en je zus, ik zorg voor transfusiebloed, ik regel je paspoort en ik breng je naar de luchthaven. Morgenochtend om acht uur sta ik aan je deur.’ Typisch Beaucourt, een man met een gouden hart.

»Tijdens de lijnvlucht naar Kenia heb ik acht uur aan één stuk zitten wenen. We kwamen in Nairobi aan, mochten als eersten uitstappen, de ambassadeur stond ons op te wachten. Het eerste wat die man ons zei, was: ‘Innige deelneming.’ Toen had ik het wel begrepen.

Ik ben papa in het stofferige, bloedhete mortuarium van Nairobi gaan identificeren. Ik heb hem gezien, gevoeld. De chirurgen hadden hem nog geopereerd, zijn schedel was kaalgeschoren… (breekt in snikken uit, ik leg een arm om zijn schouders, hij hervat zich met grote moeite).

»Ik ben drie weken van slag geweest, wilde niet meer naar het ziekenhuis komen. Ik nam geen telefoons meer aan, wilde niemand of niets meer horen. Slachtofferhulp bestond toen nog niet. Ik werkte toen ook op Intensieve Zorgen, dacht bij mezelf: ‘Ik zit hier oudere mensen in leven te houden. Maar met mijn eigen vader is dat niet gelukt. Ik stop maar beter met geneeskunde.’»

HUMO Hoe is die crash kunnen gebeuren?

Colemont «Er zaten zes mensen plus de piloot in dat vliegtuigje. Die dag wilden ze over de Kilimanjaro vliegen. Net voor het opstijgen was er een onweer boven het vliegveld losgebroken. De Portugese piloot heeft een enorme beoordelingsfout gemaakt. Het vliegtuig is in een zware windzak terechtgekomen en werd een paar kilometer van de startbaan tegen de grond gesmakt, in het midden van de bush. Bij het wrak lagen twee leeuwen te wachten. Van de zes passagiers hebben vijf het overleefd. Net voor het fatale opstijgen is papa nog van plaats veranderd. Hij zat eerst voorin maar wilde een ander ook ’ns het mooie uitzicht gunnen.

»Ik heb op de begrafenis een eigen tekst voorgelezen, zonder haperen. Mijn laatste zin was: ‘Wat heeft God hier in godsnaam mee te maken?’ Bij de koffietafel werd ik op het matje geroepen door heeroom, papa’s broer, die de mis had gedaan: ‘Luc, wij moeten eens praten. Je laatste zin, daarnet…’ Toen is er iets in mij gebroken. Daar, op de begrafenis, ben ik mijn geloof verloren.»


La bella Antonella

HUMO Waarom ben je geneeskunde gaan studeren?

Colemont «Dat zei ik al toen ik 5 jaar was: ‘Ik wil later doktertje worden!’ Die piste lag vanaf toen voor mij klaar, ik heb nooit aan wat anders gedacht. Vooral de wetenschappelijke kant trok mij aan: de studie van het lichaam. Een arts is tegelijk onderzoeksrechter en detective, dat vind ik zo fascinerend. Je onderzoekt en ondervraagt de patiënt, probeert de juiste diagnose te stellen en zoekt naar de juiste behandeling. En die witte jas fascineerde mij als kleine jongen, zo’n jas wilde ik later zelf dragen (glimlacht).

'Als je de geneeskunde op de juiste manier beoefent, zit er een zekere heroïek in. Dat heb je niet als ingenieur, vermoed ik'

»Chirurgie interesseerde mij niet meteen, nee, ik wilde internist worden. Uiteindelijk koos ik voor de gastro-enterologie, een zeer brede discipline. (Lacht) Van mond tot kont: slokdarm, maag, lever, pancreas, galblaas, dunne darm, dikke darm. Nooit is deze job routine. Deze ochtend nog, tijdens de raadpleging, was ik weer eens verrast, heb ik weer wat bijgeleerd. Iedere dag is en blijft een avontuur.»

HUMO Wilde je als jonge student al ‘levens redden’?

