10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Piloten waren goden, stewardessen werden 'miss' genoemd en Sabena was nog eentalig Frans. In de aanloop naar Expo '58 rekruteerde de nationale luchtvaartmaatschappij een hoop Vlaamse meisjes, want die spraken tenminste hun talen.

''Ik was nooit bang. Zelfs niet als ik weer eens één van de motoren zag branden''

Eén van hen was Nora Valckx, die de jongste hostess van Sabena werd, en de eerste die zo lang - 33 jaar! - in dienst zou blijven. Drie jaar later, in 1959, arriveerde piloot Jean Croonenberghs, een mooie jongen die van de luchtmacht kwam en op wie alle stewardessen stiekem verliefd waren.

Voor Nora Valckx (78) was vliegen géén kinderdroom.

Nora Valckx «Ik had voor maatschappelijk werker gestudeerd in Antwerpen. In 1956, vlak na de eindexamens, kreeg ik telefoon van de schooldirecteur: er was iemand van Sabena in zijn bureau, die meisjes zocht om airhostess te worden. Ik hoorde het in Keulen donderen: airhostess? Wat is dat?

»Samen met vier andere meisjes werd ik uitgekozen om me te gaan presenteren in Melsbroek. Wij dolenthousiast de trein op, maar in Melsbroek stonden er vijfhónderd kandidates te wachten. Sabena was meisjes gaan ronselen in heel veel scholen in Antwerpen en Gent. Hun eerste hostessen kwamen meestal uit de Franstalige bourgeoisie, en spraken heel slecht Engels en geen Nederlands. Met de wereldtentoonstelling van 1958 verwachtte Sabena veel klanten uit New York; die eisten stewardessen die hun taal spraken, en die vond je makkelijker in Vlaanderen.

»Ik moest voor een jury komen. Ik waande me in Hollywood: achter een tafel zat een rij bruingebrande mannen in uniform, en op de hoek van de tafel - zwaar gemaquilleerd, met een lange filtersigaret in de mond en met een cape elegant om zich heen gedrapeerd - zat de chef-hostess. Zij leidde het sollicitatiegesprek, in het Frans uiteraard. Ik moest een denkbeeldig probleem met een passagier oplossen, wat Engels en Duits praten en een paar keer defileren. Van de vijf meisjes uit onze school mochten er twee beginnen; eentje was ik.

»Om in die tijd stewardess te kunnen worden, moest je beantwoorden aan wat Sabena zelf 'een goed gemiddelde met charme' noemde: slank, aangenaam om naar te kijken en niet te dom. Er zaten soms echte beautés tussen, maar dat was geen vereiste. Belangrijker was dat je 'beheerst' overkwam: je mocht niet te luid praten, en je mocht niet meteen in schaterlachen uitbarsten als een passagier een grapje maakte.

»We kregen drie maanden opleiding voor we de lucht in gingen. Allemaal in het Frans - het was zelfs verboden om Nederlands te spreken. We leerden alles over de radio, over navigatie, over aardrijkskunde, we moesten stage volgen in de keuken van een toprestaurant, we moesten leren wandelen met een stapel boeken op ons hoofd - dat was nog lachen. Tijdens mijn opleiding is er nog een vliegtuig gecrasht in Rome: twee meisjes zijn daarna uit de cursus gestapt, maar ik liet me niet zo snel afschrikken (lacht). Enfin, na een tijdje kreeg ik mijn wings, mijn uniform, mijn pumps, een leren zak voor mijn spulletjes... En toen begon het.»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Nergens aankomen!

Voor Jean Croonenberghs (78) was vliegen wél een jongensdroom. Hij volgde in Amerika een opleiding bij de Air Force - nu nog draagt hij de dikke vergulde graduation ring die hij in 1955 kreeg bij zijn promotie tot United States Air Force Pilot. Hij diende daarna nog even in het Belgische leger, maar nadat zijn contract daar was afgelopen, stapte hij over naar Sabena, waar ze toen constant piloten zochten.

Jean Croonenberghs «De oudere generatie Sabena-piloten had nog gevlogen in de oorlog. Les seigneurs, noemden we hen. Zij wáren Sabena. We hadden veel respect voor hen - ik hing aan hun lippen als ze verhalen vertelden - maar het waren goden, en zo gedroegen ze zich ook. Als je als tweede piloot bij hen in de cockpit zat, dan zat je er het grootste deel van de tijd voor spek en bonen bij. Op de saaie lange stukken gingen ze een paar uur slapen en eten: dan mocht je het overnemen. Als het bijna tijd was om te landen, verschenen ze weer in de cockpit. Probeerde je dan nog een instrument aan te raken, dan kreeg je een pets op je handen: 'Afblijven!' Je mocht alleen kijken, niks zeggen, en zéker nergens aankomen. Het scheelde weinig of je moest ook nog hun valiezen dragen.

»Die eerste toestellen zetten hun koers nog uit met behulp van een sextant: een instrument waarmee schippers vroeger hun positie bepaalden aan de hand van de sterren en de zon. Mede daardoor zat er toen ook veel meer volk in de cockpit: naast twee piloten waren er ook een marconist, een navigator en een mecanicien. Maar voor die seigneurs bestonden die mensen allemaal niet.»

Nora «Wij moesten om het uur in de cockpit gaan vragen wat de heren wilden drinken. Het zag er altijd blauw van de rook - iederéén rookte toen. Alle hostessen beefden voor de captain. De ergste was een man die wij 'le vieux' noemden: een Engelse oud-oorlogspiloot. Die man droeg een monocle: hij zag perfect, maar dat ding hoorde bij de show. (Giechelt) Uiteindelijk is hij met monocle en al bij Sabena buitengevlogen - diamantsmokkel.

»Met Jean (Croonenberghs, red.) heb ik ook gevlogen, maar die had al die streken niet. Alle hostessen waren een beetje verliefd op hem. Het was een heel mooie jongen - hij is als Sabena-piloot zelfs nog mannequin geweest voor Gillette.»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Ondergoed en ijsblokjes

Nora «Ik had het geluk dat ik vrij snel op de lijn naar New York werd gezet. Daar kwam ik in een andere wereld terecht. Ik ging ginder altijd mijn ondergoed en mijn nylonkousen kopen - het was 1956, nylon die spullen had je toen bij ons nog niet. De stewards kochten grote flessen aftershave. Later lieten ze zich er een coupe Steve McQueen knippen: met een zijstreep, en het haar aan de zijkanten met een scheermes opgeschoren. Steve McQueen was toen een bekend acteur, en in de film 'The Thomas Crown Affair' uit 1968 droeg hij een prachtig lichtblauw hemdje. Die verkochten ze in de haven van New York, en daar gingen al onze stewards ze kopen. In die tijd droegen alle mannen witte hemden, moet je weten.

»Wat toen nog niet bestond, was plastic. Op het vliegtuig hadden we 'kotszakjes' van papier, en voor het vuilnis gebruikten we grote bruine papieren zakken. Op een keer moest ik een DC-4 vol Italiaanse arbeiders gaan ophalen in Napels: die mannen gingen werken in Leopoldstad, het huidige Kinshasa. Die Italianen zagen mij, een blond meisje met een stralende lach, en waren in hun nopjes. En ik ook. 'Dit wordt de vlucht van mijn leven,' dacht ik. Draaide dat even anders uit! Onderweg hadden we ontzettend veel last van turbulentie, en al die Italianen werden doodziek. De vlucht duurde zeventien uur: na een tijdje waren alle kotszakjes vol, en zaten we ook door de reservevoorraad heen. Ten einde raad hebben we toen die grote bruine zakken in het gangpad gezet: daar konden ze rechtstreeks in overgeven.

»Toch hadden die beginjaren hun charme. Sabena vloog veel met DC-3's - zo'n typisch toestel uit die tijd, met twee propellermotoren. Daar konden maar 23 passagiers in, en de deur werd nog gewoon gesloten met een knipje. Net voor we vertrokken kwam er een man een gigantisch blok ijs leveren, want er was geen koelkast aan boord. Daar kapte ik dan ijsblokjes af - tegenwoordig mag je niet eens meer met een schaartje aan boord, maar ik had een scherpe ijspriem. Een collega had ook eens zo'n ijsblok in een bassin mee op een vlucht naar Afrika. Hij moest even weg uit de keuken, en toen hij terugkwam, stond er een zwarte op dat ijs te plassen. Die dacht dat het een toilet was (lacht)! Nee, dat ijs is niet meer gebruikt.