Colemont (knikt) «Als je ’s nachts uit je bed wordt geroepen voor een patiënt die aan het doodbloeden is, en je slaagt erin die bloeding te stoppen, en je staat de volgende ochtend, nog moe van het gebrek aan slaap, alweer je consultaties te doen: ja, dat geeft een goed gevoel, hoe vreemd het ook mag klinken. Het gevoel dat je leven zin heeft. Als je de geneeskunde op de juiste manier beoefent, zit er een zekere heroïek in. Dat heb je niet als ingenieur, vermoed ik.»

HUMO Ik las in de knipselmap dat je een boek over de legendarische Alfa Romeo ‘Freccia d’Oro’ (Gouden Pijl) hebt geschreven, een oldtimer uit de jaren vlak na de oorlog.

Colemont «Ik heb altijd van oldtimers gehouden. Op mijn 43ste had ik zelf een 6C 2500 Alfa Romeo, fantastische auto. Het is de wagen die op het einde van ‘The Godfather’ wordt opgeblazen, met de jonge bruid Apollonia erin. Ik dacht: tegen mijn 50ste wil ik een boek over mijn Freccia d’Oro klaar hebben. En zo is het ook gebeurd. Op mijn 50ste verjaardag heb ik dat boek op het stadhuis voorgesteld: er stonden dertig 6C 2500’s, waarvan verschillende speciaal overgekomen uit Italië, op de Grote Markt! Om maar te zeggen: zorg dat je op je oude dag een hobby hebt (lacht). Later heb ik wel gedacht: ‘Had ik al die tijd niet beter in Stop Darmkanker gestopt?’ Maar dat stond toen nog niet op mijn agenda.»

HUMO Je bent drie keer getrouwd. Was ook dat een zaak van gedrevenheid?

Colemont «Ik weet het, ik heb relationeel woelige wateren doorzwommen. Maar de laatste vijftien jaar is het rustiger geworden, met dank aan Antonella, mijn lieve echtgenote, die in het Italiaanse Latina woont en werkt. Wij zijn vijftien jaar samen, al elf jaar getrouwd. Ik vlieg één keer per maand voor een weekend naar Latina, vlak onder Rome. En zij komt één keer per maand naar hier.»

HUMO Een merkwaardige verhouding.

Colemont «Maar ze functioneert. En dat is het belangrijkste. Op die manier hebben wij allebei onze carrières blijven behouden. Zonder deze regeling zou Stop Darmkanker nooit het licht hebben gezien. Vaak zegt Antonella mij: ‘Dove è l’equilibrio? Waar is het evenwicht, Luc?’ Want in de week gaat het bij mij als volgt: thuiskomen van het ziekenhuis, snel wat eten in de microgolfoven schuiven, even het nieuws meepikken, en dan gaat de laptop open en werk ik tot voorbij middernacht. Of toer ik door Vlaanderen om lezingen te geven over darmkanker. Gelukkig zijn er de weekends.»

HUMO Wat leert je love story met Antonella je?

Colemont «Dat het in de liefde om qualitytime draait, en niet om het aantal uren dat je samen doorbrengt. Als wij elkaar op het vliegveld afhalen, is het altijd feest. De Italianen zeggen: ‘Il camino rimane sempre acceso. De schouw blijft altijd branden.’ (lacht) Wij tellen de dagen af naar het volgende weekend.»

HUMO Je mag wel niet jaloers zijn. La bella Antonella, alleen op shopping in het zondige Rome…

Colemont «Een beetje gezonde jaloersheid mag (lacht). Zij vraagt dat soms: ‘Sei geloso? Ben je niet jaloers?’ En dan kan ik niet anders dan ‘si’ antwoorden. Zij is net zo goed mild jaloers: ‘Waren er gisterenavond veel vrouwen bij je lezing? Met wie ben je nadien nog iets gaan eten?’ Mochten er kinderen zijn gekomen, zou het natuurlijk een andere zaak zijn geworden. Maar ik kon jammer genoeg geen kinderen krijgen.»