»Omdat de vluchten toen soms echte marathons waren, maakten we ook langere uren dan nu, tot twintig per dag. En dat op hakken van tien centimeter! Ik heb dikwijls bloed in mijn schoenen gehad. Vooral van altijd maar op die tapijten te moeten rondlopen. Als ik 's nachts van wacht was, zette ik mijn voeten soms in een champagne-emmer met ijsblokjes. Dat hielp ook om wakker te blijven. Pas toen ik vijf jaar vloog, kregen we de toestemming om 's nachts, als de lichten uit waren, ballerina's dragen.

»In die tijd waren de hostessen half filmster, half Florence Nightingale. Overdag moesten we de passagiers vermaken. Dan organiseerden we bijvoorbeeld een quiz met vragen zoals 'hoeveel weegt de volledige crew samen?' Dan kwamen we allemaal om de beurt defileren, en dan moesten de passagiers ons gewicht raden (lacht).

»Maar hoe langer de vlucht duurde, hoe intiemer de band werd. Als de nacht viel, waren er altijd passagiers die opbleven om nog wat te lazen bij een lichtje, of die met ons kwamen praten. En dan hoorde je dikwijls confidenties. Een vliegtuig is een niemandsland in de lucht: de sociale regels van beneden zijn er minder strikt. Waarom vliegen mensen naar New York? Die gaan niet allemaal op vakantie, hè. De één gaat naar de begrafenis van zijn moeder, de ander is er bij zijn vrouw vandoor... Eén man vertelde me dat hij met een groot dilemma worstelde: zijn vrouw en kind verlaten en een nieuw leven beginnen met zijn minnares in Amerika, of toch maar bij zijn gezin blijven en kiezen voor de zekerheid. Hij vloog naar New York, en hij wist nog niet of hij nog zou terugvliegen... Maar hoe intens zo'n nachtelijk gesprek ook is, de volgende ochtend mag je niets laten blijken. Toen die man van boord stapte, heb ik gewoon gezegd: 'Goodbye Sir. Thank you for flying with us.'

»Je bouwt zo wel mensenkennis op. Zo leerde ik snel dat ik moest oppassen voor mannen die met veel bombarie aan boord kwamen - 'Bonjour, Mademoiselle!' Meestal waren dat de grootste zageventen. Terwijl drukbezette zakenlui die bij het opstappen van pure vermoeidheid zelfs geen goeiendag meer konden zeggen, tijdens de vlucht soms ontdooiden. Maar evengoed waren er passagiers die je verrot scholden. Je kreeg veel lessen in nederigheid, hoor.

»Tijdens onze opleiding hadden ze tegen ons gezegd: tachtig procent van de mensen is bang om te vliegen - nu is dat anders, nu vliegt iedereen. En die vliegangst uiten mensen op heel veel verschillende manieren. Er waren er die begonnen te drinken van de schrik. Nu, zo hoog in de lucht telt één whisky voor twee, en dan kon het gebeuren dat die mensen onder invloed van alcohol agressief werden. Wat je ook zag, was een man en een vrouw die elkaar totaal niet kenden en samen naar het toilet vertrokken. Dat waren allemaal uitingen van angstgevoelens, had de psycholoog ons uitgelegd. Dat soort dingen leerden wij allemaal.»

HUMO Was u zelf nooit bang?

Nora «Nee, maar soms had ik wel een klein hartje. Als ik één van de motoren zag branden, bijvoorbeeld - dat gebeurde soms. We vlogen toen met driemotorige toestellen die zo gebouwd waren dat ze nog een tijdje konden blijven vliegen met twee motoren. Je zag aan het gezicht van de mecanicien in de cockpit of het erg was of niet. Meestal was het niet erg (lacht).»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Proper meisje

In de eerste decennia van de commerciële luchtvaart reisden alleen rijke mensen met het vliegtuig, en was er maar één klasse. Vanaf de jaren vijftig begonnen maatschappijen te experimenteren met een goedkopere toeristenklasse, om meer passagiers van de spoorwegen en de pakketboten te lokken. Maar dat die democratisering toch relatief was, toont een cijfervoorbeeld uit het boek 'De toekomst kwam uit de lucht - Sabena'. In 1952 kostte een retourtje Brussel - New York in First Class 37.350 frank, omgerekend 926 euro; in Tourist Class was dat nog altijd 26.100 frank (647 euro). Het gemiddelde inkomen van de Belg bedroeg in die tijd 47.200 frank per jaar: de doorsnee landgenoot moest dus zés maanden loon besteden aan een oncomfortabele vlucht die zestien uur duurde. In 1966 had hij daarvoor nog 'maar' twee maanden salaris nodig: het laagste tarief bedroeg toen omgerekend 410 euro, terwijl het gemiddelde jaarlijkse inkomen gestegen was naar 2.350 euro. Nog altijd niet voor het doorsnee gezin, maar toch.

Voor Sabena waren zakenlui het interessantste cliëntèle, maar zolang België de baas was in Congo, bleven ook de families van de kolonialen een belangrijke groep klanten. Kolonialen stuurden hun zwangere vrouwen vaak naar België om te bevallen: een tijdje later vlogen ze dan terug met een baby van enkele weken. Eén van Sabena's bekendste reclameaffiches (uit 1954) speelde daarop in: de stewardess werd er in een moederrol geduwd, met een kind op de arm. De slogan deed de rest: 'Sabena. You're in good hands.'

Sabena organiseerde zelfs speciale nursery flights voor jonge kinderen. 'Snoezige vluchten waren dat,' glimlacht Nora Valckx.

Nora «De baby's lagen in donkerrode wiegjes die in een lange rij aan de bagagerekken hingen. Als we de lichtjes dimden en de kindjes sliepen, was het precies Kerstmis. Het vliegtuig had kisten vol papflessen mee, luiers, veiligheidsspelden en talkpoeder, en de stewardessen hadden hun handen vol met papjes maken. Voor de oudere kinderen was er speelgoed: kleurboeken, legoblokjes, spelletjes... Ik heb wel één heel triestig voorval meegemaakt: een baby die zich 's nachts had omgekeerd in zijn slaap en was gestikt in zijn braaksel.»

Jean «In Afrika maakte je de gekste dingen mee. We hebben eens heel lang rondjes moeten vliegen omdat er een leeuw op de landingsbaan lag. Een andere keer wilden we een duik nemen in het zwembad toen bleek dat daar een krokodil in zat. De rivier stroomde er net naast, en 's nachts was dat beest daaruit gekropen en in het zwembad gesprongen. Je moest ook uitkijken voor de kleinere beestjes, muggen en zo. Ik heb eens zéér zware malaria gehad.

»Sabena was enorm populair bij de Congolezen zelf. Als we landden, op een strook van rode aarde, stonden ze te dansen op het dak van het guesthouse waar wij verbleven. Met de crew werden we geregeld bij mensen thuis uitgenodigd om moambe te eten. Ik bracht ook af en toe van mijn oude kleren mee voor een boy of een receptionist van het guesthouse. Dan was het wel grappig om te zien hoe die, fier als een gieter, rondparadeerden in jouw tenue.»

Nora «Als we acht dagen moesten blijven, verveelden we ons soms toch, hoor. Onze jongens begonnen zich dan echt te gedragen zoals op kostschool: elkaars kleren in stukjes knippen, een collega dronken voeren en hélemaal met zilververf beschilderen... Op zaterdagavond was het bal met een Belgisch orkest, waar alle notabelen van het dorp naartoe kwamen - de witte dan, want de zwarte mochten niet binnen. Vrouwen in cocktaildress, mannen in hun beste pak. Wel, een paar van onze mannen hadden eens pili-pili gestrooid op alle wc-rollen in de damestoiletten. 'En nu gaan we eens zien wie een proper meisje is en wie niet!' Ach ja, wat doe je als je daar acht dagen zit en niks te doen hebt?»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

De luchtbrug

Op 30 juni 1960 werd Congo onafhankelijk: België was zijn kolonie kwijt. Voor Sabena was dat slecht nieuws: dat had in de jaren 50 een monopoliepositie opgebouwd op de routes van en naar Congo, Rwanda en Burundi, en het Afrikaanse netwerk was het enige waar de maatschappij enige winst op boekte.