'De farmaceutische industrie ziet liefst zoveel mogelijk kankers, zoveel mogelijk uitzaaiingen, zodat ze hun dure chemotherapie kunnen blijven verkopen – ik weet dat ik het wat cru uitdruk'


Cavalier seul

HUMO Terug naar je levenswerk. Had je in je beginjaren snel door dat darmkanker een silent killer was?

Colemont «Absoluut niet. In 2004 werd mij gevraagd een lezing te geven over de screening van darmkanker. Ik heb dat ernstig voorbereid, ben in de literatuur gedoken. Meteen stelde ik vast dat ik zelf weinig afwist over het onderwerp, terwijl ik toch een darmspecialist ben. In Amerika stond men, zoals zo vaak, veel verder in deze materie. Goed, ik doe mijn presentatie. Die viel in zo’n goede aarde dat ik meteen werd gevraagd dezelfde lezing voor een ander publiek te gaan geven. En dat ging verder, als een lopend vuurtje. Zo heb ik vier, vijf jaar lang het land doorkruist om in de eerste plaats huisartsen over de materie in te lichten. Overal vielen de monden open: ‘Wij beseften niet dat het zo erg was…’ De meeste dokters wisten nog helemaal van niets. Ik ben op diezelfde nagel blijven kloppen. Mijn boodschap is elf jaar later nog dezelfde als toen: ‘Eigenlijk zou elke 50-plusser zich op darmkanker moeten laten screenen.’»

HUMO Wat was je motivatie?

Colemont «Op m’n consultatie werd ik vaak met darmkanker geconfronteerd. Doodsoorzaak nummer één in België is longkanker. Op twee staat darmkanker. In het Sint-Vincentiusziekenhuis alleen al zag ik iedere maand zeven nieuwe gevallen! Eén tot twee keer per week moest ik een ‘Ik heb jammer genoeg slecht nieuws voor u’-gesprek voeren. Als je dan ’s avonds moe thuiskomt en er is niemand thuis, dan is dat niet altijd prettig. Dan ben ik blij dat er de laatste jaren Skype was, om met Antonella bij te praten en weer op m’n effen te komen.

»Na enige tijd die alarmerende darmkankertoestand te hebben aangezien, begon ik te denken: ‘Als ik iedere week twee van zulke gesprekken moet voeren, en ik ben daar iedere keer drie dagen ongelukkig van, dan blijf ik mijn hele verdere leven ongelukkig.’ ’t Was dus deels ook eigenbelang (glimlacht). Want natúúrlijk draag je het leed mee.

»Toeval of niet, twee keer per jaar ga ik eten met Theo Vaes, CEO van ABC Services en oprichter van ‘Armen tekort’, een vzw die zich op kansarmoede in Antwerpen richt. In februari 2010 vroeg hij mij: ‘Hoe is het met je darmkanker, Luc? Kan de farmaceutische industrie je niet helpen?’ Ik legde Theo uit dat Big Pharma mijn werk met lede ogen aankeek. De farmaceutische industrie ziet liefst zoveel mogelijk kankers, zoveel mogelijk uitzaaiingen, zodat ze hun dure chemotherapie kunnen blijven verkopen – ik weet dat ik het wat cru uitdruk. Allemaal beursgenoteerde bedrijven, natuurlijk. Die houding is nu gelukkig veranderd, de farmaceuten hebben ondertussen begrepen dat ze alle baat hebben bij corporate governance, goed en verantwoord bestuur.