Maar dat was op dat moment niet de eerste zorg. Meteen na de onafhankelijkheid braken er onlusten uit: een deel van de zwarte bevolking keerde zich tegen de blanke Europeanen, en tegen de Belgen in het bijzonder. De regering in Brussel eiste de Sabena-vliegtuigen op voor een luchtbrug, en in minder dan drie weken tijd werden meer dan dertigduizend passagiers naar Europa gehaald. Elk uur vertrok er een Boeing met vrouwen en kinderen. Nora was één van de stewardessen die zich vrijwillig meldden om mee te helpen.

Nora «Eerst werden alleen de stewards ingezet, maar na acht dagen heen en weer vliegen - zonder slaap - waren die mannen kapot. Toen vroegen ze vrijwilligers. We waren met z'n tienen, ik was de enige vrouw in mijn crew. Ik moest geen uniform aan: niks lipstick en hoge hakken, maar een lange witte schort met een rood kruis erop. Zo leek ik een verpleegster als er iets misliep.

»Op de heenroute hadden we soms alleen kisten sigaretten aan boord, en een paar hokken met honden, Mechelse schepers. Die moesten we eerst gaan leveren in Khartoem, in Soedan, waar een legerbasis was van UNO-blauwhelmen. Daarna vlogen we door naar Leopoldville (Kinshasa, red.), waar de fauteuils terug in het vliegtuig werden gezet. Ondertussen gingen de captain en de stewards wat frisse lucht scheppen. Ik was, als vrouw van het gezelschap, de enige die niet van boord mocht. Een stilstaand vliegtuig aan de evenaar is een bakoven: alsof je in een auto zit in de brandende zon. De temperatuur liep op tot zestig graden. En daar zat ik dan, alleen. Zweten!

»Na een tijdje kwamen ze met de passagiers. Vreselijke dingen heb ik gezien. Ik heb dertig Spaanse nonnen aan boord gehad die stuk voor stuk verkracht waren. Twee van hen waren zo toegetakeld dat ze op een draagberrie moesten worden binnengedragen. Ze hebben de hele nacht zitten bidden. Ze aten niets, ze dronken alleen water. In Madrid stond één of andere kardinaal in een purperen gewaad hen op te wachten. Toen ze de vliegtuigtrap afkwamen, gingen ze allemaal zijn handen kussen. Ik stond er huilend naar te kijken, ik krijg nog altijd kippenvel als ik eraan terugdenk.

»Er waren ook ontzettend veel kinderen mee, heel veel baby's ook. We legden ze waar we konden: onder de zetels, in twee zachtgevulde kofferhelften... Het was één grote chaos. Iedereen wilde wég. Het vliegtuig werd soms echt bestormd. Er werden geen tickets gescheurd, maar we moesten iedereen die aan boord kwam wel heel goed bekijken, want verschillende mannen probeerden binnen te glippen in vrouwenkleren, en het was vrouwen en kinderen eerst - want die waren ze daarbuiten aan het verkrachten.

»Als we dan weer in Brussel aankwamen, had ik een shift van 36 uur achter de rug. Normaal had je dan recht op drie dagen rust, maar nu niet: je had nét de tijd om eventjes te slapen, en je moest alweer met de volgende vlucht mee. Ik heb het zo'n tien dagen volgehouden.»

HUMO Sabena stond erom bekend dat het van alle luchtvaartmaatschappijen het langst ter plekke bleef op plaatsen waar onrust of oorlog dreigde.

Nora «Ja, de maatschappij was daar trots op, maar met de hostessen hebben we daar dikwijls tegen geprotesteerd, want wij waren daar het slachtoffer van. Collega's van mij zijn beschoten op een vliegveld in Lagos, Nigeria, terwijl er volgens de directie in Brussel niks aan de hand was. In 1972 is een Belgische Boeing 727 op weg naar Tel Aviv zes dagen lang gekaapt door de Zwarte September, een Palestijnse terreurorganisatie.

»En in Chili hebben we ook eens iets aan de hand gehad.»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Gegijzeld

Op 11 september 1973 pleegde generaal Pinochet in Chili een coup tegen de verkozen president Allende.

Nora «Het was begin september, en we vlogen naar Santiago. Je voelde dat er revolutie in de lucht hing: het geld was niets meer waard, de mensen konden geen voedsel meer krijgen, overal waren stakingen.

»Onze crew had acht dagen in een hotel gelogeerd, en de ochtend dat we zouden vertrekken, was ik samen met mijn partner André onze valiezen aan het pakken. De radio stond aan. Ineens werd de uitzending onderbroken: een militaire mars, gevolgd door een speech in het Spaans. Buiten vlogen vliegtuigen laag over. 'Er klopt iets niet,' zei André. 'Ik ga beneden kijken.' Bleek dat het presidentiële paleis, La Moneda, gebombardeerd was (door de Chileense luchtmacht, die aan de kant van Pinochet stond, red.). De president had zelfmoord gepleegd, en Pinochet had de macht gegrepen - hij was het die we hadden horen speechen.

»Beneden in het hotel liep iedereen in paniek door elkaar. De ijzeren rolluiken werden naar beneden gelaten, maar toen bleek dat het hotel was omsingeld door soldaten van de junta. Daar zaten we dan: gegijzeld. 'We', dat wil zeggen: onze crew en een deel van onze passagiers, plus nog twee andere crews, van Lufthansa en een Engelse maatschappij. De telefoons werkten niet, dus we waren afgesloten van de buitenwereld.

»In de dagen daarna gingen de gevechten tussen de aanhangers van Allende en de militaire junta door. We hoorden hoe de stad gebombardeerd werd, en in de rivier naast het hotel zagen we lijken voorbijdrijven. Na twee dagen zat het hotel door zijn watervoorraad. Er was ook geen frisdrank meer, alleen nog rode wijn en champagne. Gelukkig zat er veel eten in de diepvriezers. In het begin dronken we sloten wijn bij het eten, en daarna bouwden we feestjes op mijn kamer - die stond leeg, omdat ik bij mijn man sliep. Maar na een tijdje kregen de verveling, de machteloosheid en vooral ook de angst de bovenhand. Na een paar dagen mochten we elke middag een uurtje naar buiten, maar bijna niemand durfde dat, want in de stad lagen overal sluipschutters op de daken.

»Om het moreel op peil te houden, zongen en speelden we Amerikaanse musicals na: 'West Side Story', 'Cats'... Soms waren we om twee uur 's nachts nog aan het zingen - de wijn hielp - terwijl buiten de mitrailleurs ratelden. Eén van onze crewleden lag dan onder het bed: die was bang dat we gebombardeerd zouden worden. En één van de mannen uit de cockpit is ooit in huilen uitgebarsten, van de spanning. Ik had het iets makkelijker, mijn man was erbij.

»In het hotel logeerde ook een gangster, die we allemaal kenden. Hij vloog wel vaker met Sabena, en heel opvallend: hij koos altijd bestemmingen waar er op dat moment strubbelingen waren. Hij ging wél de stad in: om de etalages van de juweliers te plunderen.

»Na drie weken viel de elektriciteit in het hotel uit. We mochten ook niet van het kraanwater drinken, want dat was vergiftigd - dat zeiden ze ons toch. De mannen hadden een baard van een week, de vrouwen voelden zich vies, het eten was op... Toen lachten we niet meer, hoor. De champagne kwam ons toen al lang de oren uit. We wasten ons gezicht ermee, we poetsten onze tanden ermee - met rode wijn ging dat niet zo goed. Eén collega had zelfs haar haar gewassen met champagne. Ze had er meteen krullen in gezet - dat lukte goed, want het was een kleverig goedje.