»Bon, Theo Vaes zegt tegen mij: ‘Kunnen wij het niet beter zelf doen?’ Theo is een ondernemer, snap je. En ik, vrij snel: ‘Ja! We doen het zelf!’ Vanaf die avond is mijn leven veranderd. Theo nam ter plekke zijn gsm en belde twee whizzkids, Michael Gykiere en Robin Henderickx, jongens van 17 die samen een audiovisueel bedrijfje hadden, Lonely Alien. Die gasten hebben in recordtempo de website Stop Darmkanker gecreëerd en hebben mij een snelcursus sociale media gegeven. Facebook, Twitter, LinkedIn, ik kende dat allemaal niet. Maar nu wel. Logo, catchy naam, mooie website, en vlám, we waren vertrokken. Onze eerste campagne in maart 2010 werd snel opgepikt door de traditionele media. Een fantastisch begin voor ons klein ploegske, dat geen enkel budget had (glimlacht). Op Vlaams niveau kwam er stilaan ook meer beweging in de materie. Er was door de overheid in 2006 al een werkgroep opgericht waar ik lid van was, en het grootschalige bevolkingsonderzoek was in voorbereiding. Bij de volgende vergadering in Brussel werd ik door iemand van de Vlaamse overheid op het matje geroepen. ‘Waarmee ben jij allemaal bezig?’ ‘Jij speelt cavalier seul, Luc. Jij doet alles in je eentje. Dat kan zo niet verder.’ Er zaten verdorie twee proffen bij! Die mensen hebben mij toen echt op m’n ziel getrapt. Ik dacht: ‘Stoppen? Nooit van m’n leven. Morgen geef ik nog meer gas. Het gaat hier om mensenlevens.’»


Stoelgang en mascara

HUMO Laten we even technisch worden. Hoe evolueert de ziekte?

Colemont «Eén van de problemen met darmkanker is: de mensen hebben aanvankelijk geen klachten, voelen er helemaal niets van en achten zich kerngezond. Vandaar de bijnaam the silent killer. Het is een frequente aandoening: 1 op de 20 mensen krijgt er vroeg of laat mee te maken – 1 op de 20 Humo-lezers. Iets meer mannen dan vrouwen, de verhouding is ongeveer 55-45.

»Kijk, in de darm kunnen zich kleine poliepen ontwikkelen. Daar is aanvankelijk niets mee aan de hand, maar het zijn wel potentiële kankerhaarden. Het duurt acht tot tien jaar voor zo’n poliepje zich tot een kankergezwel kan ontwikkelen: van een microscopisch klein goedaardig gezwel tot een kwaadaardig gezwel van vier tot vijf centimeter doorsnee. Dat is een golfbal, een mandarijntje, soms een appelsien groot. Volgens de nieuwste bevindingen zouden de eerste microscopisch kleine veranderingen al 20 jaar eerder zijn ontstaan. Op je 30ste kun je dus al een mogelijke kanker aan het ontwikkelen zijn die pas op je 50ste duidelijk wordt.

»Gelukkig is darmkanker eenvoudig op te sporen: met behulp van de iFOB-test (dat staat voor immunochemische Faeces Occult Bloed-test, red.) kan je een beetje stoelgang onderzoeken. Zit er in die stoelgang ‘occult’ bloed, dat is bloed dat je met het blote oog niet kan zien, dan is er zich mogelijk darmkanker aan het ontwikkelen. Ik druk op ‘mogelijk’: in slechts één op de tien gevallen betekent een afwijkende test ook daadwerkelijk darmkanker. Bij zes op tien van de afwijkende testen worden poliepen vastgesteld – de ‘voorlopers’ van darmkanker.

»Deze test wordt ook wel de mascaratest genoemd, omdat hij met een soort mascaraborsteltje wordt afgenomen. Je prikt dat borsteltje enkele keren in je ontlasting en klaar is kees. Ik noem het ‘poepsimpel’! Een dame kwam mij onlangs vertellen: ‘Dokter, iedere ochtend denk ik aan u.’ Ik zeg: ‘Pardon?’ En zij weer: ‘Als ik mijn ogen opmaak, dokter.’ (lacht)»

HUMO Stel: er is bij zo’n test bloed in mijn ontlasting gevonden. Hoe groot is de kans dat ik darmkanker heb?

Colemont «Die kans is nog altijd klein. Bloed in de ontlasting is bij 6 op 10 mensen afkomstig van poliepen. Poliepen kunnen bloeden, omdat ze fijne bloedvaatjes hebben. Die poliepen kunnen tijdens een darmonderzoek worden weggenomen. Ze krijgen dus geen kans om zich ooit tot darmkanker te ontwikkelen.