»Na 28 dagen kwam het verlossende nieuws: Pinochet gaf ons een vrijgeleide. We werden op een legervrachtwagen gezet en naar de luchthaven gereden. Daar konden we mee met een toestel van Air France. De boordcommandant liet ons zelfs in eerste klasse meereizen. We waren de koning te rijk! Bij wijze van verwelkoming zei hij tegen de hostess: 'Ontkurk maar een flesje champagne voor de Belgische crew.' Wij naar elkaar kijken: 'Euh, hebt u geen bier?' (lacht)»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Aan de ketting

In 1961 richtte het onafhankelijke Congo een eigen nationale maatschappij op, Air Congo - later Air Zaïre. Die was zakelijk verstrengeld met Sabena, maar achteraf bleek dat niet zo'n goed idee. De relaties tussen België en Congo verzuurden steeds meer, en dat had zijn weerslag op de samenwerking tussen de twee nationale luchtvaartmaatschappijen. Er waren periodes waarin er om de haverklap vliegtuigen aan de ketting werden gelegd, nu eens door een Belgische rechtbank, dan weer door de Zaïrese overheid. Het geblokkeerde geld en de verliezen op de lijnen zorgden ervoor dat het Afrikaanse netwerk van Sabena in de rode cijfers ging.

Jean «In 1961 ben ik zelf een tijdje voor Air Congo gaan vliegen, maar het waren beroerde tijden. Je vloog boven de brousse, er waren geen radio's, en er was niks in orde. Er werd overal nog gevochten, en je wist nooit zeker of je wel veilig kon landen. Dus wat deed je: je dumpte je passagiers zo snel mogelijk en steeg dadelijk weer op. In en uit. Ik heb het maar een paar maanden volgehouden.

»De ruzies heb ik zelf ook aan den lijve ondervonden. Telkens als er in België een toestel van Air Zaïre aan de ketting was gelegd, moesten we oppassen dat ons niet hetzelfde overkwam. Zo heb ik met de hele crew van een Boeing 747 eens tien dagen vastgezeten in Johannesburg, omdat we boven geen enkel Afrikaans land mochten vliegen - Mobutu had dat bekokstoofd met de andere Afrikaanse staatshoofden.»

10 jaar na het einde van Sabena: Stewardess Nora & Captain Jean

Een glas cola

Nora Valckx bleef 33 jaar bij Sabena, tot 1989. Geen enkele stewardess was ooit zo lang bij de maatschappij gebleven.

Nora «Ik heb de mooiste periode meegemaakt: de tijd toen het nog een exclusieve luxe was om te vliegen. Ik ben net op tijd geëindigd, toen het massatoerisme zijn intrede deed. De jumbo had zijn charmes, maar het was keihard werken, met vierhonderd passagiers verdeeld over twee verdiepingen. Na zo'n vlucht was je kapot.»

HUMO Hebt u in al die jaren ook veel bijzondere passagiers aan boord gehad?

Nora «O ja! De grappigste was prins Laurent. We zaten op een nachtvlucht en de meeste passagiers sliepen. Laurent was toen een jaar of twintig, en stond boven aan de bar in een Boeing 747 wat te kletsen met de commandant. 'Monseigneur, ik heb gehoord dat u uw studie in Amerika doet?' - 'Och, studeren...' - 'Maar ik heb gehoord dat de Amerikaanse campussen zo leuk zijn, Monseigneur.' - 'Niet in Pennsylvania, waar ik zit hoor! Daar ligt iedereen al om acht uur in bed.' Enfin, op een bepaald moment vroeg Laurent of hij een colaatje mocht meenemen naar zijn cabine. Wij met drie hostessen in koor: 'Oui Monseigneur! We zullen hem komen brengen.' 'Niet nodig,' zei Laurent. 'Ik neem hem zelf wel mee.' Een minuut later horen we hem in zijn cabine plots roepen. 'Oeioei! Qu'est-ce que maman va dire?! Hij had al die cola over zijn lichtbeige kostuum gemorst - we hebben ons zot gelachen. En wij met drie hostessen maar wrijven om zijn kostuum proper te krijgen. Ik denk dat hij dat wel prettig vond.»

Jean «Ik heb prins Filip eens aan boord gehad op een vlucht van Rome naar Brussel. Ik heb hem uitgenodigd in de cockpit. Ik wist dat hij zelf een pilotenbrevet heeft, dus heb hem een pleziertje gedaan: hij mocht opstijgen en landen, onder mijn toezicht (lacht). Hij deed dat goed. Sympathieke jongen, geen kapsones.