»Bij twintig of dertig procent van de mensen met bloed in de ontlasting vinden wij géén duidelijke afwijkingen. Het bloed blijkt dan afkomstig te zijn van een onschuldig wondje, of van inwendige aambeien. Maar bij één op tien vinden wij effectief darmkanker. Gelukkig zit die kanker meestal nog in een vroeg stadium en kunnen de chirurgen de patiënt helemaal genezen.»


Trofeekast

HUMO Uw domein gaat aan de eigenlijke operatie vooraf: het is de coloscopie, het onderzoek van het colon, de dikke darm. Hoe moet ik mij die coloscopie voorstellen?

Colemont «We brengen een uiterst klein cameraatje, gemonteerd op een flexibele slang, via de aars naar binnen. Dat cameraatje is voorzien van licht en wordt bestuurd door een joystick, een soort stuurknuppel. Op een videoscherm krijg ik een groot, perfect beeld van de binnenkant van de dikke darm. Zien wij poliepen, dan worden die weggenomen met een lus, een soort lasso, die we in het toestel kunnen inbrengen. Van dat wegnemen voelt de patiënt niets.»

HUMO Van een coloscopie wordt gezegd dat ze moeilijk, pijnlijk en ingrijpend voor de patiënt is.

Colemont «Dat denkt men jammer genoeg nog al te vaak. Ik zeg juist het omgekeerde. Wij doen dit onderzoek onder een lichte anesthesie, een kleine roes. De patiënt is even helemaal weg en voelt niks. Het is geen zwaar onderzoek. Sommigen artsen doen het nog altijd zonder anesthesie, en dan kan het soms wél pijnlijk zijn. Dan krijg je te horen: ‘Ik heb enorm afgezien, ze hebben halfweg moeten stoppen en maar de helft nagekeken. Dit laat ik nooit meer doen.’

»Het onderzoek is natuurlijk wel wat ingrijpender dan een gastroscopie (maagonderzoek, red.). Ook de voorbereiding verschilt: bij een maagonderzoek volstaat het 6 tot 8 uur nuchter te zijn. Maar bij een coloscopie dient de darm eerst te worden gespoeld. Je drinkt enkele liters laxerende vloeistof, gaat enkele keren stevig naar de wc, en enkele uren later ben je klaar voor het onderzoek.»

HUMO Heeft het smeuïge aspect van je job ooit een rol gespeeld? Je zit tenslotte de helft van je leven tegen de aars van vijftigplussers aan te kijken?

Colemont «Nee, nooit. Als je met je auto naar de technische controle moet, kijken ze je banden en je lichten na. Maar ook je uitlaat. Wel, noem mij dan maar de man van de uitlaat. Op feestjes onder collega’s hoor je naar het einde van de avond toe weleens bijzondere verhalen: je vindt soms nogal wat voorwerpen in die dikke darm. Want ook dat onderdeel van het lichaam wordt gebruikt om plezier aan te beleven (lacht). Wat ik in mijn carrière in een dikke darm heb aangetroffen? Dat gaat van Matchbox-autootjes tot stukken tuinslang, vibrators, dildo’s, ringen, noem maar op. We zeggen dat we die spullen bewaren in onze ‘trofeekast’ (lacht) – die bestaat natuurlijk alleen maar in onze verbeelding. Niets menselijks is ons op dat vlak vreemd. Sommige patiënten smeken ons hun partner vooral niet te vertellen wat we in hun dikke darm hebben aangetroffen. Gelukkig is er zoiets als het beroepsgeheim.»

'Tijdens een goed en lang gesprek met Marc Coucke had ik de indruk dat ik met mijn overleden vader sprak'

HUMO Nog wat cijfers?

Colemont «50 procent van de Vlamingen die in 2014 werden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek, doen mee aan de screening, dat is alvast een goed begin. Maar het kan en moet beter. Tussen de 6 en de 7 procent zal bloed in de ontlasting hebben. Dat zijn er negentien- tot tweeëntwintigduizend. Bij deze laatste groep zal 10 procent darmkanker blijken te hebben: dat zijn er dus minstens 2.000. Het beste cijfer: als je darmkanker vroegtijdig ontdekt, heb je méér dan 90 procent kans om ervan te genezen.»


Couckenbak

HUMO Je hebt ondertussen het Sint-Vincentiusziekenhuis verlaten om je maximaal op Stop Darmkanker te kunnen concentreren. Met dank aan je mecenas, Marc Coucke.

Colemont «Wij hebben elkaar enkele jaren terug leren kennen, ook weer via Twitter. Op een zondagavond hadden we een eerste kennismaking per telefoon. Wij zaten meteen op dezelfde golflengte. Enkele maanden later ben ik op Couckes uitnodiging naar Oostende - Genk gaan kijken: 4-0 voor KVO! Zo is onze vriendschap verder gegroeid.

»Vorige zomer dacht ik er ernstig over om Stop Darmkanker op te geven: ik had in enkele weken tijd twintig lezingen gehouden, plus het werk hier in het ziekenhuis. Ik was bij momenten doodop, stikkapot: zo’n lezing is eigenlijk een performance van anderhalf uur. Plus de rit heen en terug. De laatste jaren draaide ik een dubbele shift. Ook Antonella begon het niet meer zo leuk te vinden. Begin oktober heb ik Marc opgezocht om over de toekomst van Stop Darmkanker te praten. Coucke was verbaasd toen hij vernam dat ik ook nog ’ns fulltime in de kliniek werkte, ik twitterde immers bijna uitsluitend over mijn Stop Darmkanker-activiteiten. ‘Luc, zou je niet beter fulltime voor je vzw werken? Dit tempo kan je toch niet volhouden. Je gaat meer levens kunnen redden, en dan heb je ook opnieuw wat tijd voor jezelf en je familie.’ We hadden een goed en lang gesprek, ik had soms de indruk dat ik opnieuw met mijn vader sprak… De dag nadien heb ik mijn ontslag in het ziekenhuis gegeven. Marc Coucke kondigde op 1 december vorig jaar aan dat hij 75 miljoen euro uit eigen vermogen in de strijd tegen kanker investeert. En 2,5 miljoen euro gaat naar de vzw Stop Darmkanker. Alsjeblieft! Mijn enige taak: zoveel mogelijk darmkankers voorkomen.»

HUMO ’t Is Couckenbak voor jou?

Colemont «Ik gebruik liever het woord Couckiaans. Dat woord mag voor mij in de Dikke Van Dale. Couckiaans staat in mijn ogen voor: onnavolgbaar, out of the box denken, ondernemend zijn, een gouden hart hebben, filantropisch zijn. Coucke is onze Vlaamse Bill Gates, hij hóéft dit allemaal niet te doen.»

HUMO Tijd voor de conclusie: wat heeft je opmerkelijke leven je geleerd?

Colemont «Ik heb wel een paar boodschappen voor de youngsters (glimlacht). Ik geloof om te beginnen in de combinatie van jeugdige daadkracht en enthousiasme met de ervaring van de oude rot in het vak. Mijn levensspreuk is: ‘Kennis delen kan levens redden.’ Nelson Mandela zei ooit: ‘Education is the most powerful weapon to change the world.’ Daar geloof ik nog altijd in, maar vandaag de dag hanteer ik liever een andere lijfspreuk: ‘Nothing is impossible.’ Het Coucke-verhaal bewijst het. Geen haar op mijn hoofd dat er vijf jaar terug aan dacht dat ik ooit fulltime met mijn levenswerk in de weer zou mogen zijn. Men heeft mij al verschillende namen gegeven: ‘jihadist tegen darmkanker’, dat komt van een collega. Kathleen Cools noemde mij ‘de witte ridder tegen darmkanker’. Eigenlijk zou ze beter van de bruine ridder hebben gesproken. Inside joke, snap je (glimlacht). Kijk, als arts kan ik privé enkele tientallen levens redden. Maar via het maatschappelijk debat dat ik op gang heb gebracht, kunnen het er duizenden worden. Het is een roeping. Soms denk ik dat ik hiervoor op de wereld ben gezet, en voor niets anders. Het is wellicht beter dan een boek over de Alfa Romeo Freccia d’Oro schrijven. Alle stukjes van de puzzel passen nu perfect in elkaar.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234