»En op een keer zat kardinaal Danneels aan boord, op een 727, in economyclass. Voor de vlucht ging ik hem begroeten: 'Monseigneur, mag ik u uitnodigen om in de businessclass te komen zitten?' De kardinaal reageerde alsof ik hem ging vermoorden! Hij kromp ineen en wuifde me weg: 'Nee, nee!' Rare jongen toch (lacht). Leopold III heeft ook eens incognito in economyclass gezeten, toen hij al lang koning af was. Hem heb ik ook uitgenodigd naar businessclass, en hij bedankte ook, maar wel op een normale manier.

»Maar mijn meest ontroerende vlucht was met Toots Thielemans aan boord. Ik zag hem vaak als hij naar New York reisde, en we waren goed bevriend geraakt. Die dag was hij er weer bij, en ik kreeg een idee. Vlak voor we zouden landen, zei ik door de intercom: 'Ladies and gentlemen, good afternoon, binnen vijftien minuten zullen we landen in JFK. En nog een mededeling: we hebben Toots Thielemans aan boord.' Ik vroeg hem: 'Alsjeblieft Toots, doe mij een plezier, speel iets voor ons.' Hij lachte eens en haalde zijn mondharmonica boven. Hij begon te spelen in de boordmicrofoon, zijn liedje klonk uit alle boxen: een gevoelige melodie, heel melancholisch. Alle passagiers luisterden, stil en onder de indruk. En toen hij klaar was, gaven ze een overweldigend applaus. Dat was voor mij het absolute kippenvelmoment.»

Nora «Mijn allermooiste herinnering is ook een vlucht vanuit New York. Voor het vertrek kwam de stationmanager van Sabena me zeggen: 'U hebt twee vegetariërs aan boord, en Donald Sutherland.' Dat was toen een beroemd acteur, dus ik dacht: wát?! Ik, die zo graag naar de cinema ging, was zo blij als een klein meisje.

»Sutherland zat in een hoekje en was zwaar verkouden, dat hoorde je direct aan zijn nasale 'Good evening'. Het was de gewoonte dat we de passagiers in First Class meteen roze champagne aanboden, terwijl de deuren nog openstonden. Ik ging naar hem toe, en hij, met die zwoele theaterstem van hem: 'Oh no dear, ik ben zo zwaar verkouden. Maar een beetje whisky zou me goed doen.' Whisky schenken mocht niet van de Amerikaanse douane zolang we niet opgestegen waren, maar daar heb ik me toen niks van aangetrokken. Ik had maar één keer Donald Sutherland aan boord!

»Die hele vlucht lang heb ik me de benen onder mijn lijf gelopen om hem te verwennen. 'Wat zou u willen eten, mister Sutherland? Steak? Ik zal er een lekker slaatje bij maken. En u drinkt er toch een bourbon bij? Daarna zal ik uw bed opmaken.' Altijd met die verpleegsterstem (lacht). Hij knorde behaaglijk: 'Oooh Nora!' En ik smolt.

»Om vijf uur 's ochtends riep de gezagvoerder me bij zich. 'Slecht nieuws: Brussel is gesloten vanwege de mist. We vliegen door naar Oostende tot de mist in Zaventem is opgetrokken.' - 'Oei,' zeg ik. 'En Donald?' Ik had driehonderd passagiers aan boord, maar hij was de enige aan wie ik kon denken (lacht). Ik wist dat hij na de landing direct naar Antwerpen moest voor filmopnames.

»Normaal mocht niemand van boord tijdens die tussenlanding in Oostende, maar ik heb toen al mijn charmes bovengehaald om Donald bij hoge uitzondering toch te laten uitstappen. Na veel aandringen kreeg ik mijn zin, op voorwaarde dat het vlug ging. Sutherland grabbelde zijn spullen bij elkaar en liep langs mij heen naar de deur zonder mij nog een blik te gunnen. Ik dacht: 'Verdorie, daar ben ik nu van gisteravond constant voor in de weer geweest. Hij is me nu al vergeten!' Ik was echt ontgoocheld. En ineens, hij was al half de trap af, draaide hij zich om en zei, met zijn grote blauwe ogen: 'Bye Nora, I'll always remember you.'

»Ik heb nog tranen in mijn ogen als ik eraan denk.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234